Zelfsturing: trend of hype

In een plastic producerend bedrijf dat volcontinu draaide met  ploegendiensten, werd op een dag duidelijk dat de nacht- en weekendploegen veel productiever waren dan de dagploegen.  Verbaasde directieleden gingen in gesprek met de mannen in de fabriek. Die haalden hun schouders op. “Logisch! Overdag komen er telkens kwaliteitscontroleurs langs die monsters afnemen, de personeelsadviseur die de vakantieplanning wil doornemen, de inkoper die wil controleren of de juiste materialen zijn geleverd. Dat houdt ons steeds van het werk. Bovendien, als er overdag een storing aan een machine is bellen we de process engineers en wachten we tot die het euvel verholpen hebben. ’s Nachts en in het weekend zijn die er niet, dus lossen we het zelf op. Wel zo snel.”

Veel organisaties hebben de afgelopen decennia geëxperimenteerd met een of andere vorm van zelfsturende teams, waarin medewerkers de ruimte krijgen om hun werk zelf zo in te richten dat zij de gestelde resultaten bereiken. Zelfsturing sluit aan bij de trend om minder te leunen op controle en op managers en om meer uit mensen zelf te halen. We hadden teveel geleund op structuren, regels en management. Daardoor waren veel medewerkers volgzaam, dan wel gefrustreerd geraakt. Om tegenwoordig succesvol te zijn, moeten organisaties zich voortdurend kunnen aanpassen aan veranderingen in de omgeving. De creativiteit, het probleemoplossend vermogen en ondernemerschap van alle medewerkers is hard nodig om te kunnen blijven innoveren.

Inmiddels kan het concept ‘zelfsturend team’ rekenen op spottende en cynische grappen in de bedrijfskantine. Wat is er mis gegaan? Welke ervaringen hebben geleid tot de slechte reputatie? Moeten we zelfsturing zien als een hype die alweer overgewaaid is?

Zelfsturende teams als structuurwijziging

In een grote onderwijsinstelling besloot de directie tot invoering van zelfsturende teams. Het concept werd topdown uitgerold, zelfs de samenstelling van teams gebeurde centraal. Er werden vier maanden uitgetrokken tussen het besluit en de start van de teamstructuur. Er waren geen teambudgetten en de teams hadden geen actuele informatie over de eigen inkomsten en uitgaven. Evenmin hadden ze toegang tot cijfers over doorstroom, uitval en onderwijskwaliteit. De medewerkers werden in het diepe gegooid en moesten zelf leren zwemmen. Na enige tijd concludeerde het management ‘dat de medewerkers blijkbaar nog niet toe zijn aan zoveel verantwoordelijkheid’.

Zelfsturing bleek een wassen neus. Het invoeren van zelfsturing was eigenlijk een manier om strakker te sturen, niet alleen op prestaties maar ook op input en proces. Het was meer een structuurwijziging (voorheen afdelingen, nu teams) dan zelfsturing als leidend sturingsprincipe in de organisatie.

Dit lezende is het geen wonder dat de mode van zelfsturende teams snel is overgewaaid. Het voorbeeld toont een aantal klassieke missers met zelfsturende teams.

Vijf klassieke missers met zelfsturende teams

1. Geen afgebakende teamtaak

Het team heeft dezelfde uitvoerende taken als voorheen maar heeft niet de verantwoordelijkheid voor een betekenisvolle teamtaak. Succesvolle zelfsturende teams hebben een gemeenschappelijk doel en een afgebakende klant (-groep). De teamleden dragen een gedeelde verantwoordelijkheid voor de teamprestaties. Een team dat zelfsturend wordt verricht niet alleen dezelfde uitvoerende taken als voorheen, maar neemt ook het regelen en coördineren op zich van alle samenhangende activiteiten die nodig zijn om als team een volledig product of dienst te leveren., zoals onderhoud, inkoop, (personeels-)planning en kwaliteitscontrole. In een succesvol zelfsturend team zijn de regelende taken die voorheen bij een manager lagen, geïntegreerd in het team.

De zelfsturende teams van thuiszorgmedewerkers van zorginstelling Sensire in de Achterhoek zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor alle klanten in hun regio. Samen maken ze de roosters en verdelen het werk, ontwikkelen specifieke deskundigheid en nemen nieuw personeel aan,  bewaken de kwaliteit van de zorg, verzorgen audits bij andere teams en lossen gezamenlijk problemen op. Er is 1 manager op x teams en het aantal staffuncties is rigoureus teruggebracht.

