Channels

Inleiding

In mijn eerste bijdrage heb ik een aanzet gegeven om de intensieve veehouderij te leren zien als metafoor over hoe wij onze kengetalgestuurde organisaties/stallen inrichten. De reacties op deel 1 van deze minireeks waren positief. Men herkende de teneur, vond het soms te zwart-wit, maar in grote lijnen was er sprake van herkenning. Ben ik te somber? In dit tweede deel heb ik een slecht bericht voor diegenen die dachten dat het slechts een grappige metafoor was. Het is de realiteit waar we onbewust, maar uiterst stelselmatig, in worden opgesloten. Diegenen die de film The Matrix hebben gezien weten waar het op uit gaat draaien. Maar in deze bijdrage ook wat eerste grove ideeën over hoe de landbouw zich probeert een weg te banen in het andere denken. Misschien helpt u dat aan bruikbare ideeën?

Lees ook:

De intensieve menshouderij reloaded

Kenmerkende verschillen tussen intensieve en organische organisaties

Het verschil tussen de intensieve en organische landbouw is eenvoudig. De intensieve landbouw gaat uit van vooral materiële en korte termijn (productie)normen en probeert dat met zo min mogelijk middelen te realiseren. Het doel heiligt de middelen en dus is de inzet van pesticiden en kunstmest (artificial fertilizers) gewenst en noodzakelijk. De intensieve boer hanteert het zogenaamde hard-system-thinking. Het is output gestuurd, alles kan berekend worden, de niet fysieke (psychische- en gevoels-) aspecten worden genegeerd en de ontwikkeling mag ten koste gaan van dier en mens, als de meetbare normen maar worden gehaald. Op die wijze is de levensduur van fokzeugen teruggebracht van 10 naar 2,5 jaar. Als we koeien krachtvoer geven waarin diermeel is verwerkt, is dat prima zolang de melkproductie er maar beter van wordt. We gaan pas over het systeem ‘koe’ nadenken ophet moment dat het arme dier er BSE van krijgt en als dit gevolgen voor ons als mensen kan hebben. De intensieve voetbalhouderij (champions league) heeft Nandrolon kennelijk als kunstmest ontdekt. Onderstaand schema geeft een aardig beeld van ”vooruitgang” in de landbouw. Naarmate de output groeit neemt de kwaliteit van de groundcondition af en krijgen we te maken met het sluipende proces van onderuitputting.

Figuur 1: ”Vooruitgang” (met dank aan Hans Schiere)

De organische boer werkt fundamenteel anders. Hij kijkt meer naar de beschikbare resources, naar het natuurlijke systeem zelf en de interacties. Hij let niet alleen op de output en probeert met meer respect voor het leven – waarmee hij mag werken – er het uiterste uit te halen. Alan Heeks komt in zijn boek ‘The Natural Advantage’ tot een overzicht waarbij hij de boerenfabriek vergelijkt met de conventionele manier van werken, door mij aangeduid als de ‘intensieve menshouderij’.

Probleem

Intensieve veehouderij

Intensieve menshouderij

Natuurlijke bemesting en bronnen raken uitgeput

Land en veestapel

Mensen (tekort aan geschikte mensen die nog willen/kunnen)

Groeiende output hangt af van externe druk

Kunstmest, genetische manipulatie, etc.

Deadlines, controlesytemen, performance indicatoren, beheersing

Neveneffecten worden onderdrukt

Gebruik van pesticiden en andere ziekte- en onkruidbestrijders

Sterke nadruk op resultaten, menselijke stress wordt gezien als zwakte (economie is alleen voor de sterken)

Er vindt roofbouw plaats

Het milieu komt verder onder druk, de residuen van de chemicaliën tasten ook het grondwater aan, waardoor de natuurlijk bemesting verder vermindert

Stress accumuleert,vitaliteit, motivatie en veerkracht van de mensen nemen verder af. Men spreekt over ‘reorganisatie-vermoeidheid’

De kwaliteit van de output neemt af

Producten voldoen wel aan eisen van voedselveiligheid, maar smaken nergens naar (de watertomaat)

De normen worden gehaald, maar er is geen echte kwaliteit, de arbeids-bevrediging voor de blijvers is minimaal, anderen gaan jobhobben

De monotone denk- en handelwijze creëert nieuwe risico’s en veroorzaakt steeds meer ernstige problemen

Geringe resistentie en natuurlijke barrières tegen ziektes, salmonella, varkenspest, BSE, MKZ en grondwater- en andere milieuproblemen

Stress veroorzaakt onduidelijke ziektes (chronische pijn, burn-out), men voelt diepe angst voor organisatorische veranderingen, mensen glijden steeds verder in de shit

Wat onderscheidt organische landbouwbedrijven van gangbare landbouwbedrijven?

Organische landbouwbedrijven kenmerken zich door verschillende zaken die op natuurlijke wijze samenhangen. Enigszins vereenvoudigd zou men kunnen zeggen dat een organisch landbouwbedrijf streeft naar:

  1. Het op gang helpen en houden van de natuurlijke kringloop (de eigen mest gebruikt men weer voor eigen doeleinden);
  2. Aandacht voor de natuurlijke omgeving (we leven met de aarde, niet alleen erop);
  3. De variëteit in werk en de productie neemt weer toe;
  4. Aandacht voor kwaliteit in plaats van alleen voor getallen en kwantiteiten.

