Channels

Wie wil er niet bezig zijn met grensverleggend leiderschap? Met het verruimen van de eigen mogelijkheden. Maar voordat we aan verruiming toekomen moeten we eerst de beperking voelen, tegen een grens aanlopen.

En dat is precies wat we het liefst zo lang mogelijk willen vermijden.

De maakbaarheidsgedachte van waaruit we doorgaans opereren in organisaties helpt ons bij dat vermijden uitstekend. Als we maar op de juiste manier een verandering aanpakken, dan bereiken we het gewenste resultaat. Theorieën, modellen, praktische tips voldoen aan onze behoefte om grip te krijgen.

Maar wat als de boel toch vastloopt? Als het gewenste resultaat uitblijft. Als mensen zich er steeds onbehaaglijker bij gaan voelen. Springen we dan weer over naar een nieuwe trend? Of volgt er enige bezinning?

Als we onze aandacht durven te verleggen naar dat wat ons beperkt, juist dan kunnen we  nieuwe mogelijkheden ontdekken. Hoe kunnen we van een vermijdingsproces, een rijpingsproces maken? Daar is niet alleen onze ratio mee gemoeid, maar ook ons hart en gevoel. Daarom gebruik ik in dit artikel geen modellen, maar verhalen van mensen, die vertellen over hoe zij tegen hun beperking zijn aangelopen en hoe zij door de confrontatie ermee nieuwe wegen vinden. Wat hebben Marije Smits, paralympisch atlete, Jan Willem Poot, initiator van de Yes We Can Clinics en Frank Erkelens, topman bij Vopak met elkaar gemeen.

In de moeilijkheid schuilt de mogelijkheid

Einstein

Marije Smits, paralympisch hardloopster en verspringster, illustreert de kracht van een fysieke beperking prachtig. Op haar twaalfde wordt kanker geconstateerd en moet na een aantal ingrijpende behandelingen toch haar been worden geamputeerd. Wat me opvalt in haar verhaal is dat ze heel precies is in het uitleggen tot waar haar been geamputeerd is en welke spiergroepen daardoor uitvallen en welke beperkingen dat met zich mee brengt. Ze vertelt hoe ze op een dag moeite heeft om de bus te halen. Ze  kan niet rennen, haar bovenspieren zijn zwak omdat ze die niet kan gebruiken omdat er geen onderbeen meer is en haar conditie is slecht. Ze besluit om hard te gaan lopen. En dat loopt vervolgens wat uit de hand. Ze belandt in de Paralympics. Nog weer later richt ze een Stichting op: “Topsport met zonder handicap”.

Die titel vind ik veelzeggend voor mijn betoog. Ze windt geen doekjes om het handicap, maar maakt zich er tegelijkertijd vrij van, identificeert zich niet met de beperking.  Ze laat zien dat de één niet in de weg van de ander staat. Sterker nog de beperking lijkt haar verlangen naar leven en vrijheid te hebben aangewakkerd. Stel je voor dat ieder van ons zijn eigen handicap onder ogen zou durven zien, daar heel precies in zou zijn. En dat we op zoek gaan naar hoe we vorm kunnen geven aan precies die mogelijkheid die schuil gaat in de moeilijkheid. Stel je voor dat we in een ontmoeting niet alleen trots zijn op ons succes, maar dat we ook als echte golfers aan elkaar vragen: ‘en wat is jouw handicap? ‘

Wie niet geleerd heeft om te sterven, is gedwongen altijd slaaf te blijven

Nietzsche

Het lijkt wel alsof Jan Willem Poot mijn onuitgesproken vraag gehoord heeft, want hij introduceert zich zelf als ‘de grootste lul in mijn leven’. Dat is toch met de deur in huis vallen als het gaat om je eigen handicap. Vanaf zijn 12e werd hij overmand door woede en wrok en in de 15 jaar die daarop volgen nemen die enorme destructieve proporties aan zowel naar zich zelf toe als naar zijn omgeving. Zijn oplossing voor zijn probleem was 5 gram cocaïne en een fles wodka per dag en hij doet alles om deze oplossing te kunnen blijven financieren. Hij komt in een programma waarin hij zich voor het eerst gezien voelt in zowel zijn pijn als zijn kracht. Dat stelt hem in staat om zijn beperking recht in de ogen te kijken en tegelijkertijd een mogelijkheid te ontwaren.  Voordat hij terugkeert naar de bewoonde wereld moet hij alle schulden op een rij zetten, alles wat hij in die 15 jaren geleend heeft en gestolen. Hij moet het met iedereen goed gaan maken.

