Channels

Toen de heer Kist, voorzitter van de Raad van Bestuur van ING, een paar maanden geleden bij de presentatie van de kwartaalcijfers zei dat de bestaande ING-klanten verder ‘uitgemolken’ moesten worden, gaf hij een prachtige voorzet voor deze mini-reeks. Dat de topman het streven van ING zo formuleerde was natuurlijk onhandig – ga maar eens aan je klanten uitleggen dat je ze wilt uitmelken – maar wel eerlijk. En laten we eerlijk zijn, lijken moderne bedrijven en overheden niet steeds meer op intensieve menshouderijen?

Hoe efficienter, hoe gevoeliger voor storingen

Gedurende een aantal jaren mag ik als gastdocent aan de Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW) een kleine bijdrage leveren aan het vak Ketenstrategie. Dat is buitengewoon boeiend. Ik kom in aanraking met een wereld die zich niet alleen onderscheidt in de manier van aanpak (inhoud komt nog vaak voor de vorm, doe maar gewoon dan doe je gek genoeg), maar die ook voorop loopt in het toepassen van moderne managementmethoden en technologie (zoals genetische manipulatie). De agribusiness is een interessant studieobject voor ketenstrategie. Nergens zijn zoveel kwaliteitszorgsystemen en nergens kan met zo’n groot gemak verandermanagement worden toegepast als in de agribusiness. Planten en dieren geven nu eenmaal zonder morren hun leven voor de goede zaak. Nergens zijn de kengetallen in het termen van bedrijfsperformance dan ook zo geweldig als in de Nederlandse agribusiness. We hebben de hoogste melkproductie per koe, de meeste biggen per fokzeug, de laagste sterftecijfers per diersoort en de gunstigste conversiecijfers (de hoeveelheid voer afgezet tegen de vleesproductie). Kortom: de Nederlandse agri-wereld behoort wereldwijd tot de top als je kijkt naar de fysieke output.

Lees ook:

Mensgericht organiseren

Om begrijpelijke redenen is de agribusiness verder in zijn ontwikkeling dan de rest van het Nederlandse bedrijfsleven; mensen laten zich nu eenmaal niet zoals vee naar de slachtbank leiden. Hoewel? Zijn we in de maatschappij toch ook niet op weg om overal intensieve menshouderijen te creëren? Binnen alle bedrijven is er een teneur van toenemende industrialisering, schaalvergroting, kostenefficiëntie, machtsconcentratie, uniformiteit en hoge doorstroomsnelheden. Dat uit zich in te volle varkenshokken zoals daar zijn: NS-stations, ziekenhuizen, universiteiten, restaurants, pretparken, luchthavens en/of snelwegen. Net als in de agribusiness zijn deze systemen erg gevoelig. Als er ergens maar even iets stagneert ontstaan wachtrijen.

Uitmelken, wegwerpen of desnoods jezelf preventief ruimen

Ondanks de geweldige performance van de landbouw zijn er enorme problemen ontstaan. Denk maar aan mestoverschotten, BSE, varkenspest, dioxine-kippen, MKZ en ontvolking – eenzaamheid op het platteland (zie ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak of straks ”Hoe de melkkoe verdween uit ons landschap?”). De dieren worden letterlijk ziek van ons en het milieu kan het eenvoudigweg niet meer aan. In de intensieve varkenshouderij bijvoorbeeld gaan de fokzeugen gemiddeld maar 2,5 jaar mee, terwijl de dieren gemakkelijk 10 jaar kunnen worden. Door de hoge productie-eisen vallen ze vroegtijdig uit. En als een zeug niet twee keer per jaar tenminste tien jongen werpt, wordt zij sowieso geruimd. Schokkend, nietwaar? Maar hoe liggen in onze organisaties de productie-eisen? Worden wij ook niet preventief geruimd als we te vaak en te lang ziek zijn (WAO). Wie haalt tegenwoordig nog zijn pensioengerechtigde leeftijd zonder preventief geruimd te worden? Dat is onder druk van aandeelhouders die steeds betere winstcijfers willen zien een utopie geworden. En in de toekomst ruimt u zichzelf misschien wel met een pilletje van minister Borst als u letterlijk uitgemolken en levensmoe bent. Dat laatste scheelt in ieder geval in de wachtrijen. Het zal toeval zijn dat de minister met de langste wachtrijen, ook met deze oplossing komt.

Intensieve menshouderijen handelen op basis van spreadsheets

Hoe fijn is het eigenlijk om te werken in een intensieve menshouderij? Wat gebeurt er met iemand die zijn beste krachten geeft voor KPMG in Emmen en er wordt besloten om het kantoor af te stoten naar collega Deloitte & Touche, die wel is geïnteresseerd in kleine en middelgrote ondernemingen? Hoe kijken de werknemers van Daimler Benz aan tegen hun bestuursvoorzitter Jürgen Schrempp, die zijn laptop ironisch genoeg Klara heeft genoemd. Zijn ‘Welt AG’ is als één grote melkkoe in de spreadsheets van Klara gestopt en op basis daarvan beslist Schrempp om 35.000 banen bij Chrysler en Mitsubishi preventief te ruimen: via het scorebord (de spreadsheet) wordt de wedstrijd beoordeeld. Werken niet steeds meer bedrijven en organisaties volgens werkwijzen die zijn ontstaan in de intensieve veehouderij? Bij welke menshouderij werkt u eigenlijk? De intensieve advieshouderij, de intensieve winkelhouderij, de intensieve bankhouderij, de intensieve studenthouderij, intensieve restauranthouderij, intensieve bejaardenhouderij, de intensieve uitgeverij, de intensieve ziekenhuisbedderij of de intensieve treinhouderij? Leven wij niet steeds meer om de economie in stand te houden en laat wij ons niet steeds meer omvormen tot wegwerpwerkers ten dienste van de aandeelhouders? In deze drie bijdragen wil ik onder andere stilstaan bij de vraag: Hoe heeft het zover kunnen komen in de landbouw en welke parallellen kunnen we trekken met de rest van het bedrijfsleven? Vervolgens onderscheid ik ‘intensive farming’ en ‘organic farming’. Zijn de principes van organic farming toe te passen op het bedrijfsleven en hoe ziet een bedrijf er dan ongeveer uit?

De prijs van een karbonade en daar voorbij

Sinds het begin van het lopende collegejaar 2000-2001 is aan de LUW iets opmerkelijks gebeurd. Een stille revolutie die meer aandacht zou verdienen: De LUW heeft aangekondigd voortaan te gaan voor ‘sustainability’ (duurzaamheid). Ze heeft in haar missie opgenomen op de eerste plaats een bijdrage te willen leveren aan gezondere grond, lucht en water en van daaruit aan een beter klimaat voor mens, dier en plant. Niet alles hoeft meer te wijken voor de goedkoopst mogelijk productiewijze van een kropje sla of een kilo varkensvlees! In haar meest uitgesproken vorm heeft deze denkrichting ook al een naam: organic farming. Het is een denk- en handelswijze die door de universiteit is omarmd, ook al weten velen zich niet goed raad met deze consequenties. Dat roept tevens de vraag op: hoever wij zijn als people-managers? Hebben economische, juridische en bedrijfskundige faculteiten er überhaupt wel eens over nagedacht een dergelijk statement af te geven? Ziet u juristen te hoop lopen in Den Haag om de BV (Beperkte Verantwoordelijkheid) te vervangen door een VV (Volle Verantwoordelijkheid)? Ik dacht het niet. Het is weliswaar noodgedwongen, maar de landbouw heeft haar voorspong, in ieder geval optisch, op het overige bedrijfsleven opnieuw vergroot. Wat kunnen we hiervan leren? Er zijn signalen genoeg dat de mens, net als het dier, de intensieve menshouderij niet meer aan kan. We hebben het druk, druk, druk en zijn gejaagd, de behoefte bij werknemers aan drie- of vierdaagse werkweken wordt steeds groter, om de batterij te kunnen opladen. Steeds jongere mensen vertonen burn-out verschijnselen, het personeelsverloop bij veel bedrijven is hoog, veel jobhoppers hebben voor hun dertigste al tien verschillende banen gehad, er zijn steeds meer hartaanvallen (ook bij vrouwen) en ernstige ziektes onder jonge mensen en steeds meer mensen willen vervroegd uittreden (eindelijk rust), onbetaald verlof kunnen opnemen of een sabbatical year. Zwitser Leven speelt er al jaren slim op in en in de tv-spotjes worden de mensen steeds jonger.

