Channels

De politie wil een afspiegeling van de samenleving zijn en iedereen vindt dat prachtig, maar gaat dit diversiteitsbeleid werken? Of versterkt het juist de tegenstellingen in de samenleving en keert het zich uiteindelijk tegen de legitimiteit en effectiviteit van de politie? In dit artikel worden wat zaken op een rijtje gezet, niet om politiek te bedrijven, maar om te bezien hoe deze populaire besturingsfilosofie in de praktijk uitwerkt.

We beginnen met de barre praktijk. Herinnert u zich die bruiloftsstoet in Rotterdam nog waar toeterturken een agent buiten westen hebben geslagen? Zou dat niet zijn gebeurd als het politiekorps een goede afspiegeling van de samenleving was geweest?

Ik vind die vraag krankjorum, maar hij is volkomen logisch als je voorstander bent van het diversiteitsbeleid van de Nationale Politie. En dat is merkwaardigerwijs iedereen die iets over de politie te zeggen heeft. De korpschef, de minister, de Kamer, burgemeesters, het Openbaar Ministerie, de vakbonden, allemaal voorstander.

Luister naar de minister op Kamervragen (maart 2017): ‘Ik steun de korpschef in zijn pogingen om de samenstelling van zijn korps een betere afspiegeling van de Nederlandse samenleving te laten zijn. Met hem ben ik van mening dat dit absoluut noodzakelijk is voor een effectieve aanpak van criminaliteit, radicalisering, discriminatie en overlast. Met hem ben ik ook van mening dat een meer divers samengesteld korps noodzakelijk is voor verbinding met en draagvlak in onze samenleving.’

Wel wel, diversiteit als wapen tegen de mocromaffia, het jihadisme, haatpredikers, zwembadterreur, steekpartijen en gescheld als kk-hoeren, kk-homo’s en kk-joden. En ook nog eens meer draagvlak voor de politie in de samenleving. Dat is nogal een claim. Je zou bijna zeggen: was eerder begonnen.

Niet-westerse achtergrond

Ondanks mooie woorden over gender en seksuele oriëntatie draait het diversiteitsbeleid van de politie in de praktijk eigenlijk alleen om politiemensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Daar zijn er veel te weinig van, zo meent de politietop. Terwijl rond de 13% van de Nederlanders een niet-westerse etniciteit heeft, is hun aandeel bij de politie niet veel meer dan 6%.

En dus worden kosten noch moeite gespaard om meer allochtone landgenoten binnen te halen. Sollicitanten worden zelfs speciaal getraind om door de selectie heen te komen.

Nee, er wordt geen oogje toegeknepen, de kwaliteitseisen blijven onverkort gelden, zegt de politietop. Ik geloof dat grif, al wordt het daarmee des te opmerkelijker dat een niet onbelangrijke groep na een paar jaar weer afhaakt.

Was dat bij die selectie dan niet te voorzien? Laat maar, het antwoord kun je raden. Het ligt aan de cultuur van de politie. Beter gezegd, aan de dominant mannelijk-witte en dus uitsluitende cultuur die bij de politie heerst, waarmee dus in één beweging 94% van het korps wordt afgeserveerd. Ruim 60.000 politiemensen dus.

Lekker sfeertje!

Klokkenluider

Dat het gros van de agenten niet deugt, werd een maand of wat geleden nog eens naar buiten gebracht door een extern adviseur die meer dan tien jaar voor de politie heeft gewerkt om het diversiteitsbeleid op poten te zetten. De media noemden hem een klokkenluider, maar dat is bij inhuurkrachten natuurlijk flauwekul.

Iedereen in rep en roer, korpschef op de tv, veel ach-en-wee en zie-je-wel en plechtige beloftes, het bekende crisiswerk kortom. Hoewel de minister en de korpschef afstand namen van de beschuldigingen van die zogenaamde klokkenluider, werd weer wel zonder tegenspraak betoogd dat het politiewerk alleen maar goed te doen is als het korps divers is samengesteld.

Door het royaal aanstellen van mensen met een ‘dubbele culturele achtergrond’ zouden verbindingen ontstaan met ‘alle’ groepen in de samenleving. Kennis van verschillende culturen, straattaal en netwerken. Kat in het bakkie.

En door divers samengestelde politieteams gaat ook alles beter: op verschillende manieren naar hetzelfde kijken, innovatie, begrip.