2.  Onvoldoende regelmogelijkheden

Het ontbreekt aan bevoegdheden, instrumenten en informatie om de teamtaak zelfstandig uit te voeren en werkelijk zelf te kunnen sturen.

Bij de Amerikaanse supermarktketen Wholefoods zijn zelfsturende teams verantwoordelijk voor een deel van het productaanbod.  Ze nemen beslissingen over assortiment, prijzen, acties en kortingen. Om het effect te kunnen zien van hun beslissingen is het voor iedereen zichtbaar wie hoeveel verkoopt en hoe de omzet wordt beïnvloed door kortingen. Het team heeft controle over inkomsten en uitgaven. Elke medewerker kan zien hoe zijn of haar productiviteit is ten opzichte van collega’s.

3. Geen tijd of aandacht voor transitie

Er wordt onvoldoende tijd genomen om mensen die tot dan toe geen enkele zeggenschap hadden, te helpen om hun nieuwe verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Bij succesvolle zelfsturende teams is er tijd en energie uitgetrokken om te sturen naar zelfsturing. Medewerkers leren om gelijkwaardig met elkaar samen te werken en gezamenlijk besluiten te nemen. Ze kunnen problemen of onderlinge conflicten niet meer op het bordje van de manager leggen. De inrichting van de organisatie moet worden aangepast, de taak van stafdiensten herbezien in het licht van zelfsturende teams en oude protocollen, regels en systemen (zoals beloningsstelsels) moeten worden aangepast.

Elektrotechnisch installatiebedrijf Hoppenbrouwers is in een aantal jaren naar een model van zelfsturing gegroeid. Monteurs die meer behoefte hadden aan directe aansturing kregen dat de eerste jaren tot op zekere hoogte om hen te laten wennen aan de verandering. Uiteindelijk maakten zij de omslag of ze vertrokken naar een meer traditioneel geleid bedrijf.

Thuiszorginstelling Sensire ontsloeg in de omslag naar  een zelfsturende organisatie veertig managers, maar trok teamcoaches aan die de teams helpen hun verantwoordelijkheid te nemen.

4. Oude controlereflexen

Managers kunnen moeilijk wennen aan een nieuwe rol op afstand en durven de verantwoordelijkheid niet uit handen te geven. Loslaten betekent niet uit de handen laten vallen, maar anders sturen en actief de voorwaarden scheppen waaronder professionals zichzelf kunnen sturen.
Leidinggevenden moeten leren ruimte en vertrouwen te geven. Dat betekent niet dat er geen leiding meer is. Er is wel degelijk richting nodig, alleen verschuift het richting geven door leidinggevenden van het hoe naar het wat en het waarom.

Een onderwijsadviesbureau wilde haar adviseurs meer zelfstandigheid geven. Taken en verantwoordelijkheden werden in het team belegd en de manager ging op afstand sturen. Bij een conflict in het team stapte een adviseur naar de manager. Deze bedwong de neiging om de betrokkenen bijeen te roepen om het op te lossen, en hielp de adviseur bedenken hoe deze het conflict binnen het team kon oplossen.

Een belangrijke voorwaarde voor het succes van zelfsturende teams is het perspectief van waaruit leidinggevenden naar medewerkers en hun prestaties kijken. Gaan ze ervan uit dat mensen niet graag werken, dat ze weinig ambitie hebben en dat ze liefst geen verantwoordelijkheid dragen? dan zet de leidinggevende medewerkers aan tot werkzaamheden en geeft  hen duidelijke structuren en instructies. Of gaan ze ervan uit dat mensen van nature graag werken, zichzelf kunnen sturen, creatief zijn en willen leren? Dan geven leidinggevenden hun medewerkers vooral voldoende ruimte en vertrouwen. Het komt er dus sterk op aan welk mentaal model leidinggevenden hebben. Al wordt zelfsturing nog zo gepredikt; als de diepere opvatting is “vertrouwen is goed, controle is beter’ zijn  zelfsturende teams gedoemd te mislukken.

 5. Niet consequent

De manier waarop zelfsturende teams worden geïnitieerd is niet in lijn of zelfs in strijd met het principe van zelfsturing. Meestal is dat omdat zelfsturende teams worden ingesteld als middel om iets anders te bereiken, niet omdat men gelooft in de kracht van medewerkers om zelfstandig te werken.  Succesvolle zelfsturende teams gedijen binnen een context waarin men oprecht gelooft in zelfsturing.

