Channels

K., die in het ziekenhuis werkt, vertelt dat hij heeft gelezen dat mannen graag anderen de schuld geven als er iets fout gaat, en vrouwen vooral zichzelf. Dat is in zijn algemeenheid zeker waar, zegt K. Hij heeft dat in zijn omgeving vaak bevestigd gezien. Maar voor hem, zelf een man, geldt dat veel minder, want hij heeft een feminien aspect in zichzelf ontdekt. Ah, merkt iemand anders in het gezelschap op, je bedoelt dat je nu ook in staat bent om vrouwen de schuld te geven?

Ironie. Het werkt als een goocheltruc. Tegengestelde betekenissen worden uitgespeeld. Ze worden gescheiden aangeboden en daarna aan elkaar geplakt, alsof ze een eenheid vormen. Het kan niet, maar het gebeurt toch. De feminiene man heeft iets nieuws geleerd: nu ook vrouwen de schuld te geven. Dat bevestigt zijn stelling; het vrouwelijke in hem, als man, is immers in staat de ander de schuld te geven, te weten de vrouwen. Maar daarmee verandert er nu juist niks, en is hij toch gewoon weer een ouderwetse man.

Door een tegenstelling te presenteren als een schijntegenstelling, dus als een soort spel, gun je jezelf de mogelijkheid aan die tegenstelling te ontsnappen. In de psychotherapie is van dat gegeven dankbaar gebruik gemaakt. Daar kampt de cliënt vaak met tegenstrijdige gevoelens, waaraan hij maar moeilijk kan ontsnappen. In dromen komen we die tegenstrijdige gevoelens dan weer tegen, meestal in de vorm van een dubbelzinnig woord of beeld, en dan lijkt het alsof de cliënt een ironische grap met zichzelf uithaalt. De therapeut herkent die grap en helpt de cliënt door de twee betekenissen aan te wijzen, en te zeggen: Kijk, u wilt het ene, maar u doet het andere. Soms helpt dat – niet altijd.

Lees ook:

Commercial vitae

Freud was zelf trouwens een geoefend ironicus. Er is een bekend verhaal over hem dat vertelt over de dagen na de Anschluss in 1938. Freud was Jood en probeerde Wenen te ontvluchten. Dat werd hem na betaling van vrijwel zijn gehele vermogen toegestaan, maar niet nadat hij document had ondertekend waarin stond dat hem geen haar was gekrenkt. Hij vroeg en kreeg toen, zo gaat het verhaal, toestemming aan dat document één enkel zinnetje toe te mogen voegen: ‘Ik kan iedereen de Gestapo van harte aanbevelen.’

Ironie is hier een vorm van morele moed, en zo zijn er nog wel meer functies te bedenken van ironie als een subtiel spel met betekenissen. Maar wat heb je daar aan? Wat helpt het om te weten dat je betekenissen tegen elkaar kunt uitspelen? Net als de meeste vormen van humor gebruik je ironie niet bewust, maar juist spontaan, on the spur of the moment – en vooral dan werkt het ook het best.

Dat wijst ons op de gebruikswaarde van ironie. Een ironische grap doet altijd een klein beetje pijn. De grap schuurt tegen de huid van de ander die je op de korrel neemt; niet te veel – maar ook niet te weinig. In dat ‘schuren’ leren we elkaar beter kennen. In mijn ironisch commentaar op jou krijg je een spiegel voorgehouden, maar je leert ook iets over mij. Dat vinden we meestal prettig. Heel vaak wordt ironie dan ook beantwoord met wat je ‘contra-ironie’ zou kunnen noemen; een ironische tegengrap. Soms zelfs kan een conversatie een poosje helemaal uit ironisch commentaar bestaan, waarbij veel gelachen wordt, en over en weer flinke ‘tikken’ worden uitgedeeld.

Ironie. Schaadt het niet dan baadt het niet.

————

Deze column is een kleine vingeroefening. Graag wil ik de lezers oproepen mij voorbeelden van gebruik van humor op de werkvloer toe te sturen. Ik zoek naar mooie en toepasselijke illustraties, geen ‘grapjes’, ‘moppen’ of andere bedachte ‘leukigheden’, maar spontane humor – wat tijdens een vergadering werd gezegd, of in een bilateraaltje, of een telefoongesprek.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Een groep medewerkers heeft een historie van zeer slecht samenwerken en, hoe kan het ook anders, slecht communiceren en de dag evalueren.

De verbetering is voorzichtig ingezet. Tijdens het reguliere overleg wordt er gesproken over het feit dat er aan het einde van de dag erg weinig geevalueerd wordt. Een medewerker geeft aan dat hij het nogal moeilijk vindt om feedback te vragen. De leidinggevende geeft aan dat het misschien helpt om aan het einde van de dag de vraag te stellen:” Was ik vandaag erg irritant?”

Prachtig! Dank! Al valt dit voorbeeld waarschijnlijk eerder onder de noemer ‘cynisme’ dan ‘ironie’! :)

x
x