Channels

In juni 2014 deed Ricardo Semler een stevige uitspraak: “Grote bedrijven zijn ten dode opgeschreven. Ze verliezen het vermogen te veranderen, zich aan te passen aan een nieuwe tijd.”[i] Hij noemde Polaroid als voorbeeld. Dit soort uitspraken draagt bij aan de beeldvorming dat in het huidige tijdperk van digitale transformatie meer grote dan kleine ondernemingen ten onder lijken te gaan. Maar strookt dit beeld ook met de werkelijkheid?

Dit eerste artikel bevat een cijfermatige vergelijking van de veranderkracht van kleine en grote bedrijven. In een volgend – tweede – artikel gaan we op zoek naar een verklaring van deze cijfers.

Grote bedrijven sterven uit?

Digitale transformatie is het toepassen van (nieuwe) technologie en de impact ervan op samenleving en organisaties. Vaak wordt digitale transformatie in verband gebracht met de introductie van nieuwe producten zoals de iPhone van Apple in 2007. Gedreven door efficiency en klantcomfort heeft digitale transformatie ook flinke invloed op de inrichting van bedrijfsactiviteiten en leverketens.[ii]

Lees ook:

Agile business: de acht principes van wendbare organisaties

De afgelopen decennia is de levensduur van grote organisaties flink geslonken van 60 jaren rond 1950 naar 18 jaren rond 2010.[iii] Dit verklaart wellicht de beeldvorming dat kleine bedrijven wendbaarder en veerkrachtiger lijken dan grote. Semler lijkt hiermee het gelijk aan zijn zijde te hebben.

Veranderkracht: klein versus groot

Een overzicht van de Kamer van Koophandel van in 2016 gestopte ondernemingen in Nederland schetst een ander beeld.[iv] De volgende tabel bevat een samenvatting van een aantal cijfers (parttime bedrijven en parttime ZZP-ers zijn hierbij buiten beschouwing gelaten).

Kleine ondernemingen (en ZZP-ers) in Nederland hebben volgens deze cijfers ongeveer 2x zoveel kans op faillissement of opheffing dan grote bedrijven. De cijfers over 2016 van ondernemingen in Nederland staan niet op zichzelf. Een overzicht van faillissementen in België (2016-2017) laat een overeenkomstig beeld zien.[v] Hoe kleiner de onderneming, hoe kwetsbaarder lijken de cijfers te ‘vertellen’. De kritische lezer kan aanvoeren dat veel ZZP-ers dit uit nood zijn geworden, vanwege ontslag of omdat ze geen vaste baan konden vinden. Dat vertekent de cijfers in de eerste kolom. Voor een deel kan dit meespelen in het relatief hoge percentage gestopte ZZP-ers. Maar dit argument is niet of veel minder van toepassing voor het midden en kleinbedrijf. Het percentage stoppers in het midden en kleinbedrijf is ook beduidend hoger in vergelijking met de grote bedrijven.

Grote en langlevende bedrijven

Dat grote bedrijven veerkrachtig zijn en minder snel failliet gaan dan kleine is geen nieuwe trend. Onderzoek uitgevoerd door de universiteit van Tilburg laat zien dat in de periode van 1981 tot en met 1994 gemiddeld genomen kleine bedrijven ook sneller failliet gingen dan de grote ondernemingen (aantal medewerkers > 100 volgens dit onderzoek).[vi]

Op basis van de voorgaande gegevensanalyses is dus te stellen dat t.o.v. de kleine bedrijven het helemaal niet zo slecht gesteld is met de veranderkracht van grote bedrijven. Heineken, Ahold, Philips, DSM en Shell bestaan al ruim meer dan 100 jaren. Een eerste oppervlakkige analyse van deze grote en al langlevende AEX-bedrijven laat zien dat deze een tamelijk divers producten- en dienstenaanbod voeren. Dit producten- en dienstenaanbod is wel mee veranderd met de tijd.

