Heibel in de sociale wetenschappen

Columns

Het rommelt  in de sociale wetenschappen. De dolgedraaide statistiek, de kloof tussen theorie en praktijk, de fraudes. Met hand en tand blijven de gevestigde machten zich verzetten. Replicatieonderzoek en betere statistische methoden moeten schoon schip maken.

Echter: de replicaties bewijzen op grote schaal dat eerdere uitkomsten niet deugen. Ondertussen  gaat men door met de productie van losse weetjes zonder samenhang.  Een bijdrage aan goede theorievorming is het niet te noemen. Niet zo vreemd dat deze 'borreltafelwetenschap' steeds kritischer bejegend wordt!

Het kon niet uitblijven; men pikt het niet meer. Zie de Volkskrant. “Heibel in de sociale wetenschappen: gevestigde geleerden zouden worden 'geterroriseerd' door jonge onderzoekers op zoek naar fouten in hun werk. Smerig spel, of...


Bert Overbeek
Pro-lid
Goed stuk Willem. Al voor 2010 stelde jongebazen.nl de psychologische zienswijzen en onderzoeksresultaten ter discussie. In een poging het brein meer te betrekken bij leer- en veranderprocessen werd deze poging echter weggehoond. Ik klopte op deuren die gesloten bleven. Dat betekent dat er een zeer koppig en bewakend establishment zit. In de recensie van de boeken van Swaab zien we dat ook weer.
Gerda Schapers
Over de kloof tussen theorie en praktijk:
Als kankerpatiënte ben ik betrokken bij wetenschappers die onderzoek doen naar deze ziekte. Om geld te krijgen van KWF, ZoNw en andere instanties zijn zijtegenwoordig verplicht " ervaringsdeskundigen" erbij te betrekken. Dat zijn patiëntenvertegenwoordigers die een training hebben gevolgd in het beoordelen van wetenschappelijk onderzoek. Vaak zelf ook academisch opgeleid. Wij bekijken de onderzoeken met onze " kanker-ervarings-ogen" en houden daarbij rekening met:
* hebben wij als patiënten hier iets aan, of moet er iemand zo nodig op zijn stokpaardje promoveren of onderzoek doen
* is het resultaat implementeerbaar en uitrolbaar
* is het onderzoektechnisch goed opgezet.

Vaak wordt er veel geld besteed aan onderzoek wat door ervaringsgerichtheid allang bekend is. Het zogenaamde " water-is-nat- onderzoek". Ik kan me een onderwijssociologisch onderzoek herinneren naar het leren lezen van kinderen in groep 3 ( ik ben onderwijssocioloog). Het resultaat haalde dikke chocoladeletters in de Telegraaf. 10% van de kinderen leert niet lezen in groep 3. Geen leerkracht die hiervan schrok, die kennis was al jaren algemeen bekend. Had vooral te maken met de "leeftijdsnorm" die toen nog zeer streng werd gehanteerd. De zogenaamde septemberkindertjes hadden daar veel last van. Een dyslectie werd ook niet meegenomen.
Hugo Meijers
Lid sinds 2019
Heerlijk verhaal Willem. Dank voor het delen. De vele links in de diverse stukken nodigt uit tot diepgravende verkenning. Ik ben op de wetenschappelijke ontsporing die je hier schetst een kleine 20 jaar geleden gewezen door het boek van Sokal en Bricmont: Intellectueel bedrog.

Aan het einde verlies je mij. Modellen werken niet, dat doen mensen en machines. We kunnen achteraf proberen het geobserveerde functioneren in een model te stoppen, met oog voor context. Hoe vaak dit echt en wetenschappelijk verantwoord gebeurt? Tja. De voorliefde van modellen verzinnen en proberen mensen zich ernaar te laten gedragen geniet nog steeds de voorkeur.
Ed Belt
Organisatiepsychologie is geen natuurkunde: de wet van Ohm geldt hier, in Amerika, op de Noordpool, nu in 2016, maar ook in 2002 en 2067. Leiderschapsmodellen met 4 hokken (taak- sociaalgericht gedrag, Reddin, Blake & Mouton, Hersey & Blanchard) zijn gebaseerd op onderzoeken in het Amerikaanse leger d.d. +/- 1945. Dat model geldt hoogstwaarschijnlijk niet voor de Nederlandse cultuur anno 2016, omdat dat onze cultuur vrijwel zeker niet de cultuur van het Amerikaanse leger vlak na de oorlog is. En dat geldt voor een hele zooi andere modellen op mijn vakgebied.
Willem Mastenbroek
Auteur
Beste Ed

