Channels

In het private domein zijn er verschillende tastbare voorbeelden van co-creatie. Waarin samen met partners én natuurlijk de eindgebruiker een nieuw product wordt ontwikkeld.

Prachtig voorbeeld vind ik Procter & Gamble.Zo’n tien jaar geleden begon men met het programma ‘Connect + Develop’ en inmiddels komt de helft van Procter’s vernieuwingen van buiten de bedrijfsmuren! En dit initiatief heeft geleid tot zo’n duizend overeenkomsten met externe partners. Uit die co-creatiekokers van P&G hebben ondermeer de producten Swifter Wet Jet, Olay Daily Facials en het schoonmaakmiddel Mr. Clean Autodry een toonaangevend marktaandeel verworven in de bekende schappen. En het mooie is dat als je je als fabrikant kwetsbaar durft op te stellen en de mensen laat weten dat je hun inspanningen waardeert, dat ze dan ook actief én trouw blijven. Want dan voelen ze zich namelijk écht betrokken. Is dat nederigheid? Helemaal niet. Maar wel een goed gevoel voor gelijkwaardigheid met je klant. Om in te spelen op hun behoeftes. En last but not least: de R&D kosten van deze multinational zijn maar liefst met meer dan twintig procent geslonken!

Een tweede sprekend voorbeeld van online ondernemen en cocreatie is Lego dat jaren geleden op dood spoor zat. Het Deense bedrijf besloot zijn klanten om input te gaan vragen. En die dragen sindsdien zelf nieuwe thema’s aan voor de bekende speelgoedblokjes. Vandaag de dag gaat dat om indrukwekkende getallen: wekelijks komen er duizenden ontwerpen binnen. De beste worden in productie genomen en de gelukkige cocreators ontvangen daar royalties voor. En dat levert de nodige positieve bijeffecten op. Zo is de binding met de Lego fans alleen maar sterker geworden. En dat bleek ook uit de cocreatie sessies met Lego klanten. Want die hebben namelijk in toenemende mate behoefte aan contact én merkbeleving. En dat bracht Lego tot het uitbrengen van een eigen magazine dat massaal wordt gedownload. Zo is het bijna omgevallen Lego-bouwwerk getransformeerd van een productiebedrijf met nog geen duizend productnummers naar een cocreatiemodel met een diversiteit van wel tienduizend onderdeeltjes. En met een vaste schare fans van een paar miljoen trouwe volgers met wie het bedrijf dagelijks een innige band onderhoudt. En dat zijn zeker niet alleen kinderen!

Maar hoe zit het met het publieke domein? Waarom wordt daar ook niet en masse mét stakeholders beleid geoperationaliseerd? Waarom is daar nog steeds sprake van beleidsmakers die in splendid isolation gezellig met zichzelf beleid aan het maken zijn? Zonder dat bijvoorbeeld de uitvoering daarbij betrokken is? In een mooie kamer met de lamellen lekker dicht opdat het zonlicht blijft waar het hoort: buiten. En waarom wordt er sleschts op zeer beperkte schaal ervaring opgedaan met interactieve beleidsvorming waarbij alle verantwoordelijke partijen uit de keten worden betrokken?

Het antwoord is simpel: het komt gewoon doordat in veel publieke organisaties nog steeds sprake is van een binnen- en een buitenwereld. Waarbij de binnenwereld veelal wordt gedomineerd door de politieke agenda. En waarbij angst regeert om gelijkwaardig aan de slag te gaan met andere belanghebbenden. Uit die buitenwereld. Die op hun beurt ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen om ervoor te zorgen dat het beleid werkelijk effectief is. Hamvraag is hoe we dit kunnen oplossen. En wat we daarbij kunnen leren van die succesvolle voorbeelden van P&G of Lego. Cruciaal daarbij is dat we beseffen dat we in een virtuele keten werken, waarbij iedere speler zijn eigen rol en verantwoordelijkheid moet vervullen. Waarbij we elkaar moeten versterken en aanvullen. Gericht op dat eindproduct. Complementair dus. Maar dan wél zonder al die Chinese muren! En dan hebben we het heus niet alleen over beleidsmakers. Nee, ook de dames en heren politici en uitvoerders (waaronder ook marktpartijen) moeten  hun verantwoordelijkheid pakken. Want alleen zo kunnen we maximale publieke waarde creëren!

