‘Ondernemen is als zwemmen. Ze kunnen er nog zoveel theorie over leren maar het heeft meer effect om ze in het water te gooien. Moet je eens zien hoe snel ze kunnen zwemmen’ Rob Heilbron (mede-oprichter Sapph lingerie)

Succesvolle jeugdondernemers

Succesvolle jeugdondernemers vormen een interessante categorie van entrepreneurs, die zich niet in een hokje laten plaatsen. Wat deze succesvolle ondernemers (jonger dan 24 jaar) nu zo uniek maakt is dat ze geen superieure opleiding, expertise en ervaring hebben en een breed geschakeerd ondersteuningsnetwerk en goed geëquipeerd startkapitaal is afwezig. Verder hebben deze tienerondernemers nog geen voldoende staat van dienst in de business opgebouwd. Toch kennen we jonge helden, zoals Ben Woldring en Bernd Damme, die op hun 13e en 15e, respectievelijk succesvolle bedrijven als bellen.com/be.com (Internet vergelijkings sites) en Eyewear.com (online verkoop van merkzonnebrillen) hebben opgericht. Wat maakt deze groep van jeugdondernemers zo uniek en wat kunnen wij als managers, (oudere) entrepreneurs, onderzoekers en docenten leren van deze ‘jeugdige’ ondernemende (natuur)talenten, zoals Ben Woldring, Bernd Damme en Mark Zuckerberg (nu) en Steve Jobs en Richard Branson (toen)?

Wat is jeugdondernemerschap

Behalve de eerder genoemde Ben Woldring en Bernd Damme zijn er in Nederland nog een aantal minder prominente maar even succesvolle tienerondernemers, zoals Naomi Gelderblom (had op haar 16e een supermarkt), Mark Tigchelaar (die op zijn 18e vanuit zijn dyslexie handicap begint met cursussen in snellezen en geheugentraining), Fleur Kriegsman (begint voor haar 16e de on-line kledingwinkel Hipvoordeheb.nl), en Stacey Rookhuizen, die op haar 16e reeds bezig was met haar eigen platen label en het scouten van muzikaal talent. Het is een atypische groep van intrigerende outliers of uitschieters (Gladwell, 2008), die niet hoog scoren op het hebben van human capital, financial & social capital. Juist deze variabelen dragen volgens de ondernemerschapsliteratuur bij tot het succes van startende ondernemers (cf. Oosterbeek, van Praag & IJsselstein, 2010; Bhide, 1996; Shane, 2003; Elfring & Hulsink, 2007).

Lees ook:

'Papa, mag ik bloggen?'

Jeugdondernemerschap zit in de lift: in 2008 telde Nederland 13.421 starters die de leeftijd van 25 nog niet hadden bereikt. De belangrijkste motieven voor jongeren om te ondernemen zijn een mengeling van enthousiasme, ambitie, en opportunisme om voor zichzelf te gaan beginnen (de Kok & Winnubst, 2007). Zelfstandig ondernemerschap wordt door de meerderheid van de jonge entrepreneurs gezien als een aantrekkelijk alternatief voor bijbaantjes (vakken vullen, folders rondbrengen, werken in de horeca): de reden hiervoor is dat men meer verdient, men kan de eigen tijd indelen en men leert er ook nog eens van. Wat verder opvalt bij de analyse van de cases is de geleidelijkheid van het startproces: men begint met ruilhandel op het schoolplein, daarna wordt het handeltjes voor kleren en gadgets en later een commerciele webwinkel dan wel website onder de paraplu van eBay/Marktplaats (van Schagen, 2010). Wat opvalt aan hun businesses is dat die laagdrempelig zijn en waarvoor niet of nauwelijks investeringen voor nodig zijn: het gaat om retail, consultancy, organisatie van evenementen, bemiddeling, electronic commerce en ICT/Internet toepassingen.

