Channels

Er beweegt veel in de onderstroom. In mijn nieuwe boek Wat bezielt ons? Van verstarring naar vitaliteit geef ik daarvan tientallen voorbeelden uit verschillende sectoren zoals zorg, onderwijs en bedrijfsleven. In de financiële sector lijkt er weinig veranderd sinds de financieel-economische crisis. Maar ook daar is een fascinerende onderstroom, die steeds meer zichtbaar wordt.
Maar laten we eerst even stilstaan bij de bovenstroom. Hebben de banken eigenlijk wel iets geleerd van de vele crises die zij hebben veroorzaakt?

Niets veranderd

Vijf jaar na het uitbreken van de kredietcrisis lijkt het maatschappelijk vertrouwen in de financiële sector verder weg dan ooit. Er is maar mondjesmaat schoon schip gemaakt. Ondanks de miljarden die banken hebben betaald aan boetes, schadeclaims en schikkingen is het maatschappelijk vertrouwen nauwelijks teruggewonnen. Overheden hebben strengere regels gesteld, maar banken doen er alles aan om de invoering van die regels te vertragen, vertragen en verzwakken.

Al vrij snel na de crisis werd de bonuscultuur hersteld. In 2011 ontving  ING-topman Jan Hommen 1,26 miljoen aan bonussen, terwijl ING tegelijkertijd  staatssteun kreeg.

Nu minister Dijsselbloem de hoogte van bonussen beperkt, verhogen banken het vaste salaris van hun topmensen. Bij banken die met publieke middelen van ondergang werden gered, staat het commercieel belang weer voorop; ABN AMRO en SNS Reaal moeten immers naar de beurs, opdat de tientallen miljarden die zijn geïnvesteerd weer terugvloeien in de staatskas.

Het lukt de meeste banken niet om uit de spiraal te komen van geld verdienen door het rond te pompen met dikwijls risicovolle beleggingen. Ze voeren aan dat de strengere regelgeving ten aanzien van kapitaalbuffers  en kredietverschaffing hen belemmert om werkelijk te innoveren en het klantbelang voorop te stellen.

Volgens Peter Blom, CEO van de Triodosbank, moet de financiële sector weer dienstbaar worden aan de reële economie. Om uit deze systemische crisis te komen is het volgens hem nodig dat geld weer ondersteunend wordt aan de uiteindelijke doelen die de samenleving zich stelt.[1]

Lees ook:

Je zult maar bij een bank werken….

In de onderstroom van de financiële sector gonst het van de activiteiten en initiatieven, die de relatie herstellen tussen geld en maatschappelijke waarde. Hoewel deze initiatieven niet altijd even zichtbaar zijn als de grote banken en financiële instellingen zijn ze hard op weg om het financiële landschap ingrijpend te veranderen. Ik beschrijf in mijn boek vier soorten onderstroom-initiatieven.

1. Maatschappelijk belang voorop

De Zweedse Svenska Handelsbanken die inmiddels vijftien filialen in Nederland heeft, hanteert een ‘vintage banking model’: bankieren zoals dat veertig jaar geleden gebruikelijk was. Bij deze bank krijgen bestuurders geen bonussen, maar is er een winstpool voor alle medewerkers. Die kunnen daarvan aandelen kopen en verzilveren als men 60 wordt. Er is sprake van conservatief bankieren: risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Lokale managers beslissen zelfstandig over kredietverlening. Svenska Handelsbanken wil dicht bij de klant blijven en investeert dus juist in lokale bankkantoren. Misschien wel juist dankzij het ‘vintage banking model’, is Svenska Handelsbanken één van de banken met de grootste kapitaalbuffer van Europa en raakte ze tijdens de financiële crisis niet in de problemen.[2]

Een ander voorbeeld van een bank die de klant voorop stelt is de JAK Medlemsbank in Zweden. Deze bank participeert niet in kapitaalmarkten. Alle leningen worden betaald uit de spaargelden die bij de bank zijn ondergebracht. JAK heeft een puntensysteem: leden van de bank verdienen punten door te sparen en kunnen ze inwisselen als ze willen lenen. Je kunt dus alleen lenen als je ook anderen in staat stelt om te lenen door middel van jouw spaargeld. Een ondernemer die een lening wil om een winkel te beginnen, kan dat alleen doen als er genoeg steun is vanuit de gemeenschap: mensen die een deel van hun spaargeld willen inleggen voor de winkel.[3]

