Als u net heeft gehoord dat de piloot van uw vliegtuig, dat zojuist is opgestegen, slechts 33% vertrouwen heeft in een veilige landing, wat doet u dan? Een metafoor helpt om zaken in een ander daglicht te plaatsen, want ik durf te wedden dat u zou zijn opgestaan en actie had ondernomen. “Wat is er aan de hand? Wat kunnen we nu doen om het tij te keren?” Maar wie is er opgestaan na het lezen van de resultaten van het onderzoek “Toon aan de top”, dat eind december werd gepubliceerd in Trouw?

Alle 80 ondervraagde Nederlandse topbestuurders, in dit onderzoek van Bureau Hofkes Reputatiemanagement, zien de noodzaak van een groene circulaire economie, maar slechts een derde(!) heeft er vertrouwen in dat dat gaat lukken. De huidige bestuurders zijn volgens eigen zeggen te veel gericht op korte termijn winst, ze vermijden risico’s en hebben te weinig contact met de buitenwereld. Daardoor komt de omslag naar een circulaire economie geen stap dichterbij. Dus…..wie staat er op?

“Wacht”, hoor ik u denken, “die circulaire economie, is dat niet dat nieuwe verpakkings-concept?”. En wie weet is dit uw afhaak-moment in deze column omdat verpakkingen niet uw ding is. En misschien doe ik u met deze opmerking juist erg tekort, omdat u precies weet waar Abraham de biologische mosterd haalt. Hoe dan ook, graag wijs ik u op de analyse die ruim een week later verscheen in de bijlage van de Volkskrant van 29 december, getiteld “Zo voeden we 10 miljard monden in 2050 (met behoud van de aarde)”. Het artikel gaat over onze planetaire huishouding, met een huishoudboekje dat op dit moment al flink in de min staat aangezien we 1,7 maal de aarde verbruiken met onze huidige consumptie.Daar komt nog bij dat de bevolkingsgroei in 2050 van 7 naar 10 miljard mensen zal zijn gegroeid, waardoor alleen al de milieubelasting van onze voedselproductie met 50% tot 90% zal stijgen. Hierbij is onze overige consumptie, wat dit jaar onder onze kerstboom lag, wat we met oud-en-nieuw de lucht inschoten, nog achterwege gelaten. Stijgende zeespiegel, toenemende watertekorten, toenemende vluchtelingenstromen met bijgaande maatschappelijke onrust. Dit zijn maar een paar van de alarmbellen die er in de cockpit van onze planeet aan het rinkelen zijn. En dit is waar de circulaire economie over gaat. Over de leefbaarheid van onze planeet, het voortbestaan van leven, bij gebrek aan een reserve-planeet. Dus…….wie staat er op?

“Waarom dit milieu-betoog op Managementsite?” hoor ik u denken. “Deze site gaat toch over trends in beter managen en organiseren?”.

Dit verhaal gaat over de dominantste trend-grafiek van de afgelopen 50 jaar, namelijk de exponentiële economische groeicurve, het hockey-stick-plaatje, dat ons laat geloven dat de bomen tot in de hemel kunnen groeien. Over bestuurders en aandeelhouders die in lijn met dit economische denken streven naar winstmaximalisatie, alsof natuurlijke grondstoffen onuitputbaar zijn. En hoezeer ik ook geïntrigeerd ben door alle artikelen op deze site over hoe we organisaties moeten leiden, moeten we mijns inziens in de eerste plaats stilstaan bij de vraag waartoe we organisaties leiden.

Kort gezegd, leiden we organisaties die hun eerlijke deel bijdragen aan een gezonde en duurzame samenleving of leiden we organisaties die hier juist afbreuk aan doen?

En alhoewel de topbestuurders de noodzaak zien van een groene circulaire economie, beschouwt slechts 40% van de mannelijke topbestuurders zichzelf als het type leider dat nodig is om dit tij te keren. En slechts 35% van deze mannen is bereid om zichzelf door middel van training en coaching te ontwikkelen tot een betere bestuurder. “Ik ben niet zo’n cursustype”; “In het old-boys-network wordt het als zwakte gezien om trainingen te volgen.” Deze piloten geven zichzelf een vliegbrevet van onvermogen, om vervolgens de stuurknuppel vast te blijven houden. Wie staat er op?

