De industrialisering van kennis

De geschiedenis van de mens kan ook gelezen worden als de geschiedenis van kennisontwikkeling. Iedere nieuwe technologie of ontwikkeling – van rotstekening en boekdrukkunst tot de smartphone en AI – maakte kennis toegankelijker, sneller en massaler. Maar telkens klonk ook dezelfde vraag: wat verliezen we onderweg? Nu we de stap zetten van losse fragmenten naar een collectief digitaal geheugen (of brein) zoals ChatGPT, Gemini en Copilot, komt een nieuwe fase dichterbij: de koppeling tussen ons individuele brein en het collectieve digitale brein als een soort zwermgeest. Een zwermgeest (of hive mind) is een principe waarbij een groep individuen of entiteiten collectief handelt of denkt als één enkel systeem.1 Hoe verhoudt de mens zich nog tot zijn eigen kennis, wanneer denken steeds meer een gezamenlijke onderneming wordt? 

Van rotstekening tot boekdrukkunst

De vroegste vormen van kennisoverdracht waren rotstekeningen. Ze dienden niet alleen als expressie, maar ook als geheugenanker voor jachttechnieken, rituelen en verhalen. Kennis werd nog beperkt gedeeld: lokaal, direct, en zonder de mogelijkheid tot massale reproductie.

Met het schrift kreeg de mens een krachtig instrument in handen. Kleitabletten, papyrus en perkament maakten het mogelijk om wetten, handelsovereenkomsten en religieuze teksten vast te leggen. Kennis werd minder vluchtig en kon zich verder verspreiden, al bleef het in handen van een geletterde elite.

Pas de boekdrukkunst van Gutenberg democratiseerde kennis. De uitvinding van de boekdrukkunst maakte kennis voor het eerst schaalbaar. Boeken werden betaalbaar en toegankelijk, waardoor wetenschap, filosofie en religie niet langer exclusief domein van een select gezelschap waren. Dit democratiseerde kennis en legde de basis voor de wetenschappelijke revolutie.

De mobiele telefoon als kennis-hub

Ook daarna bleef de industrialisering van kennis doorgaan. Met de schrijfmachine werd het vastleggen van teksten sneller, efficiënter en uniformer. Niet iedereen verwelkomde deze verandering. In De wereld van gisteren beschrijft Stefan Zweig hoe de Franse schrijverselite zich verzette tegen dit 'kille' apparaat dat de romantiek van het met de hand schrijven ondermijnde. Het was een strijd tussen traditie en industrialisering van creativiteit.

Een volgende stap was de tekstverwerker als apparaat en later tekstverwerkingsprogramma's op de personal computer. Spellings- en grammaticacontroles namen routinetaken uit handen en verhoogden de productiviteit. Schrijven werd niet alleen sneller, maar ook 'netter' en uniformer. Het schrijven zelf werd hierdoor deels geautomatiseerd, wat leidde tot een nieuwe golf van efficiëntie en ook kwaliteitsverbetering, maar ook tot een zekere vervlakking.

Internet en de mobiele telefoon brachten een nieuwe fase: kennis in de broekzak, altijd en overal. Met de opkomst van de smartphone kreeg ieder individu een permanent venster op de wereld. Het apparaat fungeert als een mobiele bibliotheek en nieuwscentrum tegelijk. Tegelijkertijd zijn bronnen gefragmenteerd: kennis komt niet meer uit één boek of één krant, maar uit een stortvloed van losse, vaak ongecontroleerde fragmenten. Waar de boekdrukkunst zorgde voor samenhang, leidt de smartphone juist tot fragmentatie. We leven in een oceaan van losse flarden informatie, waar context en betrouwbaarheid vaak zoek zijn.

De zwermgeest: ChatGPT en het collectieve brein

En nu is er ChatGPT en vergelijkbare systemen. Voor het eerst sinds Gutenberg lijkt kennis weer te worden samengebracht in een centraal geheugen: een soort zwermgeest. Deze digitale entiteit haalt routinewerk uit handen, bundelt versnipperde informatie en presenteert het alsof er een onzichtbare bibliothecaris meedenkt. Toch is de verbinding voorlopig nog losjes: de mens moet actief vragen, selecteren en beslissen. De volgende stap laat zich echter raden. Wat gebeurt er als we niet langer via toetsenbord of stem, maar via een chip in ons brein verbonden zijn met die zwermgeest? Dan wordt het collectieve geheugen niet alleen een hulpmiddel, maar een verlengstuk van ons denken.

Voorbeeldscenario's

Er is dan een nauwere en directe koppeling tussen mens en zwermgeest – de chip in het brein als permanente verbinding met het collectieve digitale brein. Daarmee wordt het collectieve digitale geheugen niet alleen een hulpmiddel, maar een verlengstuk van ons denken. Drie mogelijke scenario’s (niet uitputtend) geven een voorbeeld hoe de industrialisering van kennis zich verder kan ontwikkelen:

In het eerste scenario blijft de chip een hulpmiddel: een soort turbo-geheugen dat we bewust kunnen aanspreken. De chip fungeert als een uitbreiding van ons geheugen en cognitieve vermogen. Feiten, talen, of complexe berekeningen zijn direct toegankelijk. De mens blijft regisseur, maar met een onuitputtelijke digitale bibliotheek in het hoofd. Een krachtig middel, zolang de mens regisseur blijft.

In het tweede scenario ontstaat symbiose: de grens tussen individuele en collectieve gedachten vervaagt. Mens en machine vormen een naadloze eenheid.  De grens tussen 'mijn idee' en 'ons idee' vervaagt. Het collectieve brein leert van individuele voorkeuren, emoties en denkpatronen, en biedt contextueel advies of zelfs proactieve suggesties. Dat klinkt inspirerend en harmonieus, maar roept de vraag op waar creativiteit eindigt en algoritme begint.2 

En in het derde scenario wordt de koppeling zo intensief dat de mens zonder de zwermgeest niet meer zelfstandig kan functioneren. Kritisch denken en eigen creativiteit verschralen, terwijl beslissingen grotendeels door het collectief gestuurd worden. De balans slaat dan door: afhankelijkheid van het collectieve digitale brein of anders gezegd, het individueel brein is opgeslokt door de zwermgeest. De mens verliest eigen denkvermogen, omdat het collectief altijd sneller en slimmer blijkt. Dan zijn wij slechts een soort terminal geworden van de zwermgeest.

Tot slot

De industrialisering van kennis is geen neutraal proces. Iedere stap vergroot ons vermogen, maar verkleint ook de rol van de individuele maker. Dat zal des te sterker zijn als de zwermgeest straks letterlijk in ons hoofd meedenkt. De vraag is dan welke rol wij nog willen spelen in een wereld waarin kennis niet meer persoonlijk bezit is, maar collectief en digitaal. Willen we gebruikers zijn, mede-eigenaren, of slechts schakels in een systeem dat alles onthoudt? Misschien is de grootste uitdaging niet of we de zwermgeest kunnen beheersen, maar of we onszelf weten te behouden in een wereld waar kennis steeds minder van mij en steeds meer van ons is. Het debat daarover mag niet pas beginnen als de chip al geïmplanteerd is.

1: Jos de Mul noemt dit ook wel de homo sapiens 2.4

2: Zie ook Bedrijfswaarde van AI: Een digitale vergaderassistent aan tafel

Opmerking: Dit artikel is geschreven met hulp van ChatGPT. Context en hoofdlijn zijn bepaald door de auteur. De productie van tekst is door de chatbot uitgevoerd en geredigeerd. Dit lijkt een dominante trend te worden bij het schrijven van artikelen. 

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Digitale transformatie