Channels

In mijn blog schrijf ik over toepassingen van strategie en business modellen in het onderwijs. Oorsprong van die interesse was het idee van de toenmalige Rector van de Open Universiteit, Fred Mulder, dat onderwijs gratis zou moeten zijn. In principe ben ik het daar wel mee eens, maar als econoom weten we: “There is no such thing as a free lunch”. Er zal altijd iemand zijn die onze lunch betaald, maar wie en hoe?

Ontwikkeling gratis online onderwijs

Het aardige is dat sinds 1998 er een groeiend aantal aanbieders zijn van gratis onderwijs en onderwijs componenten (zogenoemde Open Educational Resources, OER).

 Een voorbeeld van OER is het 2001 door the Massachusetts Institute of Technology gestarte OpenCourseWare . Dit initatief werd deels gefinancieerd door de William and Flora Hewlett Foundation, die ongeveer $40 million aan giften en subsidies uitgeven aan dergelijke initatieven. Een ander project gefinancierd door een multi-miljonair is het Free Education Initiative van de Saylor Foundation. De Saylor Foundation startte in 2008 en heeft nu (maart 2013) 283 cursussen beschikbaar op haar website (saylor.org). Verder bevordert de Foundation de beschikbaarheid van gratis leermaterialen via de Open Textbook Challenge.

Lees ook:

Ontwrichtende innovatie: adapt or die!

 De laatste ontwikkeling zijn de zogenoemde Moocs. Dit zijn de Massive Open Online Courses. De eerste cursus die zo genoemd werd was Connectivism and Connective Knowledge 2008 georganiseerd door  George Siemens and Stephen Downes van de universiteit van Manitoba. De cursus werd gevolgd door 25 betalende studenten op de campus en ongeveer 2,300 participanten online.

In het najaar van 2011 introduceerde Stanford University drie nieuwe gratis online cursussen (AI, Machine Learning and Introduction to Databases) elk met 100,000 inschrijvingen [Watters, 2012]. Sindsdien zijn er verschillende Amerikaanse grootaanbieders (EdX, Coursera, Udicity en anderen, zie de blog van Willem van Valkenburg voor een lijst) en een aantal kleinere spelers in Europa. In Nederland hebben we sinds het begin van 2013 enige Moocs in Delft, Leiden en aan de Universiteit van Amsterdam.

Moocs zijn dus afgeronde gehelen; cursussen die via internet worden aangeboden en gratis te volgen zijn. Afgezien van verschillen in didactiek (waar we hier niet op zullen ingaan) delen alle Moocs de afwezigheid van een begeleiding door een inhoudelijk docent. Sommige Moocs bieden wel chatsessies met docenten en medestudenten en er is doorgaans veel contact tussen studenten onderling in discussiegroepen. Een andere overeenkomst is dat de Moocs niet altijd beschikbaar zijn. De meeste cursussen lopen een semester en het materiaal is pas weer beschikbaar als de cursus weer begint te lopen. Dit heeft tot nadeel dat als je de cursus niet afgerond hebt je moet wachten tot de volgende run. Overigens geven veel Moocs wel certificaten van deelname, maar geen studiepunten. De voertaal van bijna alle Moocs is Engels; wil je ‘Massive’ zijn en duizenden studenten trekken, dan is dat lastig in het Duits en waarschijnlijk onmogelijk in het Nederlands.

Wat kan ik als bedrijf met Moocs, maar ook met educatieve bronnen en online cursussen? Het is te verwachten dat medewerkers en werkzoekenden zich zullen proberen te profileren met deelnemings-certificaten van gerenommeerde buitenlandse universiteiten (mogelijkheden zijn Stanford, MIT, Harvard en de andere “Ivy Leage” universiteiten). Vanuit HRM perspectief zou het goed zijn om vooruitlopend hierop daar al een standpunt over in te nemen.

Er zijn nog twee opties die interessant zijn voor bedrijven, met name voor opleidings- en onderwijsorganisaties. Deze opties komen we tegen in veel van de verdienmodellen van Mooc-platformen.

Verdienmodellen Moocs

De eerste optie is in samenwerking met de oorspronkelijke aanbieder een incompany training te ontwerpen, waarbij kennis en praktijk hand in hand (zouden moeten) gaan. Echter, gezien zowel het soort universiteiten als de afstand is het goed denkbaar dat dit moeizaam zal verlopen. Dit opent de mogelijkheid voor het andere alternatief. In de overeenkomsten van de individuele cursusaanbieders met de Mooc-platformen wordt vaak gesproken over licentieovereenkomsten tussen de oorspronkelijke aanbieder, het platform en een derde partij die het onderwijs begeleidt en tentamineert. De deelnemers betalen de derde partij en krijgen de mogelijkheid om studiepunten bij zowel de derde als de eerste partij in deze onderwijslijn te verkrijgen. Dit opent ook de mogelijkheid voor Nederlandse bedrijven om in samenwerking met Nederlandse onderwijsinstellingen hoogwaardig Amerikaans onderwijsmateriaal geschikt te maken voor de Nederlandse incompany markt.

Ten slotte, kunnen wij als bedrijfsleven nog iets leren van deze Mooc-aanbieders? Immers, als er geen free lunch is, wie betaalt dan voor ‘gratis’? En hoe kan je er dan nog aan verdienen?

Businessmodel van de Moocs

Als ik kijk naar de Moocs, dan zijn ze allemaal afgeleid van bestaande,  (synchroon) lopende face-to-face cursussen. Hierdoor zijn de kosten van het online zetten veelal additioneel aan de ontwerpkosten. Maar belangrijker, de aanbieders van de gratis online cursussen menen dat zij nog andere belangrijkere competenties bezitten. Door het gratis weggeven van één component kweken ze belangstelling voor hun werkelijk onderscheidende competenties. In die zin lijken deze instellingen een business model van online ondernemerschap na te streven dat door sommige muzikanten en andere artiesten wordt gebruikt. Door het gratis weggeven van (delen van) hun werk kunnen ze hun geld verdienen door optredens en dergelijke. Zaken die alleen zij persoonlijk kunnen uitvoeren. In een wereld waar producten steeds sneller commodities worden is zo’n houding steeds belangrijker.

Aandachtspunten voor potentiële aanbieders van ‘gratis’

In dit verband zijn er vier kritische vragen voor potentiële aanbieders:

  • Waarom komen mensen naar ons toe?
  • Wat doen mensen met ons product of onze dienst?
  • Wat kan gemakkelijk gekopieerd worden?
  • Wat is specifiek voor ons?

De zaken die anderen kunnen kopiëren zou je gratis of bijna gratis weg kunnen geven, tenminste als je overtuigd bent van je kracht om aan het gratis product iets unieks toe te voegen waar mensen speciaal voor naar jou komen en bereid zijn te betalen.

Gemakkelijk is het niet om dit soort vragen te stellen, maar gezien de ontwikkelingen in de wereldeconomie komen ze op ons af, zo niet vandaag dan toch volgende week: Wie betaalt de volgende lunch?

Gebruikte en aanbevolen literatuur:

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Een nieuwe combinatie van bestaande techniek leidt tot een nieuwe waardepropositie. ‘Betalen’ voor de trendy distributieplatforms van deze vorm van gratis onderwijs kan ook gaan in vorm van het genereren van gebruiksgegevens. Dat kan goed uitwerken voor de student, die na een geslaagde deelname aan een MOOC een uitnodiging krijgt om eens te komen praten over een baan bij een bedrijf. Instellingen die nu met MOOCs experimenteren zeggen vooral te willen leren om het campus onderwijs te verbeteren.

Hier bij de infoMOOCs-600

x
x