Het zal duidelijk zijn dat deze zaken onderling samenhangen. Een organische boer kent minder afval, hij gebruikt en hergebruikt al het materiaal wat hij aangeboden krijgt. Het sluit aan op de natuurlijke gang van de dingen en zijn handelen staat in contrast met het ruimen van dieren voor een simpel griepje. Niet voor niets stuit dat ruimen zeer veel mensen tegen de borst. De dieren worden letterlijk voor niets afgemaakt, het dient geen ander doel dan het ritueel offeren van de dieren op de brandstapel van het totalitaire systeem van Mammon. Dierenwelzijn is in de intensieve veehouderij de sluitpost, maar in de organische landbouw is het één van de uitgangspunten. Veranderingen bij mens, dier en plant hebben namelijk hun eigen tempo en dat tempo kan niet worden geforceerd. Levende wezens zijn eenvoudigweg geen machines waarbij je onbeperkt aan de knoppen kunt draaien.

Niets is zo kwetsbaar als een monocultuur

Hoewel het intensieve systeem is gebaseerd op efficiëntie, monotoon groeidenken en schaalvergroting, blijkt juist dit systeem financieel heel kwetsbaar te zijn. Zonder extra financiële steun en subsidies redden boeren het vaak niet, en een calamiteit als MKZ betekent voor velen een regelrecht faillissement (gemakshalve wordt tegen de rest van de sector – de vleesverwerkende industrie en transporteurs – gezegd datzij te maken hebben met een gewoon ondernemersrisico, alsof zij niet tot dezelfde voedselketen behoren). Daarnaast betekenen de grote investeringen die boeren zich getroosten om mee te kunnen in de wereldeconomie dat steeds meer boeren om economische redenen vluchten naar landen als Canada, Frankrijk of het voormalig Oostblok. Zij hebben geluk dat zij daar nog niet als economische vluchtelingen worden beschouwd, dat zouden wij in Nederland wel doen (een kleurling is al snel een economisch vluchteling, een blanke is een emigrant: het een kwestie van welke kant je opgaat en met welke huidskleur je bent geboren). ‘Organic farming’ probeert die monotone denk- en handelwijze te doorbreken. Dit zou bijvoorbeeld weer kunnen leiden tot het ontstaan van gemengde bedrijven. Om rendabel te extensiveren zullen daarbij meer functies moeten worden gecombineerd, bijvoorbeeld met waterbeheer, recreatie, wonen en natuurbeheer.

Wat zijn de kenmerken van een organische organisatie?

Arie de Geus (ex-Shell) spreekt in zijn boek ‘De levende onderneming’ (1997) regelmatig over ecologie en de tolerante onderneming. Een bedrijf dat een variëteit van levensvormen binnen zichzelf tolereert, krijgt veerkracht om stress en rampen het hoofd te bieden. Vanuit de landbouw en de ecologie weten we dat hij gelijk heeft. Problemen oplossen met steeds rigoureuzer maatregelen – we maken desnoods alle hooglanders, herten, zwijnen, bijzondere schapen enzovoort af – is een gevaarlijk beleid. Systemen die opzettelijk en op gepaste wijze diversiteit introduceren, en dat gaat overigens absoluut ten koste van korte termijn opbrengsten, zullen overleven op lange termijn. De Geus spreekt over tolerante systemen, omdat die alleen in hectische tijden kunnen overleven, ze hebben namelijk niet één competentie (bijvoorbeeld vleesvarkens), maar hebben er meerdere tot hun beschikking.

Compartimentering, je wordt er ziek van!

De huidige organisaties zijn vaak monoculturen: we houden ons maar met een beperkt aantal zaken bezig (treinen laten rijden bijvoorbeeld) en hebben dat op zich weer onderverdeeld in subsystemen (businessunits: reizigers, exploitatie, onderhoud, vracht, verkeersleiding) en tenslotte maken we bij medewerkers ook nog het onderscheid tussen tops (beslissers), middles (praters) en bottoms (doeners). Maar het kan nog verder worden verdeeld. Als we de doeners nu ook nog zoveel mogelijk op hetzelfde traject laten rijden, dan zijn onze problemen opgelost en is echt alle variëteit verdwenen. Door het gebrek aan variëteit verdwijnt de zingeving. De conducteurs en machinisten snappen dondersgoed welk proces gaande is. Is het een wonder dat in een dergelijk gecompartimenteerd systeem de machinisten en reizigers met elkaar slaags raken als er iets mis gaat, zoals op Koninginnedag? Het varkenskot (Centraal Station Amsterdam) raakte overvol en vervolgens gaan we, net als varkens, aan elkaar knauwen. De intensieve boer zou er wel wat op weten: couperen die staarten en trekken die tanden. Bij de kippen knippen we de vleugels en snavels. Bij de NS brengen we boetes en schadeclaims in rekening. Want hoe meer schadeclaims de NS krijgt, hoe meer geld er is voor machinisten, onderhoud en nieuwe treinstellen, of maak ik hier wellicht een denkfout? Hoe leuk is het werken nog in de intensieve treinhouderij? Mogelijk moeten we in de toekomst machinisten importeren uit Afrika, net als we dat al in de gezondheidszorg met verpleegsters doen. En de overheid? Die doet mee aan symptoombestrijding. De burgemeester stelt de NS aansprakelijk. ‘Je moet toch wat’, zei minister Netelenbos nog (over vrije keus gesproken). De enige die wel een poot uitstak op Koninginnedag was het ‘anarchistische’ Gemeentelijk Vervoerbedrijf van Amsterdam. Toeval? Het beschaafde Connexion was nergens te bekennen. De boodschap aan de NS lijkt duidelijk: wie orde (lees: verregaande compartimentering) zaait, zal chaos oogsten.