Tijdperken in de landbouw Er kunnen vier tijdperken worden onderscheiden in de landbouw en die zijn zonder al teveel fantasie ook goed te herkennen voor de rest van het bedrijfsleven. De drie horizontale lijnen zijn te beschouwen als een spiegelplafond waar u alleen vanaf de bovenkant doorheen kunt kijken. Als u van boven naar beneden kijkt herkent u de weg die is afgelegd. Als u van beneden naar boven kijkt, zie alleen je spiegelbeeld en denk je dat de toekomst vergelijkbaar is met het heden (een beetje meer van het wenselijke – opbrengsten- en een beetje minder van het onwenselijke – kosten). In de Europese landbouw is men sinds kort onder druk van alle problemen door het 3e spiegelplafond geschoten: men herkent opeens de paradoxen en ethiek (je kunt niet zomaar frutselen aan dieren en planten; het zijn niet alleen gebruiksvoorwerpen en ze verdienen met meer respect te worden behandeld).

Het huidig economisch denken werkt als een totalitair systeem

Er zijn twee belangrijke onderliggende krachten die de landbouw door het derde plafond hebben geduwd: de eenzijdige nadruk van economie en bedrijfskunde op lineaire aspecten. De economie ontwikkelt zich meer en meer als totalitair systeem, dat wil zeggen alles wordt nog maar langs één meetlat gemeten (zoals de spreadsheet van Schrempp). Het economisch gedachtegoed, met nadruk op geld, wordt niet langer meer beschouwd als een interessante invalshoek, maar krijgt langzamerhand de gedaante van de onzichtbare dictator die de mens de wet voorschrijft en hem in een keurslijf dwingt. Beklaagde Ad Melkert zich onlangs niet over de gesel van Financiën? Of denk aan landbouwminister Brinkhorst, die bepaalde besluiten niet wilde nemen, de emoties goed begreep, maar economisch gezien toch niet anders kon want &. en trouwens de concurrentie doet het ook. Het economisch gedachtegoed heerst als ‘de onzichtbare hand van God’, als de absolute waarheid. De mens als marionet van de economische wet. In werkelijkheid vormt ons huidige economisch denken een eenvoudig sociaal construct (in dit geval afspraken in Europees verband). Maar dat wordt door veel mensen niet meer gezien. Integendeel, het idee dat economische afwegingen rationeel en objectief zijn en daarmee verheven zijn boven iedere andere afweging, is het fundament van het Westerse denken. Daarvoor moet alles letterlijk wijken. We hoeven maar te denken aan de discussie rondom het MKZ-enten. Moet omwille van de exportpositie de hele Veluwe worden geruimd, evenals alle dierentuinen en alle bijzonder diersoorten? We doen het als het moet en we zijn er nog trots op ook dat we die verantwoordelijkheid durven te nemen. Het laatste restje variëteit moet desnoods wijken als gevolg van generieke afspraken uit een ver verleden. Waarom men in de landbouw hierover genuanceerder begint te denken laat zich raden: De neveneffecten (onvoorziene kosten) zijn zo langzamerhand hoger dan de oorspronkelijke winstdoelstellingen. En voor stijgende kosten zijn we – in tegenstelling tot welzijnsvraagstukken – wel gevoelig. Het is eigenlijk de enige manier waarop ‘de economische ratio’ leert en dat is meer dan triest. Dan krijgt zelfs de onzichtbare dictator in de gaten dat er neveneffecten zijn en nog belangrijker dat er misschien geld verdiend kan worden aan milieu- en diervriendelijke producten en andere productiemethoden. Daar wordt dan overigens direct een hype van gemaakt (maatschappelijk verantwoord ondernemen), we zetten er een index op, creëren een woud van regels, geven een certificaat uit, installeren een controleorgaan en de wereld is voorlopig weer gered. Het grappige is dat iedereen ervan overtuigd is en blijft dat als we nu maar goede regels opstellen en ze daadwerkelijk nakomen, we geen problemen meer zouden hebben (denk aan Volendam, Enschede, illegalen, enzovoorts).

Samenvattende stellingen

In de tweede bijdrage De intensieve menshouderij: Over hoe je er ziek van wordt ga ik in op de kenmerkende verschillen tussen intensieve en organische organisaties. Ter afsluiting van deel 1 drie stellingen:

  1. Intensieve menshouderijen bestaan en hebben de gedaante van een beursgenoteerde onderneming en/of een overgeorganiseerde bedrijfstak zoals de gezondheidszorg en het onderwijs;
  2. De gesel van Financiën heeft de effecten van een totalitair systeem;
  3. Het personeelstekort in veel organisaties is een rechtstreeks gevolg van ”de intensieve menshouderij”. Daar wil namelijk niemand meer werken; behalve als uitzendkracht, in een deeltijdbaan of tegen consultant-tarief.

Met zeer veel dank aan Herman Nunnink ( chaosforum.com ) en Hans Schiere (International Agricultural Centre-Wageningen) voor hun inbreng.

Het vervolg op dit artikel is: De intensieve menshouderij (2) Over hoe je er ziek van wordt.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Scherpe observatie.
Aardige manier om het onder de aandacht te brengen. Metaforen en vergelijkingen werken vaak beter dan oeverloze analyses en willekeurige argumentaties.

1.Intensieve menshouderijen bestaan en hebben de gedaante van een beursgenoteerde onderneming en/of een overgeorganiseerde bedrijfstak zoals de gezondheidszorg en het onderwijs;

Ten dele waar. Moderne bedrijven zijn deze fase al lang voorbij en hebben organisatievormen gecreëerd waarin mensen tot ontplooiïng kunnen komen.
De organisaties (ik zeg bewust niet bedrijven)in de gepremieerde en gesubsidieerde sector alsmede enkele grote bureaucratiën in ons land zijn inderdaad mensonwaardige, overgeorganiseerde, overgereguleerde, laag produktieve verzamelingen van loonslaven.
De overheid loopt daarbij op kop, ja dezelfde overheid die bedrijven zal gaan dwingen “maatschappelijk” te gaan ondernemen, heeft alle relaties met de maatschappij en de ontwikkelingen daarin verloren. Echte bedrijven, je herkent ze aan het feit dat er ondernemerschap in zit en het aantal regels zo gering is dat ze hun facturen op tijd kunnen betalen, maken optimaal gebruik van de competenties van mensen. Organisaties maken de mensen dom, ontnemen hen hun verantwoordelijkheid en bevorderen een negatieve ontwikkeling.