Inderdaad, het gedrag van mensen is van andere aard dan dat van atomen en moleculen. Menselijk gedrag is best goed te onderzoeken. Maar dat gaat anders dan in de natuurwetenschappen. We weten hoe we dat moeten doen maar het gevaar dreigt dat deze benadering aan de universiteiten steeds meer afgekneld wordt. Immers de zogenaamde A-tijdschriften vinden het niks.
Het gevolg is de productie van borreltafel-kennis. De vraag of dit toch nog iets voorstelt is niet relevant omdat die kennis bij replicatie systematisch onderuit gaat en tot geleerd geleuter wordt verklaard.

Hoe lang gaat deze onzin nog door?

Het tragische is dat enthousiaste en talentvolle studenten door de dwang van de zogenaamde wetenschappelijke methode hun energie en vindingrijkheid geblokkeerd zien en teleurgesteld afhaken. Het tragische is ook dat heel wat wetenschappers de beperkingen van deze methode heel goed inzien maar onder de dwang van de wetenschappelijke elite bakzeil moeten halen.

Blijkens de hierboven in deze column aangehaalde discussie, beginnen er nu een paar scheuren in dit bastion te komen. Hoe snel dit doorzet weten we niet maar dat vroeg of laat dit fort in elkaar stort is zeker.

Willem Mastenbroek
Arnold Godfroij
Lid sinds 2019
Beste Willem,
Ik lees niet meer elke week Managementsite.nl, 6 jaar na mijn afscheidscollege. Vandaar een misschien wat late reactie. Toen ik dat verhaal hield, dacht ik: ik schrijf toch maar op wat ik denk, nu het nog kan, maar ik denk niet dat het veel zal uithalen.
Nu ik jouw column zag, en daarin ook een verwijzing naar mijn afscheidscollege, was ik wel blij te zien dat het debat niet helemaal verstomd is.
Ik heb mijn eigen verhaal nog eens doorgekeken en kon concluderen dat ik er nog helemaal achter sta, hoewel ik voorzichtig moet zijn bij het uitspreken van oordelen over mijn oude vakgebied.
Op het eerste gezicht gaat het verhaal hoofdzakelijk over de kloof tussen wetenschap en praktijk. Dat wordt vaak als eerste geassocieerd met (gebrek aan) toepasbaarheid. Maar daar gaat het mij niet op de eerste plaats om. Het gaat vooral om begrip. Begrijpen wat er gebeurt. Daar heb je theorieën voor nodig die over kernvraagstukken gaan. Zulke theorieën hebben het afgelegd tegen wat tegenwoordig voor theorieën doorgaat: beperkte setjes van hypothesen over veelal cryptische constructen. Dan wordt er ook nog eens zelden naar feiten en gebeurtenissen gekeken, alleen naar meningen c.q. scores van respondenten. Omdat binnen het dominante paradigma zoveel buiten beeld valt (zie o.a. figuur 2 op pag. 15) - en wel vooral de dingen die voor het functioneren van organisaties en andere sociale verbanden van belang zijn - komt er maar heel weinig begrip tot stand. Significante uitkomsten die inhoudelijk totaal insignificant zijn. Zoals ik in de conclusies zeg: 'Het hoofdprobleem zit in de dominantie van een denkmodel en methodologie die niet voldoende aansluit bij de aard van de sociale werkelijkheid, in casu organisaties.' Het is dus inderdaad een paradigma-probleem.
Misschien was mijn verhaal niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat, maar jij ziet toch zoveel andere bewegingen en kritische geluiden dat je het fort nog wel in elkaar ziet storten. Helemaal instorten hoeft van mij niet, maar ik hoop nog wel iets mee te maken van een grondige koerswijziging.
Hartelijke groeten,
Arnold Godfroij

Meer over Management modellen