Channels

Nogal wat managers verkijken zich op het assessment dat zij moeten afleggen. Zij zijn niet of nauwelijks voorbereid, overschatten hun eigen prestaties en verliezen hun concentratie. We beschrijven deze valkuilen, zodat je ze kunt vermijden.

Valkuil 1. Onvoorbereid

Toch vreemd. Niet of nauwelijks tevoren (willen) weten wat er van je wordt verwacht of geëist. Of je als kandidaat over de benodigde competenties (en in liefst ruim voldoende mate) beschikt wordt vastgesteld via uiteenlopende assessment opdrachten (ook wel eufemistisch ‘oefeningen’ genoemd). De meest voorkomende zijn: 

Postbak     Schrijfopdracht
Rollenspel     Fact-finding
Analyse/presentatie     Teamopdracht             
Groepsdiscussie Interview

Achterhaal welke jij krijgt voorgeschoteld. Het is niet moeilijk vooraf over al deze opdrachten de nodige info te vergaren. Voorbeelden van uiteenlopende opdrachten zijn te downloaden >>

Waarop word jij (meer specifiek: jouw uitgelokte gedrag) gemeten in jouw assessment center? Dat is aan de opdrachtgever, in samenspraak met de testende instantie. Het gaat meestal om een bescheiden aantal competenties, vaak zo’n acht, om het voor alle partijen overzichtelijk en interpretabel te houden. Enkele belangrijke competenties voor managers zijn: besluitvaardigheid, empathie, helicopterview, initiatieven nemen, leidinggeven, overtuigingskracht, planning. In het over jou opgestelde rapport wordt primair bericht over de geselecteerde competenties, en daarnaast over eventuele opvallende en bijzondere persoonlijke kenmerken en aspecten. 

Enkele jaren geleden moest de subtop van een bank aan het begin van het alfabet ‘geassesst’ worden. (De top blijft hier altijd van verschoond…) Het testbureau verzorgde een nogal oppervlakkige en wazige diapresentatie voor de assessmentkandidaten. Geen enkele aanwezige – het ging over hun toekomst – dorst of kon de nodige kritische vragen stellen. Ontbrak kritisch vermogen bij hen? (Weinig hoopvol voor de toekomst van deze bank.) Of misten zij het lef de discussie aan te gaan met het bureau? (Evenmin een hoopvol signaal voor de toekomst van de bank.) Beter is je tijdig in deze opdrachten – tests – te verdiepen en het interne kompas in te stellen op de gevraagde competenties 

Kortom, bedenk tevoren wat je wilt of moet weten, voordat je in zee gaat met de lui die wel eens jouw toekomst kunnen bepalen. Dit is waar je minimaal nieuwsgierig naar zou moeten zijn, buiten de te verstrekken opdrachten en competenties:

  • Waarover en hoe wordt/werd het bureau ‘gebriefd’? (Bij interne selecties helpt een goede relatie met HRD…)
  • Over welke speciale aandachtspunten rond jouw toekomstig functioneren zou de opdrachtgever zich mogelijk zorgen kunnen maken? Wees kritisch op jezelf!
  • Welke normen worden gehanteerd? Hoe hoog wordt de lat voor jou gelegd?
  • Hoe valide en betrouwbaar zijn de in te zetten opdrachten? (Bureaus spreken daar ongaarne over.)
  • Zijn er disqualifiers? (Is het game over bij één onvoldoende afgelegde cruciale opdracht.)
  • Kunnen hoog-gescoorde opdrachten minder goede prestaties op andere tests compenseren? Hoe werkt dat precies?

Valkuil 2. Zelfoverschatting

Onvoorbereid zijn kan te maken hebben met luiheid, haast of naïviteit, of misschien met een gevaarlijke zelfoverschatting van het eigen (nog te meten) prestatieniveau of potentieel. Een te gemakkelijke taakopvatting in deze werkt als een rode vlag. 

