Channels

De grand old man van het Nederlandse voetbal is zonder enige twijfel Foppe de Haan. Een man die geen blad voor de mond neemt en al zeker niet over de kwaliteiten van het vaderlandse voetbal. De trainer, die naast successen met Heerenveen toch vooral bekend is van de twee Europese titels die hij met Jong Oranje behaalde, werkt inmiddels bij Ajax Cape Town.
Ik sprak De Haan in Kaapstad tijdens mijn onderzoek voor mijn boek ‘Oranje wereldkampioen, managementlessen om te winnen’. Het is een exclusief interview geworden over de kritieke succesfactoren van het Nederlands elftal op het WK in Zuid Afrika.

Leren van fouten

‘Ik denk dat we gewoon nét niet goed genoeg zijn om wereldkampioen te worden. Kijk naar de corners en de vrije trappen van Oranje. Die zijn dramatisch slecht. Ik begrijp daar niets van, daar kan je gewoon op trainen. Bij Heerenveen maakten we in één seizoen twaalf doelpunten uit een hoekschop. Daar zat geen geheim achter, er was in wezen niets bijzonders aan. We trainden er gewoon op. Het ging steeds precies hetzelfde maar de tegenstanders konden er geen oplossing voor bedenken. Ik snap niet dat ze bij Oranje daar blijkbaar geen duidelijke afspraken over maken en dat ze niet leren van hun fouten.

Lees ook:

De ideale bondscoach

Hetzelfde geldt voor strafschoppen. Wij hingen bij Heerenveen fietsbanden in het doel waar doorheen geschoten moest worden. Bij Jong Oranje heb ik de spelers beelden laten zien van strafschoppen tijdens EK’s, WK’s en Champions League wedstrijden. Dan zien ze hoe die Shearer van Newcastle United een strafschop loeihard in het dak van het doel schiet. Iedereen ziet dan toch dat dit niet zomaar kan? Dat daar een idee achter zit? Natuurlijk moet je er op trainen!

Treurig uit ogen kijken

En neem de verlengingen. Kijk eens naar hoe Duitsers, Portugezen of Italianen aan de aftrap van de verlenging staan. Die spelers peppen elkaar op, die gaan ervoor, die maken elkaar gek. En de Nederlanders? Die kijken een beetje treurig uit hun ogen omdat niet in de reguliere speeltijd is gewonnen. We willen in Nederland ook altijd maar mooi en attractief spelen. En winnen. De vraag is of dat wel kan. We slaan daarbij door naar de extreme plus of de min. We zijn uitermate positief of diep bedroefd. Na een goede wedstrijd blijven we hangen in het succesgevoel. We worden arrogant. Maar het gaat om het winnen van de volgende wedstrijd. De spelers moeten leren focussen op wat komen gaat.

Jonge spelers kan je nog wel behoorlijk bijsturen, die kan je meer beïnvloeden. Toen ik bondscoach was van Jong Oranje liepen de spelers in het begin straal langs de jonge fans heen. Allemaal hadden ze walkmans of I-pods en luisterden naar muziek. Ze waren vergeten waar ze zelf vandaan kwamen. Ik heb toen tegen ze gezegd: ‘Hoe zouden jullie het vinden als jullie helden zo voorbijliepen’. Daarna was het geen probleem meer. Ze hadden de boodschap goed begrepen en zélf opgelost. Vanaf dat moment zag je niemand meer met dopjes in zijn oren het stadion inlopen.

Je kunt het die jonge spelers natuurlijk ook niet helemaal kwalijk nemen. Ze zijn anders opgegroeid en opgevoed dan oudere generaties. Vroeger zaten alle spelers te kaarten. Dat zorgde voor gezelligheid, voor samenzijn. Nu doen ze dingen zelf, gaan ze op hun kamer zitten. Maar toen Ron Vlaar een bordspel had meegenomen en ze met vier man aan het spelen waren, kwamen de anderen er na verloop van tijd ook bij zitten. Je mag best appelleren of een beroep doen op die samenhang, op het feit dat ze dingen samen moeten doen. Er moet een gemeenschappelijk iets ontstaan, een zelfde grondhouding. En ze moeten blij zijn dat ze erbij mógen zitten. Dat heb ik de jonge spelers direct duidelijk gemaakt toen ze binnenkwamen. Het Nederlands elftal is hún kans.