Jurriaan Kamp, directeur van het tijdschrift Ode dat gewijd is aan de onderstroom in onze maatschappij, schreef recent het boeiende boekje ‘Omdat mensen er toe doen – naar een economie voor iedereen’ . De titel is opvallend en de moeite waard om onder de aandacht te brengen. Het gaat in deze bijdrage te ver het boek van Kamp samen te vatten, maar neemt u van mij aan dat het voor iemand met een beetje goede wil een bruikbaar overzicht biedt over hoe het wel degelijk anders kan. Binnen de landbouwuniversiteit is men (bijna) zover dat het dier weer als startpunt wordt gekozen. Wanneer zal de economie mens en dier weer centraal zetten? In mijn studietijd heette economie nog sociale economie en men bestudeerde het gedrag van mensen uit economisch oogpunt. Inmiddels bepaalt de economie de maat der dingen. Ik hoop dat het boek ‘Natural Advantage’ van Alan Heeks op het niveau van bedrijven eenzelfde ontwikkeling in gang kan zetten als Jurriaan Kamp met zijn boek op macro-economisch gebied nastreeft. De term ‘organic farming’ hebben wij niet voor het laatst gehoord, daar ben ik in ieder geval wel van overtuigd. Mede op basis van uw input (goede en slechte praktijkvoorbeelden en de al gedane opmerkingen) hoop ik in de laatste bijdrage deel 3 Over hoe je er echt beter van wordt, te komen tot een voorstel over het inrichten van de ‘‘organische organisatie” en hoe u kunt voorkomen ”geninabrinkt” te worden. We hebben nu hetrapport van de commissie-Wijffels: ”Einde intensieve veehouderij’‘ (Volkskrant 30 mei 2001), binnen 10 jaar is er ook een rapport van de commissie-Wijers: ”Einde intensieve menshouderij”.

Stellingen

1. Door vergaande compartimentering verdwijnt de variëteit uit het werk en daarmee de zingeving;

2. Het jobhoppen is een uiting van het zoeken naar zingeving (er moet toch meer zijn);

3. De salarissen van onze topmanagers bewijzen dat het herenboeren zijn met u als melkkoe.

 

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Beste Jaap,
een zeer interessant idee. Ik vroeg me al enige tijd af wat er nou eigenlijk mis was in de organisatie van werk & mens. Hiermee vallen puzzelstukjes op zijn plaats en heb ik een model in handen om ook onze organisatie nader te bekijken.
Bedankt,
Aletta

Jaap,

Je prikkelt me weer tot het geven van een reactie.
Daar gaat ie!

1. Door vergaande compartimentering verdwijnt de variëteit uit het werk en daarmee de zingeving;

Dat is dus niks nieuws. Hackman publiceerde daar in 1974 al over in zijn artikel “Motivation through the design off work”. Helaas is het Job Description Model dat hij daarin lanceert behoorlijk onbekend bij het hedendaagse management, die lezen nog steeds liever Adam Smith, Fayol, Weber en Taylor en de daarvan afgeleide managementliteratuur die nog steeds weet te verhalen dat macht het ideale sturingsmiddel is.
Gelukkig gaan de guru’s nu anders kraaien, bijvoorbeeld op een congres over Organisational Development in Brussel vorig jaar, waar tout le monde aanwezig was, met uitzondering van het Nederlandse Management (met uitzondering van KLM en ondergetekende)
Als mijn nieuwe boek af is (waarschijnlijk nog deze eeuw) zal het nederlandse taalgebied in ieder geval een aardig werkje hebben over mensgericht management. Dus nog even geduld.

2. Het jobhoppen is een uiting van het zoeken naar zingeving
(er moet toch meer zijn);

Ik denk dat er twee soorten job-hoppers zijn. De eerste soort is op zoek naar een snelle carriere. Je vindt ze met name bij de ICT jongetjes en meisjes. Thuis op de computer konden ze al redelijk met PacMan overweg (wie zegt dat spelletjes geen invloed hebben op mensen, je ziet ze nu op straat driftig achter kleine pilletjes rondlopen) en op school blonken ze uit in het vliegensvlug inloggen op een bulletin-board. De jongere zijn thuis op internet en kunnen, soms zelfs zonder taalfouten, een internet bouwen.
Op school hebben ze talencursus gevolgd waardoor ze zich kunnen uitdrukken met woorden als Kloksnelheid, bits, bytes, ISP’s, RAM en nog andere woorden die ze zelf niet begrijpen, maar die wel ingewikkeld klinken. Helaas hebben ze nog nooit van het woord klant en alle daarvan afgeleide woorden (zoals klantenwens, klanttevredenheid) gehoord.
Deze kinderen wippen van de ene baan naar de andere en gaan via de volkswagen Polo, de VW golf naar de stille droom, de Audi T8.
Binnenkort zijn vele van hen, voorzien van een rose slip, te bezichtigen bij het arbeidsbureau, waar ze, door hun geringe woordenschat en gebrek aan sociale eigenschappen, weg zullen zakken in de bodemloze archieven…..
De tweede groep is de groep van mensen die naar iets zoeken wat er eigenlijk niet is. Zij zoeken naar de pot met goud onder de regenboog, de heilige graal of de ideale organisatie.
Een gedeelte van deze mensen stijgt op de laddder van de hierarchie, maar weet dat carrières eigenlijk gewoon menselijke artefacten zijn. Na een paar MT posities zien ze in dat er toch niks te veranderen valt en beginnen ze voor zichzelf als interim-manager of adviseur en schrijven ze boeken over hoe het allemaal zou kunnen.
Een andere groep maakt geen carrière maar heeft gewoon een loopbaan en eindigt vervolgens op de P afdeling (kun je niet meer mee is er altijd nog de P) of wordt gebombardeerd tot kwaliteitsmanager (daar mag hij zeggen wat hij wil, maar luisteren doen we toch niet). Maar omdat net nu juist deze afdelingen tot volwaardige professies gaan uitgroeien, met belang voor de bedrijven, zullen ze binnenkort wel naar de financiele afdeling worden overgeplaats. Roemloos zitten ze te wachten op hun pensioen als lid van de grootste familie van Nederland.