Onderzoekster Mildred Hofkes stond op en pleitte voor het invoeren van een quotum voor vrouwen in topfuncties. Dit omdat vrouwen in topfuncties volgens het onderzoek het aanzienlijk beter doen als circulair bestuurder. En hoe mooi zou het zijn als we inderdaad in het volgende onderzoek in 2023 een Merkeliaans “Wir schaffen das!” als samenvattende conclusie krijgen. Maar gaan alle mannen dan nu afwachten tot deze hete kastanje door topvrouwen uit het vuur gehaald gaat worden?

Deze week, na het kerstreces, gaan honderden grote, toonaangevende, impact-volle organisaties weer over tot de orde van de dag……..tenzij. Tenzij er vrouwen en mannen opstaan die de vraag stellen die gesteld moet worden:

“Hoe kunnen we onze organisatie een blijvende en eerlijke bijdrage laten leveren aan een gezonde en duurzame samenleving?”

Of u nu zelf bestuurder bent en de bestuurs-agenda bepaalt, of u trekt tijdens de nieuwjaarsborrel de stoute schoen aan en stap af op de bestuurders….. Wie staat er op en agendeert de toon aan de top?

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Belangrijk pleidooi Mildred en Daan. Dat vraagt om scherpte in de boardroom en elkaar aanspreken. Mijn onderzoek laat zien hoe moeilijk dat is en wat kan helpen. Een artikel daarover in Goed Bestuur kun je terug vinden op https://www.succesvolaanspreken.nl/publicaties/

Ha Daan, terechte vraag. De reactie van de topbestuurders geeft aan, dat ook al zien zij de noodzaak voor verandering naar een circulaire economie, zij de korte termijn pressie niet voldoende kunnen weerstaan. Volgens Elizabeth Lyle (https://www.ted.com/talks/elizabeth_lyle_how_to_break_bad_management_habits_before_they_reach_the_next_generation_of_leaders/transcript) zijn het dan ook de veelbelovende managers net onder de top die de ruimte moeten krijgen om dit wel in gang te zetten. Zelf vraag ik me af of de antwoorden wel binnen de bedrijven zijn te vinden. Ze kunnen zichzelf niet aan hun haren omhoog trekken, op een enkele visionair als Hans Polman ex CEO Unilever, na. Bedrijven gaan pas reageren als de omgeving ze daartoe aanzet. Maatschappelijke, politieke en financiële druk is dus nodig. Kortom, jij en ik, via het stembureau of onze gele hesjes.

Ha Gytha, wat een bijzonder toeval dat ik doorklik op je link en het eerste artikel dat ik open gaat over jouw ervaring met het schrijven van een boek:-). (Vanochtend toevallig verder gewerkt aan mijn boek over persoonlijk leiderschap en de organisatie van de toekomst.) Ik neem dit weekend graag de tijd om jouw andere artikelen, over aanspreekgedrag, door te nemen en kom bij je terug.

Ha Anton, dank voor het delen van de Ted-talk, Elizabeth Lyle verhaalt het mooi, met in deze anekdote juist een vrouw (Jane) die directief en verstikkend regeert. Jane lijkt in dit verhaal de boosdoener, maar zij zal (vermoed ik) zelf ook iemand boven zich hebben (eigenaars / aandeelhouders) die haar kort houden omwille van het bewaken van de winstgevendheid en de aandelenkoers van de onderneming. En ook die aandeelhouders zullen ook een druk voelen (peer-pressure, de volgende quote-500-publicatie?) om hun eigen definitie van succes na te streven. Het grotere verhaal gaat daarom over onze definitie van succes (geld, status) en het paradigma dat we op aarde zijn om dit succes na te streven, of anders onszelf niet meer in de spiegel kunnen aankijken.
De vraag die ik aan het eind van mijn column stel is bedoeld als een verandering van paradigma. Door een (trage) vraag te stellen (in plaats van een smart-doel te stellen) komt de nadruk op “ontwikkeling” in plaats van prestaties. De valkuil is om een deadline te koppelen aan het beantwoorden van de vraag, want dan wordt het weer een prestatie. Er zijn voor dit vraagstuk (Hoe kunnen we onze organisatie een blijvende en eerlijke bijdrage laten leveren aan een gezonde en duurzame samenleving) geen snelle antwoorden, maar alsnog kunnen we deze vraag komend jaar stellen in alle bijeenkomsten. Met de focus op ontwikkeling komt er ook ruimte voor fouten mogen maken, juist voor die jonge managers die geïnspireerd raken door dit soort trage vraag en staan te trappelen om die antwoorden wel te vinden.

Toon alle 4 reacties
x
x