Channels

Sneltest voor directeuren van een basisschool

Hoe goed is mijn school?

  • Het aantal spelregels voor onze leerlingen bedraagt 3 of minder.
  • Een leerling die jarig is voelt zich die dag écht speciaal in de klas.
  • Leerlingen bepalen zelf in welk tempo en op welk ambitieniveau zij werken en wanneer zij hulp vragen.
  • Tegen slechte docenten worden maatregelen genomen.
  • De gemiddelde scores op prestatietoetsen (o.a. CITO) van álle groepen zijn voor iedereen openbaar.

Lees ook:

Basisscholen kunnen beter presteren (deel 5)

Hoe goed is mijn school? Stelt u zich eens voor dat u als basisschoolleider dat echt zou willen weten. Wij hebben een eenvoudige test gemaakt met een hele serieuze ondertoon. Die test verklapt al binnen twee minuten iets over uw manier van sturen. De test laat naar onze mening ook zien of uw school excellent, matig of ronduit slecht is. Heeft u al aangevinkt welke stellingen volledig op uw school van toepassing zijn? Tel dan nu het aantal vinkjes en lees onze interpretatie van uw score.

Hier volgt de uitslag.

  • 5 vinkjes? Uw school springt er in positieve zin uit in vergelijking met de gemiddelde basisschool. Deze excellente school heeft zichtbaar toegevoegde waarde in het verhogen van de leerprestaties van alle leerlingen.
  • 3 of 4 vinkjes? Uw school begeeft zich op een gemiddeld, overigens breed geaccepteerd, niveau. Uw school is te vergelijken met de meeste basisscholen in uw omgeving. Hoewel niet alle leerlingen profiteren van de school, leren de meeste kinderen genoeg om allemaal een acceptabel gemiddeld leerniveau te behalen. De school draagt echter bij aan nivellering van jong talent.
  • 1 of 2 vinkje? U heeft een zwakke school waar de leerprestaties voor maar weinig leerlingen in positieve zin door de school worden beïnvloed. Goede scores op prestatietoetsen zijn toeval of aan andere factoren dan de school toe te schrijven.

Stuurdilemma’s voor basisschoolleiders

Een schoolleider wil niet alleen weten hoe goed zijn school nu is. Hij vraagt zich ook af hoe zijn school naar de gewenste situatie komt. We verkennen deze vraag aan de hand van twee scenario’s. In scenario A wordt gestuurd op het bereiken van een ‘acceptabel gemiddelde’. In scenario B wordt in de school van de toekomst gestuurd op ‘excellentie’.

In welk scenario de schoolleider uiteindelijk terecht komt, hangt in hoge mate af van drie beslissingen van de schoolleider. Het gaat om de vraag hoe reageert de schoolleider op de stuurdilemma’s die zich in de  praktijk rondom schoolprestatiemanagement voordoen: sturing, transparantie en optreden.

Leo_Carien art 6

De vragen zijn opzettelijk zo geformuleerd dat de schoolleider stelling moet nemen. In  principe kan een schoolleider voor elk dilemma tot een volstrekt eigen keuze komen. Maar de keuze hangt ook samen met de leiderschapsstijl.  In het onderwijs komen we veel laissez-faire leiderschap tegen. Dit is niet altijd zo geweest, en hoeft ook niet in de toekomst zo te zijn. Laissez-faire leiderschap is minder krachtig leiderschap dat veelal zal leiden tot de keuzen in de linkerkolom. Hiermee gaat de schoolleider op weg naar scenario A . Vallen de keuzen in de rechterkolom dan slaat de schoolleider het pad in naar scenario B.

Schoolleiders vroeger en nu

Nog niet zo lang geleden behoorde het ‘Hoofd der School’ met de burgemeester, notaris en dokter tot de vier notabelen van het dorp. De schoolleider kende de leerlingen en hun ouders. Als hij het vertrouwen had dat een leerling goed kon studeren, ook al werd dit van huis uit niet gesteund, zorgde hij er persoonlijk voor dat deze leerling toch doorstroomde. Toezicht? Het hoofd maakte een rondje met de inspecteur door de klaslokalen en daar hield het toezicht wel mee op.

