Channels

‘Ik rotzooi maar een beetje aan‘, zei Karel Appel tegen journalist Jan Vrijman en fotograaf Ed van der Elsken in 1955. ‘Ik leg het er tegenwoordig flink dik op. Ik smijt de verf er met kwasten en plamuurmessen en blote handen tegenaan. Ik gooi d’r soms hele potten tegelijk op.’ Tja … ‘De wrakke staat van veel concepten op het gebied van management en organisatie verdient (…) verbetering’, zegt prof. Willem Mastenbroek, ‘OK, we rommelen maar wat aan, maar het ene gerommel blijkt toch beter te werken dan het andere.’*

Karel Appel zegt het, Willem Mastenbroek zegt het. Eigenlijk is het al lang een Groot Gemeenschappelijk Geheim: we dóen maar wat. Meestal rommelen we maar een beetje. En wie vaker op dezelfde manier aanrommelt, ontdekt op een gegeven moment wel een soort patroon, een ritme, ja soms zélfs iets van een heus ‘concept’ … ! We hebben er fraaie ‘newspeak’ voor verzonnen: ‘best practices’, ‘voortschrijdend inzicht’, ‘werkenderwijs’. Dat laatste begrip was overigens een briljante vondst van oud-premier Lubbers. Wie het lastig vindt om keuzes te maken houdt het liefst zo lang mogelijk alle opties open. Wie sóms keuzes uitstelt, probeert daarmee de Tijd als adviseur in dienst te nemen. Dat kan een slimme tactiek zijn. Ooit maakte Lubbers tijdens zijn eerste kabinetsperiode de manhaftige beslissing om definitief kruisraketten in het Noord-Brabantse Woensdrecht te plaatsten. Echter: op voorwaarde dat de Russen in de daaropvolgende tijd eerst zélf het goede voorbeeld zouden geven. Binnen enkele jaren haalde de tijd deze beslissing in en maakte het besluit definitief ongeldig. Het is misschien zo gek nog niet de zaken toch een beetje op hun beloop te laten.

Anders gezegd: álles onder controle houden kan alleen in een sprookje, en misschien zélfs daar niet. Nog weer anders geformuleerd: angst voor controleverlies leidt onherroepelijk tot … controleverlies. Kennelijk is er een normale behoefte aan een ‘natuurlijke gang der dingen’, waarbij we zelf meer toeschouwer zijn dan scheidsrechter. Tijd is zelfs onze topadviseur, volgens Pierre Teilhard de Chardin, de Franse pater jezuïet en theoloog: ‘(…) het onderzoek van het verleden en van de ruimte is op zichzelf genomen vervelend en teleurstellend. De wérkelijke wetenschap is die van de toekomst, die geleidelijk aan door het leven wordt verwerkelijkt’. Hij wilde de evolutietheorie in overeenstemming brengen met de christelijke leer – de tijd zou het leren. Een hele persoonlijke verwoording van dezelfde stelling geeft Harry Starren. Starren is directeur van De Baak. ‘Je moet in alles halverwege durven zijn om te besluiten. Daarmee kom je in beweging en wordt je omgeving enthousiast. De andere helft leer je pas daarna’.**

Lees ook:

Druk, druk, druk,...en toch komt er maar niets af

Durf je te ontwikkelen, dat is eigenlijk wat hij zegt. Gedeeltelijke controle laat dat juist toe. Vollédige controle duldt geen ont-wikkeling, alleen ‘int-wikkeling’, inperking, insnoering. Resultaat: niemand kan nog een kant op. Schrale troostprijs: de tijd haalt je altijd weer in. Echte ontwikkeling ontstaat eerst dan als je je onzekerheid wilt erkennen. En dan neem je gewoon de tijd …

* citaat van Karel Appel (1921-2006) uit het interview met Jan Vrijman in Vrij Nederland van 29 januari 1955; citaat prof. Willem Mastenbroek uit het naschrift van 5 april 2005 bij het artikel Managementconcepten (…) van Gyuri Vergouw. In: ManagementSite, rubriek Strategie & Bestuur, 8 maart 2005, p.10-11.
** citaat Pierre Teilhard de Chardin (1881–1955), Franse paleontoloog, pater jezuïet en theoloog in een brief aan zijn nicht; citaat Harry Starren in: FD Persoonlijk, 9 oktober 2010, artikel Collector’s Item, p.29.