De gesel van Financiën heeft de effecten van een totalitair systeem;

Als je het ministerie bedoelt klopt dat wel.
Helaas worden bedrijven en met name organisaties gerund door het paradigma dat alles volgens wetten moet verlopen. Scientific Management heeft ons geleerd dat geld de alles bepalende factor is. Geld gebruiken als meetmiddel is goed als het geld schaars is. In deze tijd is arbeid schaars en geld niet echt, dus is geld (en daarmee de economie) niet meer belangrijk. Neem daarbij het uitgangspunt van de econoom is dat alles in balans moet zijn en dat de grootste onzin is die er bestaat, dan is economie niet alleen dwingend op basis van verkeerde veronderstellingen (waar dus weer verkeerde wetmatigheden van zijn afgeleid) maar ook funest voor het voortbestaan van de maatschappij.
De aandacht dient te liggen op arbeid, niet op kapitaal.

Het personeelstekort in veel organisaties is een rechtstreeks gevolg van ”de intensieve menshouderij”. Daar wil namelijk niemand meer werken; behalve als uitzendkracht, in een deeltijdbaan of tegen consultanttarief.

Het is een gevolg van;
– uitbuiting door het systeem
– Inperking van vrijheden door bureaucratische richtlijnen
– belediging van de menselijkheid door veel te lage beloningen
– belediging van de menselijkheid door het gebruiken van leugens en halve waarheden om mensen aan te zetten tot prestaties
– belediging van de menselijkheid door een regime gebaseerd op staf en beloning in stand te houden.

Moderne, goed geïnformeerde, mondige maar vooral bekwame mensen trappen daar niet meer in.
Gevolg: alleen maar onbekwame, monddode en domme ouderwetse mensen willen nog bij de overheid en grote bureaucratiën werken.

Omdat er steeds meer mensen slim worden en zo zal de wal het schip wel keren……
Voor veel bedrijven te laat, voor de overheid mogelijk ook. Dus is het vasthouden van deze systemen uit de jaren 40 en 50 funest voor de maatschappij

Ad de Beer
f-ektief business development group
http://www.f-ektief.nl

Ik ben het maar ten dele eens met de stellingen.
Momenteel zijn veel bedrijven bezig met het implementeren van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), het focussen op Profit, People en Planet (oa adviesrapport van de SER 00/11). Deze manier van ondernemen valt goed te vergelijken met het organic farming van Peters. Helaas is het zo dat ook hier het management nog niet goed weet wat men er mee kan/moet/zal doen. In de praktijk sluit goed MVO echter aan bij de behoeften van de medewerkers in de organisatie die druk bezig zijn met het goed afstemmen van werk- op prive-leven (of vica versa).
Vanuit mijn referentiekader (uitzendbranche) wil ik daarbij nog benadrukken dat ook uitzendkrachten het steeds belangrijker vinden wat voor beleid het bedrijf heeft waar ze gaan werken, omdat zij zich niet meer zich laten ‘uitmelken’ door bedrijven.

Goed en helder tegenwicht!
De vraag is nu of en hoe dit tij te keren is, immers: de toekomst begint vandaag!
groet
henny

Mooi arikel Jaap. Vooral het schema met de vier tijdperken. De metafoor kan nog veel verder worden uitgewerkt, dus ik verwacht veel van de volgende bijdragen.

De eerste stelling is een absolute waarheid. Aandeelhouders zijn in die zin niets anders dan woekeraars. Ze lenen je eerst wat geld om je vervolgens te dwingen een menshouderij te voeren en de mensen zo ver mogelijk uit te knijpen en wee degene die handelt in strijd met de wil van de aandeelhouder. Zelfs voetbalclubs krijgen niet meer de tijd om rustig aan een team te bouwen, immers de aandeelhouders willen wat terugzien voor het geld. Ik ben benieuwd wanneer de eerste voetballers overspannen raken.

Aan de druk van aadeelhouders valt inmiddels niet meer te ontkomen, zie het familiebedrijf Heineken waar de aandeelhouders er alles aan doen om de macht van de familie te breken.

Aandeelhouders kijken niet door het plafond naar beneden, ze draaien de duimschroeven aan.

Het beeld dat zo indringend geschetst wordt vind ik zeer herkenbaar en ik wil de schrijver feliciteren voor de overtuigingskracht ervan. Blijft aan het eind van het lezen de vraag natuurlijk … en nu… wat kunnen we verder hiermee. Als organisatiepsycholoog tracht ik mijn steentje aan het bewustwordingsproces bij te dragen door studenten en trainees in allerlei opleidingen met een andere – een sociaal constructionistische blik – naar ‘organiseren’ te laten kijken om enig begrip te krijgen van het feit dat ‘we het zo met elkaar gemaakt hebben’ op basis va

Ik ben het van harte met Jaap Peters eens. Daar waar ‘met hart en ziel’ ontbreekt krijgen andere elementen een kans om de ‘baas’ te spelen. We moeten terug naar meer mens-gerichte organisaties. Onderwijs en Zorg zijn door Paars verkwanseld. Er is bebehoefte aan een nieuw bewustzijn, want er staat veel op het spel.

Jules Ruis, http://www.fractal.org

Mooie term, intensieve menshouderingen. Ik herken ze wel in praktijk. Mij intrigeert de vraag hoe het komt dat de mensen in deze menshouderijen bereid zijn de prijs te betalen en te blijven betalen. Dat varkens en kistkalveren niet uitbreken of zich organiseren in een dierbevrijdingsfront betreur ik, maar kan ik begrijpen. Zij zijn er niet toe in staat. Wat ik vreemd vind, is dat ondanks alle publiciteit over burn out en andere overbelasting (het maatschappelijk probleem is benoemd en bekend) er nog geen effectieve tegenbeweging ontstaan is. Het lijkt alsof ieder mens in de intensieve menshouderij individueel zijn/haar lot draagt, er het beste van maakt en instort als het echt niet meer gaat. Het lijtk alsof iedereen het als een individuele keuze beschouwt om erin te blijven of eruit te stappen. Wat maakt dat mensen dit maatschappelijk probleem zien als individuele keuze? Wat maakt dat ze doorgaan tot het gaatje? Nemen ze genoegen met de stress omdat er voldoende loon en welvaart tegenover staat? En hoe komt het dat de vakbonden er niet voldoende in slagen de intensieve menshouderij te bestoken met verfbommen en de hokken open te zetten? Zijn de hokken toch te mooi behangen en te fijn verwarmd, of heeft de vakbeweging niet de geschikte analyses en campanjes ingezet? Wat denk je?

Over de produkten van de intensieve menshouderij en de effecten daarvan op de consumenten heeft overigens Noami Klein een mooi boek geschreven: NoLogo. De Groene Amsterdammer van 10 maart 2001 heeft het besproken: http://www.groene.nl

Een originele, creatieve, holistische beschouwing, die ik ademloos heb doorgenomen. Dank.

Boeiend verhaal. Was ’t maar slechts een humoristisch stuk; onderwerp is bloedserieus. Wacht met spanning op aflevering 2.
Korte reactie stelling 1: menshouderijen tref je vooral bij beursgenoteerde ondernemingen; echter: ook overheid probeert driftig mee te komen in deze ‘vaart der volkeren!
St.2: geld is zeer dominante factor; toen AH 1 – 2 jr geleden bekend maakte dat de winst met 40%(ca.)was gestegen, daalden de koersen; verklaring analisten: ja maar… we hadden op méér gerekend.
St.3: in grote lijnen mee eens; meeste bedrijven zoeken naar zeer bijzondere medewerkers; zie bijv. waslijst aan functie-eisen (zelfs voor meest simpele fucnties) creatief, veelzijdig, flexibel, stressbestendig, klantgericht, zelfstandig, in teamverband enz enz

Beste organisatie-adviseur Jaap Peter,

Wanneer gaat u zelf eens aan de slag en iets presteren ?
Wat is de toegevoegde waarde van uw stuk ?
Laat u dan eens zien hoe het wel moet.
Misschien toch maar terug naar Ondernemerscollege Overbosch ?

