Channels

Emotioneel kapitaal is een voorwaarde voor succes. Wie in deze tijd niet in staat is zijn gedrag en emoties goed te beheersen, loopt het gevaar psychisch en sociaal ontregeld te raken op het werk en prive. Emoties moeten gekend worden en geuit, is de moraal van talloze boeken, artikelen en tv-programma’s: volg je emoties, luister naar je emoties, ga af op je emoties. Geen verwarrender advies denkbaar!

Emoties zijn altijd belangrijk geweest, maar in andere tijden werden ze anders geuit en kregen ze een andere plaats. In deze tijd wordt een sterk beroep gedaan op zelfbeheersing. Oude gezagsverhoudingen op grond van klasse, religie en sekse zijn vervaagd, beperkingen van buiten hebben aan kracht verloren. Maar zelfsturing vraagt om zelfinzicht, ook in de eigen emoties, en om een goed beheer hiervan: emoties moeten een plaats krijgen, maar je moet er niet aan ten prooi vallen. Het vraagt om emotie management dat geleerd moet worden in de omgang met jezelf en anderen.

Het scheelt veel als emotiebeheersing je van jongsaf aan is bijgebracht: als je geleerd hebt je impulsen te bedwingen en de bevrediging van je directe behoeften uit te stellen. Kinderen die zich dat al jong hebben eigengemaakt, hebben een streepje voor. Ze beschikken in grotere mate over de zelfdiscipline die nodig is in onderwijs, waarin veel van hun zelfstandigheid wordt geëist. Kinderen zijn in het nadeel als ze een emotionele uitrusting hebben meegekregen die niet past, als ze zich niet voldoende kunnen beheersen en zich daardoor niet voegen naar het regime van school of van het werk.

Lees ook:

De logica van het gevoel

Kinderen leren het passende emotiebeheer ook op school.  Eind 19de eeuw was de lagere school gericht op het leren van deugden die nodig werden geacht voor deelname aan een industrialiserende samenleving. Die vereiste burgers die konden lezen en schrijven, maar ook in staat waren tot beschaafd gedrag en discipline. Kinderen leerden zich te voegen naar het gezag van onderwijzers en hun lichaam en gedrag te beheersen: ze moesten zich ordelijk in rijen kunnen opstellen en wachten, rustig urenlang in een schoolbank zitten en zich onderwerpen aan een strikt tijdsregime.

In de loop van de 20ste eeuw verschoof het accent van een externe sociale dwang naar een grotere zelfcontrole. De vaste banken werden vervangen door losse stoelen, die individueler gerangschikt konden worden en kinderen meer bewegingsvrijheid gaven, er gold een minder strikt en collectief tijdsregime, en er werd minder collectief lesgegeven. Dat betekende een verschuiving van autoriteit en vaste regels naar meer flexibiliteit, passend bij een minder hiërarchische samenleving, en een stimulering van zelfontplooiing. Dit stelt nieuwe eisen aan kinderen, maar ook aan leraren en ouders.

Deze tijd, met zijn idealen van vrijheid en individualiteit, vraagt vooral ruimte voor eigen ontwikkeling, als contrast met het gevormd worden naar een van buiten bepaald beeld. Dwang van buiten heeft plaatsgemaakt voor beheersing van binnen. Het leren van een code van orde, vlijt en gehoorzaamheid is verschoven naar ontplooiing van eigen talenten.

De overgang van het ene gedrags- en gevoelsregime naar het andere is nooit eenvoudig. De klacht over kinderen is dat de beheersing van binnen te weinig solide is, dat ze slecht zijn opgevoed, problemen hebben met gehoorzaamheid en discipline. Maar volwassenen – ouders, leraren, leidinggevenden – kunnen soms ook zelf de ontwikkelingen niet bijbenen, waardoor ze niet adequaat reageren, en zichzelf en anderen in de weg zitten.

Over de hele linie geldt dat onderwijzers en leraren niet meer kunnen lesgeven zoals ze vroeger gewend waren. Ze staan in een andere verhouding tot hun leerlingen, die ze andere dingen moeten bijbrengen dan de leerstof alleen, op andere manieren: minder hiërarchisch, met meer aandacht voor hun voorkeuren en mogelijkheden. Ze moeten meer doen om hen aan te spreken. Er wordt meer van hen gevraagd als persoon.

De Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie hield vorig jaar een symposium over het belang van ‘mentaal kapitaal’, en dat gebeurde vooral in economische termen: de kosten van verwaarlozing van kinderen, van hechtingsstoornissen, van de veronachtzaming van hun emotionele ontwikkeling, waardoor ze de kans lopen sociaal en emotioneel ontregeld te raken.

In de thuissituatie wordt het emotioneel kapitaal in eerste aanleg gevormd, daar krijg je de ruimte emoties te ervaren, daar leer je ze onderkennen en adequaat beheren. Maar het leren van emotiemanagement gaat door: op school, via vrienden, de media en op het werk.

Het belang van emotioneel kapitaal kan niet onderschat worden. Het is bepalend voor iemands persoonlijke effectiviteit, prive en op het werk.

Bronnen: Christien Brinkgreve, Kohnstammlezing, 26–03–10. En: Volkskrant, 27-03-10

De rubriek ACTUEEL informeert u over recent verschenen berichten in andere media. Bij elke bijdrage vermelden wij de oorspronkelijke bron.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x