De rol van IT: De periode 1981-1994 versus 2016-2017

Een belangrijk verschil tussen het huidige tijdperk 2016-2017 – aangeduid als digitale transformatie – en de periode 1981 tot en met 1994 is dat de rol van IT in de periode 1981 – 1994 vooral intern gericht was op het stroomlijnen en verbeteren van interne processen. Digitaal, intensief en interactief contact met de klant werd pas mogelijk met de introductie van email en kwam vanaf midden jaren 90 van de vorige eeuw goed op gang. Anno 2016-2017 is IT voor veel bedrijven een onmisbare schakel in het contact en verkoopproces met klanten. De digitale transformatie heeft een scala aan nieuwe verdienmodellen en businessmodellen geïntroduceerd. Klanten van bijvoorbeeld Bol.com en Netflix hebben uitsluitend een digitale klantervaring wanneer ze iets kopen. Bij Bol.com komt dan wel nog iemand fysiek je product thuis bezorgen of je kunt dit ergens in de buurt bij een afhaalpunt ophalen. Bij Netflix is zelfs dit niet meer aan de orde. Het verkrijgen van een abonnement, kijken naar films en series en het betalen van je abonnement verlopen geheel digitaal. Ook in de business-to-business omgeving is IT een onmisbare schakel geworden als verbindingsmiddel voor interne en externe processen in de gehele leverketen. Werd vroeger de IT-dialoog gedicteerd door techniek, systeemeisen & wensen en systeemontwerp, vandaag de dag wordt gesproken over ‘customer experience’, ‘customer journey’, ‘touchpoints’ en persona’s.

De rol van IT is dus fundamenteel veranderd en zorgt voor versnelling van bedrijfsvoering en intensief, interactief maar vooral digitaal contact tussen bedrijven onderling en bedrijven en consumenten. Een toenemend punt van zorg hierbij vormt cybersecurity. Bedrijven krijgen steeds meer te maken met hackaanvallen die de continuïteit en veiligheid van bedrijfsvoeringen in gevaar brengen.

Terugkomend op de eerdere gegevensanalyse: de veranderende rol van IT – van eenzijdig instrument om efficiency te verbeteren tot veelzijdig instrument van waardecreatie voor klanten – zorgt dus mogelijk voor een kortere levensduur van grote organisaties, maar ze lijkt geen invloed te hebben op organisatiegrootte in relatie tot faillissement/opheffing.

Gemiddelde leeftijd van kleine bedrijven

De volgende gegevensanalyse beperkt zich sec tot kleine bedrijven (aantal medewerkers tot maximaal 250). Ook hieruit blijkt dat organisatiegrootte belangrijk is voor een lange(re) levensverwachting. Wanneer we de kleine bedrijven onderverdelen naar bedrijfsgrootte ontstaat een interessant beeld. De levensverwachting van een klein MKB-bedrijf stijgt (flink) wanneer het bedrijf meer medewerkers heeft. Gebaseerd op het gemiddelde van de laatste 6 kwartalen (dit is willekeurig gekozen) wordt de levensverwachting dan ruim 2x zo groot, aldus de volgende tabel.[vii]

De tabel bevat een groep bedrijven die deel uitmaakt van de zogenaamde ‘business economy’. Dit is een specifieke afbakening die het CBS hanteert, gebaseerd op internationale standaarden. Behalve overheid worden ook de agrarische sector, financiële dienstverlening, onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie, belangen- en hobbyverenigingen en overige persoonlijke dienstverlening niet tot de ‘business economy’ gerekend.[viii]

Problemen van kleine en jonge bedrijven

Grote(re) ondernemingen zijn dus veerkrachtiger dan de beeldvorming doet vermoeden. Of omgekeerd: kleine ondernemingen zijn misschien wel wendbaar maar kiezen blijkbaar vaak de verkeerde richting. Vanwege de beperkte(re) financiële middelen in vergelijking met de grote bedrijven raken ze dan in de problemen. Voor een lange(re) levensverwachting is het dus voor kleine bedrijven belangrijk om snel groot te worden. Kleine starters/startups vormen dan ook een kwetsbare groep. Op de lange termijn is slechts 10% levensvatbaar vermelden meerdere bronnen zoals het AD.[ix]

De 3 belangrijkste redenen waarom startups het niet redden zijn:[x]

  1. Er is geen behoefte aan hun product;
  2. Er is gebrek aan geld;
  3. Ze hebben niet het juiste team.

Het eerder aangehaalde rapport van de Kamer van Koophandel laat zien dat na 5 jaren gemiddeld 40% van de startups is gestopt.

De schommelingen van dit gemiddelde zijn echter groot. ZZP-ers en MKB-bedrijven in de detailhandel zijn het meest kwetsbaar. De kans om de eerste 5 jaren te overleven is voor deze bedrijven gemiddeld 46%. In de sectoren energie, water en milieu, financieel en land- en tuinbouw ligt de overlevingskans rond de 75%.