Weinig boodschap aan onderwijs/studie

Deze jeugdondernemers hebben over het algemeen een onverschillige houding ten op zichte van school/onderwijs. Zo heeft van de 18 jonge ondernemers in het boek van Van Schagen (2010) maar liefst de helft zijn of haar studie of opleiding niet afgemaakt. De jeugdondernemers zijn neutraal tot gematigd negatief over het door hen genoten onderwijs: volgens hen is er voor creativiteit, competitiviteit en ondernemendheid geen plaats in het curriculum. In een recent survey van Sprout (2010) kwam naar voren dat 45% van de 25 onder 25 ondernemers geen steun heeft gekregen van zijn/haar school om ondernemer te worden en dat 22% is gestopt met de opleiding omdat studie en business niet met elkaar te combineren was. In plaats daarvan halen de jeugdondernemers hun informatie en kennis over ondernemerschap uit verschillende bronnen, zoals de off-line en online bronnen bij de Kamer van Koophandel, business magazines en entrepreneurship websites, en netwerk/coaching clubs.

Zijn het dan kinderen van ondernemende ouders die via opvoeding dan wel via de genen de ondernemerschapscompetenties en trucs overdragen? Weliswaar komt dat in een aantal gevallen voor maar, ook dit is geen standaard gegeven (van Schagen 2010). Met betrekking tot de jeugdondernemers is de gezinssituatie belangrijker voor het al dan niet starten van een eigen bedrijf. Weliswaar zeggen de meeste van de Sprout ‘25 onder 25’ ondernemers dat ze zichzelf het ondernemerschap hebben aangeleerd (82%), maar ouders en familie is een goede tweede met 52%; de constructieve inbreng van vrienden/kennissen en opleiding is hierbij van ondergeschikt belang met respectievelijk 26% en 22% (Sprout 2010). In een aantal gevallen is een van de ouders ondernemer; dit maakt dat de proactieve zoon of dochter entrepreneurship met de paplepel krijgt ingegoten. Door middel van een gestructureerde opvoeding gericht op het cultiveren van zelfredzaamheid, extroversie en proactiviteit kunnen de ouders hun kinderen tot ondernemendheid aanzetten. Ouders en oudere broers en zussen kunnen ook zorgen voor de benodigde technische, juridische en/of financiele ondersteuning van de jeugdige starter.

Aansluitend op de geringe voorbereiding op hun ondernemerschap met een beperkte (voor)opleiding en geringe beroeps/sector training, kan opgemerkt worden dat de jeugdondernemers ook niet of nauwelijks beschikken over werk- of ondernemerschapservaring. Ook hebben deze jeugdondernemers niet of nauwelijks financieel kapitaal om te kunnen starten en door te groeien. Het hebben van unieke expertise, vaardigheden en exclusieve netwerkcontacten benodigd voor hun ondernemendend functie ligt niet direct voor de hand. Echter wat stellen deze jonge ondernemers daar tegenover: hun tomeloze inzet en jeugdige charme, het geloof dat men niets heeft te verliezen en mogelijke steun van familie zorgt ervoor dat ze toch gaan starten.

Jeugdondernemerschap: uitdaging voor beleid, onderwijs en onderzoek

De jeugdige ondernemers krijgen te maken met technisch-administratieve problemen inzake het bijverdienen en het verkrijgen van de studiefinanciering. De ondernemende student dan wel scholier loopt het risico zijn of haar OV-kaart te verspelen dan wel een substantiële verlaging van de studiefinanciering te krijgen als hij/zij meer dan 11.000 euro per jaar verdient. Ook de registratie als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel en het aanvragen van een rekening bij de banken is problematisch als minderjarige, met als gevolg dat de ouders dan voor hun kind moeten inspringen. Die ouders kunnen hun ondernemende zoon of dochter ter wille zijn, als die jonger is dan 18 en ouder dan 16 jaar is, door hem/haar economische zelfstandigheid te verlenen. Door middel van een zogenaamde handlichting kunnen deze jonge ondernemers, die volgens de Nederlandse wet nog handelingsonbekwaam en toestemming nodig hebben van ouders of voogd om bepaalde rechtshandelingen te verrichten, officieel toestemming aanvragen bij de kantonrechter als ze zelf willen ondernemen. Hun ouders moeten hiermee wel instemmen. Met een handlichting wordt de handelingsonbekwaamheid van een minderjarige gedeeltelijk opgeheven. De jeugdondernemers worden financieel onafhankelijk van hun ouders en kunnen nu op persoonlijke titel geld lenen, contracten tekenen en dure aankopen doen.