Leiderschap

Een leider van een team moet zelf goed zijn én zich kunnen wegcijferen. Wie de leider in Oranje is? Van Persie in ieder geval niet. Dat is geen leider, die heeft geen natuurlijk overwicht, is geen echte vedette. Die moet zich helemaal richten op zijn eigen spel, zorgen dat hij zelf goed speelt. Een leider moet oog hebben voor anderen. Die moet zien wat er wel en niet loopt binnen het team en daar direct invloed op uit kunnen oefenen. Sneijder heeft dat ook niet. Van Bommel zou kunnen, die heb ik magistraal zien spelen met Bayern München tegen Juventus. Hij stond altijd op de goede plek. Maar soms is hij niet goed genoeg, dan gaat alles bij hem in wandelpas.

Ik verbaas me in het internationale voetbal over het gebrek aan een Plan B, aan een alternatieve tactiek als het niet loopt. Zo ingewikkeld is dat toch niet? Daar staan we in Nederland overigens niet alleen in. Toen Eriksson trainer was van het Engelse team leek er nooit een alternatief voorhanden te zijn. Verbijsterend! Ik vind daarnaast dat er duidelijke afspraken moeten zijn, bijvoorbeeld voor het geval je met een man minder op het veld komt te staan. Wat is de tactiek als je plots met tien man verder moet spelen? En wat is de aanpak als er bij de tegenstander een speler uitgestuurd wordt?

Kenniscentrum

Maar ja, de Nederlandse voetbalwereld is oer-conservatief. Of je het nu over strafschoppen hebt of over sportpsychologen, men denkt zó ouderwets. Er wordt in Nederland bijvoorbeeld nog altijd gesproken over het halen van de achterlijn door de buitenspelers om dan voor te zetten. Juist niet! Bij Heerenveen leerde ik Mika Nurmela altijd een zogenaamde 45 graden bal te geven. Dat kan al ver voor de achterlijn en is veel effectiever. Iets heel anders is bijvoorbeeld dat ik heb bij de KNVB wel eens heb voorgesteld om Zeist hét kenniscentrum van de voetbalwereld te laten zijn, wereldwijd. We hebben tenslotte een geweldige naam. Dat wordt een goed plan gevonden, maar ze doen er verder niets mee.

Als ik drie aanbevelingen zou mogen geven aan Oranje voor het WK 2010 dan zou ik allereerst de sportpsycholoog Rico Schuijers aanbevelen. Die heeft tijdens de Olympische Spelen veel succes gehad met de waterpolodames en de hockeysters. Ik zou ook zeker spelers tot achter de komma fysiek testen. Als laatste zou ik minimaal 2 verschillende concepten of tactieken instuderen, bijvoorbeeld 4-2-3-1 of 4-1-1-2-2. In die laatste tactiek speel je dan met twee hangende buitenspelers.

Managementlessen om te winnen
Kan Oranje wereldkampioen worden of blijf het elftal ‘wereldkampioen nét niet’?

In een volgend artikel op ManagementSite, dat vlak voor aanvang van het WK zal verschijnen, zal ik de belangrijkste succesfactoren voor Oranje toelichten. Nu alvast een selectie:

  1. De kritieke succesfactoren van Oranje zijn helder te benoemen
    Nederlandse teams zijn zwak in verlengingen, sinds 2003 heeft geen team meer internationaal in de extra tijd gewonnen. De strafschoppen zijn nog steeds ondermaats. Hetzelfde geldt voor de effectiviteit van de hoekschoppen en de vrije trappen. Op al deze elementen kan getraind worden.
  2. Zonder plan B werkt plan A ook niet
    De tegenstanders waartegen Oranje het moeilijk krijgt zijn bekend. Elk van deze landen vereist een eigen aanpak en tactiek. Flexibiliteit in de tactiek, het hebben van een zogenaamd ‘Plan B’is daarbij een kritieke succesfactor. Het inbrengen van een koppende spits als redder in de nood is daarbij het failliet van de tactiek. Oranje dient dus meerdere spelsystemen te beheersen, waarbij onder meer 4-3-3, 4-4-2, 4-2-3-1 als 4-1-1-2-2 mogelijkheden kunnen zijn.
  3. Zonder cijfers valt prima te voetballen, maar niet meer te winnen
    De fysieke gesteldheid van de spelers, de effectiviteit en het loopvermogen, bijna alles wordt tegenwoordig gemeten. De beste medische, fysiologische en technische informatie is géén garantie op winst, maar brengt deze wel een stuk dichterbij.
  4. De mentale weerbaarheid dient verbeterd te worden
    De mentale weerbaarheid van de Nederlandse spelers is te laag. Als na 90 minuten niet is gewonnen, is de kans op Nederlandse winst na verlenging of strafschoppen minder dan 20%. Bij de Duitsers ligt dit cijfer rond de 90%. Dat is geen toeval. Het verdient aandacht de mentale weerbaarheid van de spelers te verbeteren, waarbij team en management open dienen te staan voor nieuwe ontwikkelingen in de mental coaching.

