Channels

In een tijd waarin technologische ontwikkelingen in de communicatie van tekst, geluid en beeld over elkaar heen vallen kijkt de professionele gebruiker reikhalzend uit naar de betekenis van dit moois voor zijn of haar dagelijks werk. Zullen boeken,tijdschriften en kranten op papier verdwijnen? Of lees je een tijdschrift met de Internet versie ernaast voor verwijzingen naar de bronnen? Houden we abonnementen op tijdschriften of kopen we straks elektronische informatie, op maat per alinea?
Dit artikel beziet de ontwikkelingen rond elektronische kennisvergaring vanuit het perspectief van de professional in de zakelijke dienstverlening. In beroepen als accountant, advocaat,organisatieadviseur of fiscalist; spelen snelheid, volledigheid en juistheid van informatie tegen aanvaardbare kosten een sleutelrol.

meerwaarde voor de professional

Wat maakt een elektronische informatie-omgeving interessant voor een professional? Wat kan hij of zij er mee doen dat met papier minder goed of niet kan?

Lees ook:

Moocs, wat zijn het, wat leren we ervan?

Informatie zoeken is tijdverslindend met traditionele hulpmiddelen als catalogi in een bibliotheek of de inhoudsopgave, het alfabetisch register en de noten in een boek. Als een relevante publicatie gevonden is blijkt deze vaak niet direct beschikbaar te zijn. Door CD-ROMs, met hele jaargangen van een tijdschrift,verbetert de situatie, maar het blijft zoeken per afzonderlijk tijdschrift. Een echte verbetering vormen zoeksystemen die toegang bieden tot grote aantallen publicaties tegelijkertijd en die met de gebruiker mee-associëren. Voert de gebruiker bijvoorbeeld de zoekterm systeemdenken in dan geeft het zoeksysteem aan hoeveel publicaties er over dit onderwerp zijn, maar het biedt ook een aantal verfijningsmogelijkheden. Bijvoorbeeld: methode, Peter Senge (auteur van een boek over systeemdenken) etc. Zo kan de gebruiker heel gericht zoeken in een wereldwijde on-line bibliotheek. Die bovendien vanaf iedere plaats toegankelijk is, bij voorkeur met een meereizend notebook, terwijl de hoeveelheid papier die een professional met zich mee kan dragen beperkt is.

Geschreven tekst heeft meestal een lineaire opbouw waarin de auteur een balans in hoofd- en bijzaken nastreeft. Dit sluit lang niet altijd aan bij denk- en probleemoplossingsprocessen van lezers. Een elektronisch document kan meer ruimte bieden aan individuele leesstrategieën. Het kan bijvoorbeeld een compact geformuleerde bovenlaag hebben, waaronder zich een heleboel stukjes toelichting, maar ook andere bronnen bevinden, die via links in de tekst in iedere volgorde oproepbaar zijn. Een artikel krijgt zo meer een netwerkstructuur waarin links de knooppunten vormen.

Naast tekst, afbeeldingen en tabellen, kunnen elektronische documenten dynamische beeld- en geluidfragmenten of simulaties bevatten. In de online versie van de Encarta encyclopedie staan bijvoorbeeld korte filmfragmenten van verschillende ruimtevaartexpedities. Een uitstapje in een virtuele omgeving maakt informatie toegankelijk waarvoor vroeger een reis naar de werkelijke geografische locatie nodig was. Dankzij simulatie ziet een landschapsarchitect bijvoorbeeld hoe afvalwater zich verspreidt bijeen bepaald voorgesteld model. Dergelijke simulaties kunnen ook de behandelingstijd van voorstellen voor investeringsprojecten reduceren.

ArrayHet papieren document ligt vast tot de volgende versie gedrukt wordt. In de digitale wereld kunnen versies elkaar oneindig vaak en snel opvolgen, gebaseerd op de laatste inzichten. Waar actualiteit van belang is, is het voordeel duidelijk. De elektronische beursberichten zijn hiervan een voorbeeld.

De traditionele wijze van uitgeven, het woord zegt het al, is vooral éénrichtingverkeer, volgens het distributiemodel(1:N). Elektronische publicaties kunnen groeien in interactie met verschillende partijen. Zo is er op het internet voor en door EHBO artsen een medische encyclopedie ontwikkeld, waaraan 400 artsen met hun kennis en ervaring meewerkten (<ahref=”http://www.emedicine.com/”>www.emedecine.com). Ook voor andere vakgebieden is het denkbaar dat lezers meeschrijven en dat de oorspronkelijke auteur eindredacteur is, of katalysator.Aandachtspunt is hier wel hoe het zit met auteursrechten.