Snelle groei is nodig voor kleine bedrijven om de lastige eerste jaren van hun kwetsbare bestaan goed door te komen. Een eenvoudig bedrijfsmodel en focus (specialisatie) zijn hierbij belangrijk.[xi]

Levensduur, bedrijfsgrootte en veranderkracht

De levensduur van grote ondernemingen wordt steeds korter. En tegelijkertijd gaan er minder grote ondernemingen dan kleine ondernemingen failliet of stoppen ermee. Onderzoek naar de veranderkracht van bedrijven is daardoor een gecompliceerde en diffuse aangelegenheid. Toch is bedrijfsgrootte een belangrijke bepalende factor voor een lang(er) leven. Tenminste, dat geldt voor bedrijven in Nederland en België.

Kleine bedrijven moeten snel groeien om de kwetsbare jonge jaren goed door te kunnen komen. Bedrijven die doorgroeien zien hun levensverwachting flink toenemen.

Voor een lang(er) leven lijken een goed doordacht en divers producten- en dienstenaanbod die met de tijd meegaan van groot belang. Voor snelle groei van kleine bedrijven is juist eenvoud en focus nodig.

Roepen dat klein en wendbaar dus voor grote organisaties het antwoord is op de dynamiek en snelle verandering in de hedendaagse digitale transformatie is op zijn zachtst gezegd dubieus.

Ricardo Semler heeft voor de situatie in Nederland en België (vooralsnog) het gelijk dan ook niet aan zijn zijde.

In het volgende tweede artikel wordt verder in detail onderzocht hoe bedrijven vormgeven aan een divers producten- en dienstenaanbod en wat kleine bedrijven doen om snelle groei mogelijk te maken.

Noten

[i] https://www.sprout.nl/artikel/ricardo-semler/grote-bedrijven-zijn-ten-dode-opgeschreven

[ii] https://www.cginederland.nl/sites/default/files/files_nl/articles/cgi-nl_artikel_ag-connect_2017-06_de-sleutel-tot-een-goede-regie-op-digitale-transformatie.pdf

[iii] http://www.blogit.nl/drastische-keuzes-voor-organisaties/

[iv] https://www.kvk.nl/download/Jaaroverzicht%20Bedrijfsleven%20Nederland%202016%20versie%20US7_tcm109-433766.pdf

[v] http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/economie/ondernemingen/faillissementen/grootteklasse/

[vi] https://pure.uvt.nl/portal/files/1257262/WMFCMBEJ5618031.pdf

[vii] https://www.staatvanhetmkb.nl/livechart/facts-figures-banner-gemiddelde-bedrijfsleeftijd-faillissement. Geraadpleegd op 8 oktober 2017.

[viii] https://www.staatvanhetmkb.nl/nieuws/business-economy

[ix] http://www.ad.nl/economie/de-start-upwereld-is-een-waar-slagveld-br-br~ab4d80c2/

[x] https://www.sprout.nl/artikel/startups/de-20-belangrijkste-redenen-waarom-startups-het-niet-redden

[xi] http://www.consultancy.nl/nieuws/13610/snelgroeiende-startups-vaak-gekenmerkt-door-simpel-business-model

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Hoi Leon,
leuk artikel, je zit nog steeds bij CMG (…), zie ik. Voor je al te heftige conclusies trekt, heb ik nog een vermoeden en een vraag. Veel startende ondernemingen gaan in de eerste jaren ten onder, dat schrijf je ook in je artikel. En bijna alle startende ondernemingen zijn klein. Die falende starters vervuilen (vermoeden) de statistieken van kleine ondernemingen misschien wel. Als je alleen kijkt naar grote/kleine bedrijven die minstens vijf jaar oud zijn, wat zijn dan de percentages (vraag)? Pas als die ook slecht uitpakken voor kleine organisaties mag je Semler de maat nemen, lijkt mij. Ik ben benieuwd of je die cijfers ook kan achterhalen. En ik ben hoe dan ook benieuwd naar je vervolgartikel.

Groet, Bart

Wow! Mooie, stevig onderbouwde analyse. Ik zie uit naar deel 2!

Ben daarbij ook nog wel benieuwd naar een nuance die kan worden gemaakt t.a.v. ‘make or buy’, ofwel; wat is er te zeggen over organisaties die een deel van hun primaire proces inkopen/uitbesteden? Deze factor maakt immers dat menige organisatie groter is dan zij op het eerste gezicht lijkt te zijn.

Goed artikel. Ik sluit me aan bij het vermoeden en de vraag van Bart Stofberg.

Bart, Roland, Erik,

Dank voor jullie reactie.