Een selecte groep van jonge ondernemers laat zich niet door het bestaan van die barrieres ontmoedigen: ze zijn onbevangen, ze gaan zelf dingen uitzoeken op het web en via netwerkclubs, ze gaan vrijwillig en onbetaald stagelopen om een kijkje in de keuken van een bedrijf te krijgen en beginnen handeltjes om kennis en ervaring op te doen. Terwijl de ene groep problemen op de weg naar zelfstandig ondernemerschap ziet en niet tot actie komt, ziet de andere groep dit als een uitdaging om effectief en met veel energie een eigen business op te zetten. Hierbij maken de jonge ondernemers gebruik van effectuation: in plaats van ambitieuze en weloverwogen doelstellingen na te jagen (causation), gebruiken ondernemers middelen en netwerkcontacten die ze al hebben en ingrediënten die ze onderweg tegenkomen en gaandeweg ontwikkelen (Sarasvathy, 2001).

Een recent voorbeeld van effectief bottom-up entrepreneurship door deze groep van enthousiaste en enthousiasmerende jonge helden is de oprichting van de Young Entrepreneurial Sagamores Foundation in 2010. Vier jeugdondernemers hebben hiervoor het initiatief genomen, te weten Steijn Pelle, Bernd Damme, Roeland Stolker en Jeroen van den Bosch. Dit Sagamores platform is gericht op het vinden van de jeugdige talenten, deze weten te verbinden met andere ondernemers en ze verder te inspireren tot grootse daden (www.sagamores.nl). Inmiddels worden ze gesteund door tientallen andere jonge ondernemers, topondernemers en de overheid. In het door de Sagamores opgestelde Akkoord van de Jonge Ondernemer, dat in november 2010 is aangeboden aan Minister Verhagen, is een 10-punten actieplan opgenomen om het starten van een eigen bedrijf onder jonge ambitieuze Nederlanders te vergemakkelijken. Belangrijke punten uit deze notitie zijn: aanpassen van de bijverdiengrens voor scholieren en studenten, introduceren van een speciale regeling voor studentondernemers in het onderwijs (geïnspireerd op de vigerende topsportregeling), en het afschaffen van de eerdergenoemde handlichting (Sagamores, 2010). De informatievoorziening naar jonge starters is de laatste maanden aanmerkelijk verbeterd, getuige de lancering van een speciale site gericht op het geven van informatie aan minderjarige ondernemers en het wegnemen van problemen bij het starten van een eigen bedrijf (zie www.kvk18.nl). Deze site, hoe kan het ook anders, is opgezet door twee jonge ondernemers van 16 en 17 jaar.

Stimuleer het ondernemerschap bij studenten

In het hoger onderwijs zijn verschillende programma’s actief die gericht zijn op het stimuleren van ondernemerschap bij studenten. Een interessant project is de Topklas(se) van de Hogere Agrarische School (HAS) in Den Bosch. Hier zetten studenten in het laatste studiejaar als alternatief voor het uitvoeren van een bedrijfsopdracht en het schrijven van een afstudeerscriptie hun eigen bedrijf op. In tegenstelling tot de teamprojecten van Stichting Jong Ondernemen (www.jongondernemen.nl) waar individuele voorkeuren en competenties ondergeschikt zijn aan het groepsbelang, heeft de student van de Topklas(se) van HAS Den Bosch de volle verantwoordelijkheid voor zijn/haar nieuwe business en ervaart hij/zij de praktijk van ondernemen veel directer. Bovendien wordt hij/zij actief gecoacht in het schrijven en presenteren van het ondernemingsplan en bij het ontwikkelen van de nieuwe business. In deze Topklas(se) Ondernemen zitten studenten met een andere leerstijl en motivatie, die niet in het strak gereguleerde en schoolse onderwijstraject passen, en een hoog uitvalsrisico hebben; zij zijn minder theoretisch en meer pro-actief en praktisch ingesteld (van der Heijden, 2008). Elk jaar kunnen 15 a 20 studenten afstuderen door in het vierde studiejaar hun eigen bedrijf te starten; ze worden door de school geselecteerd op lef, doorzettingsvermogen, optimisme en sociale slimheid (5 tot 10% van de totale afstudeerpopulatie wordt voor het Topklasse jaar geschikt geacht).