Het is allemaal vele malen gezegd enzovoorts

Mooi om te zien dat veel mensen zich in de intensieve menshouderij herkennen. De Apeldoornse Courant heeft er op 11 juni zelfs een artikel aangewijd. Leen Breevoort denkt er duidelijk anders over. Ik hem gemailed en gevraagd om een toelichting. Hij vond het allemaal maar gezeur. Daar moet ik het meedoen. Een aantal jaren geleden schreef ik een artikel over verandermethodieken, een van mijn toenmalig bazen vond het artikel te filosofisch. Mijn woordenboek geeft als uitleg: wijsgerig bespiegeling en nadenkend. Metname dat laatste is aardig. Nadenken komt NA het denken. Hardop NAdenken is misschien wel zeuren. Ik las van de week een uitspraak van John Cleese (1991): ”it is easier to do trivial things that are urgent then important things that are not so urgent, like thinking ……’. Wat ik wil aangeven is dat we onbewust, maar uiterst subtiel, ons zelf de macht ontzeggen over de dingen. Als ik thuis in mijn gereedschapskist kijk, barst het van de middelen die mij moeten helpen, altijd handig als je het bij de hand hebt; het is mijn verlengstuk. Koop ik nu een machine van enige tonnen dan is plotsklaps de bezettinggraad van belang en voor je het weet ben ik het verlengstuk van de machine. dat was natuurlijk nooit de bedoeling, maar de realiteit is anders. Momenteel ben ik interim-manager bij een visbedrijf. Er zijn veel problemen: tekort aan fileerders en tekort aan vis, want de boel is al aardig leeggevist. Wat bedenkt iedereen? We kopen visfileermachines voor honderdduizenden guldens. Effect? Ploegendiensten zijn nodig om de bezettingsgraad acceptabel te maken. Nog meer vraag naar arbeiders en nog meer druk op de overbeviste zee. Met collega’s (40) daar over gehad, dat kan toch niet de bedoeling zijn? Niet zeuren, doorgaan!

Zo sluiten we hele denkdomeinen af. Anders dan vee, hebben wij mensen een bedrading aangelegd gekregen waarbij we naast denken ook kunnen NAdenken. Maak er gebruik van, lijkt me. Sorry, voor het zeuren.

Reactie op de eerste stelling: 1. Intensieve menshouderijen bestaan en hebben de gedaante van een beursgenoteerde onderneming en/of een overgeorganiseerde bedrijfstak zoals de gezondheidszorg en het onderwijs.

Veel beursgenoteerde bedrijven realiseren zich dat zij te maken hebben met een viertal beslissende factoren: klanten, geldverschaffers (=veelal aandeelhouders en banken), werknemers en de omgeving (= overheden, direct omwonenden, relaties van werknemers e.d.).
Het belang van klanten zeggen ze tegemoet te komen. Ze moeten wel want die lopen gewoon weg als het niet bevalt. Geldgevers straffen een slecht functionerend bedrijf af door lage koersen of een lage rating waardoor geld lenen duurdeer wordt. De overheden zitten gevangen in het economische systeem: werkgelegendheid, belasting ontvangen e.d.
De loyaliteit van werknemers wordt vaak onderschat. Daarnaast is een gevoel van afhankelijkheid en angst voor onzekerheid die werknemers veel laten slikken. Dit is hetgeen de intensieve menshouderij mogelijk maakt. Maar de managers aan de top zijn zelf misschien wel degenen die het meest intensief worden gehouden/uitgebuit. Wat moeten ze doen en zich laten welgevallen om die top te bereiken? Ze denken dat ze de macht hebben maar als het het bedrijf zo uitkomt kunnen zo, en vaak publiekelijk te schande gemaakt, gaan. Weliswaar vaak met een gouden handdruk, maar ze worden gewoon opzij geschoven. Helaas voor hen realiseren zij zich vaak te laat dat het tot niets geleid heeft. Sommigen begrijpen het op tijd, dat zijn degene die zelf voor hun 50-ste/55-ste eruit stappen en gaan rentenieren of gewoon doen waar ze zin in hebbe. (Top)managers (en (top)politici)ontlenen hun status vaak aan hun functie en niet aan de mens die ze zijn. Zodra ze op zichzelf teruggeworden worden blijkt vaak de ze erg eenzaam ze geworden zijn. Ik ken een aantal voorbeelden hiervan. Het meest zorgwekkende in het hele systeem is dat het ongrijpbaar geworden is. Wie kun je waar op aanspreken? Het bedrijf is diffuus: de huidige topmanager verschuilt zich achter zijn voorganger en zijn opvolger is (iuteraard) nog niet bekend. Dit betekent dat de macht en oorzaak van de intensieve menshouderij ligt bij iets ongrijpbaars. Alleen een brede maatschappelijke bewustwording van waar we met z’n allen mee bezig zijn kan de kansen doen keren. Ik ben zeker niet pessimistisch gestemd. Om mij heen zie ik veel tekenen dat er steeds meer mensen zijn die zich realiseren dat het ook anders kan. Dit zal zich ongetwijfeld steeds meer gaan veretalen in en veranderende samenleving waar politiek en bedrijfsleven op in zullen moeten en willen spelen.

1. Intensieve menshouderijen bestaan, maar niet alleen in de gedaante van beursgenoteerde bedrijven. Ook kleinere ondernemingen ontkomen niet per definitie aan de effecten van het overheersende rationele denken. Een bedrijfsvoering waarin “de cellen van de spreadsheet” niet gevuld zijn met onderwerpen die te maken hebben met rationele, emotionele en sprirituele aspecten van deze bedrijfsvoering en waarbij ten behoeve van de ordening ervan geen organische structuur wordt benut, zal in een tijd waarin complexiteit op ieder terrein exponentieel toeneemt, geen lang en in ieder geval geen gelukkig leven ten deel vallen. De uitdaging is gelegen in het ontrafelen van de samenhang van aangrenzende cellen, waarbij een verdere verdieping in sommige gevallen meer inzicht zal verschaffen. De uitdaging ligt tevens in het ontspiegelen van de vensters waardoor de bestuurders de bedrijfsvoering beoordelen. Zodra zij een betere kijk krijgen op de samenhang van die volwaardigere manier van bedrijfsvoeren en het rendement op de middenlange termijn, zullen zij beter in staat zijn om de gesel van financiën (aandeelhouders, maar ook ‘kortetermijn denken’) te weerstaan.

 De samenhang tussen besturen, beheersen en functioneren
 De samenhang tussen ratio, emotie en spiritualiteit
 De stappen van wens naar werkelijkheid: beleid, toelichting op beleid, knelpunten, verbetervoorstellen, implementatie en evaluatie

2. De gesel der financiën lijkt inderdaad de effecten te hebben van een totalitair systeem. Zodra leiders (iedereen die leiding geeft) begrijpen dat de tijd waarin wij leven steeds meer de kenmerken van een communicatief systeem vertoont, zullen zij wellicht ook begrip en inzicht gaan ontwikkelen. Begrip voor het feit dat veel mensen nog leven, werken en denken vanuit een sociaal systeem. Dit systeem is een snel veranderende wereld niet voldoende flexibel om de snelle wendingen te kunnen maken die voor succesvol ondernemen vaak noodzakelijk zijn. Na deze bewustwording vervangt de behoefte aan een ‘totaal-systeem’ het achterhaalde totalitair systeem.

 Van een natuurlijk en een sociaal naar een communicatief systeem (A.Cornelis)

3. Als mensen zicht op en behoefte krijgen aan zelfontwikkeling, wordt de onrust minder groot en ontstaat er rust en ruimte om creatief met het ontwikkelingsproces om te gaan. Er komt weer energie vrij om zowel zakelijk als persoonlijk langdurig een grotere prestatie neer te zetten. Hierbij is het fenomeen ‘job-hoppen’ niet langer het soms misleidende alternatief. Personeelsschaarste wordt hierdoor niet opgelost, maar het verloop wel positief beïnvloed. Deze benaderingswijze zal op termijn ook een aanzuigende werking hebben op de arbeidsmarkt.