Och ja, mensen zoeken naar een betekenis…….

3. De salarissen van onze topmanagers bewijzen dat het herenboeren zijn met u als melkkoe.

Niet mee eens. De grootste heerboer van dit land is ene Win Kok in Den Haag die iedereen, inclusief de grootverdienende managers, continue uit zit te knijpen. Helaas voor Wim betaald dat baantje niet echt goed en moet hij daarom ook regelmatig dineren bij FEBO of aanschuiven aan banketten.
Als mensen een melkkoe zijn, of zich beschouwen als melkkoe vergeten ze een zeer belangrijk element van het mens-zijn. Een mens kan altijd een keuze maken en ervoor kiezen als melkkoe door het leven te gaan. Kan het je niks schelen, heb je geen ambitie, laat je uitmelken! Heb je ambities, laat van je horen als een stier die op zoek is naar een bronstige (of was het tochtige) koe. Het gevaar van ongewenste intimiteiten ligt natuurlijk op de loer, maar ook daar trek je je niets van aan. Per slot is het gouden mes in de rug ook niet te versmaden. (Helaas zal de bende van Kok daar ook wel weer een fors deel van willen melken, maar ja, tegen dictatuur valt moeilijk iets te doen.)

Kortom, de sterk gestegen inkomens van de tob-managers bewijzen alleen maar dat het marktmechanisme nog steeds werkt en niets anders. Wijzen naar deze inkomens bewijst alleen maar een stukje menselijkheid, want afgunst en jaloezie zijn menselijke trekjes. Die jongens hebben geluk gehad of hebben aan de juiste tepel gehangen. Maar al met al zijn ze wel betere managers dan Pronk en Netelenbos in het kwadraat.

Ad de Beer
f-ektief business development group
http://www.f-ektief.nl

De compartimentering van werkzaamheden is een stap terug in de tijd. Vroeger moesten mensen gewoon doen wat de baas zei. Later hebben we taakverrijkingen gekregen om de betrokkenheid van de mensen en de kwaliteit van het werk te verhogen. En nu? Een boeiende beschouwing.

helder betoog: misschien brengt het ons inderdaad op het idee om de mens weer tot uitgangspunt te nemen bij hetgeen we doen, organiseren, produceren, enzovoorts. waar dat toe leidt zou weleens “design for all”, of “inclusive design” kunnen worden genoemd. Het zou leiden tot andere vormen van samenwerken en onnodig leed, maar ook onnodige kosten voor individu en maatschappij, voorkomen.

Artikel gelezen, reacties bekeken en toen besloten ook te reageren.
Zowel op het artikel als op de reacties.
Vooraf: Zelf ben ik qua persoonlijkheid een modelmatig en conceptueel denker. Handig in deze tijd van het dogmatisch en bijna evangelistisch toepassen van systemen, modellen en ‘good practices’. Dat is tevens mijn makke in de overgang van menshouderij naar het houden van mensen.

Het artikel is een prachtig vervolg op het eerste deel. Wie wil er nou vergeleken worden met een koe in een intensieve melkveehouderij. Dus ja, we zijn dan allemaal voor organisch boeren en organisch ondernemen.
Jaap, je valt wel een beetje in je eigen gegraven kuil.
Kennelijk ben je beter geïndoctrineerd dan jezelf vermoed, want je zet je af tegen rigide systemen, de toepassing van modellen, etc. terwijl je vervolgens een ander model naar voren schuift.
Je kondigt het zelfs aan voor je derde deel. Misschien moet daarvan de essentie zijn dat er nou eens geen systeem of model met een klinkende naam naar voren geschoven moet worden (waarschijnlijk kunnen amerikanen daar dan niet mee overweg, maar swah..)
Gezond verstand en goed fatsoen (ai, toch ook een beetje een motto) als leidraad voor leven en werken. Clichématig maar zwaar ondergewaardeerd in de competitie met andere motto’s, dogma’s en organisatiemodellen en systemen.

Uit de reacties merk ik ook op dat modelmatig denken en het samenvatten van het leven en werken in motto’s zodanig is vastgezet in het denken dat ontsnappen voorlopig nog niet mogelijk lijkt.

Wat is dat nou “de marktwerking”? Geen haar op mijn hoofd die gelooft dat salarissen van topmanagers door louter rationele marktoverwegingen tot stand komen.
Jobhoppers:
Bij de verklaring voor jobhoppen in artikel en reacties wordt niets verteld over de antireactie hierop. Mensen zoeken veel minder snel een ander huis, een andere plaats om in te wonen. Onthechting van het bedrijf maar hechting aan buurt en stad/dorp. Lijkt mij dat daar toch (overigens zonder opgelegd model of motto) een balansbewing is te constateren.
Geklaag over ICT-kinderen is goedkoop en ondoordacht. meestal wordt op projectbasis bij opdrachtgevers gewerkt, waarbij ook nog eens vanuit het management (ouder dan de beschreven kinderen) weinig tot niets gedaan wordt aan socialisering, binding, gemeenschapsgevoel, etc.

Tot slot:
Overigens, met betrekking tot de agro-sector. De organic farmers (bio-boeren e.d.) zijn meestal wel erg goed in het gesloten houden van hun ketens om zo de kwaliteit van hun producten te kunnen garanderen. Mooie balans tussen organisch produceren en systeemkennis en controle.

