Het protest tegen de ‘financialisation’ neemt toe. Targets en prestatie indicatoren hebben hun grenzen. Dat ze leiden tot perverse prikkels hebben we gezien in de bankwereld. Joris Luyendijk beschrijft in zijn recente boek hoe dit leidt tot een noodlottige dynamiek die niet te keren is. “Men blijft er tot op de dag van vandaag mee doorgaan! Iedereen staat erbij en kijkt ernaar!”
Zijn we al zover dat we ons geen alternatief meer voor kunnen stellen en we zo’n systeem van perverse prikkels als een onontkoombaar besturingsmodel zien? Gelukkig weigeren studenten hierin nog langer mee te gaan. Het protest wordt steeds feller. Zie het filmpje mat de toespraak van Ewald Engelen in het Maagdenhuis.

Lees ook:

Stapel en de onderzoekscultuur! En nu?

 

 

Dat deze prikkels bij de universiteiten tot een continue publicatie druk leiden ten koste van het onderwijs is bekend. We hebben ook gezien dat wetenschappelijk onderzoek op basis van statistiek en gestandaardiseerde vragenlijsten de perfecte manier is om aan de productie dwang te voldoen. Het ene na het andere artikel rolt er uit. Het is tevens verleidelijk en heel simpel om wat te rommelen met de data om de uitkomsten op te poetsen. Op dergelijke malversaties is uiteraard kritiek. Op de achterliggende methode van wetenschapsbeoefening niet. Het betreft immers ‘Dé Wetenschappelijke Methode’.

In de O&D Special /Universiteiten van NRC, 7/8 maart, 2015, p6. schrijft Annet Veenstra over ‘Wetenschap als trucje’: ‘Het smijten met enkele onderzoekstermen en het pronken met een paar statistieken is weinig meer dan een lege huls.’ ‘Trucjes zouden een marginale rol moeten spelen maar ze zijn een doel op zich geworden.’
Dat deze methode in de menswetenschappen nu al 2 generaties lang tot triviale resultaten leidt, heeft ons nog niet tot bezinning gebracht. Ondertussen is de kloof tussen deze zogenaamde wetenschap en toepasbare kennis alleen maar groter geworden. Nog pijnlijker is dat de ruimte voor andere vormen van wetenschapbeoefening systematisch wordt ingekrompen. Een tragisch voorbeeld aan de UvA was het wegbezuinigen van de leerstoel ‘Geschiedenis en methodologie van de economie’. Zie Stop de bonentellers aan de UvA.

Ik hoop van harte dat de huidige woelingen zich ook zullen uitstrekken tot een herstel van de academische vrijheid en dat de bonentellers en cijferfetisjisten niet langer de dienst zullen uitmaken.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Een aanvulling, op het stuk van Veenstra, en dit stuk:

ook kwalitatief onderzoek heeft zo zijn dubieuze kanten en mindere kwaliteiten.
Ik kwam toevallig net dit tegen.
http://wapenveldonline.nl/artikel/939/geen-rebellie-geen-opstand-geen-bevrijding-just-drifting/

FRagment hieruit:

Een anekdote maakte indruk op mij. Een van mijn studenten had een zestigjarige katholiek geïnterviewd en die herinnerde zich hoe hij in zijn jeugd op zijn knieën voor zijn bed elke avond bad tot de Eland van God. Die eland kwam verderop nog een keer terug. Nu zijn er in de katholieke hemel vreemde dingen, maar toch geen elanden. Het zal dus wel de Heiland zijn geweest, of anders het Angelus. Mijn student moet iets verkeerd hebben verstaan. Ik zeg dus tegen mijn studenten: er zijn vast ook andere zaken die jullie niet begrepen hebben. Wat zijn vrijgemaakten, vragen ze dan, wat doet een misdienaar, wat is een catechismus, wat is een evangelie, waar gaat Pasen over. Ze weten echt helemaal niks en ik geef dus braaf alle antwoorden.
Vraagt er eentje: hoe zit dat met de erfzonde, wat is dat? Zeg ik met een brede grijns: “Dat de mens van nature geneigd is God en zijn naaste te haten, dat hij onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.” De studenten denken dan dat ik overdrijf. Nee zeg ik, dit was de officiële leer van alle grote kerken in de jaren zestig. “Maar dat kunnen mensen toch niet geloofd hebben?” Op dat moment realiseer ik me: hier is sprake van een echte verandering.
Aan de ene kant zijn ze heel tolerant, je mag best tot de Eland van God bidden, als het voor jou werkt, moet je dat vooral doen. Aan de andere kant, erfzonde, het idee dat als je in het zelf afdaalt je niet iets aangenaams aantreft maar iets naars, die notie is onbespreekbaar. Het idee niets aangenaams in jezelf aan te treffen, is onbespreekbaar.’