 Het belang van het ontwikkelen en benutten van emotionele vaardigheden van mensen.

Jaap,
Ik heb het wat diagonaal doorgekeken. Prima eye-openers. Ik zie wel wat links met ons onderzoek om diervriendelijke stalsystemen te ontwerpen. Ik ga het dit weekend helemaal lezen, en kom erop terug.

Groet, Wim Houwers

Een drijfveer achter het menselijk handelen is succes hebben. De marketingterm, CASH COW is daarbij een gebruikelijke omschrijving van producten en diensten die veel geld in het laatje brengen. Vele cash cows, maken een winstgevende of succesvolle veestapel. Duurzaamheid versus succes is een continuüm van paradoxen. Zowel op het persoonlijke vlak (carrière versus burn-out) als op economisch en bestuurlijk gebied (de maakbaarheid van de samenleving versus de kwetsbaarheid van de samenleving). De veestapels, samenklonterende productie-eenheden van cash cows, in het financiële hart van The “BIG” Apple, bewijzen wederom hoe kwetsbaar de maakbare samenleving is.
De melkkoeien van de ING staan voorlopig op non-actief.

Uw constatering dat bedrijven mensen als koeien behandelen is natuurlijk juist, maart dat is al tijden zo.
Probleem is natuurlijk dat een bureau als dat van u leeft van dergelijke constateringen en van het produceren van technische oplossingen om symptomen ervan te bestrijden. Ik vraag mij altijd af waarom consultants niet in bedrijven blijven en daar een – weliswaar minder zichtbare en heroïsche – bijdrage leveren aan het menselijker maken van een bedrijf, maar ervoor kiezen om vanuit de veiligheid van een adviesbureau een supermanrol te spelen. Maar de vraag stellen is hem beantwoorden vrees, ik.

Astrid Schutte is freelance journalist. Haar website – met artikelen – gaat over 2 weken de lucht in.

In eerste instantie vond ik dit een leerzaam en verhelderend artikel. Het nodigt in elk geval uit tot nadenken. En al nadenkend kom ik tot de conclusie dat de parallel met de landbouw niet geheel opgaat.

In de intensieve menshouderij staat namelijk de mens aan het begin en aan het eind van de waardeketen. In de landbouw slechts aan het eind. Wat bedoel ik hiermee ? Welnu, dat wij in ons kapitalistische gedachtengoed, zelf de oorzaak zijn van het feit dat we worden uitgemolken. Immers, wij willen geen dubbeltje meer betalen voor een ecologisch geproduceerd karbonaadje en willen net zo goed een zo laag mogelijke hypotheekrente. Heeft u zich ooit afgevraagd of uw hypotheekbank zijn mensen ecologisch behandelt, of heeft u toch maar gekozen voor de laagste maandelijkse lasten voor uzelf ?

Ook willen we zo weinig mogelijk belasting betalen, waardoor budgetten voor overheidsinstellingen krapper worden. Maar is dat zo erg ? Ik denk het niet, want dat zorgt er weer voor dat daardoor nagedacht wordt over hoe het anders, beter kan. In diverse BPR-trajecten heb ik mogen zien dat er nog altijd vele activiteiten gedaan worden omdat men dat gewend is, niet omdat het nog toegevoegde waarde biedt. Door met enige regelmaat dit te toetsen wordt voorkomen dat uw en mijn belastinggeld over de balk geslingerd wordt. En dat uw en mijn hypotheek 7 in plaats van 6% rente vraagt.

Kort gezegd, wij zijn consumenten en daardoor zijn de organisaties die wij opzetten ook weer consumenten die onszelf als productiemiddel exploiteren. Het grote voordeel voor ons mensen (in tegenstelling tot het kistkalf) is dat wij kunnen opstappen als wij vinden dat we uitgebuit worden en naar een andere boer kunnen stappen als daar meer stro in de stallen ligt. We kunnen dus voor onszelf het optimale midden opzoeken tussen zo hoog mogelijk inkomen en zo plezierig mogelijk aan dat inkomen zien te komen.

De interessante parallel die ongetwijfeld wel opgaat is dat ecologische productiemethoden, zowel in de landbouw of de menshouderij, slechts van de grond kunnen komen als wij, als consument vragen om ecologische producten.

(Overigens wil ik niemand met een burn-out, RSI of andere arbeids-gerelateerde aandoening betichten van eigen-schuld-dikke-bult. Ik heb in het bovenstaande wat algemene stellingen geponeerd waarmee ik het idee van “we zijn zo zielig want we worden uitgebuit” heb willen nuanceren.)

Helemaal eens met dit verhaal!
Als leidinggevende in een fusie in de gezondheidszorg wordt er steeds meer gevraagd n raag ook ik steeds meer!
Het uitnutten van mensen is langzamerhand onveranwoordelijk en vraagt om stellingname tegen de steeds verder oprukkende risicosamenleving die louter gebaseerd is op technische en economische motieven.
Hoe neem ik dan stellingname zonder meteen zelf ‘geruimd’te worden?

Ik ben het eens met de stellingen. De menshouderij zoals beschreven behoort bij een soort leiders dat naar mijn mening zijn langste tijd heeft gehad, maar nog volop aanwezig is. Doordat ze zichzelf klonen is er echter nog steeds sprake van een hardnekkige continuïteit. Het beschreven soort praktijken is theoretisch al lang failliet, maar tiert in de praktijk nog welig voort. In de artikelen op mijn leiderschapssite onderzoek ik dit soort praktijken vanuit het thema leiderschap. Kijk daar eens voor wat waarnemingen, verklaringen en ideeën over het “soll”:
http://www.geocities.com/markensteijn/

Prima artikel, ter reflektie, waar we met z’n allen voor moeten waken N I E T te willen eindigen.
Ik zal dit artikel mailen naar m’n zoon, die op dit ogenblik als 1e jaars student ‘International Business Management”in Engeland studeert en o.a.’filosofie’ als grote neven-interesse heeft!

In aanvulling op het machinedenken zou ik volgende mee willen geven ter overweging:

De mens probeert altijd connecties te leggen met zijn verleden, net zoals hij voortdurend probeert en brug te slaan naar een toekomst zonder einde. De mens is een ras van overdrijving. We verbeelden ons een toekomst dat binnen ons heden past of ons heden verklaart. En naarmate de kennis van het verleden vervaagt, vullen we haar op met onze moderne psychologische zorgen – Isaac Asimov

Zijn we vergeten dat we het ook anders konden? Ik geloof nog wel in de mens, maar dan moeten we nu wel tot dat inzicht komen. Als we echt vergeten dat we anders kunnen zullen we degenereren tot machines. De Matrix mag niet winnen!

Hallo,

Ik kan maar een ding zeggen over jullie artikels: ze zijn uitstekend. Persoonlijk ga ik niet altijd akkoord met hetgeen ik lees maar dat is nu juist het fantastische aan het medium internet: een mens verliest haar/zijn oogkleppen door, gaat haar/zijn geest verruimen en gaat nadenken.

Bedankt voor het vele leesplezier en aub doe zo verder.

