Channels

Sinds juli houdt de AFM toezicht op financiële instellingen, waarbij hun commissarissen niet langer vanzelfsprekend geschikt geacht worden, maar getoetst dienen te worden op hun geschiktheid. Ik denk dat het goed kan werken voor de financiële wereld, maar ik zie liever een verregaande certificering voor andere beleidsterreinen.

Dat de AFM financiële instellingen beter wil controleren is een goede zaak. Het is in het belang van publieke geldstromen om te zien hoe daar toezicht op wordt gehouden. De voorgestelde geschiktheidstoets is een goed instrument om het vertrouwen van de publieke opinie te herstellen. Nuttig zelfs, maar niet voor andere vormen van commissariaten. Bij publiek geld is het goed om op publieke belangen weloverwogen toezicht te houden. Vooraf, tijdens en achteraf. Denk daarbij aan pensioenfondsen en verzekeringsfondsen.

Toetsen leidt niet tot betere commissarissen

Als ik echter naar andere sectoren kijk, dan lijkt een geschiktheidstoets, waarover nu wordt gesproken, mij geen goed idee. Hier is de marktwerking voldoende om goede commissarissen te werven. Toezichthouders en bestuurders worden aan de hand van een helder profiel en hun CV wel of niet uitgekozen om een commissariaat te vervullen. Een toets, zoals voor financiële toezichthouders, zou eerder averechts werken. Je krijgt er geen betere commissarissen door.
We mogen niet vergeten dat er al een vorm van certificering voor handen is via de Commissarissen Cyclus die wij samen met Nyenrode organiseren; die bestond en bestaat vreemd genoeg niet in een andere vorm. Dit is een goede opleiding om potentiële toezichthouders klaar te stomen voor hun zware taak. Ik stel wel voor om nog meer te kijken naar de competenties van de potentiële commissarissen. Nu ontbreekt een toets om via assessments te meten of iemand over de juiste competenties beschikt. En, welke competenties zijn dat dan? En, zijn deze niet onderhavig aan de snelle ontwikkelingen en stijgende eisen in toezicht?

Intriges door gebrek

Zullen voldoende commissarissen bereid zijn om aan dergelijke assessments mee te werken? Ik denk het wel. Je mag tenslotte een zekere professionaliteit verwachten van de nieuwe generatie toezichthouders. Zij willen niet gevangen worden in intriges en conflicten, zoals we die de laatste tijd steeds vaker vernemen via de media. Er is teveel ruis ontstaan rond het vak van commissaris en dat is soms te wijten aan een gebrek in de professionele grondhouding. Een professionaliteit, die te meten is via assessments, waarbij competenties en talenten volop aan bod komen.

Lees ook:

De nar: spiegel van het toezicht

Nu lijkt het net alsof ik toch een geschiktheidstoets voorsta. Toch zie ik het als twee totaal verschillende instrumenten: of iemand geschikt is, meet je niet vooraf, dat weet je pas achteraf. Certificering daarentegen werkt als een diploma, waarbij competenties en vakinhoudelijke professionaliteit zijn getoetst en gemeten via assessments. Via certificering scheid je het kaf van het koren en toets je de basiselementen waaraan een commissaris altijd zou moeten voldoen in zijn functie.

Susanne Stolte
Voorzitter NCD – Nederlandse vereniging van Commissarissen en Directeuren

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Interessante gedachte; je zou alleen hopen dat we niet (weer) verzanden in bureaucratie. Want dat roept certificering wél op natuurlijk. Maak het attractief voor toezichthouders om te participeren. Iedereen wil zichzelf kunnen versterken. En begin bijvoorbeeld eens transparant te maken hoe lang men zit. En dat twee keer vier jaar wel genoeg is. Dat haal je zo al die zitvlees kwekende toezichthouders er uit. Stap 1 lijkt me zo.

Dank voor je reactie Dirk-Jan, ik deel de gedachte dat we wel naar kwaliteit moeten streven en intussen bureaucratisering moeten voorkomen. En het kijken naar de termijnen dat commissarissen ‘zitten’ kan mogelijk ook bijdragen aan het streven naar die kwaliteit.

x
x