Om dat mogelijk te maken bouwt hij een succesvol bedrijf met outdoor activiteiten. Na verloop van tijd besluit hij zijn bedrijf te verkopen om zo de ‘Yes We Can Clinics’  op te richten. Voor die jongeren die tussen wal en schip vallen en vast gelopen zijn door verslaving en gedragsproblemen. Nu in 2013 werkt Yes We Can Clinics als jeugd GGZ met een ruim 80 man tellend professioneel multidisciplinair team.

Wat me raakt in het verhaal van Jan Willem is dat na 15 jaar er iemand is die zowel de vernietigende kracht van zijn woede ziet waarin hij in gevangen is geraakt, maar ook de levenskracht ervan en de pijn die er achter schuil gaat. De kentering begint doordat hij zich gezien voelt in zowel de schoonheid als de verschrikking. Hij krijgt ruimte en steun om een draai te maken, maar wordt ook verantwoordelijk gehouden voor zijn acties. Hij moet terug naar de mensen die hij onrecht heeft aangedaan als basis voor een nieuwe start.

Het wachten is nu op Yes We Can Clinics, voor vastgelopen bankiers en top executives waarin zij hun beperking leren omarmen, met begeleiders die door hun gladde praatjes heen prikken, hun verslaving en machteloosheid zien en met liefde en discipline een deal met hen sluiten en 24/7 beschikbaar zijn. En met aan het eind herstelbetalingen natuurlijk….

Wat je op de plek der moeite ontwikkelt heb je te bieden aan anderen

Marianne van Hoorn

Het leven van Frank Erkelens heeft een succesvolle start. Hij leert makkelijk, wil graag presteren en resultaat neerzetten. Zijn 10 jaar oudere broer is een sporter op hoog niveau. Alles wat beide broers doen is competitief. De wereld is overzichtelijk verdeeld in winnaars en verliezers. En de winnaars krijgen aandacht en liefde.  Alle opleidingen doorloopt hij glansrijk. En eenmaal aan het werk bij Vopak vordert zijn loopbaan gestaag in maar één denkbare richting: de top.

Rond zijn vijfendertigste ontstaan er echter barsten in het succes. Na hard meegewerkt te hebben aan een splitsing van de onderneming blijkt hij door het nieuwe  management ineens op straat te staan. Zijn huwelijk hapert en zijn gezondheid rammelt.

In deze periode neemt hij deel aan een leiderschapsprogramma. Automatisch pakt hij de leiding van de groep en stort zich vol overgave op de invulling van het avondprogramma. Een keur aan competitieve spelletjes. Ongemerkt ontstaat er een sfeer van onderlinge verwijdering, van winnaars en losers. Totdat iemand in de groep zich hierover uitspreekt. Er volgen confronterende gesprekken en oefeningen. Hij moet de groep splitsen in winnaars en verliezers. Vervolgens plaats hij zijn collega’s in drie cirkels. De eerste cirkel is heel dichtbij, de derde heel ver weg. Vijf collega’s plaats hij in de nabijheid, dertien collega’s heel ver weg. In de tussenliggende cirkel zit niemand. Hij krijgt de opdracht om met ‘losers’ uit de buitencirkel in gesprek te gaan. Het wordt een openbaring, om zich zelf open te stellen voor anderen, andere drijfveren en perspectieven.  Hij ontdekt de beperking van zijn overtuigingen tot dan toe.

Wat een moed heeft deze man! Het is toch geen sinecure als je hoog in de boom zit en je hebt het ogenschijnlijk helemaal gemaakt om te ontdekken dat wat je grote kracht leek eigenlijk ook je handicap is. Door een combinatie van confrontatie en steun kan Erkelens zijn innerlijke belemmering blootleggen waardoor zijn kijk op de wereld verandert en deze ruimer wordt. Een wereld waarin hij vrijer beweegt en waarin veel meer mogelijkheden in beeld komen. Door innerlijk leiderschap te ontwikkelen, kan hij nu veel beter anderen leiden.