NOg afgezien van de naieveteit van de studenten, die kennelijk echt denken dat jezelf zijn het goede betekent, is natuurlijk tragisch dat deze docent studenten die basisbegrippen uit religies niet snappen, wel mensen laat interviewen over religie.

Dus daar is dan menig wetensch. onderzoek op gebaseerd??

zucht.
NIettemin is dit altijd beter dan alleen maar klooien met SPSS, en trucjes leren

Als jong volwassene van de jaren zestig ben ik natuurlijk voor het opschudden van het bed en ik zie weer bestuurders die de taal van hun studenten niet spreken, vergadertijgers in veel te grote te complexe organisaties. We hebben in ons werelddeel dringend behoefte aan een culturele revolutie waar de menselijke maat meer richtinggevend is en dus weg met overbodige managementlagen en marxistische overheidsregels/ protocollen die alles willen voorschrijven. Marx had echter gelijk toen hij voorspelde dat technologie autonoom de onderbouw wijzigt, de bovenbouw past zich niet aan en stort in

Beste Renzo
Als het zo doorgaat weten we over enige tijd niet meer wat kwalitatief onderzoek is. Het wordt langzaam maar zeker uitgeroeid aan onze universiteiten.
Ik heb nog het geluk gehad dat ik college kreeg van Norbert Elias en Joop Goudsblom. De evolutie van gedrag en houding in samenhang met veranderende machts- en afhankelijkheidsrelaties staat centraal in hun werk. Hun inzichten verschaffen mij veel houvast.

Met statistiek is overigens niets mis. Als er wat te tellen valt dan moeten we dat zeker doen maar het beschouwen als het vehikel bij uitstek, ook voor de menswetenschappen, is een dwaalweg.

In de middeleeuwen onderzocht men aan de universiteiten vraagstukken als ‘Hoeveel engelen kunnen er op de punt van een naald’ of ‘Kan een kameel door het oog van een naald’. Dit werd als de hoogste vorm van wetenschap gezien. Generaties lang was men aan de universiteiten met dit soort vraagstukken bezig.
Hoe lang de huidige dwaalleer zal domineren weet ik niet. De triviale resultaten ervan stemmen mij optimistisch. Dit kan niet zo erg lang meer voortduren.

Ondertussen staat de kennisontwikkeling op het terrein van beter managen en organiseren niet stil. Professionals leren in de praktijk van ervaringen en voorbeelden en delen de ‘lessons learned’ met anderen. Als deze ‘lessons learned’ herkend worden en overeind blijven in het praktische gebruik en in de onderlinge uitwisselingen tussen professionals, dan beginnen we steeds betere inzichten en handvatten in handen te krijgen.
Praktijkmensen en ook sommige wetenschappers proberen op deze manier vat te krijgen op de vraag wat werkt wél, wat niet. Het besef dat targets en prestatie indicatoren tot perverse prikkels kunnen leiden is daar een goed voorbeeld van. Aldus komt kennis over beter managen en organiseren tot wasdom in een sociaal en collectief leerproces. De sociale media spelen daarbij een belangrijke rol. Het is dit proces waar ManagementSite actief aan wil bijdragen.

De toespraak van Ewald Engelen in het Maagdenhuis over ‘The financialisation of higher education’ en het verhaal van Joris Luyendijk over ‘De waarheid over het financieel systeem’ https://www.managementsite.nl/weer-terug-af-banken vullen elkaar prima aan.
Een mooie combi.

Toon alle 4 reacties
x
x