Het is nog niet klaar: binnen de politieorganisatie ook alleen maar vreugde. Openheid, elkaar waarderen en aanspreken, et cetera en zo verder.

Diversiteit, de Haarlemmer Olie van onze ingewikkelde samenleving.

Diversiteit werkt lang niet altijd

Mijn trouwe lezers weten inmiddels dat je met grote reserve moet kijken naar het veronderstelde profijt van diversiteit. De voordelen vallen in de praktijk niet als rijpe appelen van de boom. Integendeel, niet zelden zie je een omgekeerde beweging waarbij groepjes met gelijke demografische kenmerken hun heil bij elkaar zoeken, de anderen bevechten en de samenwerking frustreren. Klant en burger hebben het nakijken.

Reputatie Nationale Politie

Hoe staat het eigenlijk met de reputatie van de politie bij de burgers? Is haar veronderstelde eenzijdige samenstelling een doorn in het oog van het publiek. Ziet men de politie als een witte macht die zich heeft afgekeerd van de samenleving en maar raak doet? Discriminerend, lanterfantend, onbeleefd, onwelwillend? Als het antwoord daar ‘ja’ op is, dan zou je tenminste kunnen invoelen waarom de spraakmakende gemeente zo verkikkerd is op diversiteit (even los van de ineffectiviteit van dit instrument).

Het prettige toeval wil dat in 2018 door het befaamde Reputation Institute onder circa 2700 burgers een uitgebreid en representatief onderzoek is gedaan. Ik heb als directeur van menig bedrijf nooit zo’n mooi rapport gehad!

De reputatie van de politie is ijzersterk. Zou ze een beursgenoteerde onderneming zijn geweest, dan liet ze raspaardjes als Ahold Delhaize en Wolters Kluwer achter zich. En dat na jaren van ontwrichtende reorganisatie en cao-gedoe. Kom daar nog eens om.

Torenhoge waardering voor items als ‘helpt in noodsituaties’ en ‘bestrijdt de criminaliteit’. Vakmanschap, moed, dienstbaarheid, allemaal dikke plus. Het publiek vertrouwt de politie en denkt dat die de juiste dingen doet. En – van belang voor dit artikel – volgens de burgers staat de politie midden in de samenleving.

De burgers kraken ook een paar harde noten: men mist de politie in de wijken, vindt dat er te weinig blauw op straat is en ergert zich aan het gedoe als je een aangifte wilt doen. Allemaal te wijten aan eigen besluiten van de politietop en de politiek: sluiting van talloze politiebureaus en andere bezuinigingen. Ik noteer het maar even.

Vertrouwen of ontzag?

Nou draai ik mijn hand niet om voor een kromme redenering, maar zelfs mij zou het niet lukken om aan te tonen dat het diversiteitsbeleid van de politie een logische reactie is op het reputatieonderzoek.

Of toch? Er is wel enig kwalitatief, vaak kleinschalig onderzoek gedaan naar het vertrouwen in de politie onder niet-westerse allochtonen of beter Marokkaanse-, Turkse-, Surinaamse- en Antilliaanse Nederlanders. En daar scoort de politie lager dan onder de rest van de Nederlanders. Dus toch een doorslaggevend argument voor het diversiteitsbeleid van de politie?

Het is maar de vraag. Wanneer de respondenten als slachtoffer of ‘neutraal’ in het dagelijkse verkeer met de politie contact hebben gehad, is men doorgaans lovend. Dat verandert als men is bekeurd, vastgezet of staande gehouden, waarbij opleidingsniveau en sociaal-culturele omgeving een belangrijke bijrol vervullen. Dan valt al snel de beschuldiging ‘discriminatie!’.

Wat je daar ook van vindt, ligt hier voor de politie een uitdaging. Er is, zo zeggen onderzoekers, een relatie tussen vertrouwen in de politie en de geneigdheid om je aan de wet te houden. Daarbij blijft onduidelijk of het hier om vertrouwen of om ontzag gaat. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat de verhoudingen erg verbeteren als je doet wat die agent op het voorblad van een van de onderzoeksrapporten doet en dan heb ik het niet over de slechte gewoonte van het roken.

David Rozing

David Rozing

Diversiteit in de praktijk

Laten we eens wat beter kijken naar het diversiteitsbeleid van de politie. We repeteren nog even de inzet. Door meer agenten met een bi-culturele achtergrond aan te trekken wordt de politie een getrouwere afspiegeling van onze veelkleurige samenleving en dat is in de woorden van de politietop ‘een voorwaarde om ons werk goed te doen’.