Tegenwoordig heeft de schoolleider minder maatschappelijke status. Hij ontleent zijn status aan zijn positie in het team, hij is één van hen. Het persoonlijk contact met de ouders is maar heel beperkt. Adviezen over schoolkeuze baseert hij vooral op de CITO-score. Dat het vak van schoolleider er kennelijk niet makkelijker op is geworden, blijkt uit het rijke aanbod aan specifieke (na)scholing dat klaar staat om te ondersteunen. In de praktijk deelt de schoolleider zijn verantwoordelijkheid met nogal wat deskundigen en vaak ook nog met collega’s. De kwaliteit van het basisonderwijs laat echter ondanks de toevoeging van al deze expertises al jaren achtereen geen overtuigende verbetering zien.

Sturen op een ‘acceptabel gemiddelde’ –  Op weg naar scenario A  

De laissez-faire schoolleider zal -voordat hij zich dat realiseert- het pad effenen naar scenario A. Hij schrijft tegenvallende schoolprestaties toe aan de leerlingen (complexe doelgroep) of aan de (politieke) omgeving. Hij wacht af hoe de prestaties zich in de toekomst zullen ontwikkelen. De resultaten zijn immers afhankelijk van toevallige omstandigheden buiten invloed van de school. Deze schoolleider is begrijpelijkerwijs niet enthousiast over het publiceren van de resultaten. Daar kan hij immers maar weinig mee. ‘De scores zeggen niet veel over de school. Ouders halen massaal hun kind van school als je een keer laag scoort’.  Deze schoolleider steunt zijn team door zich met dit team te identificeren. Hij erkent dat de werkdruk hoog is, dat er te veel van jonge leerkrachten wordt gevraagd.  En ja, er zijn eigenlijk altijd extra middelen nodig om je vak goed te kunnen uitoefenen.

De juf van Rick uit groep 5 heeft in oktober beloofd een ‘handelingsplan’ (in de praktijk niet meer dan een paar actiepuntjes) op te stellen voor zijn spellingprobleem. Als dit ‘handelingsplan’ achterwege blijft en de ouders (na de jonge juf hieraan twee keer herinnerd te hebben) wederom in februari een verontrustende ‘E’ vaststellen op CITO-spelling,  klagen ze bij de schoolleider. Hij reageert begripsvol, vooral voor juf Lenie: ‘Lenie heeft het zo be-re-druk. Dat is geen onwil, ze is er gewoon nog niet aan toegekomen. Daarbij volgt zij ook nog eens een pittige studie’. Er komt geen plan. De ouders zijn boos en Rick doet groep 5 nog een keertje over. ‘Dan hoeft hij ook niet zo op zijn tenen te lopen’.

Met de extra middelen die deze schoolleider bepleit, wordt hulp ingekocht zoals bij- en nascholing, studiedagen, lesmethoden, leermiddelen, adviseurs, IB-ers, RT-ers. De onervarenheid van leerkrachten wordt door hem ogenschijnlijk toegewijd aangepakt. Maar schijn bedriegt. Feitelijk zegt de schoolleider die deze externe hulp inkoopt tegen zijn leerkracht: ‘Jij kunt het nog niet, jij moet geholpen worden’. Die boodschap maakt dat leerkrachten die onzeker zijn, steeds minder gaan vertrouwen op eigen kracht. Dat kan er weer toe leiden dat ouders de competenties van de juf ter discussie gaan stellen.  Deze geluiden worden vervolgens vakkundig geneutraliseerd. Overigens zijn er ook leerkrachten die het extern aanbod zeer kritisch benaderen, maar zij passen niet meer in het beeld van de schoolleider van nu.

Juf Baukje (53 jaar),  studeerde twee jaar pedagogiek. Ze koos bewust voor de beroepspraktijk en rondde de pabo met veel enthousiasme af. Ouders zijn dol op haar, zij heeft een overdosis aan kennis en ze koestert hoge verwachtingen van leerlingen. Ieder kind leert op zijn eigen manier en daar weet juf Baukje goed raad mee. De leerprestaties en het zelfvertrouwen van leerlingen gaan bij deze juf steevast omhoog. Recent kreeg Geert, de schoolleider, deze e-mail. ‘Beste Geert, ik heb de laatste jaren nagedacht over mijn juf-zijn op deze school. Het juf-zijn is mijn passie, en dat blijft het ook. De laatste tijd hebben de vele verplichte cursussen, workshops en nieuwe methoden een te grote druk op mij gelegd, zonder dat ik het nut er van inzag. Ik heb dan ook besloten dat deze onderwijswereld niet meer de mijne is. Het is tijd om afscheid te nemen’. 