‘Hoogmoed komt voor de val’, luidt het spreekwoord, want je bent de benodigde scherpte kwijt. Bovendien raakt de beoordelaar geïrriteerd. Beter is eerst eens zelf je arsenaal van talenten, kwaliteiten en vaardigheden kritisch te toetsen. Wat zijn je sterkten? En waar zitten de zwakten? Nog beter: hoe verhouden deze zich tegenover de vereiste competenties van de gewenste functie of promotie? Is er volgens jouw inschatting een ‘match’? Zo niet, waar zitten de lacunes? Zijn deze snel te dichten – vóór de selectiedag? 

Als je in de zelfoverschattingsstand staat ben je In elk ‘geënsceneerd praatje’ (het interview) een gemakkelijke prooi voor het selectie-roofdier tegenover je. De kandidaat die vol is van zichzelf vertelt honderduit over zijn behaalde successen – en valt bij de kritische STAR-methode prompt door de mand. Je bent blind voor de uitgezette vallen en de geprogrammeerde aandachtspunten en je staat niet meer op scherp. Verbaal: je antwoorden zijn minder logisch (opgebouwd). Non-verbaal: er is te weinig oogcontact. Bedenk ook dat het uitsluitend braaf vragen beantwoorden wel eens onvoldoende kan zijn. Want je presenteert jezelf dan als volger en niet als leider. Waar blijven jouw initiatieven tijdens het interview?

Jezelf presenteren als dé deskundige op jouw vakgebied – en gul strooien met jargon en talloze namen – wordt zelden hoog aangeslagen. Vakinhoudelijke zaken meet het assessmentbureau nu eenmaal niet. De (potentiële) werkgever heeft jouw vakkundigheid al gekeurd en kennelijk goedgekeurd. 

Valkuil 3. Inzakken

Van de assessmentkandidaat wordt verwacht dat deze gedurende een gehele dag (inclusief cognitieve tests en interview) een piekprestatie kan leveren. Dat is theoretisch en praktisch onmogelijk. Je concentratievermogen is niet eindeloos. Na 30, hooguit 40 minuten is de fut eruit. Je raakt wat afgestompt.  De accu moet worden opgeladen. Het ‘indutten’ zal in ieder geval tegen het eind van de dag hard toeslaan, met name als je al vrij vroeg uit de veren moest.

Een inmiddels ter ziele gegaan testbureau liet zijn kandidaten de gehele dag – en zonder lunch – IQ tests afleggen. Om 18.00 volgde dan het interview met de murw gebeukte kandidaat. Het achterliggende idee van deze kwelling: de gebroken kandidaat is zijn concentratie en afweer kwijt en toont nu in het interview zijn ware kleuren. Het masker valt af.

Wat te doen als je aandacht verslapt?

  • Creëer pauzes, via toiletgang, koffiemachinebezoek, luchtje scheppen. Wees zo assertief dit uit te voeren, wanneer het bureau je hiertoe geen gelegenheid biedt. Je bent toch geen onmondige slaaf?
  • Vermijd aandacht-vreters, zoals lawaaibronnen, rumoerige testkamers, enz. Meld de assessmentregisseur dat je hier last van hebt en dat het jouw prestatie niet ten goede komt. (Het bureau is geïnteresseerd in de vaststelling van jouw maximale prestatie.)
  • Geef jezelf de gelegenheid op te staan en rond te lopen, bijvoorbeeld tijdens een rollenspel. (Er staat nergens geschreven dat je aan het bureau gekluisterd moet blijven.)
  • Staan is beter voor de concentratie dan zitten. Bij een presentatie-opdracht ga je en blijf je staan. De bonus: je houdt  een overzicht (en wellicht overwicht) op de zittende ‘juryleden’.

Hoe meer kennis je hebt over alle ins and outs van de (jouw!) procedure, des te beter je zult presteren. Zoek een passende gelegenheid om een proefassessment af te leggen, zodat je tijdig feedback ontvangt over jouw voor de functie relevante sterkten en verbeterbare zwakten en hoe je zoal overkomt. Wees niet overmoedig en waak voor het te verwachten concentratieverlies.

Lit.  www.psycom.nl en assessement.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x