@Bart, Roland,

Ik had hetzelfde vermoeden m.b.t. ‘vervuiling’ en ook dezelfde vraag als jullie. Ik heb hier tijdens de analyse en het schrijven van het artikel verder onderzoek naar gedaan en controles op uitgevoerd. Mijn (en jullie) vermoeden werd/wordt niet bevestigd door de cijfers. Een belangrijk getal dat hierop duidt is de gemiddelde leeftijd bij faillissementen van de eerste 2 categorieën van tabel 2. Deze gemiddelde leeftijd zou anders (veel) lager moeten zijn dan 9 en 11 jaren.

Als de voorgestelde analyse van Bart wordt uitgevoerd over het jaar 2015 (branchegemiddeldes met een gemiddeld faillissement > 5 jaren) dan komt van het totaal aantal faillissementen in dat jaar ongeveer 75% voor rekening van kleine bedrijven (1 – 5 medewerkers) en 25% voor de ‘grotere’ bedrijven (> 5 medewerkers).

Vriendelijke groet,
Leon

Beste Leo

Een manier om de stelling van Semler enigszins te redden is de observatie dat sommige bedrijven hun veerkracht vergroten door te ‘vernetwerken. Ze huldigen de formule ‘klein binnen groot’ door een opbouw in relatief kleine (business)-units met een eigen resultaatverantwoordelijkheid. Ook breidt men de eigen netwerkorganisatie uit door intensieve samenwerkings-relaties met andere organisaties. VDL is een fraai voorbeeld van zo’n netwerk inclusief de door jou als succesfactor aangehaalde diversificatie.

Schaalvergroting door ‘vernetwerking’ zou wel eens veel robuuster kunnen zijn dan schaalvergroting door te fuseren. Eenheden behouden hun eigen identiteit. De kans op een gevecht om de macht neemt af. De mogelijkheden om nieuwe combinaties aan te gaan nemen toe. Ondernemerschap wordt gestimuleerd. Vindt men de samenwerking niet lonend dan koppelt men af.

De mate waarin ‘klein binnen groot’ en ‘vernetwerking’ spelen, lijkt mij lastig vast te stellen. Ik heb er zelf naar gezocht en kwam niet ver. Uit eigen ervaring heb ik wel de indruk dat steeds meer bedrijven hiertoe overgaan. Ik zie het sowieso als een belangrijke ontwikkeling die al enige generaties aan de gang is. Coöperaties, bepaalde franchise-formules en sommige recente voorbeelden van ‘nieuw organiseren’ getuigen daarvan.

Ik ben benieuwd naar jouw bevindingen in het vervolgartikel.

Interessante materie, maar de keuze van het onderwerp komt er m.i. nog niet goed uit.
Waar gaat het artikel over: over het % starters dat ten onder gaat (dat is inderdaad van alle tijden) OF over grote bedrijven die wendbaarder blijken dan Semler voorspelt. De titel geeft het laatste aan, de inhoud gaat over starters.
Boeiend zou zijn: wat is er met de 25 of 100 Nederlandse of internationale bedrijven gebeurd die 10 of 20 jaar geleden de grootste waren. Of, hoe kan het dat tegen de verwachting in, een aantal bedrijven die 20 jaar geleden nog niet bestond, nu de grootste bedrijven van de wereld zijn (Amazon, Ali Baba, Alphabet, enz. )
groet

Vanuit een ontwikkelingsperspectief en een biografisch perspectief is mogelijk de vraag: hoe wordt een bedrijf/organisatie gezond oud? Wat zijn de overlevingskansen van jonge en van oude ‘olifanten’. Kunnen oudere bestaande organisaties verjongen, de dood uitstellen?
Mij lijkt wendbaarheid een element van overleven en zich ontwikkelen. De Geus wijst bijvoorbeeld op de continuïteit van de gemeenschap en de kracht/intelligentie op tijd de bakens te verzetten. Opvolging van leiderschap is ook zo’n element. Het is zo complex als waarom de ene mens honderd wordt en de ander als baby sterft, lijkt me. groet adriaan

Een complicerende factor die ik nog niet zag genoemd: Ook grote bedrijven reorganiseren zich richting meer zelfsturing en worden dus minder star en veel meer Agile dan voorheen. Een voorbeeld is ING in onderstaand artikel
https://www.procesverbeteren.nl/Agile/Kennisfestival_ING_Frion_Provincie.php

[…] het eerste artikel ‘De veerkracht van grote organisaties (1)’ is een cijfermatige vergelijking gemaakt tussen de veranderkracht van grote en kleine bedrijven. […]

Toon alle 9 reacties
x
x