Lange tijd leek het of de oerdegelijke Rabobank ook vasthield aan die koers. In de commercials met Jochem de Bruin en de slogan ‘Het is tijd voor een bank die het anders doet’ zette Rabobank zich af tegen de krijtstrepen en het snelle geld. [ The making of Jochem: toen de Rabobank nog om zichzelf kon lachen]

Maar het feit dat de Rabobank zich schuldig had gemaakt aan het manipuleren van de Libor-rente toonde aan dat binnen de coöperatieve bank een interne koerswijziging plaatsvond in de richting van het Angelsaksische model. Begin 2013 besloot de Rabobank om de lokale banken strakker aan te sturen en hen minder mogelijkheden te geven voor differentiatie in producten en tarieven. Dit betekende een machtsverschuiving  naar het hoofdkantoor in Utrecht, ten koste van de autonomie van lokale banken.

In de Correspondent pleitte Jesse Frederik onlangs voor een terugkeer van ouderwetse staatsbanken, omdat die – paradoxaal genoeg – diversiteit en concurrentie in de financiële sector kunnen brengen. Als voorbeeld noemt hij de Postbank. Door de specifieke en beperkte rol van deze bank indertijd, het bedienen van gewone burgers met simpele bankdiensten, innoveerde de Postbank in gebruiksgemak en soepel betalingsverkeer.

2. Andere financieringsvormen

Steeds vaker zoeken ondernemers naar manieren om buiten banken om financiering voor innovaties rond te krijgen. Tegelijkertijd zoeken particulieren naar manieren om hun spaargeld bewust in te zetten voor doelen die zij waardevol achten.

  • Microfinanciering
    Een zakelijke lening van maximaal vijftigduizend euro voor startende en bestaande ondernemers in het Midden- en Kleinbedrijf, bedoeld voor (startende) ondernemers die niet over voldoende middelen beschikken en geen toegang hebben tot financiering via het reguliere circuit. HandsOn bijvoorbeeld, een particuliere verstrekker van microkredieten in Nederland, is een initiatief van ondernemers die collega’s willen helpen met het opzetten van een bedrijf. Tegen zes procent rente kan een lening van maximaal vijfduizend euro worden verstrekt.
  • Informeel investeren
    Ondernemers met een succesvol bedrijf of oud-ondernemers die geld hebben overgehouden aan de verkoop van hun eigen onderneming en andere ondernemers willen ondersteunen met geld, kennis van zaken en contacten.
  • Impact investing
    Investeringen in bedrijven en organisaties met de bedoeling om aantoonbare sociale en ecologische impact te genereren naast een financiële opbrengst. Een groeiend aantal kapitaalkrachtigen zoekt naar investeringen die een verschil kunnen maken in de wereld. Deze ontwikkeling leidt tot het ontstaan van een nieuwe industrie in het braakliggende gebied tussen filantropie en winstmaximalisatie. Zowel de Triodosbank als de ASN Bank  willen met het geld van hun klanten bijdragen aan positieve maatschappelijke, ecologische en culturele veranderingen. Ze investeren alleen geld dat door spaarders en beleggers aan hen is toevertrouwd en houden zich verre van ingewikkelde en risicovolle financiële constructies. Ze verstrekken kredieten aan ondernemers die zij goed kennen en aan duurzame, ondernemende bedrijven die vanuit waarden zakendoen. Ze investeren in het milieu, de sociale sector, de cultuur en het onderwijs en beleggen duurzaam (o.a. in microfinanciering, duurzame energie en biologische landbouw).
  • Social media banking
    De Duitse Fidor Bank, opgericht in 2009 door Matthias Kröner. biedt haar klanten de mogelijkheid om vanuit een online community hun geldzaken te regelen. Deze community bestaat uit 160.000 gebruikers die elkaar adviseren over sparen, investeren en alledaagse financiële vragen. De bank gebruikt sociale media vooral om naar haar klanten te luisteren. De online gebruikers worden ook aangemoedigd om te komen met ideeën om de producten en diensten van de bank te verbeteren, om financieel adviseurs en de producten en diensten van de bank te beoordelen. De Fidor Bank ontwikkelde het FidorPay systeem, waarmee klanten een prepaid rekening kunnen gebruiken voor digitale diensten zoals peer-to-peer-lenen, crowdfunding en gaming. De bank spreekt jonge mensen aan, omdat het hun digitale levensstijl efficiënter maakt, omdat ze liever een community raadplegen dan een call center bellen en omdat de bank naar hen luistert.[4]