Een afspiegeling van de samenleving, dat klinkt heel ‘inclusief’, maar het diversiteitsbeleid van de politie is juist heel selectief.

De bijna twee miljoen inwoners die volgens de officiële definitie een westerse migratieachtergrond heeft (van Duitsers en Belgen tot jawel Japanners en Indonesiërs) vallen buiten het diversiteitsbeleid van de politie. En van de bijna even grote groep met een niet-westerse achtergrond negeert de politie circa driekwart miljoen mensen, zoals Afghanen, Syriërs, Eritreeërs, Irakezen, Iraniërs, Kaap-Verdianen en Somaliërs. Het beleid richt zich feitelijk op een selecte groep van ongeveer 1.4 miljoen mensen: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antilianen.

Is dit de reactie op die onderzoeksrapporten over het vertrouwen in de politie? Heeft deze selectieve groep landgenoten gelijk en wordt ze door de politie en de rest van de samenleving gediscrimineerd, dit in tegenstelling tot al die andere migrantengroepen? Vandaar die politie-iftars en moskeebezoekjes, vandaar ook die voorbedrukte aangifteformulieren na de minder-minder-uitspraak van Wilders? Verbinding, weet u wel!

Of ligt het een stuk geraffineerder en is de diversiteitspolitiek eigenlijk gewoon een politieoperatie. De integratie- en criminaliteitsproblemen zijn misschien niet gemakkelijk bespreekbaar, maar desalniettemin groot. Wil de politie zich toegang verschaffen tot mensen in deze etnische groepen die zich weinig tot niets gelegen laten liggen aan onze samenleving? Die hun goddelijke gang gaan, staatshoofden van landen van herkomst bejubelen, onze samenleving verguizen, voluit discrimineren en zich overgeven aan criminaliteit.

Maar waar denkt men dan aan? Trekt men speciaal agenten aan die in deze anarchistisch, antiwesterse omgeving thuis zijn? Dat lijkt mij niet direct de beste basis voor een lang en vruchtbaar dienstverband bij de politie. Of moeten deze politiemensen onder dekking van hun kleur, naam of etnische verwantschap zich toegang te verschaffen tot die milieus? Wil de politie dus eigenlijk massaal undercoveragenten aanwerven?

En dan, worden die agenten geacht de heren (en dames) op andere gedachten te brengen? Denkt iemand bij de korpsleiding of de politiek dat dit slag zich iets gelegen laat liggen aan een soortgenoot die bij de politie zit? Is het niet veel voor de hand liggender dat men zo’n agent als een nestbevuiler zal zien en als zodanig zal behandelen?

Of worden deze allochtone agenten ingezet om binnen het politieapparaat uit te leggen dat men binnen de cultuur van ‘hun’ etnische groep nu eenmaal een hekel heeft aan het westen? Of moet hij ‘zijn’ mensen juist aangeven? Of doet hij er beter aan om er maar over te zwijgen, kool en geit?

De bruiloftsstoet revisited

We maken het nog concreter, we keren terug naar de toeterende bruiloftsstoet die breeduit met veel te grote snelheid door Rotterdam koerste. We nemen een divers politiekorps in gedachten en zien voor ons geestesoog hoe dit irritante gedrag opeens als sneeuw voor de zon verdwijnt. Want daar verschijnt een diender van Turkse komaf die de feestgangers tweetalig toeroept: ‘Kan het ietsje zachter en langzamer? En neemt u de verkeersregels in acht? Prettig voortzetting!’

We noteren ook dat er in de struiken zekerheidshalve agenten van Marokkaanse herkomst achter de hand worden gehouden, want voor je het weet heb je je etnisch vergist.

Ieder zijn eigen agent?

En wat is het vervolg? Zet de politieleiding voortaan alleen nog maar verwante politieagenten in als er gedoe is in hun etnische groep? Krijgen we Turkse politieteams, die optreden als de verkiezingswinst van Erdogan moet worden gevierd? Of Marokkaanse arrestatieteams als we achter de mocromaffia aangaan? In voorkomende gevallen ontdaan van vrouwelijke agenten om de doelgroep niet in de war te brengen? Of moeten ze een hoofddoek om? Kunnen deze landgenoten in de toekomst ‘witte’ politiemensen de deur wijzen omdat ze ‘recht’ hebben op agenten van eigen vlees en bloed?