Frank keert terug bij Vopak en verlegt zijn focus van de beste willen zijn naar inspireren tot het behalen van een gezamenlijk resultaat. Hij durft zijn eigen sterktes en zwaktes te delen en stimuleer daar ook anderen in.  Hij bouwt aan vertrouwen en verbinding, niet alleen binnen de organisatie maar ook daarbuiten. Met zijn eigen ervaringen als basis ontwikkelt hij samen met een bureau een leiderschapschapsprogramma voor het aanstormend talent in de organisatie van waaruit deze talent versneld carrière maken. Zijn medewerkers initiëren projecten, waarmee ze iets teruggeven aan de lokale gemeenschap. Zoals verswater voorzieningen in Tanzania. Daarnaast blijkt dat in de afgelopen tien jaar de omzet van Vopak verdubbeld is. Meer bewijs van dat inspireren tot gezamenlijk resultaat succesvol is, hebben we niet nodig….

Grens > crisis > verantwoordelijkheid

In alle drie verhalen worden de hoofdpersonen geconfronteerd met een crisis, waarin zij uitgedaagd worden om zowel de beperking die zich daarin toont als het verlangen dat daarin schuil gaat te omarmen en te doorleven. Men is enerzijds op zich zelf aangewezen en anderzijds is de steun en de confrontatie van de ‘nabije’ ander cruciaal. Elkaar als mens zien met alle zon- en schaduwzijden en verantwoordelijkheid nemen. En ergens speelt liefde door deze verhalen heen. Wijsheid en liefde leren wij aan het leven en misschien wel nog het meest aan de crises die we meemaken. En dat leven vindt net zo hard plaats in organisaties als daarbuiten. Dat leven valt niet in een model te vangen, maar in ontmoeting en interactie te ervaren. We hebben moed nodig om de illusie van beheersbaarheid los te laten en als mens te voorschijn te komen met al onze kracht en kwetsbaarheid…. Inspire2Lead

Deze sprekers vertelden hun verhaal tijdens de eerste editie van inspire2lead. De volgende editie vindt plaats op 26 maart 2014 .

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Margret, dank voor het delen! Fijn om over echte mensen en ervaringen te lezen die ik herken in mijn eigen leven en praktijk.

Acceptatie en uitspreken van dat wat is, van wat je werkelijk hier en nu voelt, denkt, ziet en ervaart in jezelf en om je heen, biedt in mijn ervaring een poort tot ongekende vreugde en vrijheid. Ken uzelf. Observeer jezelf en de wereld om je heen met kalme alertheid, scherp zonder aan mildheid te verliezen. Dat vraagt onder andere durf om je licht te laten schijnen op je eigen schaduw, schaamte en incompleetheid.

Hoe ongemakkelijk, pijnlijk, beschamend, angstig of confronterend dat proces ook voor mijn ego moge zijn. Dat vraagt om doorvragen, om mijn vinger door het decor te steken, onder de laklaag, achterom en in de vuilnis te durven loeren. Om telkens weer uit mijn comfort zone te stappen, de film van mijn leven te negeren en boven achter in de bioscoop te gaan kijken wie er in mijn regiekamer heerst. En in hoeverre ik daar verantwoordelijkheid voor neem.

En waarbij ik eveneens op momenten ook weer moet accepteren dat mijn ego de regie toch weer in handen weet te krijgen. Heb ik mijzelf met al mijn volwassen wijsheid toch weer in mijn eigen gecreëerde spiegeltjes en kraaltjes laten verleiden en verblinden. Weer weggeleid van mijzelf, krachtig en inderdaad tegelijkertijd ook toch zo kwetsbaar.

Wat prachtig verwoord Bramko, door het decor, onder de laklaag en in de vuilnis, daar ligt iets van waarde! Tijdens mijn eerste teamopdracht (heeeel lang geleden) vroeg een MT-lid wat ik nou precies deed. Ik antwoordde: nou ik kom in jullie bureaulades kijken naar de emmertjes shit die jullie daarin verstopt hebben en die zet ik dan op tafel met de vraag of het lekker ruikt…. En als je shit goed gebruikt, dan is het mest, uiterst vuchtbaar…

Dank Margret voor de vruchtbare mest uitdrukking :-), die adopteer ik meteen!

x