Johan

De auteur vraagt zich op diverse plaatsen in zijn bijdrage het volgende af. Ik citeer: “Wie haalt tegenwoordig zijn pensioengerechtigde leeftijd zonder preventief geruimd te worden? Dat is onder de druk van de aandeelhouders die steeds betere winstcijfers willen zien een utopie geworden.” Een stuk verderop noteren we: “Leven wij niet steeds meer om de economie in stand te houden en laten wij ons niet steeds meer omvormen tot wegwerpwerkers ten dienste van de aandeelhouders?” Weer verderop luidt het: “De economie ontwikkelt zich steeds meer als totalitair systeem, dat wil zeggen alles wordt nog maar langs één meetlat gemeten. (….) Het economisch gedachtegoed, met de nadruk op geld, (….) krijgt langzamerhand de gedaante van de onzichtbare dictator die de mens de wet voorschrijft en hem in een keurslijf dwingt. (….) Het economisch gedachtegoed heerst als de onzichtbare hand van God, als de absolute waarheid. De mens als marionet van de economische wet.”
Kort samengevat: De aandeelhouder als plaatsvervanger van God op aarde. Deze plaatsvervanger brengt echter geen heil, integendeel onderdrukking is het lot van de mensheid. Aldus de visie van de auteur. Je waant je weer in de 19e eeuw of eeuwen daarvoor waar uitbuiting en slavernij regelmatig voorkomende verschijnselen waren. Is het bovenstaande een adequate beschrijving van de werkelijkheid door de auteur of is het eerder een karikatuur aangevuld met platitudes? Wij denken eerder het laatste.

Dominant in het verhaal staat de prestatiedruk waar de mensen onder zouden lijden. Deze druk komt van een totalitair economisch systeem dat in handen is van de aandeelhouders die het geld als meetlat gebruiken. Is dit waar? Komt prestatiedruk tot stand door de naar winst strevende aandeelhouders? Niets is minder waar.
Het is de factor arbeid zélf die deze prestatiedruk opwekt. De factor arbeid streeft naar loonsverhogingen. Indien onder druk van stakingsdreigingen ondernemingen dit toekennen dan zullen de arbeidskosten stijgen en de winsten dalen. Indien de ondernemingen de winst constant willen houden (bijvoorbeeld op het niveau nul) dan zullen ze moeten reageren met veranderingen in het productieproces die stijgingen in de arbeidsproductiviteit teweeg brengen. Deze arbeidsproductiviteitsstijging heeft als gevolg dat dezelfde productie met minder arbeid kan worden verricht. Vermindering van de vraag naar arbeid is het gevolg. Dit mondt uit in uitstoot van arbeid. De arbeid die via dit uitstotingsproces vrij komt kan worden ingezet voor nieuwe productie zodat er groei in het totale productievolume, in het nationaal product kan ontstaan. De vraag naar een hoger inkomen door de factor arbeid is dus een belangrijke impuls voor het ontstaan van economische groei. Via dit proces is in de afgelopen decennia in West Europa een fenomenale welvaart ontstaan voor de daar levende bevolkingen.
Waar de auteur zich in zijn bijdrage nu eigenlijk over beklaagd is dat een hoog inkomens- en consumptiepeil in een samenleving gepaard gaat met een hoge prestatiedruk. Maar dat lijkt mij de logica zelve. Wie veel wil consumeren en een hoog inkomen wil incasseren zal hard moeten werken. Dat geldt ook voor een samenleving in zijn totaliteit. Niet alleen voor het individu. Dat is de keerzijde van de medaille.
Dat het proces van economische groei noodzakelijkerwijs gepaard gaat met uitstoot van arbeid die wordt geheralloceerd naar nieuwe productiemogelijkheden is een normaal economisch verschijnsel. Een zekere flexibiliteit op de arbeidsmarkt is noodzakelijk om de nodige aanpassingsprocessen tot stand te brengen. Daar is niets mis mee. Kennelijk is de werking van dit soort economische processen bij onze bedrijfskundige helemaal onbekend. Het is derhalve stuitend om te lezen dat de auteur voor het uitstoten van arbeid de term “ruimen” gebruikt daarmee suggererend dat het verminderen van het arbeidsvolume in een bedrijf op één lijn gesteld kan worden met het doden van dieren tijdens het uitbreken van een veeziekte. Werkelijk walgelijk deze vergelijking.
Dat de werknemers zichzelf ruimen, om de misselijkmakende terminologie van de auteur even over te nemen, daar heeft hij dus gelijk in want zoals wij hebben proberen uit te leggen zijn het de hogere looneisen die het proces van arbeidsuitstoot op gang brengen. Maar ook het proces van economische groei.

De auteur suggereert met zijn opmerkingen over een totalitair, economisch systeem dat wij allen kennelijk gedwongen worden om een steeds hogere welvaart na te streven en dat wij als gevolg daarvan onder de last van het harde werken bezwijken. Kan de auteur deze bewering op enigerlei wijze staven? Worden de mensen gedwongen om consumptie-, productie- en arbeidsbeslissingen te nemen die ze eigenlijk niet willen? Niets is minder waar. We leven niet in een totalitaire samenleving, maar in een open, vrije, democratische samenleving waarin mensen vrije keuzes kunnen maken. Niemand wordt gedwongen om hoge consumptie- en welvaartsniveaus na te streven, om hogere lonen te eisen en als de mensen daar vrijwillig voor kiezen dan zijn ze slim genoeg om te begrijpen dat er dan ook hard gewerkt moet worden. Er zijn tal van voorbeelden in onze samenleving van mensen die de main stream keuzes niet maken en andere wegen bewandelen. Het feit dat de massa van de mensen wél kiezen voor hogere welvaartsniveaus en hard werken is een uitdrukking van de volkswil. Deze wordt door de auteur blijkbaar niet aanvaard.
Nog nooit heeft onze bevolking een zo fantastisch welvaartsniveau weten te bereiken als nu, de mensen hebben de langste levensverwachting aller tijden en uit rapporten van het SCP blijkt dat ze er redelijk tevreden mee zijn.

We leven volgens de auteur in een totalitair economisch systeem dat in handen is van de aandeelhouders die het geld als meetlat gebruiken.
Als de aandeelhouders zo alles bepalend zijn in onze economische orde dan moeten zij wel met enorme inkomsten naar huis gaan. Helaas wordt dit niet door de auteur aangetoond. Géén statistieken over een tijdvak van enkele decennia, waarin dus perioden van hoog- en laagconjunctuur elkaar afwisselen, waaruit blijkt dat de gerealiseerde beleggingsrendementen van de aandeelhouders significant en structureel veel hoger zijn dan de geëiste rendementen, géén cijfers over historisch lage arbeidsinkomensquotes waaruit blijkt dat de factor kapitaal met een disproportioneel hoog aandeel in het nationaal inkomen naar huis gaat. Niets van dat alles. Alleen maar beweren dat aandeelhouders steeds hogere winsten willen is voldoende om aan te nemen dat ze daar ook in slagen. De auteur dicht de aandeelhouders een macht toe die ze in werkelijkheid niet hebben. Zie ook de column van de auteur “Over het onderhoud van luchtkastelen” elders op deze site plus de commentaren daarop gegeven om kennis te nemen van de misvattingen van de auteur in deze kwestie.

Helemaal op hol slaat de auteur als hij suggereert dat het economisch systeem zou aanzetten tot zelfmoord. Wij lezen: “ En in de toekomst ruimt u zichzelf misschien wel met een pilletje van minister Borst als u letterlijk uitgemolken en levensmoe bent.” De pil van Drion die een rol speelt in de euthanasie discussie en die zwaar en ongeneeslijk zieke mensen zouden kunnen innemen om zichzelf uit een ondraaglijk lijden te verlossen wordt hier opgevoerd als een middel dat wordt verstrekt door het totalitaire economische systeem dat wordt gestuurd door de aandeelhouders die het geld als meetlat gebruiken! Werkelijk een banaliteit van de hoogste orde!