Sturen op excellentie – Op weg naar wensscenario B  

De laissez-faire schoolleider laat met de keuzes die hij maakt, zijn school opgaan in het ‘algemeen geaccepteerd gemiddelde’. Veel schoolleiders zijn wellicht volstrekt tevreden met dit resultaat. Veel ouders mogelijk ook. Toch stellen we de vraag aan de orde: wordt het geen tijd om afscheid te nemen van een tijdperk met laissez faire leiderschap? Verdient het onderwijs niet dat schoolleiders gaan sturen op resultaat: uit de leerling halen wat er in zit?

We komen nu terug bij onze test ‘hoe goed is mijn school?’ De vijf stellingen verraden het door de schoolleider gekozen wensscenario. Zou die keuze op scenario B zijn gevallen dan worden de stellingen beantwoord in de geest van wat hierna volgt.

  1. Slechts één regel: Je gedraagt je
    De school is een plek waar leerlingen ongestoord kunnen werken aan hun toekomst. Elk gedrag dat het leerproces in negatieve zin beïnvloedt of bedreigt, wordt niet getolereerd: pesten, rennen, lawaai maken, kletsen, intimideren, agressief taalgebruik of gedrag …. Letterlijk iedereen weet drommels goed dat dit stoort. Dát gedrag tolereert de excellente schoolleider dus niet. Je gedraagt je. De excellente schoolleider staat borg voor een effectief leerklimaat voor ál zijn leerlingen. Gedrag dat een veilig leerklimaat bedreigt, wordt bestraft. Agressie? Het is zonneklaar dat je dan door de schoolleider direct en zonder pardon van school wordt verwijderd. Maar wat moet, moet!
  2. De leerling centraal: ‘Ik voel me écht jarig’
    Voor schoolleiders  die sturen op prestaties, is het de individuele leerling die centraal staat, iedere dag weer. Hij kent zijn leerlingen, spreekt ze aan op de gang, heeft weet van de achtergronden en houdt van deze leerlingen. Zeshonderd leerlingen? In dat geval zeshonderd namen die makkelijk te onthouden zijn voor de schoolleider die weet wie de leerling is. En wat hem helpt: alle leerlingen zijn op één dag in het jaar nóg meer speciaal dan op andere dagen, op hun verjaardag! De excellente schoolleider krijgt ook nog eens op die speciale dag de kans al zijn leerlingen persoonlijk te feliciteren. ‘Niet nodig? Of te druk daarvoor’? Dan is op uw school waarschijnlijk de ‘juffendag’ het alternatief geworden. Krijgt op uw school de dag waarop de verjaardag van de juf wordt gevierd méér aandacht dan de eigen verjaardag van de leerlingen? Dan is de kans groot dat de leerkrachten op deze school meer centraal staan dan de leerlingen. Minimaal één keer per jaar kan iedere leerling de allerbelangrijkste zijn op school; op zijn verjaardag! De versierde stoel, de beurt krijgen bij het kiezen van een verhaal, de schriften ronddelen, de helft krijgen van de bonbon die de juf getrakteerd kreeg….
  3. De leerling verantwoordelijk voor zijn leerproces
    Op de (gemiddelde) school bepaalt de juf wat je moet doen, hoe lang je eraan mag werken, op welk niveau jij mag werken, met wie je werkt en wat je prestaties maximaal kunnen zijn. Er zijn scholen waar kinderen in hun eigen tempo mogen ‘doorwerken’, op hun eigen manier. De leerling deelt zelf de tijd in en kan het niveau naar vermogen en behoefte verhogen of versnellen. Hij kan de juf en de medeleerlingen vragen hem te helpen bij de dingen die hij (nog) wat lastiger vindt. Dit motiveert leerlingen tot betere leerprestaties. De leerling wordt uitgedaagd zichzelf te verbeteren: morgen weer beter dan gisteren? Iets om trots op te zijn!
  4. The right people on the bus?
    Het verloop onder leerkrachten is minimaal. De verkeerde mensen die blijven zitten blokkeren posities voor jongeren. Daar hebben excellente schoolleiders last van. Ze kunnen de onderwijskundige visie van hun school niet realiseren.  Deze schoolleiders vragen zich serieus af of ze met het zittende team het beste uit iedere leerling halen. Is dit niet het geval, neem maatregelen. Durf te kiezen – en dus impopulair te zijn- in je team in het belang van de leerlingen. Beloon gedrag van leerkrachten dat zichtbaar positieve resultaten oplevert voor leerlingen en hun ouders. En ontsla niet gemotiveerde leerkrachten die in het onderwijs ongemerkt zijn binnengestroomd en daar te lang zijn blijven ‘hangen’.
  5. Maak prestaties openbaar
    Goede scholen hebben een onderwijskundige visie, die onderscheidend is van een maatschappelijke of politieke visie: de leerling en zijn toekomst staat daarin centraal en niet het maatschappelijk thema. De excellente schoolleider waakt er voor de talentontwikkeling van zijn leerlingen ondergeschikt  te maken aan en inzet te maken van de politiek relevante geachte thema’s als ‘duurzaamheid’, ‘diversificatie’ en ‘sociale ongelijkheid’. Hoe goed doen we het nu echt? Het gaat om onderwijs, talentontwikkeling van onze jeugd. Maak de cijfers  dáár over openbaar en presenteer deze tot aan de bron.  Durf ‘nee’ te zeggen tegen je bestuur die de genoemde politieke thema’s (of weer andere) tot inzet van het onderwijs maakt. Durf ‘nee’ te zeggen tegen het toenemend aanbod van buitenaf, vaak van organisaties die feitelijk niets met leerlingen en talentontwikkeling hebben. Geef leerlingen de kans eerst zelf onafhankelijk en kritisch vermogen te ontwikkelen, door uitstekend onderwijs te bieden. Dát maakt je een excellente schoolleider en de leerling presteert dan gewoon beter!