Identiteitspolitiek

Het diversiteitsbeleid is misschien goed bedoeld, maar het is totaal niet doordacht. Praktisch niet, maar principieel nog minder.

Het diversiteitsbeleid introduceert identeitspolitiek binnen de politie. Identiteitspolitiek maakt onderscheid tussen groepen mensen naar toevallige, demografische kenmerken (gender, seksuele oriëntatie, ras) en verbindt daaraan de volkomen onjuiste opvatting dat in elke groep de mensen hetzelfde denken en voelen, in contrast uiteraard met de leden van andere groepen die dan ook vaak als concurrent, zo niet vijand worden gezien. Het is de ontkenning van de individualiteit, de verwerping van eigen beslissingen, de verbanning van persoonlijke ontwikkeling.

Diversiteitsbeleid is het halfbroertje van identiteitspolitiek. Minder dogmatisch, minder beschuldigend, meer honing dan azijn. Maar het halfbroertje is niet opgewassen tegen de rest van de familie en dus zie je al snel een gedaanteverwisseling.

Lees mijn artikel er nog maar eens op na.

Het begint zoals altijd met taal: blank wordt wit, allochtoon wordt niet-westerse migratieachtergrond of bi-cultureel. De spraakmakende gemeente weet hoe het ‘heurt’.

Dan krijg je ‘witte’ zelfcensuur. Voelde u het kriebelen bij de woorden toeterturken, buiten westen, kleur, antiwesters? Juist, dat bedoel ik.

De volgende stap is uitvergroting: teamgeest wordt uitsluiting, platte humor wordt discriminatie.

Dan volgen er de knieval en de zelfbeschuldiging: zie de externe adviseur in de krant en de korpschef op tv.

Daarna zie je de verheerlijking: met diversiteit pakken we de criminaliteit en onveiligheid pas echt goed aan.

En tot slot de verabsolutering: zonder diversiteit zijn we geen goede politie.

Met als voetnoot de auteur, ik dus, die zich aan het eind van dit stuk haast uit te leggen dat hij geen racist is.

Diversiteit is ontkenning

Is de selectie van de diversiteitsdoelgroepen al dubieus, nog dubieuzer wordt het als je even verder kijkt dan je neus lang is. De Marokkanen verschillen onderling net zo als mensen in n’importe welke andere groep. Hetzelfde geldt voor Turken, Surinamers en Antillianen.

Wie dat ontkent, maakt zich schuldig aan – hou je vast – racistische stereotyperingen. Hou je nog beter vast: het ontkennen zit de diversiteitsgoeroes in het bloed. Kijk bijvoorbeeld even naar de landgenoten met een Turkse migratieachtergrond. De culturele verschillen in eigen kring zijn enorm. Niet anders is het met de sociale, politieke, religieuze en etnische verschillen. Met alle tegenstellingen, haat en nijd van dien. Of denken de autoriteiten dat dit allemaal wegvalt als men eenmaal de Turkse vlag ziet wapperen? Of als de witte Nederlanders als vijand wordt afgeschilderd?

Het is allemaal te banaal voor woorden, als het niet doodeng zou zijn.

Stop ermee!

De personele samenstelling van het politiekorps is ten principale niet relevant voor de grondslag en effectiviteit van de politie: een neutrale, met geen geslacht, oriëntatie, etniciteit, geloof of overtuiging verbonden staatsmacht die op de best denkbare professionele wijze haar taak vervult. We praten hier over de essentialia van de politie: haar legitimiteit en haar effectiviteit.

Wie dat ontkent, draagt bij aan de steeds verdergaande maatschappelijke polarisatie.

Interne tegenstellingen

Dat geldt ook voor de interne verhoudingen binnen het politieapparaat. Die zijn al bijzonder gespannen, zoals blijkt uit het eerder genoemde reputatie-onderzoek. Er is massale en massieve kritiek op de korpsleiding die de reorganisatie uit de hand heeft laten lopen, de cao-onderhandelingen heeft ondergraven, de politiebureaus heeft gesloten en in het algemeen de agent op straat niet waardeert voor wat ‘ie doet en is.