Share holders value money machine bedrijven denken nu nog zo:

Als je 5000 calorieën toevoegt aan een ei en je doet dat in 10 minuten, dan heb je een hard gekookt ei, doe je dat gespreid over een periode van 3 weken, dan heb je een kuiken.
Shareholders verwachten van een bedrijf een instant kuiken maar dan wel binnen 10 minuten.

De nieuwe post industriele kennis maatschappij zal de vrije markt gebruiken als de enige bewezen bron van economische integratie. We bevinden ons nu in een overgangsfase naar de kennismaatschappij, die gebaseerd is op de uitwisseling van kennis en staat ver af van de materiele produktie en welig tierend kapitalisme. Deze overgangsfase is een tijd om de toekomst te maken. Er is geen actieplan voor de toekomst. De toekomst heeft vele gezichten en mogelijkheden, daarom kun je beter uitgaan van richtingen (trektocht)

Menselijke waarden zoals aandacht vrije tijd, vertrouwen en een rechtvaardige verdeling van rijkdom moeten weer richtinggevend gaan worden. Zelfs mensen die niet zo radikaal willen zijn, moeten zich afvragen of onze economische voorspoed niet ten koste gaat van andere waarden.

(Beursgenoteerde) bedrijven zullen gaan ervaren dat ze door klanten, handelsrelaties en medewerkers en de maatschappij steeds meer zullen worden afgerekend op echte toegevoegde (maatschappelijke) waarde.
En dat is iets anders dan groei, cost efficiency of keten dominantie maar vooral onderscheidend vermogen en maatschappelijke waarde.

De vraag is welke rol overheden nog kunnen spelen in de prestatie maatschappij met haar nationale en internationale staten en verouderde gereedschappen.
Het model van de ‘belastingstaat’ om inkomens te herverdelen zal niet gaan werken, dat veroorzaakt louter een corrupte staat met gelegitimeerde plundering van de gemeenschap

De regering nog de markt kunnen de kennis maatschappij leiden. Er is systematische, georganiseerde toepassing van kennis op kennis nodig.
Het management kan zich geen edeler rol voorstellen, maar zou dan uit de huidige share holders value wedrace moeten stappen. Anders zul je geconfronteerd worden dat je als bedrijf key customers (gemakskopers), high potential medewerkers en strategische partners niet meer aan je kunt binden, en kunt boeien.
En dat zijn de eerste duidelijke voortekenen van de kentering. ……….

Ton van Rooijen is partner van de Striking Group, initiatiefnemer van Striking Innoversity en tevens docent en inspirator bij de Universiteit Nyenrode.
© Striking Innoversity B.V. april 2001

De intensieve veehouderij is niet gericht op het kapot maken van de maatschappij
nee
het is doordat jullie eten willen dat wij meer moeten produceren
dus meer onderzoeken

o ja een bevrucht ei is in 10 minuten neit een gekookt ei maar een dood embryo
dus

Ja, ik ben het helemaal met Jaap Peters eens en vind de “intensieve menshouderij” een prachtige metafoor. Ik geef veel managementtrainingen aan mensen uit het lager kader, en dan krijg je echt de indruk dat er een crisis gaande is (net zoals er een crisis in de landbouw is) als je hoort met wat voor kilheid en gebrek aan fatsoen deze mensen door het hoger kader bejegend worden. Drie kwart van de tijd gaat zitten in hoe ze met hun eigen bazen om moeten gaan in plaats van aan hoe ze zelf leiding moeten geven aan hun mensen.
De aanwezigheid van een monocultuur is inderdaad een probleem, maar waarom noemt Peters niet de afwezigheid van vrouwen in het management? In Nederland is slechts 5% van het management vrouw, evenveel als in Botswana. Hoe komt dat? Organisaties zijn door mannen en voor mannen. Nederlandse vrouwen zijn zo geëmancipeerd en hoog opgeleid, dat ze geen zin hebben om zich te onderwerpen aan de dominante mannelijke manier van denken.
Maar hebben jullie wel gehoord van de sociocratie? Sociocratie is een radicaal andere manier om organisaties in te richten. Het gaat uit dat iedereen gelijkwaardig kan delen in de macht. Niemand mag ontkend worden, je krijgt de garantie dat je te allen tijde beleidsbeslissingen mag corrigeren. Door het “consentprincipe” wordt dit mogelijk gemaakt. Sociocratie heeft grote gevolgen voor zelfsturing en eigen leiderschap van mensen. Het is in Nederland bedacht maar er bestaat wereldwijde belangstelling voor. De interesse ervoor neemt steeds toe, er zijn bij Shell Pernis nu verschillende afdelingen die er met succes mee werken. Voor meer informatie http://www.sociocratie.nl.
Laura Babeliowsky is zelfstandig organisatieadviseur

Toen ik deel 1 begon te lezen vond ik het een goeie metafoor. Toen ik het gelezen had vroeg ik me af of het eigenlijk wel een metafoor was.
Nu ik deel 2 heb gelezen denk ik dat het helemaal geen metafoor is.