Reageren? Graag!

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Wat ik leerde van mijn leermeester Willem Mastenbroek is dat je altijd goed moet kijken naar de veranderhistorie: hoe hebben we het gedaan en hoe succesvol was dat dan eigenlijk? In de sfeer van ‘als je doet wat je deed, krijg je wat je altijd al kreeg’. Daarom geheel eens Guus, laten we afstappen van het ‘analyse-denken-analyse-denken-doen’ naar ‘see-feel-change’. De grootste vijand van een goed plan is een … Natuurlijk heeft zo’n benadering van ‘kort op de bal’ ook beperkingen, maar er gebeurt tenminste iets, het geeft energie, er komt een beweging op gang. En dat heb ik nog niet mogen ontdekken van eindeloos studeren, dikke rapporten en duffe vergaderingen in weinig inspirerende vergaderzaaltjes met lang gezuur over notulen!

Guus,
je column is me uit het hart gegrepen.
Over “maar wat aanrommelen”. . . kijk even hier

http://www.youtube.com/watch?v=rrkrvAUbU9Y

even de *%&$^#^% reclame uitzitten. Zeer interessant en tevens goed voor je Engels

Groet,

Jos Steynebrugh
Marketing & Innovatie Consulent

Er is niets tegen het gebruik van een gezonde portie intuïtie: de hoeveelheid variabelen in een verandertraject is te groot voor standaardmethoden. Maar gooi het kind niet met het badwater weg, er is een hoop te leren van die ‘ijzeren’ verandertrajecten; niet in de laatste plaats de trajecten die mislukt zijn……

Guus,

met name de stelling dat je ‘in alles halverwege moet durven te zijn om te besluiten, en vervolgens je omgeving enthousiast te maken”, komt wat mij betreft overeen met de realiteit. Pas dan gaat een initiatief echt leven, en heeft het kans van slagen. Dus de angst voorbij, kansen inschatten en vervolgens aanpakken!

Groet, Eline Ruinemans
Berkumstede

”Anders gezegd: álles onder controle houden kan alleen in een sprookje, en misschien zélfs daar niet. Nog weer anders geformuleerd: angst voor controleverlies leidt onherroepelijk tot … controleverlies.”

Dat heet managen. Managen betekent in mijn ogen ervoor te zorgen dat het zakelijk proces beheersbaar blijft. De 80/20 regel is daarbij van toepassing. 80% van alle activiteiten is standaard en vraagt wellicht 20% van onze inzet (dat kun je dus heel goed organiseren en controleren), terwijl 20% van alle activiteiten niet standaard is en mogelijk 80% van onze tijd in beslag neemt (de percentages dienen uiteraard als voorbeeld). Om goed met deze 20% om te kunnen gaan is flexibiliteit of aanpassingsvermogen noodzakelijk (Darwin). Daarnaast kan tijd onze vriend zijn: sommige problemen lossen zich namelijk in de tijd vanzelf op, maar je moet wel weten welke problemen daadwerkelijk aandacht en inzet behoeven.

Efficiency, effectiviteit en productiviteit gaan hand in hand, maar dat moet je wel kunnen meten en sturen en dat vergt het nodige van een organisatie (mensen en systemen). Een ‘aanrommel’ organisatie moet over goed in het business proces ingevoerde (ervaren) mensen beschikken, anders wordt het alsnog letterlijk en figuurlijk een zootje (met ontevreden klanten als resultaat)! ”Intelligente” systemen (analytics) kunnen een belangrijke rol spelen in het beheersbaar en kosten & opbrengsten efficient / effectief runnen van een onderneming.

Dus ‘aanrommelen’ moet wel genuanceerd geinterpreteerd worden.

Toon alle 5 reacties
x
x