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

De binnen- en buitenwereld mag inderdaad meer met elkaar de dialoog aangaan. Never stop asking! De bovenstaande werkwijze wordt gelukkig niet alleen toegepast in de private sector. In Brussel, waar de diverse Europese commissies zijn gehuisvest, is er ook een interessante werkwijze. Daar is een chef de dossier (ja, de naam is wat minder gelukkig gekozen) verantwoordelijk voor een dossier waar voor- en tegenstanders van een bepaald onderwerp aan tafel zitten. Deze groep bestaat uit mensen uit allerlei geledingen die de dialoog met elkaar aangaan. Het resultaat kan verbluffend zijn (wel of geen wet, wel of geen regeling etc.). Geen consensusmodel, de partijen gaan door totdat er 100% overeenstemming is.

Een ander mooi voorbeeld is de gemeente Zeist. Die hebben ook gekozen voor de publieke dialoog als het gaat om de bezuinigingen. De gemeente Zeist heeft een parallelle manier gekozen conform de systematiek van Brussel. Organisaties die de gemeente adviseren over de te nemen bezuinigingsvoorstellen. Een mooie vorm van burgerparticipatie die de nodige resultaten oplevert. Wat dit model aantrekkelijk maakt is de onafhankelijkheid, geen politieke kleur, geen handvesten en geen partijprogramma’s. Uiteraard moet je heldere afspraken maken met elkaar, over en weer de verwachtingen helder maken. Maar dat doet Lego ook want anders krijg je wel heel vreemd legomateriaal in de winkel.

Public managementconsultant Nico de Bel (1963) is sinds 2004 actief in verschillende management- en directiefuncties binnen de Rijksdienst en de profit sector. Daarvoor was hij als HRM manager verbonden aan de Hogeschool INHOLLAND. Hij heeft meerdere changetrajecten succesvol afgerond (ondermeer de fusie van INHOLLAND, Rijkswaterstaat en de dienst Justitiële Inrichtingen). In 2010 heeft hij de master of public management afgerond waarin hij onderzoek heeft gedaan naar integraal management.

Om zijn eigen punt te maken presenteert Dirk-Jan de Bruijn een achterhaald beeld en karikatuur van de werkwijze van hedendaagse beleidsmakers. Net zoals bij particuliere organisaties zijn er natuurlijk van binnen-naar-buiten-werkers en van buiten-naar-binnen-werkers. Maar voor iemand die zich bezighoudt met overheidsmanagement die zo’n beeld neerzet als ik boven lees, heb ik maar één boodschap: actualiseer uw inzichten.

Co-creatie
Met cocreatie wordt een stap vooruit gezet naar een nieuwe wereld waar elk product of dienst tot stand komt met inspraak van haar gebruikers en externe professionals.
Met behulp van onder andere online communities helpt F1 INCITEMENT organisaties inzicht te krijgen in de behoeften van hun doelgroep. Consumenten zelf spelen namelijk binnen deze communities een actieve rol in het innovatieproces. We noemen dit cocreatie. Bedrijven vragen aan gebruikers hun ideeën vorm te geven en uit te werken. Dit kan in elke levensfase van een product of dienst. Aan het begin, tijdens de ontwikkeling, maar ook aan het eind van de levenscyclus; kan het product nog geupgrade worden of is het tijd voor een geheel nieuw product? En aan welke eisen zou dit product dan moeten voldoen?

Ook nieuwe marketingconcepten kunnen op basis van cocreatie tot stand komen. U ziet: cocreatie dient meerdere doelen. Behalve dat het klanten betrekt bij productontwikkeling, draagt het eveneens bij aan een goed imago. Bedrijven die cocreëren tonen immers aan dat ze hun klanten serieus nemen. F1 INCITEMENT maakt gebruik van RedesignMe.com, een online community die bestaat uit meer dan 5000 creatieve mensen over de hele wereld. Eindgebruikers, ontwerpers, designers en marketeers buigen zich over uiteenlopende uitdagingen. Multinationals als Apple, Dell, en Nike zweren bij cocreatie als strategie.
Nu kan ook het Nederlandse MKB er zijn voordeel mee doen.
http://www.f1-incitement.nl