Het diversiteitsbeleid geeft voorrang aan allochtonen en zet daarmee autochtonen in de wachtstand. Dat doet in een organisatie waar je heel wat ‘blauwe broeken moet verslijten’ voor je een promotie krijgt, veel pijn. Daar komt bij dat er mede door die zogenaamde klokkenluider een sfeer van verdachtmaking is ontstaan, eigen aan identiteitspolitiek, waarin de ‘witte’ agenten discriminatie en uitsluiting van allochtonen wordt aangewreven.

Je kunt op je vingers natellen dat dit nog maar het voorspel is van wat er gaat volgen. We hoeven niet lang te wachten voor we meldingen krijgen dat Koerdisch-Nederlandse agenten zich achtergesteld voelen bij hun collega’s van Turkse herkomst, dat christenen zich beklagen over het voortrekken van hun moslim-collega’s en zo verder.

Stop dus met dit heilloze diversiteitsbeleid. Het leidt van kwaad tot erger en uiteindelijk tot niets.

Slot

Blijven een paar principiële en praktische kwesties over.

  1. Als binnen de Nationale Politie types rondlopen die zich bij herhaling en niet als (misplaatste) vorm van kantoorhumor discriminerend uitlaten over minderheden, dan ontsla je die. Daar heb je geen diversiteitsbeleid voor nodig. Voorbeeld: als er in het bureau Hoefkade in Den Haag een ranzig sfeertje heerst, laat je een onderzoek daarnaar niet een jaar versloffen.
  2. Als er binnen de Nationale Politie al dan niet verborgen uitsluitingsmechanismen werkzaam zijn die minderheden buiten de deur houden of minder kansen bieden, demonteer je die. Daar ben je management voor.
  3. Als de politiek en politietop het belangrijk vinden om het politieapparaat naar geslacht, seksuele oriëntatie, leeftijd en etniciteit gevarieerder te maken, moeten ze dat vooral doen. Maar wek niet de indruk dat deze mix een afspiegeling van de maatschappij is en claim niet dat de politie daardoor beter gaat functioneren.
  4. Als binnen de Nationale Politie kennis ontbreekt over groepen mensen in onze samenleving, dan moet die leemte worden gevuld met opleiding en onderzoek en niet met het aantrekken van prototypes van die onbekende mensen.
  5. Als binnen etnische of andere groepen in de samenleving twijfel of wantrouwen over de politie bestaat, is er natuurlijk reden om de oorzaken uit te zoeken en waar mogelijk weg te nemen, maar niet door op voorhand de problematiek terug te brengen naar etniciteit. Als het vertrouwen bij sommige mensen blijvend ontbreekt, zou het creëren van gezag en ontzag wel eens heel heilzaam kunnen werken.

Voetnoot

Wie zich verbaast over mijn vrijmoedige praat over etnische minderheden moet proberen weg te blijven van de gedachte dat ik dan wel een racist zal zijn. Niet ik ben begonnen over de massale rekrutering van mensen met een dubbele culturele niet-westerse achtergrond, maar de politie. Ik leg alleen even uit wat het betekent, in de praktijk en principieel. Het diversiteitsbeleid van de politie.

Paul Verburgt

PS: Rotterdam voert een meldingsplicht in voor bruiloftsstoeten. Dat zal ze leren!

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Los van de discussie of het huidige beleid wel of niet werkt: Dit artikel bewijst maar weer eens hoe ver we in Nederland nog verwijderd zijn van inclusiviteit. U zaait verdeeldheid en draagt met uw onnodig kwetsende bewoordingen direct bij aan polariteit. Zij tegen wij in plaats van gewoon WIJ ongeacht etnische achtergrond. En of u nu voor of tegen bent: er komen nieuwe tijden waar er geen plaats meer is voor dit soort denkbeelden. Slaap lekker!

Helaas geeft de heer Verburgt blijk geen kennis te hebben van op zijn minst een substantieel deel van de wetenschappelijke inzichten op dit terrein . En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij ook niet geheel op de hoogte is van de praktijk in de politieorganisatie en de effecten daarvan op het contact met burgers en daders. Erg jammer dat hij dan zo’n platform krijgt en inneemt. Hij zou er beter aan doen zich eerst beter te oriënteren voordat hij dit soort stellige uitspraken doet, want het is leuk voor de discussie, maar het helpt niet om de problematiek, die er wel degelijk is, te verbeteren.

