Channels

Gedrag verandert: Wat vroeger correct en deftig was doet nu formeel en houterig aan; wat vroeger stevig en ferm optreden was, krijgt nu het etiket ‘macho’. Wat moeten we denken van de modegevoeligheid en de telkens weer ‘nieuwe’ ontwikkelingen en ‘doorbraken’? Coaching, team-ontwikkeling, transactionele analyse, ‘new age’-management, intuïtief management, neurolinguistic programming, one-minute management, authentieke zelfpresentatie: is dit allemaal belangrijk of misschien wel allemaal onzin?

De onzekerheid over die veranderingen veroorzaakt bij velen zorg over de persoonlijke communicatie. Blokkades in het gedrag zijn soms het gevolg: Van dichtklappen tot overdreven gelijkwaardig en joviaal doen.

Ik gebruik hier een historisch perspectief om door de waan van de dag heen te kijken. In de tweede helft van deze bijdrage kom ik uit bij wat ik de meest wezenlijke ontwikkelingen vind voor de tijd waarin we nu leven.

Lees ook:

De dwang naar een aanspreekcultuur

Historische ontwikkeling

Hoe was het eeuwen geleden gesteld met de communicatie, het vergaderen en het onderhandelen in Europa? Vergaderen betekende in de Middeleeuwen, behalve met elkaar spreken, ook handgemeen raken, geslachtsverkeer, het houden van godsdienstoefeningen en de maaltijd met elkaar gebruiken. (Van Vree, 1994). Deze gezamenlijke activiteiten waren niet scherp van elkaar te onderscheiden. Tijdens beraadslagingen was het een verwarde en wilde boel. Een agenda en vergaderprocedures, die nu vanzelfsprekend zijn, ontbraken. Door vechten, bedreigen, schreeuwen, intimideren en bedisselen probeerde men de overhand te krijgen. Discipline en beheersing van de meer agressieve impulsen ontbraken nog.

Hartstochtelijk en gewelddadig

Wij kunnen ons nu nauwelijks voorstellen hoe de onderlinge omgang en communicatie in die tijd verliep. Huizinga (1919) geeft fraaie voorbeelden.

“Bij de staatsiemaaltijd op de wijdingsdag van Karel VI in 1380 dringt Philips van Bourgondië zich met geweld tussen de koning en de hertog van Anjou op de plaats, die hem als doyen des pairs toekomt; hun wederzijds gevolg dringt reeds met roepen en dreigen op, om de twist gewelddadig te beslechten”. (Huizinga, 1919, p. 42)

Bij het vredescongres te Atrecht in 1435 vallen de deelnemers “van aandoening plat op de grond, sprakeloos, met zuchten en gehuil”. Het relatief verfijnde hofleven wordt getypeerd als “altijd gedruis en verwarring, vloeken en twisten, nijd en hoon, het is een poel van zonden, een poort der hel”. Over alles kan elk moment een wild handgemeen ontstaan of het nu een spelletje schaak is of een plechtige begrafenis.

Zelfdiscipline en beteugeling der emoties en driften waren minder ontwikkeld. Het vertrouwen dat de andere partij zich zou kunnen beheersen ontbrak, evenals het vertrouwen dat men zich ondanks alle toezeggingen zou onthouden van sluipmoord of hinderlaag.

Erasmus: fysieke aandriften

In die tijd ontstaan er gedragscodes over hoe mensen van rang en aanzien met elkaar omgaan. Een goed voorbeeld daarvan levert Erasmus van Rotterdam. In 1530 publiceerde hij (in het Latijn) “De Civilitate”, een boek over goede manieren en beschaafd gedrag. Het boek bereikte een enorme circulatie en zag editie na editie. In een periode van zes jaar werd het meer dan dertig maal herdrukt. Alles bij elkaar zijn er meer dan 130 edities uitgegeven, waarvan er 13 zelfs nog in de achttiende eeuw verschenen. (Elias, 1982, p. 80) De hoeveelheid vertalingen, imitaties en bewerkingen naar aanleiding van dit boekje is nagenoeg eindeloos. De eerste Nederlandse versie “Goede manierlijcke seden” verscheen in 1546. Enkele van de vele raadgevingen:

– “Spuwd omgekeert sijnde opdat ghy niet iemand vuyl maeckt”.
– Vlei ieder, zelfs de zot.
– Snuit niet je neus met dezelfde hand als waarmee je in de gemeenschappelijke schotel grijpt.
– Gebruik niet beide handen in de schotel. Doop niet voor de tweede keer half opgegeten stukken in de gemeenschappelijke saus.
– Braken is geen schande, als men maar geen anderen bevuilt.
(Erasmus: Goede manierlijcke seden, 1546)

De verwijzingen van Erasmus naar het voor ons interessante verbale communicatiegedrag zijn nog beperkt. Al heel snel wordt door hem de relatie gelegd met meer fysieke impulsen:
“Het is goed de maaltijd van tijd tot tijd met een gevarieerde conversatie te onderbreken. Sommige mensen eten en drinken zonder ophouden, niet omdat ze honger of dorst hebben, maar omdat ze zich anders geen houding weten te geven. Ze kunnen het niet laten om aan hun hoofd te krabbelen of in hun tanden te peuteren of druk te gebaren met hun handen, of ze zitten met hun mes te spelen, of ze moeten hoesten en snuiven en spuwen.”

In onze communicatie hebben we een eeuwenlange ontwikkeling doorgemaakt. In het individuele leerproces zien we heel gecomprimeerd de eeuwenlange maatschappelijke ontwikkeling nog eens terug.

Gracián: psychologisch geweld

In de 17e en 18e eeuw ontwikkelen de vorstenhoven zich steeds meer tot bestuurlijke centra van omvangrijke regionale eenheden. Een verdere ontwikkeling van het gedrag is hiermee verbonden. De auteur die ik als voorbeeld van deze ontwikkeling aan u voor wil stellen is Gracián.

De adviezen van Gracián gaan veel verder dan raadgevingen voor goed gedrag. Het zijn adviezen met betrekking tot de persoonlijke communicatie, voor het eerst gepubliceerd in 1647.

– Houd de mensen in onzekerheid en spanning.
– Ieders duimschroef vinden; het gaat om iemands eerste beweegredenen, die niet altijd de meest verhevene zijn, omdat er in de wereld nu eenmaal meer bandeloze dan fatsoenlijke mensen zijn.
– De beste vorm van macht is beheersing van uw emoties.
– Veelvuldig maar beperkt hulp bieden.
Wat sympathiek is zelf doen, wat onaangenaam is anderen laten doen.
– De beste tactiek is alles te verbergen wat voor tactiek wordt aangezien.

De boodschap is duidelijk: het gaat in het leven om macht, prestige, positieversterking. Probeer de medemens zo afhankelijk mogelijk te maken en te houden. Te allen tijde je communicatie tactisch inkleden.

Met dit werk worden communicatief gedrag en een emotionele huishouding bepleit, die eigentijds beginnen aan te doen. Zo eigentijds dat de vertaler van de uitgave in 1991 in het Nederlands het werk bepleit als zeer modern. Volgens hem zijn er van de 300 voorschriften misschien 10 die verouderd aandoen. De recensent in NRC-Handelsblad (16-7-1991) ziet het boek als tijdloos en actueel: “Een cursus in succes”. Het blad van de moderne man ‘Man’ wijdt er in 1991 een uitvoerige bespreking aan: “Captains of industry, directeuren, bazen, politici, zij allen kunnen er hun voordeel mee doen”.

Zo zitten we midden in de verwarring over effectief gedrag. We kunnen wel beweren dat het gaat om constructieve samenwerking. Maar wat is zo’n aanbeveling waard als tegelijk het op macht gerichte, verhuld manipulatieve gedrag nog steeds bepleit wordt als middel tot succes?