Dank voor de reacties! Onderwerp leeft dus blijkbaar meer dan voldoende. Terecht overigens. Goed om te horen dat er ook in het publieke domein dus veel aan wordt gedaan. @Merel: uiteraard zullen er ook andere beelden zijn van beleidsmakers, gelukkig, maar er zijn ook nog heel veel voorbeelden van mensen die hiervan zouden kunnen leren. Geen kwestie van goed of slecht dus, maar wel van het oppakken van innovaties! Het is mijn persoonlijke ervaring dat er op dat vlak nog veel laken voor de schaar is…

Is het wel zo eenvoudig als het lijkt?
Het is jammer dat de column van Dirk-Jan de Bruijn slechts in de laatste alinea aandacht besteed aan een mogelijk antwoord op de vragen in zijn introductie. Zou het dan toch niet zo simpel zijn om in cocreatie tussen de ‘binnen- en buitenwereld’ beleid te ontwikkelen en uit te voeren?

Ook in zorg en welzijn wordt nagedacht over de meerwaarde van cocreatie. We zien daarbij steeds meer en vooral interessante dingen ontstaan. Het besef dat beleid en uitvoering gezamenlijk moeten worden ontwikkeld en vormgegeven is er wel degelijk. Dat blijkt ook onder meer uit de grote interesse voor het congres cliëntenparticipatie 2.0 (#cp20) wat op 27 september georganiseerd wordt door MOVISIE en Vilans. Voor de sector van zorg en welzijn is in deze tijden van bezuinigingen creativiteit en draagvlak in beleid en uitvoering van groot belang!
Het klopt dat het private domein vaak voor het publieke domein uitloopt en co-creatie is dan ook een andere manier van werken voor veel mensen (ook binnen het private domein!) en soms lastig te organiseren. Maar het gebeurt al wel! Denk bijvoorbeeld aan wijkaanpak in Deventer of de Smaakmakers in een Limburgse zorginstelling.
Het vraagt om een innovatieve blik op de wereld en dat kost tijd. Aan de voorlopers de taak om hun ideeën met deze wereld te delen en zo in co-creatie verder te ontwikkelen!

Brechtje Walburgh Schmidt
Marjoke Verschelling
Beiden adviseur bij MOVISIE – kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling

Dirk-Jan,
Zou het kunnen zijn dat de eeuwenlange monopoliepositie van overheidsinstellingen er iets mee te maken heeft? Burgers, bedrijven en instellingen hebben vaak slechts één verplichte aanbieder: een overheidsinstelling. Daaroverheen nog wetgeving en elke impuls om dingen samen te doen met wie of wat dan ook is verdampt. Dat maakt lui, vadsig, zelfvergenoegd en nog meer van dat trage soort kleverige spul dat in de loop van de eeuwen vergroeid is en tot bedrijfscultuur waarin samenwerken alleen maar gebeurt als het wordt afgedwongen. En dan nog niet van harte. Alternatieven voor (bijvoorbeeld) keuze van een rechter, Bouw & Woning toezicht, Gemeente of Kadaster zijn er niet.

Ook in andere branches vind je varianten op dit thema. Artsen staan niet onder de “A”van “Abortus”, de “E” van “Euthanasie” of de “K”van “Kankerspecialist” in de gele gids. Een belastingadviseur of notaris vinden met specialisatie op een specifieke bedrijvensector of probleemtype is moeilijk.

De Gele Gids snapt het al lang. Als je met je Skoda (doe maar een toetje) pech hebt in Wünsteradeel, dan kijk je op je iPad. Heb je die niet, dan loop je naar de plaatselijke kroeg, bestelt een ontbijtje Heineken en kijkt in de Yellow Pages. Onder de “G” van “Garages” vind je alfabetisch lexicografisch de automerken keurig gerangschikt op merknaam. Je kiest de “S” van “Skoda” en daarna de dichtstbijzijnde of . . . de eerste die de telefoon opneemt.

De plaatselijke afhaal Chinees snapt het ook. Na de tweede keer weet hij dat de ene portie héét, héét héét mag en de andere niet.

Als ik naar de overheid kijk denk ik dat het volledige budget ontwikkelingshulp beter in Nederland kan worden gespendeerd zolang dit soort middeleeuwse toestanden voortwoekeren.

Groet,
Jos Steynebrugh
Marketing & Innovatie Consultant

Toon alle 6 reacties
x
x