Mooi artikel met nieuwe invalshoeken, maar wat is nu dan wel de oplossing?
Ik ben erg benieuwd naar uw reactie.
Gr. Mar

Helder en goed artikel. Maar geen gemakkelijke praat. Roept veel vragen op. Juist door vraagtekens te stellen. Tart daardoor vastgeroeste aannames. In ieder geval bij mij.

Kortom: het doet precies wat een opinieartikel moet doen. Het schuurt en schuurt. En geeft daardoor stof tot overdenking. want: als je het namelijk eens zo aanvliegt dan, ….

En wat blijkt: er is geen gemakkelijke quick and dirty antwoord voor ingewikkelde maatschappelijke problematiek.

Diversiteit, maar ook een term als inclusiviteit zijn te grote containerbegrippen. Alles past erin, maar in de praktijk van alledag kun je er verrassend slecht mee uit de voeten. Het pakt altijd anders uit.

Dus wat zijn de echte ingrediënten/bouwstenen om waakzaam en dienstbaar te zijn ?

Dolf Algra, oud bedrijfsarts voor Politie

Geachte mevrouw Knel,

Mijn artikel ging nu juist wel over de vraag of het diversiteitsbeleid van de politie werkt. Dat is een nauwelijks onderzocht onderwerp, wat vreemd is als je naar de belangrijke opdracht van de politie in de samenleving kijkt.

Begrijp ik uw reactie goed, dan vindt u de effectiviteit van diversiteitsbeleid ondergeschikt aan het hogere goed van de diversiteit zelf. Dat moet u bij nadere doordenking toch ook merkwaardig voorkomen. Immers, als dit beleid niet effectief of zelfs contraproductief aan zijn doelen is, dan ondergraaft u toch de kern ervan?

Wie zoals ik tot de conclusie komt dat het voorgestane beleid niet effectief is en zelfs de legitimiteit van de politie ondergraaft, krijgt van u op zijn kop. Dan heeft niet het beleid of de opstellers ervan het gedaan, maar degen die de onvolkomenheid ervan vaststelt.

En zo ben ik voor u kennelijk een tegenstander van inclusiviteit, zaai ik verdeeldheid en bezig ik onnodig (?) kwetsende bewoordingen. U kent mij kennelijk na 1 artikel al: een man die tegen verandering is en zijn ogen sluit. Pardon?

Misschien kan ik u uitnodigen om tegen mijn inhoudelijke argumenten eens uw eigen inhoudelijke opvattingen te plaatsen. Misschien komt u net als ik ook in de knoop met de de praktische problemen die ik zie aankomen. Misschien ook kunt u eens inhoudelijk ingaan op een stelling van de minister en de korpsleiding dat diversiteit een absolute voorwaarde is voor het goed functioneren van de politie. Hoe dan? Hoe in de realiteit?

Ik kijk naar uw reactie. Mocht u een eigen artikel willen schrijven, dan plaatsen we dat graag.

Paul Verburgt

Geachte mevrouw Feenstra,

Dank voor uw reactie.

Ik noteer dat ook u vindt dat aan het diversiteitsbeleid van de politie problemen kleven. Dat is een opsteker voor me, want meestal word je al tot de grond toe afgebrand als je ook maar de minste twijfel over dit onderwerp laat zien.

Vervolgens leest u me wel de les. Ik weet niet wat er in de praktijk gebeurt en ik weet niet wat er wetenschappelijk speelt en ik ben veel te stellig.

Eerst maar even die stelligheid. Ik heb een artikel geschreven, geen proefschrift of een wetenschappelijke verhandeling. In een beperkt aantal woorden moest ik een ingewikkeld probleem beschrijven dat – zoals u vast weet – nog nauwelijks is onderzocht. En ja, ik heb mijn eigen toon en ik vind het voor een stuk op internet aangewezen om zo nu en dan ironisch te zijn of een grapje te maken.

Stellig ben ik hier en daar zeker, maar even zo vaak (zo niet vaker) stel ik vragen. Dat zal u niet zijn ontgaan. Dus om nu mijn hele artikel af te doen als een verhaal voor de bühne (lees ManagementSite) lijkt me niet terecht.