Veel ontwikkelingen in bedrijfsvoering niet alleen in organisaties maar ook in de maatschappij als geheel en op allerlei (schaal)niveaus, zijn veelal “antwoord-gestuurd” in plaats van “vraag-gestuurd”; ofwel: “oplossingsgestuurd” in plaats van “probleemgestuurd”.
Ik denk dat ‘t als volgt werkt:
Managers formuleren hun “problemen” vaak in termen van een oplossing: “We moeten…zus en zo” of: “We gaan …dit en dat”. Vervolgens is dan de vraag: Hoe dat te realiseren? Daarmee is dat dan het nieuwe probleem geworden! En voor de oplossing daarvan geldt dan eerst het dictaat van de technologie (we doen ’t omdat ’t kàn) en vervolgens van de efficiency om het qua kosten te kunnen beheersen.
Echter, omdat er een oplossing geformuleerd is vermomd als probleem, gaat men iets realiseren dat men (graag) wil, in plaats van dat wat echt nodig is, of in elk geval zonder dat men weet of dat is wat men nodig heeft. En dan geldt: “De volmaakte nutteloosheid is het weten van het antwoord op de verkeerde vraag”; ofwel: “De volmaakte nutteloosheid is het weten van de oplossing voor het verkeerde probleem.”

Is het nu echt de agrariesch ondernemer zijn schuld?
De consumenten moeten eerst naar zichzelf kijken!
Wanneer men de consument intervieuwt voordat ze de supermarkt in lopen willen ze zo natuurlijk en diervriendelijk mogelijke producten. Maar dan staan ze voor de schappen en zien ze dat er toch wel een aardig prijsverschil zit tussen “biologische” en “normale” producten en als de concument de winkel uitloopt zitten in de winkelwagen de goedkoopste producten die ze maar konden vinden.
Waarom zouden de agrariersche ondernemers nu investeren in allerlei maatregelen om bijvoorbeeld biologisch te worden wat de kostprijs van de producten aanzienlijk verhoogt als de producten toch niet verkocht worden.
Dus

Beste Joep Sorée,
Bij je reactie “De volmaakte nutteloosheid” (12-04-2002) sluit ik me graag aan.
Je opmerking dat het bij de intensieve menshouderij helemaal niet om een metafoor gaat is volkomen terecht.
De intensieve menshouderij valt eerder te kwalificeren als een karikatuur. Het is een taalkundige vondst die voortvloeit uit pure decadentie en is bedacht door iemand die ieder gevoel voor reële verhoudingen is kwijtgeraakt.
Wil je het hele stelsel van arbeidsverhoudingen zoals je dat in Nederlandse arbeidsorganisaties tegenkomt überhaupt durven vergelijken met de situatie zoals die zich voordoet in de intensieve veehouderij in Nederland dan moet je van goeden huize komen lijkt me. Enige onderbouwing van deze brute vergelijking zou op zijn plaats zijn. Maar helaas de empirische onderbouwing ontbreekt volledig in beide artikelen.
Nemen we uit de intensieve menshouderij (2) bijvoorbeeld de alinea die wordt begeleid met de volgende kop: “Compartimentering: je wordt er ziek van.” Wat bedoelt de auteur hiermee? Met compartimentering wordt bedoeld het proces van arbeidsverdeling. Kennelijk moeten we dus uit deze bewering opmaken dat het proces van arbeidsverdeling ziekmakend is. De auteur is dus kennelijk tegen arbeidsverdeling. Betekent dit dat de auteur een maatschappij voorstaat waarbij iedere vorm van arbeidsverdeling wordt teruggedraaid? Moeten we als mensheid terug naar een vorm van jagers en verzamelaars bestaan? Overigens, ook toen was er al “compartimentering”, namelijk de mannen gingen jagen en de vrouwen verzamelen.
Als de auteur privé bijvoorbeeld het huishoudelijk werk en de opvoeding van de kinderen overlaat aan zijn vrouw, op zijn werk zijn brieven laat uitwerken en uitprinten door het secretariaat en de stagiaire een artikel laat kopiëren uit de bibliotheek. Wat denkt hij dan? Compartimentering, je wordt er ziek van? Dat denken misschien degenen aan wie hij deze klusjes uitbesteed, maar zelf denkt hij: mooi, zo kan ik mij ten minste toeleggen op mijn specialisme waarin ik mijn toegevoegde waarde heb en waarmee ik mijn boterham verdien. Dat is de keerzijde van het proces van arbeidsverdeling. Het levert productiviteitswinsten op voor degenen die zich ergens op toeleggen. Uiteraard zijn er ook nadelen aan het proces van arbeidsverdeling. Er ontstaan coördinatievraagstukken (managementvraagstukken; transactiekosten dus) en het proces van arbeidsverdeling kan ook te ver doorschieten soms (afnemende marginale productiviteitswinsten). Enfin, er dient dus een afweging te worden gemaakt tussen de productiviteitswinsten van het voortschrijdende proces van arbeidsdeling en de toenemende coördinatiekosten. Compartimentering wordt dus afgeremd door andere economische krachten. In ieder economie boek kun je lezen over deze afwegingsprocessen.
Terug naar de alinea van de auteur. Compartimentering, je wordt er ziek van. Het woord ziek valt. In onze maatschappij is er een beroepsgroep die zich met ziekte bezig houdt, namelijk de artsenstand. Artsen die zich toeleggen op het bestuderen van gezondheidssituaties in bedrijven staan bekend als bedrijfsartsen en werken meestal vanuit bedrijfsgezondheidsdiensten. Je zou verwachten dat de auteur om zijn stelling te onderbouwen nu komt met een gepubliceerd onderzoeksrapport dat is opgesteld door een landelijke bedrijfsartsen groep die een uitgebreide steekproef van bedrijven hebben onderzocht waaruit is gebleken dat het proces van arbeidsverdeling te ver is doorgeschoten en dat een dergelijke situatie een negatieve invloed heeft op de gezondheidssituatie van de Nederlandse werknemer. Een aanbeveling uit een dergelijk gepubliceerd rapport zou kunnen zijn dat het proces van arbeidsverdeling moet worden teruggedrongen, etc. Maar wat schetst onze verbazing. Niets van dit alles wordt als onderbouwing ten tonele gevoerd. Kan ook niet natuurlijk, want een rapport met een dergelijke uitkomst bestaat niet. Nee, alleen een anekdote over een openbaar vervoerprobleem in Amsterdam op een bepaalde Koninginnedag in een bepaald jaar waarbij het vervoersvraagstuk niet naar believen werd opgelost is voor de auteur voldoende om tot de uitspraak te komen: Compartimentering, je wordt er ziek van! Het zal duidelijk zijn dat deze vorm van anekdotische bewijsvoering absoluut onvoldoende is om tot een dergelijke generalisering te komen. Zo makkelijk komt de auteur hier niet mee weg.
Compartimentering, je wordt er ziek van blijft zolang de bewijsvoering ontbreekt gewoon een loze bewering.
In feite is de hele intensieve menshouderij (1) en (2) volledig op de zojuist gedemonstreerde werkwijze opgebouwd met beweringen die alleen met anekdotes worden toegelicht. Waarbij nog moet afgewacht of de anekdotes ook de lading dekken. Nergens is sprake van empirische onderbouwing. Meer staaltjes van dit soort denkwerk kan men aantreffen in de column van de auteur: Over het onderhoud van luchtkastelen.
De taalkundige vondst van de auteur is dus allesbehalve een grappige metafoor. En het is zeker niet de realiteit. Integendeel. Het is eerder een karikatuur en een grove belediging voor al die mensen die dagelijks hun gespecialiseerde werk doen in een stelsel van arbeidsverdeling en die wel degelijk zingeving ontlenen aan dat werk. Waar zijn de onderzoeken waaruit zou moeten blijken dat het niet zo is?
Het is inderdaad de volmaakte nutteloosheid om nog langer met de verkeerde, niet onderbouwde vragen bezig te zijn.
Moge de intensieve menshouderij (3) ons bespaart blijven.

