Channels

Hoe de samenwerking met  interessante partners en con-collega’s cultiveren?

Romero en Molina (2011) stellen dat door de technische en sociale ontwikkelingen van de laatste jaren organisaties ook steeds meer in “collaborative networked environments” opereren, waarin ze samenwerken met con-collega’s: dit noemen zij een “collaborative network organisation” (CNO).

Stel, u wilt ook met gaan samenwerken met con-collega’s. Hoe pakt u dat dan aan? In deze column wil ik aan de hand van een voorbeeld binnen de LifeScience-sector in Noord-Nederland laten zien hoe belangrijk sociale contacten hierbij zijn.

Springboard

In het Noorden waren en zijn nog steeds veel, meest kleine innovatieve bedrijven op het gebied van LifeSciences. Cordis in Roden was een grote en stuwende onderneming in deze sector. Naast directe werkgelegenheid voor met name hooggeschoolde werknemers zorgde het bedrijf ook voor veel indirecte banen in de toeleverende industrie. Het moederbedrijf Johnson+Johnson besloot om een aantal redenen in 2008 de productieafdeling naar Mexico over te brengen en de ontwikkelingsafdelingen naar Houston, Texas.

Een aantal werknemers namen geen genoegen met de (goede) afvloeiingsregelingen en wat ooit begon als een informeel clubje groeide uit tot de vereniging Springboard. Doel was het behouden van de aanwezige kennis voor het Noorden door de oud-werknemers weer aan het werk te helpen, het steunen van de verschillende bedrijfsinitiatieven en het ontwikkelen van het ondernemerschap van de leden door middel van doelgerichte scholing en netwerkbijeenkomsten. Deze Springboard-activiteiten hebben geleid tot zeven nieuwe bedrijven en ongeveer 100 nieuwe arbeidsplaatsen.

Nadat deze doelen waren bereikt, is de vereniging Springboard blijven bestaan en heeft zich ontwikkeld tot een bedrijvennetwerk op het gebied van de medische technologie met inmiddels een 65-tal leden, merendeel MKB.

Vanaf het begin is veel tijd besteed aan het leggen en onderhouden van contacten met bedrijven en kennisinstellingen. Om een verdiepingsslag te kunnen maken in de activiteiten van Springboard, is in samenwerking met verschillende partners het project Springboard 2.0 ontwikkeld dat eind 2011 van start is gegaan. Kern van het project is te komen tot een kennis- en economische infrastructuur waardoor bedrijven en kennisinstellingen beter kunnen samenwerken en het voor bedrijven nog aantrekkelijker wordt om zich in Noord-Nederland te vestigen. De vereniging Springboard is een van de partners in dit project samen met onder meer kennisinstellingen op mbo-, hbo- en wo-niveau.

Lees ook:

2014: jaar van de cocreatie!

Sociale contacten

De laatste jaren is de aandacht voor de rol die universiteiten maar ook andere onderwijsinstellingen kunnen spelen in de regionale ontwikkeling toegenomen. Deze rol is van “hoeder van de kennis“ geëvolueerd naar samenwerken met bedrijfsleven en regionale overheden en actief bezig zijn met innovatieve processen.

Caniëls en Van den Bosch (2011) stellen dat voor een goede samenwerking tussen kennisinstellingen en het regionale bedrijfsleven, sociale relaties zeer belangrijk zijn. Zij verwijzen daarbij naar Thune (2007) die in Noorwegen onderzoek gedaan heeft naar samenwerkingsverbanden tussen bedrijfsleven en universiteiten. Uitgangspunt in dit onderzoek was de social capital theory. Volgens deze theorie bestaat sociaal kapitaal uit de relaties tussen individuen die al dan niet deel uitmaken van organisaties. Deze relaties kunnen sterk of zwak zijn afhankelijk van factoren als tijdsduur, intensiteit en wederzijds vertrouwen. De theorie stelt verder dat vroegere ervaringen invloed hebben op de samenwerking en op het ontstaan van nieuwe relaties.

Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het heel moeilijk is om samenwerkingsverbanden te creëren wanneer er geen eerdere gemeenschappelijke ervaringen en dus ook geen relaties zijn. Wil je dat toch realiseren, dan is de inzet van ‘boundary-spanners ‘ belangrijk. Dat zijn netwerkers die zowel intern als extern over een goed netwerk beschikken. Volgens haar kunnen studenten deze rol goed op zich nemen omdat bedrijven door studenten in te schakelen zonder al te veel verplichtingen kunnen uitproberen of een samenwerking met een universiteit wel iets voor ze is en tegelijkertijd met deze studenten een gemeenschappelijke relatie kunnen opbouwen.

Jan Willem van de Groep omschrijft in zijn blog Van-binnen-naar-buiten-naar-binnen het-nut-van-boundaryspanners de boundary-spanner als volgt: “Dat zijn mensen die zowel in- als extern weten hoe de hazen lopen. Ze weten waar zinvolle kennis gehaald en gebracht kan worden. En ….nemen deze mensen actief deel aan kennisnetwerken en koplopercommunities. Het doel is tweeledig. Kennis verzamelen om te voorkomen dat jezelf het wiel opnieuw moet uitvinden…maar ook kennis brengen op plekken waar gewerkt wordt aan innovatie en vernieuwing binnen de sector.”

Conclusie
Om te kunnen samenwerken moet er wederzijds vertrouwen zijn. Dat vertrouwen is gebaseerd op eerdere gezamenlijke ervaringen en onderlinge relaties. Maar die ontbreken vaak bij nieuwe samenwerkingsverbanden. Dan heb je boundary-spanners nodig die buiten de bestaande sociale netwerken contacten kunnen leggen en die een zodanig bindend vermogen hebben dat er nieuwe gemeenschappelijke relaties kunnen ontstaan.

De vereniging Springboard is een voorbeeld van hoe informele contacten hebben kunnen uitgroeien tot een formeel samenwerkingsverband. Binnen de vereniging Springboard zijn er goede onderlinge relaties ontstaan. Het project Springboard 2.0 is veel breder opgezet en het wordt interessant om te kijken hoe zich daar de onderlinge relaties ontwikkelen.

Noten
Caniëls, M.C.J. & H. van den Bosch (2011): The role of Higher Education Institutions in building regional innovation systems. Papers in Regional Science 90 (2), 271-286.
Thune, T (2007) University-industry collaboration: the network embeddedness approach. Science and Public Policy 34: 158–168

 

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Om goed te kunnen samenwerken is onderling vertrouwen (gedefinieerd volgens het gangbaar taalgebruik) niet noodzakelijk – al helpt het wel.

Wat er vooral nodig is, is duidelijkheid over het doel/resultaat waar de samenwerking toe moet leiden en het belang van de ander daarin. Ook met mensen die je (als persoon) niet vertrouwd kun je prima samenwerken wanneer deze duidelijkheid er is.

Vertrouwen, opgedaan door eerder ervaringen en elkaar kennen, is een middel waardoor je sneller de moeite wil doen om motivatie en belang van de ander te leren kennen (empathie) en waardoor je de wat tegemoet wilt komen wanneer de duidelijkheid er nog niet iets (credits). Vertrouwen alleen is onvoldoende, zeker wanneer “nog geen duidelijkheid” bij de ander omslaat in “onduidelijkheid”.

Overigens, het is uiteraard veel leuker om samen te werken met iemand die je kent en bij wie je portemonnaie wel durft achter te laten. Maar noodzakelijk is het niet.

x
x