Professionals met carrière ambities zijn van tijd tot tijd geïnteresseerd in personeelsadvertenties. Een tijdschrift als Intermediair speelt hierop in door naast een papieren versie van het blad een internetversie te maken waarin lezers hun eigen profiel kunnen definiëren (<ahref=”http://www.intermediair.nl/”>www.intermediair.nl). Lezers ontvangen dan selecties van personeelsadvertenties die passen bij het profiel. Intermediair kan de dienstverlening uitbreiden door bijvoorbeeld informatie mee te sturen over reismogelijkheden, files en de woningmarkt in de omgeving van de adverterende bedrijven. Met het profiel kan Intermediair zelfs suggesties doen voor aanvullende training om een hiaat in kennis of ervaring op te vullen die voor een baan nodig is. Natuurlijk brengt Intermediair de persoon ook in contact met een trainingsorganisatie. Zo krijgt een online versie van het tijdschrift een heel eigen meerwaarde en is niet meer te beschouwen als een elektronische variant op de papierenvoorganger.

Array

wat is de prijs van meerwaarde?

Uit het voorgaande mag duidelijk zijn dat elektronische informatie-omgevingen niets te maken hebben met elektronische kopieën van papieren materiaal. Ze hebben daarom ook een eigen benadering nodig om meerwaarde te bieden. Interessant is dan wel de vraag wat die meerwaarde waard is. Is het bij een tijdschrift of boek heel duidelijk wie de prijs vaststelt en wie moet betalen, bij on-line informatie is dat ingewikkelder. Heeft iedere arts toegang tot de medische encyclopedie die door 400 collega’s is samengesteld, of alleen de artsen die meewerken? Of wordt de informatie betaald door producenten van medicijnen die in de encyclopedie adverteren? Een gebruiker die meer diepgaande informatie dan de basisinformatie wil hebben, kan misschien wel kiezen of hij al of niet wil betalen voor de informatie. Betaalt hij niet dan heeft hij binnen enkele dagen een artsenbezoeker op bezoek die hem bepaalde medicijnen zal aanbevelen.

ArrayAls een goede zoekmachine in staat is om voor een professional uit alle toonaangevende vaktijdschriften van de wereld de vijf cruciale alinea’s tekst bij elkaar te zetten die relevant zijn bij de oplossing van een probleem, dan heeft dat een meerwaarde. Als iemand die een baan zoekt dagelijks een overzicht krijgt van relevante functies door een persoonsprofiel te specificeren, dan wil hij of zij daar mogelijk wel voor betalen. Maar over de vraag hoeveel dat waard is en wat voor afrekenstructuur nodig is breken uitgevers zich nog het hoofd. Dat is met papieren informatie voorlopig nog een stuk eenvoudiger.

elektronisch uitgeven voor professionals

De grote uitgevers van wetenschappelijke en professionele uitgaven exploreren het nieuwe domein en nemen uiteenlopende initiatieven. Zo zijn dankzij investeringen in Lexis Nexis door Reed Elsevier ca. 300.000 wetenschappelijke artikelen toegankelijk via de online databank Science Direct (<ahref=”http://www.sciencedirect.com/”>www.sciencedirect.com).Wolters-Kluwer heeft Ovid overgenomen, een aanbieder van elektronische informatiediensten in de wetenschappelijke en medische markt. Dezelfde uitgever heeft ook de Online Services WebSite op de markt gezet (<ahref=”http://pubsys.wolters-kluwer.com/”>pubsys.wolters-kluwer.com). Dit is een initiatief om beroepsgerichte plazas op het internet in te richten.

De plaza’s kunnen worden ingezet voor een vergelijkbare uitwisselings- en ontmoetingsfunctie als de online communities die de Amerikaanse bladen Wired (<ahref=”http://www.hotwired.com/”>www.hotwired.com) en Fast Company opzetten naast hun papieren tijdschrift. In de community van Fast Company kunnen lezers (en niet-lezers) op zoek gaan naar een nieuwe werkomgeving of deelnemen aan discussiegroepen die aansluiten op thema’s in het blad (<ahref=”http://www.fastcompany.com/”>www.fastcompany.com). De redactie kijkt over de schouder mee en doet zo ideeën op voor nieuwe artikelen. Regelmatig wordt de community uitgenodigd om deel te nemen aan een Fast Company conferentie.