Jeugdondernemers starten vanuit in de luwte

Jeugdondernemerschap kan gezien worden als ‘ondernemen in de luwte’ waar jongeren, die niet veel op hebben met het gereguleerde onderwijssysteem, bijbaantjes en sport, met in eerste instantie een vaag idee en met wat opgedane handels- en marktervaring, vrijblijvend aan de slag gaan, zonder dat de school, een baas, of hun ouders hen op de hielen zitten. Ouders, oudere broers en familieleden en kennissen met business ervaring geven die dynamische en pro-actieve jonge ondernemers een kans en vinden het allemaal nog mooier als hij/zij successen gaat boeken. In een dergelijke luwe omgeving kunnen de jonge ondernemers gemakkelijk weer uittreden zonder al te veel gemaakte kosten en reputatieverlies dan wel doorgroeien op basis van hun jeugdig enthousiasme en hun reeds opgedane kennis, ervaring en contacten. De kans is groot dat deze jeugdondernemers na 10 jaar niet alleen gepokt en gemazeld zijn als entrepreneur waarin hun portfolio of businesses is verbreed, verdiept of vernieuwd en dat ze inmiddels volwassen zijn geworden als serieel, sequentieel of portfolio ondernemer: vroeg begonnen is dan inderdaad veel gewonnen!

Auteur: Wim Hulsink, Rotterdam School of Management.
Dit artikel is een bewerking van W. Hulsink (2011), ‘Jeugdondernemers starten vanuit de luwte’, Economisch-Statistische Berichten 96 (4609S)

Bekijk de opleiding:

De sleutel tot meer kennis, verdieping en een MSc titel!
Aanbieder: Rotterdam School of Management, Erasmus University, Parttime Master Bedrijfskunde
Een korte intensieve opleiding met een wetenschappelijke grondslag

Literatuur

  • Bhide, A.V. (1996),The road well-travelled. A note on the journeys of HBS entrepreneurs. Working Paper 9-396-277 Harvard Business School.
  • Elfring, T. and Hulsink, W. (2007), ‘Networking by entrepreneurs: patterns of tie formation in emerging organizations’, Organization Studies 28(10): 1849-1872.
  • Gladwell, M.(2008), Outliers. The story of success. Little, Brown and Company.
  • Heijden, van der, Y. (2008), ‘Ondernemen en afstuderen’, Het Financieele Dagblad, 9 januari 2008.
  • Kok, J.M.P. de, M.E. Winnubst (2007), De senior ondernemer in de zilveren economie. M200707. Zoetermeer: EIM/Panteia.
  • Oosterbeek, H., M. van Praag & A. IJsselstein (2010), The impact of entrepreneurship education on entrepreneurship skills and motivation, European Economic Review 54 (3): 442-454.
  • Sagamores (2010), Het akkoord van de jonge ondernemer. Young Entrepreneurial Sagamores Foundation.
  • Sarasvathy, S. (2001), ‘Causation and effectuation: toward a theoretical shift from economic inevitability to entrepreneurial contingency’, Academy of Management Review 26 (2): 243-263.
  • Schagen, J. van (2010), Jonge ondernemers! Laat je inspireren door de top van jong ondernemend Nederland. MijnStijl Media.
  • Shane, S. (2003), ‘Bringing individuals back in’, Industrial and Corporate Change 12 (3): 519-543.
  • Sprout (2010), ‘Sprout onder de 25’, Juni 2010, pp.23-41.
  • W. Hulsink (2011), ‘Jeugdondernemers starten vanuit de luwte’, Economisch-Statistische Berichten 96 (4609S): 61-65.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Mooi post Wim.
Goed om te zien dat je ook Effectuation van Sarasvathy aanhaalt. Ik kan het dan ook niet laten om te reageren en even te vermelden dat ik net een boek heb afgerond vertrekkend vanuit deze effectuation principes, genaamd Corporate Effectuation. In het boek heb ik de vertaalslag gemaakt voor managers, wat zij met effectuation kunnen. We vinden het doodnormaal dat succesvolle ondernemers ook leren managen maar noemen intern ondernemerschap een contradictie in terminus. BS natuurlijk! Managers kunnen van ondernemers juist leren hoe ze om moeten gaan met onvoorspelbaarheid. In een steeds sneller veranderende wereld moeten dus ook managers leren ondernemen. zie voor mer info mgtbk.nl/npz .
Uiteraard is het boek ook geschikt voor de jeugdondernemers! De principes zijn helder verwoord en direct toepasbaar! Hopenlijk leidt het boek ook tot nog meer jonge Bransons!