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Beste Carien en Leo,

Een boeiend verhaal dat reeds bekend is in onderwijs – en politiekland.

Vooral het statement dat “Tegen slechte docenten wordt opgetreden”mis ik de opmerking:
“Tegen slechte schoolmanagers wordt opgetreden”.
Te vaak is onbekend wat de docenten allemaal voor hun kiezen krijgen, waar ze eigenlijk niet voor opgeleid zijn danwel wat hun functiebeschrijving weergeeft.

Mijn advies: Laat de docent eens met rust, laat hem/haar zijn werk doen. Onderzoek eens welke rol een schoolmanagement in deze heeft.
Zitten daar wel de juiste mensen?
Of word je schoolmanager omdat je geen les meer wil/kan geven?
Ik mis in dit artikel de synergie tussen ouders/leerling/docent en schoolleiding.

Verwijzend naar aanbeveling 1: “Je gedraag je” geldt uiteraard voor iedereen.

Groet

Gene

ps: een oude econoom schreef eens: het werken met gemiddelden is de weg naar de afgerond.

Heerlijk zulk een eenvoud.
Lijkt me geweldig om dat voor alle opleidingsniveaus in te voeren.

Daar draait onderwijs inderdaad om: het kind! Dit artikel geldt mijns inziens niet alleen voor directeuren van basisscholen maar ook voor die van het voortgezet onderwijs. Kinderen/leerlingen vinden het fijn om (h)erkend en gezien te worden, verantwoordelijkheid te krijgen, de steun te weten van de volwassene, ruimte te krijgen en successen te behalen. Maar geldt dat ook niet voor ons volwassenen?
Als goede schoolleider heb je oog voor iedereen binnen je school, zie je de mensen (kinderen en volwassenen!), stimuleer en motiveer je hen en bied je ze de ruimte, maar stuur je ook op resultaat, stel je eisen en daag je uit. En dan samen die successen vieren! Weten waarvoor je dit doet en er steeds naar werken! Dat levert niet alleen goede resultaten op maar ook energie en plezier in je werk. Niets is leuker dan samen met en aan onze toekomst (de kinderen) te werken!

x
x