Fabrieksregimes

Onze industriële organisaties maakten gelijksoortige ontwikkelingen door. Van Iterson (1992) beschrijft hoe in de werkplaatsen van Regout in de 19e eeuw ‘stilzitten’, ‘afblijven’, ‘niet vloeken’, ‘niet schreeuwen’, ‘niet zuipen’, ‘niet erop losslaan’, ‘geen geslachtsverkeer’ aanvankelijk de grootste problemen gaven. Uitgebreid gaat hij in op de dwang en de meer moraliserende prikkels, noodzakelijk om arbeiders zich te doen voegen in het industriële regime.

Al eerder werden Engelse ondernemers met deze problemen geconfronteerd. Josiah Wedgwood (1730-1790) is daar een sprekend voorbeeld van. Hij bleek buitengewoon succesvol. Een pottenbakkerijtje van 12 mensen werd getransformeerd in een internationale onderneming van grote allure. Wedgwood ontwikkelde geleidelijk zijn arsenaal van sturing en beheersing. De arbeiders mochten niet meer vrijelijk rondlopen. Ze moesten op hun eigen werkplek blijven. Daar hadden ze hun eigen taken. Lokale festiviteiten en drinkgelagen verstoorden het werkritme. Als hij niet persoonlijk de zaak in de gaten hield werd het een bende. Zijn eerste pogingen om chefs aan te stellen mislukten. Aanvankelijk nam hij oudere ervaren krachten, maar hun omgang met de arbeiders was te joviaal: ” The resulting informality lapsed too easily to irregularity” . Op een gegeven moment heeft hij iemand – een zekere Daniel – waar hij redelijk tevreden over is, maar toch. Hij schrijft aan een goede bekende: ” Daniel does pretty well at work and I am here every day, but he often leaves the work and drinks two or three days together and has no taste to direct at any time”. (Mc Kendrick, 1961, p. 39) Wedgwood voelt zich genoodzaakt om een fijnmazig en uitgewerkt systeem van directe supervisie te ontwikkelen. Elk werkproces wordt voorzien van aparte klerken en inspecteurs die precies de output vastleggen en nauwgezet toezicht houden met behulp van een zeer uitgebreid stelsel van regels, instructies en boetes.

Deze ontwikkeling werd door talloze ondernemers vormgegeven; niet alleen in fabrieken en ateliers, maar ook in onze eerste kantoren. Hier enkele ordonnanties die gelden in het bankiersbedrijf van de heer Mees in de vorige eeuw.

“Er moet meer orde en meer stilte zijn. Door zijn gedrag moet men elkaar tonen, dat men het op prijs stelt op een fatsoenlijk kantoor te zijn.”

“Als iemand iets te vragen heeft, dan moet men niet vanaf zijn plaats gaan zitten schreeuwen. Wanneer men naar de ander toegaat, dan behoeft men niet harder te spreken dan nodig is om door die ene persoon verstaan te worden; niet harder dan men gewoonlijk in fatsoenlijk gezelschap spreekt.”

In werkplaatsen en kantoren duurde het generaties voordat men zich deze voorschriften eigen had gemaakt en het stelsel van direct toezicht enigszins kon wijken. Op een relatief rustige manier en volgens afspraak en plan leerde men met elkaar om te gaan.

Parlementarisering

Ons vergader- en onderhandelingsgedrag krijgt een volgende belangrijke impuls met het doorzetten van de parlementarisering in de verschillende Europese staten. Hier kwamen meer specifieke gedragsregels tot ontwikkeling die zich vervolgens over steeds meer groepen en bestuurlijke colleges in de samenleving verspreidden.

Evenals in de boeken voor hoofse manieren en bestuurlijk gedrag treft men in de vergaderleerboeken, die met de opkomende parlementarisering ontstaan, steeds weer passages aan waarin de lezers worden gemaand woede en agressie in te tomen, bedreigingen, beledigingen en aantijgingen te vermijden en de eigen opvatting zachtjes, aangenaam, vriendelijk en voorzichtig naar voren te brengen, zodat het gesprek gevrijwaard blijft van ruzies, twisten, geschreeuw, incidenten, gewelddadigheden en blijvende vetes.

