Channels
 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Sinds het begin van de Bestuurlijke Vernieuwing, met verzelfstandiging en privatisering, is het adagium ‘de overheid houdt zich aan zijn eigen regels’ langzamerhand vervangen door ‘bedrijfsmatige overheid’ en vervolgens door ‘ondernemende overheid’.

Echter, ondernemen voor andermans rekening en risico maakt deze persoon tot een bestuurder. En compliance zonder rekenschap maakt compliance tot een holle frase.

Mismanagement in bestuur en in bedrijf is strafbaar. Maar handhaving zou niet nodig moeten zijn. Maar zonder rekenschap is het een loterij zonder nieten.

Recente evaluaties – o.a. van het baten-lasten-model – geven overigens voorzichtig meer aandacht aan het punt ‘rekenschap’.

Beste Grimbert, met zo’n 15 jaar op de teller als toezichthouder in verschillende taakorganisaties die grotendeels worden gefinancierd met publieke middelen kan ik zeggen dat je m.i. de belangrijkste les vergeet: zorg voor professionele toezichthouders! Mensen die weten waar ze het over hebben en die op een verantwoordelijke wijze de continuiteit van de organisatie bewaken. Die de klappen van de zweep kennen en die een prima neus hebben om de juiste directie te selecteren en te inspireren. En dat soort mensen hebben een aanzienlijke betrokkenheid bij die taakorganisatie waar ze toezicht houden en dat betekent wel iets meer inzet dan een 4-tal reguliere bestuursvergaderingen op jaarbasis … Met groet, Dirk-Jan

Mijne heren, wij Nederlanders moeten ons schamen. Iedere keer weer als een bestuurder of topmanager in de fout gaat, laait de discussie over het toezicht op. Ik snap daar geen jota van!
Als een topman of –vrouw, meestal man overigens, fraudeert of financieel onverantwoord beleid heeft gevoerd en vervolgens als ‘beloning’ enkele miljoenen meekrijgt, worden we geweldig boos en hebben we het over ‘zakkenvullers’. Terecht natuurlijk. Maar ….., boos op wie?
Volgens mij moeten we boos zijn op die ‘zakkenvuller’. Maar wat gebeurt er: we stellen vragen over falend toezicht en willen zelfs een parlementaire enquêtecommissie in het geval Vestia. Hoe zo: het gaat toch om het ethisch besef van de betrokkenen? De vraag moet toch zijn hoe het komt dat ze dat niet hebben? En als het toezicht al gefaald zou hebben, is daarmee de betrokkene dan vrijgepleit? Dat kan toch niet waar zijn?
Het kan mij niet schelen wat de partijpolitieke achtergrond van een bestuurder is, daar gaat het niet om.
De discussie moet volgens mij gaan over verdwijnend ethisch besef bij een aantal topbestuurders en topmanagers, niet over de vraag of zij wel voldoende in de gaten zijn gehouden door een toezichthouder. Ik steel niet, omdat ik dat onethisch vind, omdat het niet hoort, en ik doe dat ook niet als de politie niet kijkt!

(Tekst is grotendeels overgenomen uit mijn column “Toezicht als schaamlap” op http://www.organisatieactivist.nl).

Beste Dirk Jan
Ik heb weinig vertrouwen in professionele toezichthouders zolang als in de polder de ons kent ons sfeer overheerst. Maar natuurlijk moet we daar naar toe. Mijn maatregelen zijn noodzakelijke voorwaarden daartoe.Jouw opmerking past bij mijn professionele standaarden, maar eerst svp een grote schoonmaak

Het staat als een paal boven water dat er in ons land, in het bedrijfsleven, zowel als in de politiek, een “inteelt-cultuur” van ons-kent-ons heerst. Het is beschamend om te moeten constateren dat veel falende politici en falende bestuurders gewoon weer in nieuwe banen terechtkomen, met “veel verantwoordelijkheid” en derhalve hoge salarissen en bonussen.
Er zijn inmiddels veel academische verhandelingen gepubliceerd over dit fenomeen en de kranten hebben de afgelopen jaren bol gestaan van de verhalen over falend bestuur en falend toezicht.
Wat ik verbazingwekkend vindt is dat er nauwelijks druk vanuit de samenleving blijkt te ontstaan om dit gedrag de kop in te drukken. Evenmin zie ik dat er regelgeving komt op dit gebied, of dat de betrokkenen worden aangeklaagd wegens wan-prestatie, of nog erger: onbehoorlijk bestuur, danwel fraude.
De bankaire wereld spant de kroon, echter onze bestuurders met ministeriele verantwoordelijkheid kunnen er ook wat van. Neem als voorbeeld het (laten) waarderen van ABN-AMRO, dat resulteerde in een waardering die ca. 5 miljard euro te hoog was. Het betreffende adviesbureau ontving voor deze wanprestatie van slechts 1 week werk 5 miljoen euro van de Nederlandse belasting betaler. Wie sleept dit bureau voor de rechter? De toenmalig verantwoordelijke minister heeft allang weer een prachtige baan bij KPMG en gebruikt de media (Pauw en Witteman) om zijn stoepje schoon te vegen.
Het lijkt tevens of onze volksvertegenwoordiging dit fenomeen zeer laag op het agenda heeft staan. Kan het zijn dat de kamerleden, van links tot rechts, er geen belang bij hebben om dit aan te pakken, en in stilte hopen zelf ook in een herenbaantje gesluisd te worden nadat hun politieke carriere al dan niet tot een “goed” einde is gekomen?

Grimbert,
Betreffende je vraag aan het eind: je kent het begrip “brood en spelen”. Voor heel veel mensen is dat heel belangrijk. De bevolking zal niet morren zolang aan die voorwaarde voldaan wordt. De grote truc in het hele systeem dat heel de wereld in zijn ban heeft (lam legt) ligt erin dat “men” denkt toch nergens meer invloed op te hebben (wat grotendeels waar is) en daardoor alleen maar op zichzelf gefocussed is. Zorg dan dat die focus zich verdiept en in stand gehouden wordt. (“Selig die Schläfrigen, denn sie werden bald einnicken”; Nietsche) (None are more hopelesly enslaved than those who falsely believe they are free; Goethe). Daar zorgen nu de bestuurders voor.
Maar dit weet je waarschijnlijk al heel lang.
Groet, John

Toon alle 6 reacties
x
x