Channels

Een cultuur van creativiteit is een onderscheidend kenmerk van zowel succesvolle teams, organisaties als innovatief succesvolle regio’s. In feite is het de onderscheidende factor van alle succesvolle gemeenschappen.

Een piramide bestaande uit drie bouwstenen.
De basis is onderling vertrouwen. Daarboven is sprake van een verrijkende gemeenschap. Een ‘enriching community’ is een gemeenschap waarin de leden elkaar stimuleren en het gemeenschappelijke belang van de community bovenaan staat. Die gemeenschap is op zich weer de benodigde basis voor de bovenste bouwsteen en dat is de creativiteit zelf.

In psychologische waarden uitgedrukt, wordt een cultuur van creativiteit bepaald door een gevoel van veiligheid als basis, daarboven het gevoel van erkenning en behoren tot een groep om uiteindelijk energie en vreugde te kunnen ervaren. Kortom, de psychologische trits heet veiligheid – erkenning – vreugde.

Lees ook:

Ik vertrouw je tot op het bot!

Open en divers
Een tweede belangrijke punt voor het welslagen van sociale innovatie is de openheid en diversiteit van teams, organisaties en gemeenschappen. Innovatie ontstaat door nieuwe ideeën en gesloten systemen sluiten op den duur nieuwe ideeën uit, omdat ze de buitenstaanders uitsluiten die met die ideeën komen.

De capaciteit voor innovatie zal verder toenemen als een organisatie deze diversiteit ook ‘buiten de eigen soort’ verlegt. Wanneer bedrijven niet alleen in een cluster samenwerken met andere bedrijven uit de sector, maar ook met bedrijven in andere sectoren, met kenniscentra, overheden en ook met de creatieve denkkracht die kunstenaars en ontwerpers eigen is.

Steeds vaker komen organisaties en ook steden erachter dat de problematiek waar zij mee te maken hebben dermate vertakt en onderling verknoopt is dat alles met elkaar lijkt samen te hangen en simpele oplossingen die uitgaan van oorzaak en gevolg geen effect meer sorteren. In dit complexiteitsdenken komt de idee steeds sterker naar voren dat het beter is om de lijnen tussen de diverse partijen in een complex netwerk te versterken dan de afzonderlijke partijen zelf sterker te maken.

Ten slotte
De beste benadering om mensen open te laten samenwerken is om ze eerst eens op de persoon af te vragen wat hun passie en hun droom is. Uiteindelijk bestaat er niet zoiets als ‘samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven’ of ‘kennisuitwisseling tussen bedrijfsleven en het hoger onderwijs’. Het gaat altijd om de samenwerking tussen concrete mensen en daar zou het meeste energie in gestoken mogen worden.

Meer over samenwerken:

Zie in onze kennisbank: Interne communicatie.

Bron: Sociale Innovatie

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

De bouwstenen (onderling vertrouwen, verrijkende gemeenschap, gemeenschappelijke belangen en creativiteit zelf) beschouw ik meer als “toegangskaartjes”. Ja, ze zijn belangrijk, maar de echte problemen zitten zelden in dit vakje van de gereedschapskist. Ook de andere genoemde factoren (veiligheid, erkenning, behoren tot een groep) horen hierbij.

Het was Cato die de onsterfelijke woorden sprak: “Voorts ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden”. Ik maak daarvan: “Voorts ben ik van mening dat kennis vrij toegankelijk moet zijn”. Nou kan je zoiets wel bedenken en zeggen, maar uitvoeren is een héél andere ballgame. Naar goed gebruik heb ik er maar een acroniempje van gemaakt.

CATO is . . .
C – Collectief
A – Autorisatie
T – Tijd en geld
O – Octrooi

Collectief
Alle steakholders (wetenschap, technologie, product en maatschappij) moeten vertegenwoordigd zijn. Niet “diversiteit” is hier het kernwoord, maar “compleetheid”

Autorisatie
De deelnemers aan het innovatieproject moeten geautoriseerd worden door de top van het bedrijf of instantie die ze vertegenwoordigen. Belangrijk! Zeker als er méér dan een leverancier aan tafel schuift en we gaan in elkaars keuken gaan kijken.
Dat moet MOGEN!!! Liefst opschrift gesteld. Ook wat wanneer naar de pers mag.

Tijd en geld
De middelen in tijd en geld moeten beschikbaar worden gesteld.

Octrooi
”Ja, het octrooi. Daar zeg je wat, Steynebrei” zei ooit iemand.
Hij: “Hoe gaan we dat regelen?”
Ik: “Nou, gewoon, met een collectiefje natuurlijk.
Hij: “Een collectief octrooi? Ben je wel helemaal bien vandaag?”
Ik: “Ik héél bien”
Stilte.
Hij: “Je bedoelt dat anderen er ook mee aan de haal kunnen?”.
Ik: “Ja, dat zég ik, Gamma!”.
Stilte.
Hij:”Maar hoe halen we onze investeringen dan terug?”.
Ik: “Nou, gewoon, met een hetzelfde collectiefje of een ander briefje”
Stilte.
Hij: “Nou, kerel, daar heb ik ZO nog nóóit over nagedacht. Interessante gedachte”

Kritieke Succes Actoren
Erg treffend verwoord overigens.
Uiteraard is het samenbrengen van mensen onder genoemde condities nog geen succes dat “er iets uitkomt”. Er zijn zo de temperamentjes, de belangetjes (soms héél groot) en niet te vergeten de persoonlijkheidjes. Sommige met een EGO waardoor de hele voorgevel eruit moet om ze aan tafel te krijgen. Maar dat is allemaal te doen. Als een facilitator z’n vak een beetje verstaat en iets begrijpt van groepsdynamiek, dan komt dat best voor elkaar. Er zijn er in Nederland die dat best goed kunnen. Zeker als je mag uitgaan van het idee dat je bevlogen mensen aan tafel krijgt, of minstens betrokken. Als CATO niet wordt ingevuld kun je alle activiteiten in dit veld staken en gewoon iets zinnigs gaan doen. Zoals de omzet voor het lopende boekjaar veilig stellen.

Maar dan niet zeuren als volgend boekjaar wat tegenvalt . . .

Groet,
Jos Steynebrugh
Change Enhancement, Zoetermeer

x
x