De wereld is grijs genoeg! Ga voor kleur in je leven! Effectuate!

groeten,
Thomas Blekman

Mooi verhaal.

Tijdens het lezen begon ik me echter wel af te vragen wat nu eigenlijk het probleem is.
Dat lijkt uiteindelijk een politieke te worden: Een 10-punten actieplan voor minister Verhagen.

Er is dus niet echt een probleem. De echte jonge ondernemer die red het wel, zie de voorbeelden. Door het veel gemakkelijker te maken zul je zien dat er ook ‘jonge honden’ een poging wagen die het vooral leuk lijkt om de nieuwe Ben Woldring te worden.

Als mensen het niet in zich hebben, dan zal het niet lukken. Daarmee is het risico dat er veel meer mislukte jonge ondernemers in de statistieken verschijnen niet denkbeeldig.
Daarop wordt snel een primaire reactie gegeven als: “Ook de mislukking is een les op weg naar het succes.”
Als succes uitblijft wordt het een triest verhaal. Arko van Brakel heeft het boekje “Iedereen ondernemer” geschreven en beschrijft het ondernemerschap als de enige weg (voor iedereen dus). We krijgen denk ik een hele wondere wereld als iedereen ondernemer wil worden.

Conclusie van mijn kant: Begin niet aan het oplossen van problemen die er niet zijn. Minister Verhagen zal het plan overigens welwillend hebben aangenomen en gaat vervolgens waarschijnlijk verder met zijn eigen agenda.

Met vriendelijke groet,
Albert Oosting

Er zijn ongeveer 400.000 studenten aan de ca. 40 HBO scholen. Ca. 40% volgt hoger economisch onderwijs. Als deze allemaal laagdrempelige businesses gaan opzetten waarvoor niet of nauwelijks investeringen voor nodig zijn: zoals retail, consultancy, organisatie van evenementen, bemiddeling, electronic commerce en ICT/Internet toepassingen krijgen we een bijzonder Nederland.

De witte raven die de uitzondering bevestigen zonder onderwijs toch een winstgevende onderneming opzetten (zoals Ben Woldring) heb je altijd. Daar zou je geen beleid op moeten baseren.

Het voorbeeld is niet helemaal zuiver. Als je de beste passende studenten selecteert in het 4e jaar van je studie heb je de 50% uitval in de eerste twee jaar al achter je gelaten. Sudenten zijn dan gemiddeld 21-22 jaar oud en hebben al bewezen te kunnen studeren. (Anders halen ze het vierde jaar niet) De jeugdondernemers met onverschillige houding tegenover onderwijs zijn dan al afgehaakt.

Het is mij uit het artikel niet helemaal duidelijk wat we kunnen leren van deze 13.000 jeugdige starters. Behalve wellicht bewondering voor hun ondernemerszin. Het artikel gaat eigenlijk meer om hoe het HBO onderwijs de ondernemerszin bij sommige studenten kan accommoderen.

Het kunnen snuffelen aan “ondernemersschap” is zeker voor een beperkte groep studenten interessant. Maar volgens mij hebben de meeste HBO instellingen al projecten of opleidingen op dat gebied.

Gemiddeld gesproken is de beste garantie voor een goede toekomst (al dan niet als ondernemer) goed (lees kleinschalig) onderwijs. En dat kost gewoon meer geld dan het standaard grootschalig onderwijs. Daar zit het echte probleem.

x
x