Aanbevolen literatuur:
– J. Scott, Corporate Business and Capitalist Classes, Oxford University Press, 1997.

Het artikel wat hier staat is ten dele waar, u beweert dat er bij intensieve monoculture veehouderij, meer ziektes zijn dan bij organische veehouderij. Het tegendeel is echter waar. Het is bewezen dat kippen in legbatterijen (wat ik overigens niet goedkeur) minder ziektes hebben dan hun soortgenoten in de wei.

Ook met de mkz crisis in Groot Brittanie is bewezen dat kleine veehouderijen die alle dieren buiten hebben lopen, eerder mkz krijgen dan zoals hier in Nederland. Hier zaten de voornamelijk runderen allemaal in de stallen, daardoor is de MKZ-crisis hier betrekkelijk vlug opgelost. Dat er niet geent mocht worden, is een kwestie van regelgeving. In europa mocht het niet, ging Nederland toch enten is het zijn exportvergunning kwijt. Als je daardoor alle melk en vlees zou moeten vernietigen, zou dat een enorme schadepost zijn voor de regering. Wat weer verhaalt wordt op de burger.

Ook wat betreft voedselveiligheid zijn de dieren in een stal beter te controleren dan in een wei. Als bijvoorbeeld koeien planten eten die van nature giftig zijn, kunnen er gifstoffen in de melk komen juist omdat het natuurlijke stoffen zijn. Als ze in de stal voer krijgen wat goed verbouwd is is het veel gezonder.

Als de consument 10 cent meer betaalt voor het voedsel wat ze eten, is het al snel een stuk makkelijker voor een boer om wat meer te investeren in een diervriendelijker productieomgeving. Maar de consument is niet bereid dit te betalen. (ook al zeggen veel van wel in een enquete). Als er in de supermarkt 2 soorten eieren liggen, uit de legbatterij en scharreleieren, kiezen 8 van de 10 toch voor de goedkoopste. Wat uiteindelijk toch de legbatterij-ei is.

Het is natuurlijk heel erg belangrijk dat het welzijn van het dier voorop staat. Voor boeren is dit ook belangrijk, maar zij moeten er ook hun boterham mee verdienen.

Organic farming doet mij heel erg denken aan biologisch dynamische landbouw….Alleen dan ontbreekt het geesteswetenschappelijke fundament.

Veel van wat in het artikel staat, willen mensen in de organisaties vaak ook wel, is mijn stellige overtuiging, maar ze zijn er door de concurrentie niet toe in staat.
De prestige moest bijvoorbeeld wel doorvaren, want in de moordende concurrentie is de prijs zo scherp, dat er absoluut geen post voor een veilige en mileu-veilige boot in verwerkt is….
Als je aankomt met het bewust regelen van prijzen door overleg en associatie (sociale driegeleding) wordt je weggehoond als idealist, terwijl mensen aan de andere kant wel zo hypocriet zijn om te betreuren wat er met olierampen gebeurd. Dat is dan toch gewoon een logische consequentie van het ‘practische’ denken in vraag en aanbod en concurrentie strijd, want we weten niet hoe het anders moet….. Ja en als we horen hoe het anders moet, namelijk gewoon door de economische vijanden tot vrienden te maken, en associaties (economische ketens) te vormen, dan wordt je uitgemaakt voor fantast. Alleen omdat je taboes (bv dat werknemers alle financiele ins en outs mogen inzien) wil doorbreken en bewustzijn wil brengen in prijsvorming en concurrentie tot samen in de markt staan. bla bla