De Nederlandse tijdschriften sites, bijvoorbeeld van professionele managementtijdschriften, komen nog nauwelijks verder dan een minimale advertentiefunctie met een enkel gratis artikeltje. Het Financieele Dagblad heeft naast een overzicht van het nieuws van de laatste week zijn eigen online databank, met een abonnement als toegangsdrempel (<ahref=”http://www.hfd.nl/”>www.hfd.nl). Op enkele uitzonderingen na, zijn er nog weinig echt doelgroepgerichte benaderingen te zien.Zon uitzondering zijn BIZZOnline (<ahref=”http://www.bizz.nl/”>www.bizz.nl) en MKBNet (<ahref=”http://www.mkbnet.nl/”>www.mkbnet.nl), die gericht zijn op het MKB en een startpunt vormen voor veel aangrenzende sites en diensten. Ook de site van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde heeft het aanzien van een ontmoetingspunt (<ahref=”http://www.ntvt.nl/”>www.ntvt.nl). In de meeste gevallen blijft echter het papieren product het uitgangspunt en daar moet de klant via vele clicks digitaal naartoe hinkelen.

nieuwe spelers

De meest innovatieve initiatieven komen echter van nieuwe spelers buiten de wereld van traditionele uitgevers. Zo is iedere zichzelf respecterende ondernemer uitgever geworden, via een  website met informatie over zijn bedrijf, al dan niet voorzien van links naar relevante publicaties en andere sites. Advies bedrijven en -bedrijfjes nemen de kans te baat om digitaal een publicatie de wereld in te sturen. Als ze het goed doen openen ze ook de mogelijkheid tot een discussie en daarmee tot een relatie met de lezer, wat zowel inhoudelijk als commercieel interessant is.
Andere nieuwe spelers zijn beroepsverenigingen die elektronische ontmoetingsplaatsen creëren. De site van het Nederlandse Centrum voor Directeuren is daarvan een voorbeeld (<ahref=”http://www.ncd.nl/”>www.ncd.nl). Opvallend is wel dat het traditionele directeurentijdschrift Elan niet op de homepage voorkomt.

Een niet te onderschatten rol spelen ook de portal sites, zoals Planet Internet, Ilse of de Beursmedia site. Deze sites zijn er op ingericht om, via handelingen en keuzes die gebruikers maken, snel inzicht te krijgen in hun informatiebehoeften. Zo kan men lezers,buiten de publicaties van uitgevers om, naar relevante informatiebronnen leiden. Traditionele uitgevers vind je niet op deze portal sites. Wel vind je er bijvoorbeeld het onderzoeksbureauAME Research dat de Infonomist uitgeeft via de elektronische tijdschriftenplank van Planet Internet (<ahref=”http://www.saturnus.nl/ame”>www.saturnus.nl/ame).

Terwijl de traditionele uitgevers naar nieuwe elektronische vormen zoeken voor hun papieren publicaties, oefenen de nieuwe partijen in het ontwikkelen van innovatieve relatiepatronen met de klant. De Infonomist kent een getrapt abonnement voor verschillende niveaus van toegevoegde waarde van geleverde informatie. Een ander voorbeeld: op de site van Harvard Business Review koop je een artikel van ca. 20 pagina’s voor ongeveer $5,50 (<ahref=”http://www.hbsp.harvard.edu/home.html”>www.hbsp.harvard.edu/home.html).Ook de MCB University Press (uitgever van ca. 130 tijdschriften op managementgebied) werkt op intelligente wijze aan on-line literatuurdiensten (<ahref=”http://www.mcb.co.uk/”>www.mcb.co.uk). Een Nederlands initiatief is de samenwerking tussen Holland Business Publications, de Holland Consulting Group en de Vrije Universiteit. Resultaat is een drietal elkaar versterkende elektronische uitgaven met ieder hun eigen functie (www.hbp.net). Hiermee wil men een goede combinatie bereiken van kwaliteit, kritische massa en een first stop locatie voor specifieke groepen professionals. Lezers worden uitgenodigd commentaar of input te leveren. Na enige jaren is hier een zelfstandige en onafhankelijke uitgeefcombinatie uit ontstaan: Het ManagementSite Netwerk.

toegankelijkheid: kritische succesfactor

Tot nu toe is de beschrijving gericht op het aanbod van nieuwe media voor professionals, en op de manieren waarop aanbieders dit terrein exploreren. Maar hoe staat het met de vraagzijde? Weet de professional wat er aan digitale alternatieven beschikbaar komt? Enzo ja, ervaart hij dat als meerwaarde?