De beheersing van agressieve impulsen – eerst nog de direct fysieke aanval, later het verbale geweld – blijkt telkens een hoofdthema.

“Bestrijd de woorden van de tegenstander, niet de tegenstander zelf. Beschuldig de tegenspeler niet van kwade bedoelingen, kijk uit voor het ontstaan van ressentimenten en persoonlijke haatgevoelens, vermijd heftige bewoordingen, kijk uit voor beledigende taal.” (Van Vree, 1994)

Met name in de Nederlanden zette deze ontwikkeling al vroeg door omdat bestuurlijke autoriteit hier niet gemonopoliseerd werd door een aristocratische militaire elite. De meer op handel en nijverheid gerichte burgerlijke omgangscultuur betekende dat overleg en onderhandelen positief gewaardeerd werden door bestuurders.

Kern van de historische ontwikkeling in onze tijd

De kern van de ontwikkeling bestaat uit twee typen van veranderingen.

  1. Disciplinering : toenemende onderdrukking van driften; toenemende druk om rekening met elkaar te houden; strengere gedragscodes op steeds meer levensgebieden.
  2. Informalisering : minder hoekig, meer variatie in optreden, de communicatie aangenamer inkleden, spontaner, meer ongedwongen en natuurlijk gedrag.

Erasmus en Gracián laten de worsteling zien, die we hebben moeten voeren om onze agressieve impulsen de baas te worden. Nu is er een andere worsteling aan de gang. Beheersing tonen en op slimme wijze overmacht proberen te cultiveren zijn in moderne organisaties tot primitief gedrag aan het worden. Daar zit de uitdaging niet. Zoals het ook geen kunst meer is om met mes en vork te eten.

Losser én strikter

De dichtere afhankelijkheidsnetwerken van onze tijd dwingen tot een informalisering van omgangsvormen. Dit betekent op alledaags en praktisch niveau een positieve waardering van informeel gedrag. Ongedwongen en direct, vooral jezelf durven zijn! Maar, let op:

“Kom nooit of te nimmer ergens hijgend binnen. Beter tien minuten te laat cool en collected binnenlopen dan op tijd en buiten adem. Hijgen betekent: deze man heeft de zaak niet onder controle.”

“Let op de man die tijdens belangrijke besprekingen zijn ogen laat afdwalen naar een mooie secretaresse, die is kwetsbaar.”

Aldus Jan Kuitenbrouwer in zijn rubriek over de do’s en dont’s van het zakenleven. Herkenbaar nietwaar? Zelfbeheersing en discipline blijven hoog aangeschreven. Het soepel hanteren van regels eveneens. De kunst zit in de natuurlijke combinatie van beide. Alleen maar lak hebben aan regels kán niet en alléén maar discipline en beheersing is onnatuurlijk en vreselijk saai. We komen uit bij gedrag waarbij omschrijvingen passen als ‘soepele zelfbeheersing’ of ‘beheerste spontaniteit’.

Emancipatie van emoties

Wij hebben het hier over veranderingen die zich onder onze ogen ontwikkelen en waar iedereen bij betrokken is. Globaal gesteld gaan deze processen in de richting van een meer flexibele emotieregulering. Neutraal en voorzichtig gedrag dat de kool en de geit spaart, krijgt weinig waardering. We waarderen persoonlijkheden die voor hun eigen belangen durven uit te komen. Direct en spontaan, maar niet bot of grof, want we willen ook teamplayers, gevoelig voor de signalen van anderen. Continuïteit in de relatie en de druk om vlot zaken met elkaar te kunnen doen dwingen in de richting van betrouwbaar gedrag en gemakkelijke communicatie. De antennes worden hiervoor steeds gevoeliger: Hoe steekt iemand in zijn vel, zijn er geen dubbele bodems, worden er geen spelletjes gespeeld, voel ik me op mijn gemak? Formeel, beheerst, afstandelijk, dominant of alleen maar aardig optreden wordt steeds meer een handicap. Het geeft in ieder geval te denken.