3. Cooperative funding

Steeds vaker zoeken ondernemers naar manieren om het eigen sociale netwerk, dat affiniteit heeft met en belang bij het succes van de onderneming, te betrekken bij het managen van de eigen financiële stromen, om daarmee zowel de afhankelijkheid van financiële instellingen te reduceren als de rol van stakeholders te vergroten.

  • Crowd funding
    Deze vorm van financiering groeit explosief. In 2012 investeerden burgers en beleggers ruim 11 miljoen euro in bedrijven, in 2012 16 miljoen en in 2013 is via crowdfunding € 32 miljoen opgehaald. Met de ruim 1.250 projecten werden in 2013 367 ondernemingen (deels) gefinancierd via crowdfunding, Dit betekent een enorme groei, zowel in het aantal projecten als in het totaal gefinancierde bedrag. Verwacht wordt dat het Midden- en Kleinbedrijf in 2015 een totaalbedrag van 255 miljoen euro zal ophalen met deze vorm van financiering. Alleen al in Nederland zijn meer dan dertig platforms voor deze financieringsvorm, waaronder Kickstarter, Geldvoorelkaar.nl en CrouwAboutNow. De waarde van crowdfunding ligt overigens niet alleen in het opgehaalde geld. Mensen die geld investeren raken betrokken bij het product, denken soms mee over het product of worden enthousiaste ambassadeurs. Het product wordt door hun investering ook een beetje van hen.
  • Kredietunies
    Dit zijn coöperaties van MKB-ondernemers die via een gemeenschappelijke kas middelen ter beschikking stellen aan andere ondernemers om geld te lenen uit deze kas.
  • Flinquering
    Dit is het onderling afstemmen van betalingsvoorwaarden en met elkaar afspreken om facturen snel te betalen. Vooral in de bouw en de retail, waar een gezonde cashflow noodzakelijk is, wordt flinquering gezien als een waardevolle werkwijze.
  • Bartering
    Letterlijk betekent dit ruilen met een gesloten beurs, waarbij er sprake moet zijn van gelijke waarden van de te ruilen producten, zoals een radiostation dat gratis adverteert in een tijdschrift in ruil voor een radiocampagne. In de moderne variant van barteren verhandelen bedrijven goederen en diensten met andere deelnemende bedrijven via de BarterEuro als betaalmiddel. Vraag en aanbod worden zo bij elkaar gebracht zonder dat er sprake is van betalingsverkeer.

4.  Alternatieve geldsystemen

Om geld weer haar oorspronkelijk rol te geven als ruilmiddel zijn er de laatste tien jaar in allerlei delen van de wereld lokale geldsystemen ontwikkeld. Geld is immers niets anders dan een afspraak om ‘iets’ te gebruiken als ruilmiddel. Veel gemeenschappen hebben een eigen muntsysteem bedacht, gebaseerd op de afspraak om een ander middel dan het wettelijke betaalmiddel te gebruiken.

Zo zijn in Nederland de Noppes en de Makkies in Amsterdam, de Gelre in Arnhem, de Ster in Utrecht, de Bataaf in Nijmegen, de Keitjes in Amersfoort. In Rotterdam is er de Zuiderling, vooral voor particulieren die elkaar betalen voor diensten, en de Dam, meer gericht op ondernemers. De Dam is een online platform waar ondernemers producten en diensten kunnen verhandelen via een Dam-rekening en een Dam-app. Ook de Bitcoin is een vorm van virtueel geld, dat als alternatief fungeert naast wettelijke betaalmiddelen.
In Zwitserland bestaat al jaren een onafhankelijk complementair geldsysteem dat kleine en middelgrote ondernemingen bedient. Het bestaat als een boekhoudkundig systeem om transacties te faciliteren. Deze WIR Bank met 62.000 leden in een coöperatieve vorm, wil haar leden aanmoedigen om hun koopkracht aan elkaar ter beschikking te stellen en onder elkaar te laten circuleren, om daarmee extra omzet mogelijk te maken voor de leden. Door de WIR bestaan er in Zwitserland feitelijk twee munteenheden.[5]

Deze alternatieve geldsystemen dragen bij aan een groeiende deel- of ruileconomie, waar de tussenkomst van geld zelfs helemaal wordt vermeden.