Uitstekende, maar nogal diepgaande en gedetailleerde metafoor
en zeker geen karikatuur! L’histoire ce repête! De mens wordt van den beginne al uitgebuit en uitgeleefd en heeft dat als meest intelligente wezen (?) vaak niet eens door. Preventieve ruiming vindt al plaats vanaf het moment dat Kain zijn broer Abel de hersens insloeg en sindsdien is het alleen nog maar erger geworden. Time for a change?
De aan(deel)houder wint het altijd ten koste van het werkvee dat geplaagd wordt door bse (= burn-out, stress en overspanning) en noem de rest maar op. Half Nederland heeft imiddels een psychische stoornis en dat komt echt niet alleen, omdat men vroeger geen kinderfietsje heeft gehad. De tolerantie en motivatie binnen het bedrijfsleven is een farce en (bijna) iedereen gaat voor méér en beter (Enron, Worldcom, Ahold etc). Door dit alles onstaat een vacuum wat aantrekkelijk is voor negatieve krachten, waar de hiërarchische elite maar al te graag gebruik van maakt. Moeten we niet eens weg uit onze oververstedelijkte, vertechniseerde massaconsumptie-maatschappij en terug naar een kleinschalige agrarisch-ambachtelijke samenleving? Geen legbatterijen, maar gewoon je eigen kostje bij elkaar scharrelen. Dat zal de productiviteit alleen maar ten goede komen, maar daar zal wel geen ruimte en geen geld voor zijn.
Massa-productie houdt de massa dom en het werkvee laat zich
apatisch naar de slachtbank leiden en àls er al eens een probeert te ontsnappen, wordt hij meteen afgeschoten. Zin geven aan het leven van mens en dier zal een utopie blijven, als we doorgaan met deze veel te intensieve menshouderij en het verkwanselen van de rijkdommen, die voor het opscheppen liggen. In de grote poppenkast blijven we dan puppets on a string.
Wanneer komt deel 3 trouwens uit?

Ik vind de beweringen die gedaan worden nogal los zand ; waar blijft de onderbouwing van de zg. nadelen van arbeidsverdeling en streven naar waardemaximalisatie. de metafoor loopt dan ook ‘mank’ . de stijgende arbeidsproductiviteit komt voort uit het streven naar welvaart van een samenleving en het is de aandeelhouder die hiervan profiteert. ik denk dat de auteur meer dan een maal oorzaak en gevolg niet helder doet gelden.

Geweldig verhaal en herkenbaar. Kan niet wachten tot deel 3 verschijnt. Wanneer is de grote dag?

Met grote interesse las ik Uw artikelen en ben het in grote lijnen met U eens. Het zogenaamde economische marktdenken heeft bedenkelijke schaduwkanten, omdat hierdoor alles gerationaliseerd wordt en er weinig ruimte overblijft voor het individu.

Wel vraag ik mij af, wat ertegen gedaan kan worden. Onze maatschappij en organisaties zijn hierarchisch georganiseerd en weinig flexibel. Bovendien moet onze economie meegaan in de globalisering, d.w.z. concurreren met Oos-Europa, China, India, etc.

Wat al een hele vooruitgang zou zijn, als de belastingdruk op het Midden- en Kleinbedrijf een fors stuk lager zou worden, waardoor er meer bedrijvigheid kan ontstaan. Maar dit is moeilijk, omdat er teveel ambtenaren, uitkeringstrekkers, etc. zijn, zodat het systeem zich zelf in stand houdt.

Ik denk daarom toch, dat de problemen alleen opgelost kunnen worden, door de geldstromen op een andere manier te besteden en organisaties anders in te richten. Pas dan kunnen de gewenste veranderingen . Dit houdt inderdaad in, dat er eerst een visie ontwikkeld moet worden, en pas dan over het geld nagedacht, en niet maatschappelijke processen volgens autonome economische wetten laten verlopen, het zogenaamde markt- denken dus

Maar het marktdenken is nu juist een reactie op al die overtrokken visies uit de jaren zestig en zeventig, met o.a. den Uil, nieuw links, etc.

Mijn idee is, dat het ontwikkelen van visies o.k. is, maar deze moeten resultaat en praktijkgericht zijn en niet utopisch, zoals in de jaren zestig en zeventig. ! Concrete voorbeelden zijn o.a. de HSL lijn, de Betuwelijn en de eindeloze onderwijshervormingen waarbij het parlement steeds heeft nagelaten de uitvoerbaarheid te checken, op haarlbaarheid, kosten, etc. etc.

Ik ben daarom een groot voorstander, om eerst de ontwikkelingen in historisch verband te plaatsen. Hierdoor kunnen we leren van de fouten uit het verleden en op een zinvollere manier de toekomst vormgeven.

Met vriendelijke groeten,

Maurice van Mourik

een terechte waarschuwing voor de (westerse?) mens die generaties lang het cognitieve denken en rationeel/conceptueel denken -maatschappelijk- heeft overgewaardeerd.
Hoe kunnen we alternatieve, scheppingvriendelijkere, ontwikkelingen aanmoedigen en het voortouw laten nemen voordat ons ecologisch systeem vernietigd is? Ik zie immers dat dit streven al bestaat sinds de 60-er jaren, maar slechts fragmentarisch, c.q. op kleine schaal, in bepaalde vormen van coaching, farming en communevorming weet te overleven.
Wordt het niet tijd dat al die ethici, organisatiecoaches, adviseurs etc. eens wat lef toonden en ook de bestuurders van (hun) organisaties een vuist laten maken tegen hedgefunds, aandeelhouders en bureaucratische toezichthouders?
Wat kan een mens in een organisatie doen om er geen menshouderij van te maken, en de organisatie toch in de markt te laten overleven?

[…] artikel: Spectaculaire bedrijfsresultaten bereiken en vasthouden? Bespreking van ‘Good to great’ – Jim Collins (2001) door: Coert Visser Hoe bereikten de meest […]

Toon alle 19 reacties
x
x