Channels

Volgens de definitie die Nyenrode hanteert is een familiebedrijf een bedrijf dat ten minste aan twee van de volgende drie criteria voldoet:

  • Meer dan 50% van het bedrijf is in handen van een enkele familie,
  • Een familie heeft beslissende bevoegdheden inzake bedrijfsvoering en opvolging,
  • Een meerderheid, of ten minste twee leden van de leiding van de onderneming zijn afkomstig uit één familie.

In Nederland bestonden in 2007 maar liefst 194.100 familiebedrijven, wat 55% is van het totaal aantal bedrijven. Vele familiebedrijven zijn klein, maar er zijn er ook heel grote bij. Ze zijn verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de bedrijfsgebonden werkgelegenheid en ze zijn van groot belang voor de economie.

Twee kenmerken van het familiebedrijf:

•    Paternalisme, wat inhoudt dat er een wederzijdse betrokkenheid bestaat tussen bedrijf en medewerkers. Wel zijn er in een familiebedrijf vaste gewoontes en tradities aan te treffen waar de medewerkers zich aan moeten conformeren. In negatieve zin kan paternalisme ook tot bemoeizucht leiden.
•    Het ondernemerschap is vaak erg creatief en innovatief. Vernieuwingen kunnen snel worden doorgevoerd en familiebedrijven hebben de neiging zich voortreffelijk aan veranderende omstandigheden aan te kunnen passen.

4 typen familiebedrijven

Een eenduidige definitie van het familiebedrijf is moeilijk te geven. Het is toch vooral wat je zelf vindt dat je bent. Sommige ondernemers gaan prat op hun familiegeschiedenis, anderen houden dat bewust op de achtergrond. Family Business Network (FBNed.nl) onderscheid vier typen:

  1. De DGA-onderneming: niet meer dan één directeur-grootaandeelhouder met zowel de leiding als het eigendom in handen. Dit kan de oprichter zijn, of – als het een ouder bedrijf is – een familielid dat het stokje heeft overgenomen. Denk aan Zeeman.
  2. De familiegeleide onderneming: meerdere familieleden, zoals vader en kinderen of neven en nichten, hebben leiding en eigendom volledig in handen. Er worden externe managers binnengehaald die geen eigendom of zeggenschap krijgen. Denk aan de Brenninkmeijers (C&A).
  3. De familiegecontroleerde onderneming: waarin eigendom en zeggenschap wél worden gedeeld met niet-familieleden. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als het bedrijf flink groeit. De uiteindelijke zeggenschap is nog wel in handen van familie, zij het van grotere afstand. Denk aan Harold en Corinne Goddijn (TomTom) en hun twee businesspartners, die gezamenlijk 48 procent van de aandelen van het (beursgenoteerde) bedrijf in handen hebben.
  4. Het laatste – nog vrij zeldzame – type is het familieconsortium: de ondernemende familie met diverse bedrijven. Zo’n familie heeft door de jaren heen een aanzienlijk kapitaal opgebouwd en zet dat via een familiale bestuurs- en beheersconstructie in voor verschillende activiteiten. Denk aan de familie Fentener van Vlissingen.

Familiebedrijven: de meest stabiele ondernemingen

De grote Nederlandse familiebedrijven zijn gemiddeld stabieler dan de bedrijven die in de AEX zijn opgenomen. De 50 onderzochte familiebedrijven behoren blijkens cijfers van de krediet- en risico analisten van Dun & Bradstreet tot de stabielste tien procent van alle Nederlandse ondernemingen.

Lees ook:

Als de ondernemer sterft, sterft de onderneming

Deze analyse van AEX versus familiegehouden ondernemingen is een belangrijk bewijs voor de stelling dat familiebedrijven recessiebestendig  zijn. In de regel werd er zonder onderliggend cijfermateriaal gesteld dat familiebedrijven minder schulden hebben en meer eigen vermogen hebben. Investeringen door familiebedrijven zouden in aanzienlijke mate uit de kasstroom worden gedaan. Veel van deze aannames lijken te kloppen en zich te vertalen in een aanzienlijk beter toekomstperspectief.

De rubriek ACTUEEL informeert u over recent verschenen artikelen in andere media. Bij elke bijdrage vermelden wij de oorspronkelijke bron. (Bron:WikiPedia Sprout)

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x