Verder staat het artikel vol met de meest dwaze, ideologisch gedreven uitspraken. Wat dacht u van: “De dieren worden letterlijk ziek van ons en het milieu kan het eenvoudigweg niet meer aan”. Moeten we hier uit begrijpen dat de mens het MKZ virus of de gekke koeien ziekte op de dieren heeft overgebracht? Heeft hij de dieren geënquetteerd naar hun belevingswereld? Hoe stel je vast dat het milieu het niet meer aan kan? Er zijn veel milieu statistieken die juist tonen dat er veel verbetering wordt geboekt op milieu gebied. Het water in de rivieren is weer een stuk schoner dan decennia geleden. De vissen keren weer terug. Dus waar heeft de auteur het over?

Een volgend citaat: “Binnen alle bedrijven is er een teneur van toenemende industrialisering, schaalvergroting, kosten efficiëntie, machtsconcentratie, uniformiteit en hoge doorstroomsnelheden. Dat uit zich in te volle varkenshokken zoals daar zijn: NS-stations, ziekenhuizen, universiteiten, restaurants, pretparken, luchthavens en / of snelwegen.”
Dat toenemende industrialisering, etc. leidt tot druk bezette NS-stations, ziekenhuizen, etc. is pure onzin. Toenemende industrialisering, schaalvergroting, kosten efficiëntie en hoge doorstroomsnelheden is noodzakelijk om de eerder beschreven productiviteitsstijgingen te realiseren. Ook machtsconcentratie in de handen van enkele managers per bedrijf is een productievere besluitvormingsprocedure dan de eindeloze verdeeldheid die optreedt bij arbeiderszelfbestuur. Dat de infrastructuur in Nederland, zoals NS-stations, ziekenhuizen, universiteiten, restaurants, pretparken, luchthavens en / of snelwegen, druk bezet is zou ook wel eens kunnen komen door de bevolkingsomvang in Nederland. Als je toelaat de bevolking in korte tijd te laten groeien door immigratie en je past de infrastructuur niet tijdig aan dan krijg je congestieverschijnselen. Industrialisering, schaalvergroting, kosten efficiëntie en hoge doorstroomsnelheden maken het gebruik van de verkeersinfrastructuur nog enigszins dragelijk. Een storing in een systeem leidt tot stagnatie. Dat klopt. Dan staan mensen soms als haringen in een ton in een stilstaand treinstel vast. Maar is dat een signaal voor het uitmelken van mensen? Wat een onzin! NS-stations, ziekenhuizen, universiteiten, restaurants, pretparken, luchthavens en / of snelwegen in onze samenleving vergelijken met te volle varkenshokken is weer zo´n banaliteit waar de auteur in grossiert en een pure uiting van decadentie. Op verkeersterminals zul je altijd grote drukte aantreffen. Daar zijn ze voor bedoeld. Menig land is jaloers op onze infrastructuur.

Enfin. Zo kunnen wij nog een tijdje doorgaan met het doorlichten van de beweringen van de auteur. Uitspraak na uitspraak gaat onderuit als deze even worden geanalyseerd. De conclusie is wel duidelijk en vernietigend.
Is dit een artikel dat je kunt kwalificeren als geschreven door een professional op managementgebied? Het antwoord is nee. Het artikel is een karikatuur (is: bespottelijke weergave van de werkelijkheid; zie woordenboek) en staat vol met platitudes. Het betreft hier een politiek pamflet van een willekeurige burger dat ideologisch geplaatst moeten worden ergens in de hoek van Groen Links en / of SP. Het is een schotschrift gericht tegen onze economische orde. De meeste beweringen zijn ideologisch geladen. Zelden wordt een uitspraak van een empirische onderbouwing voorzien. Ook wordt er gezondigd tegen de regels van de logica.
Is er iets op tegen om een politiek pamflet te schrijven? Nee, we leven in een open, democratische samenleving en iedereen heeft het recht zijn politieke voorkeuren vrij te uiten. De enigste vraag die resteert is of een dergelijk artikel op een management site thuis hoort. Mijns inziens niet. Het redactionele beleid van dit elektronische tijdschrift is wel erg liberaal. Maar vooruit, daar valt mee te leven zolang er vrijelijk op kan worden gereageerd.

Dat je met een politiek pamflet de handen op elkaar kunt krijgen blijkt wel uit de vele lovende reacties die na publicatie zijn binnengekomen. Blijkbaar heeft de auteur een achterban weten op te bouwen, de Epigonen van Peters, die zijn politieke visie delen en tevreden zijn met de “content”. De vele reacties op het artikel en ook het voorkomen ervan in de top 10 zijn dus geen bewijs van de kwaliteit van het artikel, integendeel, maar van het feit dat de auteur goed communiceert met zijn supportersschare. Dat de Nederlandse bevolking er anders over denkt bleek 15 mei jongstleden. Alleen de verkiezingsuitslag voor de Tweede Kamer van die dag demonstreert al dat de door de auteur gehuldigde politieke visie over het uitmelken van de (beroeps)bevolking niet deugt. Die dag was er sprake van een ruk naar rechts. Een uitgebuite bevolking zou hebben gezorgd voor een ruk naar links.

De auteur levert een bescheiden bijdrage aan een cursus Ketenstrategie van de Landbouwuniversiteit Wageningen zo meldt hij in de aanhef van zijn artikel. Hij verbaast zich erover dat het aan een universiteit nog vaak gaat om de inhoud en niet om de vorm! Het is na lezing van dit pamflet wel duidelijk dat het bij de auteur al lang niet meer gaat om de inhoud maar nog slechts om de vorm. Wij beschouwen zijn bijdrage dan ook niet als een poging tot serieuze kennisvorming of –distributie maar als een verkapte reclame uiting ten behoeve van zijn doelgroep. Mogelijke toekomstige bijdragen van de auteur zullen wij dan ook als zodanig duiden.

Geachte heer Grazell,

Ik lees sinds enige tijd met stijgende irritatie uw reacties op dit artikel. Het zit u kennelijk nogal dwars. Even los van het feit of het nu een goed artikel is of niet, vind ik dat u erg op de man (de auteur) speelt en nauwelijks inhoudelijk reageert. Ik zou u willen uitnodigen tot het schrijven van een op echte inhoud gebaseerd artikel. Dan begrijp ik misschien ook uw betogen beter en erger ik me er niet meer aan.

Henk Hogeweg

Mijn bijdrage “De intensieve menshouderij is een platitude!” bestaat uit een tiental alinea´s. De eerste zeven gaan over de volgende onderwerpen:
 Samenvatting van wat teksten van de auteur plus introductie van het onderwerp.
 De oorzaken van de prestatiedruk (kapitaal of arbeid?).
 Invloed van het economisch systeem op de menselijke keuzevrijheid.
 De vermeende dominantie van de factor kapitaal in relatie tot de beloningsomvang.
 De relatie tussen het economisch systeem en het zelfmoordgedrag.
 De invloed van de mensheid op dier en milieu.
 De invloed van toenemende industrialisering, schaalvergroting, kosten efficiëntie, machtsconcentratie, etc. op de hoge bezettingsgraad van onze infrastructuur.
In alinea acht geef ik een (negatief) eindoordeel over het artikel plus hoe dit artikel geplaatst moet worden. In alinea negen geef ik een verklaring voor het feit dat tientallen overwegend lovende commentaren op het artikel zijn binnengekomen plus op de plaats van het artikel in de top 10 van deze site.
Pas in alinea tien geef ik een persoonlijk commentaar op de auteur. Ik voelde mij gelegitimeerd om dit te doen omdat de auteur zelf in zijn artikel een aantal persoonlijke ontboezemingen te berde bracht. Iets wat vrij ongebruikelijk is voor een artikel in een (elektronisch) management tijdschrift.