Zelfsturing en zelforganisatie

Zelfsturing is een principe dat in alle individuen, groepen en systemen voorkomt. Volgens managementauteur Daniel Pink is zelfsturing ´de diepe wens die in ieder mens aanwezig is om zijn eigen leven te bepalen, nieuwe dingen te leren en te creëren en bij te dragen aan zinvolle zaken´. De organisatie inrichten vanuit het principe van zelfsturing impliceert een appèl op de inherente drijfveren in mensen en gemeenschappen om zelfstandig te handelen en in onderlinge interactie tot een natuurlijke afstemming te komen.

Zelfsturing of zelforganisatie is  het proces waarbij spontaan onderlinge afstemming ontstaat. In de natuur heeft elk  levend systeem immers de eigenschap om telkens een natuurlijk evenwicht te vinden. Die zelfregulering verdwijnt wanneer de mens ingrijpt. Organisaties als dynamische systemen zijn in staat om een vergelijkbaar evenwicht te vinden, als managers niet proberen processen naar hun hand te zetten.

Wel kunnen zij de condities regisseren opdat zelfregulering  kan ontstaan. Het is mogelijk om een organisatie zo te ontwerpen dat de kans op onderlinge interactie en dus afstemming maximaal is en een natuurlijke ordening kan ontstaan. Zo ontstaat een robuuste organisatie, die in staat is om mee te ontwikkelen met externe omstandigheden en verstoringen veerkrachtig te boven te komen.

Een bedrijf dat een duidelijk appèl doet op haar medewerkers om onderling en zonder managers tot afstemming te komen is tomatenverwerkend bedrijf Morning Star, waar alle medewerkers jaarlijks een persoonlijk plan maken met de prestaties die zij willen behalen en hoe ze deze denken te realiseren. Dit plan wordt besproken met alle medewerkers die betrokken zijn bij het realiseren van die doelen. Zo ontstaat een bouwwerk van onderlinge afstemming waarin nauwelijks leidinggevenden nodig zijn.

Zoek eigen vormen

Als het appèl op inherente zelfsturing van individuen en groepen centraal staat, hoeft de vorm van zelfsturend team niet heilig te zijn. Zelfsturing kan dan ook vorm krijgen in wisselende of tijdelijke teams die verantwoordelijk zijn voor een nieuw product (zoals bij Google) of door redelijk onafhankelijke wijkteams (zoals bij Buurtzorg). Bij Priva, een bedrijf dat meet- en regelsystemen maakt voor de glastuinbouw, wordt zelfsturing ingevuld door koppels van technische mensen en verkopers die gezamenlijk beslissingen nemen.

Stuur op ‘why’

Voor leidinggevenden die oprecht geloven in zelfsturing verschuift de focus van operationele zaken naar meer strategische lijnen en de vraag waarvoor de organisatie uiteindelijk bestaat. Dat is goed nieuws. Managers zijn teveel verstrikt geraakt in het hoe en zijn het wat en vooral het waarom uit het oog verloren. Zelfsturing dwingt leidinggevenden om met een frisse blik te kijken vanuit het ‘waartoe’ van de organisatie en van daaruit de organisatie mogelijk anders in te richten. Ze moeten dus wel degelijk sturen, maar op andere zaken, zoals op het uitzetten van de grote lijnen, het afbreken van oude hiërarchische structuren die zelfsturing door medewerkers belemmeren, het regisseren van de transitie naar een zelforganiserende organisatie. Sturing en zelfsturing gaan hand in hand.

De logica van de grote, bureaucratische organisatie versus zelfsturing

Het concept van zelfsturende teams ondergaat hetzelfde lot als empowerment een aantal decennia eerder. Het ontstaat vanuit de wens om in organisaties meer ruimte te maken voor de kracht en creativiteit van mensen. Zodra het wordt ‘geïmplementeerd’ wordt het ingekapseld door de logica van de grote, bureaucratische organisatie en ingezet als middel voor grotere efficiency en controle. Binnen dat soort organisaties zijn zelfsturende teams ten dode opgeschreven. Maar zelfsturing is geen hype die weer overwaait. Talloze kleinere organisaties en bedrijven laten zien dat als je oprecht gelooft in de kracht en creativiteit van mensen en hen de ruimte biedt om goede producten en diensten te leveren voor de klanten, zelfsturing niet alleen mogelijk is, maar ook uiterst succesvol. Dat bewijzen organisaties als Buurtzorg, Gore & Associates, Hoppenbrouwers Installatietechniek, aannemersbedrijf Kesselaar, zakelijk dienstverlener Finext, Sensire Thuiszorg, e-office  en vele anderen.