Nieuwe principes in de financiële onderstroom

De initiatieven in de onderstroom van de samenleving laten zien dat particulieren en ondernemingen creatieve wegen hebben gevonden om buiten de financiële instellingen om hun geldzaken te regelen. Banken die niet het belang van particuliere klanten en ondernemingen voorop stellen, dreigen de boot te gaan missen. Consumenten en ondernemers zoeken financiering liefst buiten de reguliere financiële instellingen om. Tot twee jaar geleden verleenden banken 80 procent van de totale kredietverstrekking, inmiddels is dat teruggelopen tot minder dan 70 procent.

  • Daarbij willen particulieren en ondernemers dat bankieren weer gaat over (spaar-) geld beheren en investeren in relevante projecten. Bovendien zien ze de mogelijkheid van geld als energie, als een middel om een andere wereld mogelijk te maken.
  • Ten tweede is in de onderstroom de relatie tussen geld en maatschappelijke waarde hersteld. Bankiers uit de onderstroom gaan bewuster om met risico’s en hun directeuren krijgen acceptabele beloningen. Initiatiefnemers in de onderstroom beschouwen de financiële crisis als een uitgelezen kans om een ander financieel systeem op poten te zetten “Het is alsof je een vegetarisch restaurant begint tijdens een schandaal met paardenvlees” zei Fidor oprichter Matthias Körner.
  • Ten derde is er meer betrokkenheid en samenwerking. Ondernemers kloppen steeds vaker aan bij hun eigen netwerk van partners die een belang hebben bij het succes van de onderneming. Zo zijn er afnemers en leveranciers die proberen elkaar te financieren. De financieringsbehoefte van ondernemers wordt bovendien vaker vervuld door meerdere partijen, waardoor risico’s worden gespreid en afhankelijkheid wordt gereduceerd. In de nieuwe economie zoeken bedrijven naar financiers die een langdurige betrokkenheid hebben bij de onderneming en die voor langere tijd hun kennis en ervaring ter beschikking stellen.

Wat doet dit de banken?

Er is duidelijk een vitale ontwikkeling van initiatieven op financieel gebied in de onderstroom. Maar hebben al deze initiatieven nu invloed op de reguliere financiële instellingen?

  • Het marktaandeel van Rabobank daalde in 2013 met 4,4 procent. Dat had te maken met de Libor-affaire, maar ook ING had met een min van 1,7 procent geen florissant jaar. Het verlies van Rabobank kwam echter niet zozeer ten goede aan de onderstroom, maar aan andere traditionele spelers, met name Aegon, dat haar aandeel op de hypotheekmarkt 2,7 procent zag stijgen. De Svenska Handelsbanken breidt het aantal kantoren gestaag uit, maar heeft een te beperkte uitleencapaciteit om een echte bedreiging te zijn voor de grote banken. Het aantal klanten van ethische banken als ASN Bank en Triodos Bank groeide de afgelopen jaren snel. Ondanks de economische crisis zag Triodos Bank het aantal klanten in korte tijd groeien naar ruim 500.000 klanten. Toch merkt ook Triodos Bank dat het crisis is: minder vraag naar financieringen en vertraagde opname van kredieten. De ASN Bank zag in 2013 het aantal klanten met 3,4% stijgen naar 607.673.
  • Ondanks de populariteit van microkredieten is de wereldwijde groei ervan de afgelopen jaren door de economische crisis ernstig vertraagd. Toch is het Nederlandse beleid er op gericht meer microkredieten te verstrekken. Negen verzekeraars en vier banken hebben gezamenlijk 30 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de verstrekking van microkredieten en MKB-kredieten door Qredits. Hiermee willen zij bijdragen aan de verdere ontwikkeling van ondernemerschap in Nederland. Dit bedrag is voldoende om toe te kunnen groeien tot jaarlijks tweeduizend te verstrekken Microkredieten en vierhonderd MKB-kredieten.
  • Ook ‘impact investing’ is populair. Gevestigde banken proberen nieuwe initiatieven uit de onderstroom  in te kapselen door een eigen fonds op te richten, zoals ABN Amro die met een fonds voor impact investing komt.
  • Hoewel de financiering via ‘crowdfunding’ exponentieel stijgt is het opgehaalde bedrag nog altijd verwaarloosbaar ten opzichte van het totaalbedrag aan kredieten. Het vormt dus geen reële bedreiging voor banken. Hoewel crowdfunding vooral goed werkt bij kleine of startende ondernemingen en in creatieve beroepen, zijn het steeds vaker technologische bedrijven en bakkers en slagers die op deze manier investeringen financieren. In plaats van enige financier zijn banken vaker medefinancier: een ondernemer haalt via crowdfunding geld op, een informal investor zegt een bedrag toe en de bank financiert de rest.