Mensen groot maken

Natuurlijk lees ik wel eens wat op managementgebied. Het meest heb ik echter geleerd van de mensen met wie ik veel heb samengewerkt, zoals Riemer van der Velde. Ondernemers of managers die veel succes hebben gehad. Daar had ik dan goede gesprekken mee en dan gaven ze soms adviezen die ik direct kon gebruiken.

Hoe maak je mensen groot? Door ze klein te houden of door ze de ruimte te geven? Laat spelers zelf de interne spelregels opstellen, bijvoorbeeld door de spelersraad. Laat daar consensus over bestaan. Ik heb ooit bij Heerenveen alle regels afgeschaft. Het waren er veel te veel geworden. Ik kende die jongens natuurlijk allemaal al wat langer, dat maakte het wel makkelijker, maar toch. Ik hield maar één regel over: we moesten wel allemaal professioneel werken. Professionals zijn. Daar werd alles aan afgemeten. Dat was afdoende.’

Interviewer:  Gyuri Vergouw Bron foto: regiosportactueel

Vergouw is gefascineerd door de raakvlakken van topsport en topmanagement.

De kritieke succesfactoren voor ‘Oranje Werelddkampioen’ heeft hij onlangs gepubliceerd in in Oranje wereldkampioen, managementlessen om te winnen’, In dit boek bespreekt Vergouw op basis van het nodige onderzoek de sterktes en zwaktes van de belangrijkste teams in combinatie met direct toepasbare management-inzichten.

Een haarscherpe analyse van de kansen van het Nederlandse voetbal.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Goed artikel! Wat mij betreft na dit WK (als het weer net niet geworden is) Foppe de Haan als bondscoach, 20 jaar lang of zo.
Is het ook al naar de KNVB / Bert van Marwijk gestuurd?

Kees, goed om te horen. Nee, het boek is NIET naar de KNVB gestuurd. Sinds 2000 heb ik alle coaches mijn boeken toegezonden, Rijkaard zelfs voor de hele staf en spelers (De strafschop), maar ik heb nog nooit een enkele reactie terug gekregen. Blijkbaar is men niet in de in de boeken opgenomen tips en verbeterpunten geïnteresseerd (het buitenland overigens wel, over conservatisme gesproken!). 1,5 jaar geleden een laatste poging gedaan om Van Marwijk te spreken, maar volgens de persafdeling had hij het toen al ‘te druk’. De resultaten van zijn inspanningen zullen we kunnen bekijken tijdens het komende WK! hgr., Gyuri

Goed artikel.
Een mijns inziens rake typering van Nederlands vedettes (overigens vind ik persoonlijk Van Bommel samen met Van der Vaart de dienende leiders van Oranje).
Ook een goede analyse van de soms nodeloos ‘romantische’ inslag van de Nederlandse voetbal-instelling en beleving. Maar ja, daar zijn we natuurlijk ook wel wereldberoemd om en dat heeft ook weer wat!

Ja jongens, we zijn er nu toch wel echt heel dicht bij… We gaan voor die cup! En de goal van Sneijder kwam uit een corner :-)

[…] zeggen: een manager die goed is in talentmanagement. De manager-coach heeft dezelfde taken als de voetbalcoach, namelijk ervoor zorgen dat […]

[…] Interview met Foppe de Haan […]

De laatste alinea van dit artikel sluit perfect aan bij wat momenteel speelt tussen NOC/NSF en Yuri van Gelder; ook NOC/NSF heeft maar een (1) vrij abstracte regel om professioneel gedrag van de sporters te stimuleren. Anders krijg je enorme handboeken met regels, iets waar echt iedereen bijna per definitie tegen is, zowel in de sport als in management. Maar in de discussie rondom Yuri zie je dat als juristen er mee aan de haal gaan, er toch weer een noodzaak komt om in een handboek op te nemen ‘Op tijd (d.i. voor 12 uur ’s avonds) naar bed, geen alcohol, geen trainingen missen, geen recidive, geen drugs, niet lallend op de gang rondlopen, niet om 06.00 in je bed rollen, et cetera’. Overigens, ik gun mijn naamgenoot zijn finale, maar een teamspeler kan ik hem niet noemen en heb begrip voor besluit NOC/NSF. Gyuri

Toon alle 7 reacties
x
x