Dit betekent een emancipatie van impulsen die onder de schil van nette manieren en vormelijk gedrag verdwenen leken. Directheid, openheid over wat men zowel positief als negatief ervaart, spontaniteit en informeel gedrag krijgen meer kansen. Wel is deze openheid ingebed in een goed ontwikkeld gevoel voor zelfbeheersing. Wedgwood schrijft nog “the resulting informality lapsed too easy to irregularity”. Daar hoeven we nu niet meer zo benauwd voor te zijn. We stellen vanzelf grenzen. De kans op ‘doorslaan’ is minder groot.

Emotie-management

In onze werkrelaties kunnen we het niet langer bij toevallige sympathieën en antipathieën laten. Daarvoor zijn we te afhankelijk van elkaar geworden. Wij zullen meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor de kwaliteit van onze werkrelaties. Dit vraagt een toenemend niveau van zelfkennis én mensenkennis . Dit leerproces wordt bespoedigd door het uitwisselen van informatie over de kennelijke effecten van onderling gedrag. Ogenschijnlijk is dit heel eenvoudig. Natuurlijk! Het uitwisselen van informatie over effecten van gedrag. Om ervan te leren! Wat valt daar nu aan te snappen? Wie zou daar tegen kunnen zijn?

Maar toch: het kan niet anders of deze informatie wordt af en toe ervaren als kritiek. In plaats van zelfbevestiging ervaren we eerder een barst in ons zelfrespect. Emotioneel gezien gaat het dus om iets dat helemaal niet simpel is. Iets dat ook een grote mate van beheersing vraagt; en dan graag op een soepele manier, want aan ‘dichtklappen’ hebben we niets. De bewustere sturing van emoties, in combinatie met feedback op stijl en gedrag, zullen de komende jaren meer en meer aandacht krijgen. Dit klinkt wat verheven. Nog even en we praten over ‘jezelf durven zijn’ en ‘kwetsbaar opstellen’. Laten we niet vergeten dat deze veranderingen door dezelfde dynamiek worden beheerst als bijvoorbeeld in de tijd van Erasmus. ‘Vlei ieder, zelfs de zot’. Het zijn de grotere kansen op maatschappelijke succes die hiertoe aanzetten. Zo worden we geconfronteerd met de paradox dat het opener en lossere gedrag met minder kenmerken van macht en dominantie juist leidt tot een sterkere positie. Als we dit gedrag bovendien als authentieker, echter en eerlijker benoemen zien we dan niet het streven naar dominantie in een eigentijdse vorm weer terug?

Opjeunen

Erasmus leerde ons om tijdens het praten onszelf niet voortdurend te bekrabbelen. Het duurde generaties voordat men dat een beetje beheerste en voordat men dit betrekkelijk gemakkelijk kon overdragen aan volgende generaties. Het ontwikkelen van een zekere beheersing van driften en impulsen heeft in onze westerse organisaties eeuwen geduurd. De vermogens tot overleg en onderhandelen hebben eveneens een moeizame en langdurige geschiedenis. Alleen achteraf lijken dit gangbare en algemeen menselijke eigenschappen. Hoe de persoonlijke communicatie zowel in horizontale als meer verticale machtsrelaties zich nu verder ontwikkelt heb ik elders meer uitgebreid beschreven. (Mastenbroek, 1997)

Vanuit dit perspectief doet het opjeunen van mensen om snel gedrag, houding en waarden aan te passen vreemd aan. Wel past hierbij tot slot de constatering, dat als we eenmaal de juiste handgrepen hebben gevonden, en als er genoeg mensen zijn om het goede voorbeeld te geven, dat dan de competenties waar we generaties mee hebben rondgetobt in enkele jaren zijn over te dragen.