We moeten concluderen dat – in absolute bedragen – de omvang van initiatieven uit de onderstroom, zeer beperkt is. De banken en financiële instellingen  voelen zich niet wezenlijk bedreigd en zien geen reden om hun werkwijze aan te passen. Daar waar de onderstroom succesvol is, proberen ze een graantje mee te pikken.

Toch is de kracht van de onderstroom niet alleen af te lezen aan de bedreiging die ze vormt voor reguliere financiële instellingen. Die laatste zullen zo lang mogelijk vernieuwingen uit de weg gaan en de status quo willen behouden. Zelfs als het betekent dat de bank failliet gaat of genationaliseerd moet worden. De kracht van de onderstroom ligt vooral in het bewustzijn van ondernemers en burgers dat het zeer goed mogelijk is om banken en verzekeraars links te laten liggen en eigen vormen te ontwikkelen. Niet alleen zijn die dikwijls goedkoper, ze creëren een gevoel van gemeenschap en betrokkenheid  bij investeerders dat banken allang niet meer bieden. Burgers worden steeds kritischer wat ze met hun spaargeld doen en ervaren voldoening wanneer ze kunnen bijdragen aan voor hen wezenlijke doelen. In de onderstroom is de relatie tussen geld en maatschappelijk hersteld. Dat is de grootste winst. Uiteindelijk komt dat banken duur te staan.

Noten
[1] Het Financieele Dagblad, 4 januari 2013.
[2] De Volkskrant, 18 februari 2013.
[3] Anca, C. De (2013) The end of banks as we know them? Harvard Business Review, 12 september 2013.
[4] Idem.
[5] WIR and the Swiss National Economy.  Prof. Tobias Studer, English Translation, 2006

9789013123166_w215We bevinden ons in een cruciaal tijdsgewricht waarin een oude en een nieuwe wereld tegenover elkaar staan, elk met eigen belangen. In Wat bezielt ons? Van verstarring naar vitaliteit analyseert Lenette Schuijt in welke verouderde systemen we vast lijken te zitten en verkent ze het nieuwe landschap dat aan het ontstaan is.

 

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Hoi Lenette,

Dank voor je artikel. Ga meteen je boek bestellen.
Hoe gaat het met je?

reactie:
Ik merk dat veel (bank) organisaties (en mensen) ondanks urgentie en pijn vasthouden aan, of terugvallen in, hun oude patronen van uitvoerend gedrag. Zo lang die patronen (oorzaak) niet wezenlijk en duurzaam veranderen blijft het ‘Aspirine’ werk en dus ontkenning.
Grootste reden hiervoor voor mij is dat nog steeds aan ‘Kalkoenen gevraagd wordt om het kerstmaal te organiseren’. En: binnen de bank-organisaties die ik ken is het nog steeds niet ‘veilig’ genoeg om te doen wat nodig is voor gewenst (maatschappelijk) succes, voor diegenen intern die dat wel willen. Managers die de oude patronen ‘zijn’ bepalen de cultuur en omgeving die angst oplevert , waardoor welwillende mensen makkelijk terugvallen in hun comfort zones en vrijblijvend gedrag kunnen vertonen waar ze mee weg komen.
Mijn suggestie: directie en MT’s rigoureus vervangen en invullen met nieuwe mensen die de nieuwe patronen van uitvoerend gedrag zijn en voortdurend tonen. Binnen 6 maanden is het om!