Links en rechts hoor je kritische geluiden: “Informatie op internet is onzichtbaar aanwezig. Als je niet precies weet wat je zoekt is het moeilijk iets te vinden. Andere media zouden je moeten attenderen op wat beschikbaar is. Ook is de vorm van opslag op het internet vaak niet geschikt om op nieuwe ideeën te komen.”
Daarnaast vormen kosten een drempel “Ik weiger te betalen voorinformatie die ik niet van tevoren kan inzien. Samenvattingen zijn trouwens vaak al zo informatief, dat je niet het volledige artikel hoeft te kopen.” Anderen willen één bedrag betalen voor onbeperkt gebruik van een volledige elektronische bibliotheek.
Ook de continuïteit van aanbieders vormt ook een struikelblok.”Veel interessante informatie komt van partijen die afhankelijk zijn van projectsubsidies. Is de subsidie op, dan is de informatieweer van het net.” En ook het probleem van de draagbaarheid is nog niet opgelost. “Zolang ik niet in de trein of languit in de tuin opeen handige manier elektronische informatie kan doornemen, maar eerst uren moet downloaden, ben ik niet geïnteresseerd.”

De professionals die hier aan het woord zijn volgen de ontwikkelingen met zekere interesse, maar geven zich nog niet massaal aan online media over. Ze beschouwen ze vooral als interessant voor een snel overzicht, of ze zijn geabonneerd op een elektronische nieuwsbrief. Los van wat traditionele uitgevers en nieuwe spelers aan content ontwikkelen lijkt de schakel te ontbreken die vraag en content met elkaar verbindt, te weten:toegankelijkheid. Luisterend naar de reacties van gebruikers heeft toegankelijkheid onder andere te maken met intelligente bassistentie bij het zoeken, met kosten, met vertrouwen in deinformatieleverancier en met de hanteerbaarheid van informatie in elektronische vorm. Toegankelijkheid lijkt dé kritische succesfactor om de brug te slaan tussen het toenemende aanbod en de afwachtende gebruiker.
Wie introduceert de (virtuele) informatie-intermediair als nieuwe  interface? Zijn de portal sites van nieuwe spelers de voorbodes? Of hebben de uitgevers nog onverwachte troeven in handen? Dan worden het nog spannende tijden.

Elselien Smit (conservatorium 1979, onderwijskunde 1985,cognitieve psychologie 1988) is met haar adviesbureau Brace actie fop het gebied van interaction consultancy en beleidsvorming- en strategie ontwikkeling ICT. Zij was projectleider van het projectbureau van het kennisdebat van het ministerie van OCenW, en werkte mee aan het nationaal actieprogramma ‘een leven lang leren’.Verder is zij betrokken bij de implementatie van ICT in leraren opleidingen, en bij interactieve beleidsontwikkeling voor het hoger onderwijs (HOOP 2000).

Daan Putman Cramer (rechten 1977 en bedrijfskunde 1973)is zelfstandig adviseur te Amersfoort. Werkte eerder bij de KLM en M&I/PARTNERS. Hij adviseert voornamelijk binnen kennis- en informatie intensieve organisaties op het gebied van strategie,informatiebeleid en innovatie.

Bronnen

Matthew & Gordon Wills, The Ins and Outs of ElectronicPublishing via Internet, MCB University Press;
Gordon Wills, Embracing Electronic Publishing viaInternet, MCB University Press;
J.E. Cox, ‘Publishers, publishing and the Internet: how journalpublishing will survive and prosper in the electronic age’,Theelectronic library, Vol 15, No. 2, April 1997;
Verkade, prof. Mr. D.W.F. en mr. D.J.G. Visser, ‘Internet en deauteur en de uitgever als informatie-producenten’, NJB, 15november 1996;
‘Websites verwelken, e-mails vergaan, maar een boek van papierblijft eeuwig bestaan’, NEXT!, december 1998;
‘Turning a page digitally’, Herald Tribune 3 december1998;
Volkskrant, 31 oktober 1998;
‘www.newspaper.us’, Computable, 18 september 1998;
‘Papier is geduldig, de onderzoeker niet’, Computable 18september 1998;
‘www.koudwatervrees.nl’, Computable, 2 oktober 1998;
Het Financieele Dagblad, 1 oktober 1998;
Prof. Dr. D. de Kerkhove, ‘Gekoppelde Intelligentie’, SMO,1996, 9+10;
‘Uitgevers tussen papier en elektronica’, J. Kist,I&I, 1995 no.1.

U heeft een gratis lidmaatschap

Upgrade naar een PRO-abonnement voor € 4 per maand of € 30 per jaar en ontvang:

  • onbeperkt toegang tot alle artikelen.
  • geen commerciële emails en geen reclame op de site.
  • de keuze of u wel of geen nieuwsbrief wilt ontvangen
  • het E-book: Negotiating as emotion management t.w.v. €8.00
UPGRADE NAAR PRO-ABONNEMENT >>
 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x