Uw opvatting, meneer Hogeweg, namelijk dat u vindt dat ik erg op de man speel en nauwelijks inhoudelijk reageer, kunt u dus absoluut niet hard maken.
Net zoals de auteur bezondigt ook u zich aan het doen van beweringen die niet empirisch onderbouwd zijn. Wellicht dat uw geïrriteerdheid uw oordeelsvermogen heeft vertroebeld.
U heeft zeven alinea´s tekst, die ongeveer 80% van de totale tekst bevatten, waar u inhoudelijk kritiek op kunt leveren als u wilt. Ik stel vast dat u in uw commentaar niet op de inhoud van mijn kritiek ingaat. Net als de auteur kiest u voor de vorm en niet voor de inhoud.
Uw poging om mij aan het werk te zetten door op te roepen zelf een artikel te schrijven leg ik naast mij neer. Als u zich stoort aan mijn kritiek dan bent u zelf aan zet om mijn inhoudelijke kritiek te weerleggen.
Uw reactie bevestigt verder mijn opmerking die ik heb gemaakt over de Epigonen van Peters. U weet zelf wel waarom.
Aan uw ergernis heb ik verder geen boodschap. Het gaat om waarheidsvinding. Het gaat erom of de auteur een adequate beschrijving van de werkelijkheid geeft of dat het eerder gaat om een karikatuur aangevuld met platitudes. Voldoende inhoudelijke kritiek is aangevoerd om te staven dat de intensieve menshouderij een platitude is.

Hoewel ik de tekst volledig onderschrijf en begrijp krijg ik de indruk dat de heer Peters zich heeft laten inspireren door de Britse schrijver Alan Heeks. Met zijn boek’ Het natuurlijke voordeel’ kiest hij exact dezelfde richting als de heer Peters daar waar het gaat om de vergelijking tussen de intensieve landbouw en het bedrijfsleven. Volgens mij heeft de heer Peters het boek van Alan Heeks dan ook goed bestudeerd.

hetgeen de heer Peters stelt heeft helaas een kern van waarheid. Wie in het zadel zit, heeft steeds meer moeite om zich daarop te handhaven. Veelal worden de stijgbeugels beetje, bij beetje weggehaald. Wat dan nog te denken over de zgn. babyboom generatie? Deze komt langzaam maar zeker in het verdomhoekje te zitten, als gevolg van allerlei reorganisaties uit trend of onder de druk van de aandeelhouders. De mens als mens bestaat alleen nog maar uit een mond vol woorden. De zogenaamde goeden blijven gehandhaafd. Wel toevallig dat het leeuwendeel hiervan altijd beneden een bepaalde leeftijdsgrens valt. En wat of wie bepaalt wat of wie goed is? Kansen worden alleen nog maar met de mond gecreerd? Worden ze daadwerkelijk gegeven dan wordt er verwacht dat naar levenservaren/leeftijd geopreerd wordt. Ook opzij gezette personen hebben tijd nodig om een nieuw vak te leren. Hier wordt gemakshalve maar aan voorbij gegaan!

Naamgenoot Jaap Peters stelt een mooie vergelijking op tussen de veehouderij en de ‘menshouderij’. Eén klein verschil, welk hij afdoet door enigszins de schuld af te schuiven op een aantal (naar mijn mening) sectoren waar deze intensieve veehouderij volgens zijn mening gemaximaliseerd wordt en met een beschuldigende vinger richting Financien wijst.

Om de vergelijking tussen Jaap en mij verder uit te diepen ; als onderzoeker bij TNO te Delft heb ik mogen meewerken aan een onderzoek binnen de agrosector naar medewerking vs samenwerking binnen agriketens. Verder werk ik op dit ogenblik binnen één van de sectoren die Jaap aanduidt als intensieve menshouderij : Het onderwijs in de gezondheidszorg. Gaat eigenlijk dus dubbel op en ik word volgens hem dus dubbel uitgeknepen.

Ik heb echter voor deze sector uit ideaaltypische motieven gekozen, omdat ik als voormalig consultant en als mens een keuze had ; wil ik mee in de huidige tijd van medewerkershuisjesmelkerij of kies ik voor een sector waarin er nog wat overgebleven is van een stukje ideologische roeping. Het is dit laatste geworden, zoals ook wetenschappers dit doen, artsen e.d.

Kortom : Ook degenen die werken voor een dikbetaald huis, een grote auto en daarme doelbewust kiezen voor een vetbetaalde carriere weten ook dat ze daarmee meewerken aan het dus eigen gekozen aandeel in de winstmaximalisatie van beursgenoteerde bedrijven, of dat nu direct (via een arbeidscontract) danwel indirect (via aandelen) doen. De keus is aan Uzelf….

Conclusie ; deel uitmaken van menshouderij is een eigen keuze, die weliswaar sterk beinvloed wordt door onze nationale cultuur van-kijk-wat-de-buurman-voor-een-nieuwe-leasauto-heeft. Wie echter die keuze niet meer beredeneert kan maken lijkt inderdaad meer op de koe en de kip uit de intensieve veehouderij. Hoewel we in dat opzicht in slechts zeer beperkte (erfelijkheids-) mate van een varken, er is toch nog een wereld van verschil.

Sorry Jaap, er zijn overeenkomsten, maar ook verschillen…

Goed geschreven, heel duidelijk. Doch, in uw positie zou u er voor kunnen kiezen om andere alternatieven op te zetten in plaats van de vinger op de zere plek te leggen bij de ‘algemene boosdoener’, voelt u die verantwoordelijkheid ook om iets te creeën als reactie, meer als enkel het schrijven van een (prachtig) artikel?

Ik ben het eens met de stelling van de auteur. Kijk maar naar de landbouw we willen toch allemaal weer lekker en gezond eten. Het duurt alleen even voor dat we de stap zetten. De angst van de mens zit in zijn mogelijkheden om keuzes te maken. Ik wil wel maar het is zo duur kan ik dat wel betalen wat krijg ik er voor terug. “Lees: We willen wel maar we moeten groter worden en kosten besparen. Anders redden we het niet” Men is bang om de boot te missen als men niet mee doet in de strijd om de grootste te worden. Arbeidsintensief is een vies woord geworden. Groter worden met behoud van je kwaliteiten betekend investeren en niet alleen in systemen en overnames maar vooral ook in mensen. De keuzes zijn echter niet gestoeld op weten maar op gevoel men denkt dat het niet anders kan en gaat voorbij aan de mogelijkheden. Men kijkt eerder naar wat een ander doet en volgt dan de kudde. Stapt men echter uit de kudde dan zal deze zich in eerste instantie van je afwendde.

Boeren die omschakelen zien hun opbrengsten in eerste instantie teruglopen, terwijl hun inzet (arbeid) groter is, echter na verloop van tijd worden de oogsten beter en de opbrengsten stijgen navenant. Ook hier geldt dat om vast te kunnen stellen wat er plaatsvindt er gemeten en beoordeeld moet worden, maar dat je niet vast moet blijven zitten in een patroon. We moeten eerst kijken naar de lange termijn alvorens de korte termijn in te vullen. Tijdens het proces kunnen we door dat we zicht hebben op het doel en het pad er naar toe makkelijker bij sturen. Meten en weten is echter geen doel op zich!

Toch zien we nu een tendens dat men steeds meer gaat kiezen voor gezond, lekker en vriendelijk omdat dit het gevoel beter voedt.
En wanneer we goed in ons vel zitten presteren we goed.
Ik ben er van overtuigd dat we straks om te overleven ook “biologisch” worden. Het levert op de duur immers meer op!

Wanneer is deel 3 te verwachten?

Toon alle 33 reacties
x
x