Binnen de financiële wereld in Nederland zijn er veel mensen die weer trots willen zijn op het werk dat zij doen. Zij stimuleren elkaar en anderen om anders naar de financiële bloedsomloop te kijken.
Zij hebben zich onder andere verenigd in het New Financial Forum. Veel leidinggevenden “nieuwe stijl” zijn daar ambassadeur van. Kijk eens op http://www.newfinancialforum.nl.

Actueel stuk. Chapeau. Ik kan mij ook vinden in het commentaar van Frank Brilman.

Het is te triest voor woorden dat veel managers, bestuurders en toezichthouders uit de financiele wereld hun oren niet laten hangen naar hun belangrijkste stakeholders, hun medewerk(st)ers en hun klanten. Erger nog. Men weet gewoon niet wat er speelt!

Ik had de eer het boek “In het oog van de orkaan” van Professor Jan Rotmans te mogen recenseren en schreef o.a.:

Wat mij er toe bracht om het boek te recenseren is de (h)erkenning en mijn eigen ervaring dat managers en bestuurders blijkbaar zo druk bezig zijn met de waan van de dag (en het halen van targets), dat ze niet in de gaten hebben wat er om hun heen gebeurd. Het lijkt er echt op, dat veel managers “In het oog van de oceaan” zitten. Ze weten niet wat er speelt. Een onderzoek van Ernst & Young in 2010 bewees dit ook. Er zijn signalen genoeg, maar je moet ze wel zien en er mee aan de slag. De storm raast en heeft een hoge kracht. Het is een kwestie van tijd voordat ze het gaan inzien en ervaren. Voor managers, directeuren en bestuurders kan dat echter te laat zijn. Ik waarschuw al een aantal jaren, dat dit uiteindelijk ten koste gaat van hun eigen loopbaan.

Het boek is ook een bewijs van mijn eigen stelling en een naadloze aansluiting met de door mij vaak genoemde trends in leiderschap:

1: van het hoofd naar het hart
2: van denken naar voelen
3: van powerleaders naar servant-leaders
4: van controle naar vertrouwen
5: van management naar (Nieuw) leiderschap***
6: van shareholders naar stakeholders
7: van Angelsaksisch naar Rijnlands denken

***(NIEUW) leiderschap vindt zijn grondslag in het Handvest NIEUW leiderschap:
http://www.youngbilderbergconferentie.nl/assets/downloads/YBC_3juni_handvest_03.pdf

Het optreden van Ricardo Semler op 24 juni was voor mij weer het bewijs. We hebben nieuwe leiders nodig, want die kijken naar de horizon. Managers naar de bottomline..

NIEUWE leiders hebben de toekomst! OUDE denkers niet.

Het is de vraag of de banken wel iets willen leren. Zolang banken (specifieker: de bankdirecties) gesloten en besloten systemen zijn, wordt het niet duidelijk of de banken willen veranderen in hun denken over hun maatschappelijk nut. Een bank is een in zichzelf gekeerd systeem die zichzelf in stand houdt. Alleen externe factoren dwingen banken te veranderen zoals een geringer vertrouwen van klanten en dus minder winst.
Er is pas sprake van leren (van bankdirecties) wanneer er een wisselwerking is en een grote mate van zelfreflectie met de medewerkers van de eigen organisatie en de beroepsgroep. Ook het vak ethiek in de diverse opleidingen voor de banksector kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren.

Dank voor dit gedegen en verhelderend artikel.

Het pleit ook voor het doen van geldzaken met niet-beursgenoteerde banken.

Bij beursgenoteerde banken en bedrijven is maximalisatie van opbrengst/winst immers het meest prominente aandachtspunt voor de aandeelhouders. Aandeelhouders die vaak weinig ethisch besef ten toon stellen. Directeuren die lange termijn resultaten, duurzaamheid, verantwoordelijkheid voor medewerkers, ed. ook als aandachtspunt hebben worden door de aandeelhouders gemakkelijk de laan uitgestuurd wanneer zij niet de (virtuele) groei-, omzet- en winstvoorspellingen halen.

Je boek ga ik zeker bestellen.
Succes!

Toon alle 5 reacties
x
x