Meer info in: Organizational behavior in historical perspective
Part 1: The taming of emotions
Part 2 Emotion management, status competition and power play

Noten

Elias, N. (1939) Über den Prozess der Zivilisation. Soziogenetische und psychogenetische Untersuchungen. Haus zum Falken, Basel. Nederlandse vertaling met een nieuwe inleiding: N. Elias (1982). Het civilisatieproces. Sociogenetische en psychologische onderzoekingen. Het Spectrum, Utrecht.

Erasmus D. (1546) Goede Manierlijcke Seden. Van Waesberghe, Antwerpen. Heruitgegeven in 1969 als: Het Boeckje van Erasmus Aengaende de Beleeftheidt . Universiteitsbibliotheek, Amsterdam.

Gracián, B. (1647) Oráculo manual y arte de prudencia . Nederlandse vertaling: T. Kars (1991) Handorakel en kunst van de voorzichtigheid. Polak & Van Gennep, Amsterdam.

Huizinga, J. (1919) Herfsttij der Middeleeuwen. Wolters-Noordhoff, Groningen.

Iterson, A. van (1992) Vader, raadgever en beschermer: Petrus Regout en zijn arbeiders 1834-1870. Universitaire Pers, Maastricht.

Mastenbroek, W.F.G. (1997) Verandermanagement. Holland Business Publications.

Mastenbroek, W. (2002) Negotiating as Emotion Management. Holland Business Publications.

Mc Kendrick, N. (1961) Josiah Wedgwood and Factory Discipline. The Historical Journal, 4, 1, P. 30-55.

Vree, W. (1994) Nederland als vergaderland. Opkomst en verbreiding van een vergaderregime. Wolters-Noordhoff, Groningen.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Op zoek naar informatie over medische historische achtergronden
van het hoesten struikelde ik over het opvallend slecht gedrag van onze voorouders. De huidige politici houden zich meestal nog wel in, alhoewel het elkaar in de rede vallen , dat voor mij nog altijd geldt als onwelopgevoed, door de aanvoerder van diegenen die Nederland leefbaarder willen maken nog steeds wordt beoefend. Bad people have bad habits !
Overigens een verbazingwekkend goed geschreven maar ook onthutsend artikel dat uitgeprint, in een klapper gestopt door mij vanavond bij een beschaafd ingeschonken glas goede wijn, volledig zal worden gelezen.
Damens en heren uit een ver verleden en speciaal grote Erasmus dank voor uw adviezen.

…. en wij maar denken dat we met iets nieuws bezig zijn ……

Het begint wat lacherig, al zijn de citaten van Erasmus geplaatst met de opmerking dat zij uit het Latijns komen. Alsof we ze daardoor alleen al belangrijk zouden moeten vinden.
Toch, naarmate je verder leest is het zo volledig herkenbaar dat het haast beschamend wordt. Je herkent de handelingen en de reacties van anderen en jezelf.
Het venijn zit ‘m, ook hier weer, in de staart.
Het lijkt ineens manipulatief gedrag maar ook, en nog veel belangrijker, kunnen we het nog verkopen aan onszelf als een management vaardigheid.

[…] ik uitgebreider de historische ontwikkeling van organisaties. Het betreft ook een ontwikkeling in maatschappelijke verhoudingen en gedrag. In dit artikel richt ik me op de meest recente ontwikkelingen in […]

[…] een civilisatie proces dat zich uitstrekte tot alle vormen van samenwerken en samenleven. Zie: Communicatie en Emotie. Sociale vaardigheid en persoonlijke effectiviteit: wat zijn de trends? Een toenemend aantal mensen […]

[…] redelijk snel kunnen groeien in deze ontwikkeling. We zien dat bijvoorbeeld in de ervaringen met de gedragsregels van Erasmus. Het duurde vele generaties voordat ze algemeen gangbaar waren maar onder de juiste condities […]

Toon alle 6 reacties
x
x