Mis ik wetenschappelijke inzichten? Dat kan, ik pretendeer niets en houd me dus aanbevolen voor uw bijdragen. Anderzijds is me voldoende bekend om tot vragen en oordelen te komen. Komt bij dat ik menigmaal in vergelijkbare discussies heb gewezen op het ontbreken van wetenschappelijke feiten en dan werd ik weggehoond, niet zelden op de meest persoonlijke manier. Zo stelde ik op wetenschappelijke gronden vraagtekens bij de vaak gehoorde stelling dat vrouwen in het topmanagement betere bedrijfsresultaten zouden opleveren. Dat kon alleen maar een man zeggen die geen dochters heeft, werd me toegevoegd. Mijn dochters moesten erg lachen om dit aantoonbaar onjuiste verwijt, net als om de veronderstelde toverstok van vrouwen in topteams.

Dan de politiepraktijk. Ik ben geen wijkagent en ik zit niet achter dieven aan. Klopt. Ik ben evenwel redelijk goed ingevoerd in het politiewerk. En ik kan ook dingen op mijn vingers natellen. Het lijkt me alleszins voor de hand te liggen dat een Fries sprekend agent met burgers in Bolsward makkelijker contact heeft dan een diender met een zwaar Maastrichts accent. Oeps, dat vind u vast kwetsend. Ik zeg in iets andere bewoordingen ondertussen wel wat ik in politiekringen en onder aanhangers van het diversiteitsbeleid hoor: namelijk dat een agent met Marokkaanse roots eenvoudiger entree heeft bij zijn ‘landgenoten’ dan een (ik citeer) Kaas.

Misschien kunt u de moeite nemen me uit te leggen waar in mijn artikel ik de praktijk evident uit het oog verlies? Niet in termen van wenselijkheid, maar van feitelijkheid?

ik kijk uit naar uw reactie.

Paul Verburgt

Beste Mar,

Erg bedankt voor je complimenten!

Wat is dan wel de oplossing, vraag je.
Dat hangt van het probleem af dat je wilt oplossen. Ik bedoel dat niet als een retorische trucje, maar als een serieuze vraag.

Uit het reputatieonderzoek dat in 2018 is gehouden, leid ik af dat burgers zichtbaarheid en aanwezigheid van de politie in de wijken en straten bijzonder belangrijk vinden. Idem een
lagere drempel bij aangiftes en snellere afhandeling ervan. Met alle respect, het oplossen van deze problemen is misschien niet eenvoudig, maar voor een beetje geschikt management en voor een beetje inschikkelijke politiek is het te doen.

De representativiteit van het politiekorps was voor de respondenten in elk geval niet een probleem.

Dat neemt niet weg dat de politieleiding zich zorgen kan maken over het geringere vertrouwen van allochtone Nederlanders in het politieapparaat, al lijkt dit genuanceerd te liggen. Mijn vermoeden is dat hier niet specifiek om de politie gaat, maar dat het zich verbindt met vele aspecten van onze samenleving. Anders gezegd, dit vertrouwensprobleem zou wel eens nauw gekoppeld kunnen zijn aan de integratieproblemen die ons land kent. Als dat zo is, dan vind ik het niet fair om van de politie te vragen dit probleem te isoleren en op te lossen.

Desalniettemin kan en moet de politie ook aan de slag om haar positie in genoemde bevolkingsgroep te versterken. Al decennia lang volgt de politietop de lijn dat de politie je beste vriend is/moet zijn. De vraag is gerechtvaardigd of in een zich verhardende samenleving die steeds meer bestaat uit parallelle groepen, dit concept houdbaar is. Moet de vriend worden getransformeerd naar een autoriteit? In het verlengde van een strenger optredende overheid in het algemeen?

Diversiteit zie ik niet als doelstelling en al helemaal niet als absolute voorwaarde om het politiewerk naar behoren te kunnen doen. Wel ben ik een groot voorstander van een politiekorps dat ‘lijkt’ op onze samenleving. Niet door geforceerd bepaalde groepen te definiëren en die binnen te halen, maar door ruimhartig en onbekrompen alle denkbare individuen met hun eigen(aardig)heden aan te werven. Niet de groep, maar het individu, ik herhaal het nog maar even.

Juist in het groepsdenken schuilt een explosief gevaar. Zie mijn artikel.

Voor de rest verwijs ik graag naar het slot van mijn artikel.

Ik realiseer me dat er heel wat meer te zeggen valt, maar dat valt nu een beetje buiten het bestek van deze reactie. In elk geval ben ik erg geïnspireerd om er later nog eens op terug te komen.

Paul Verburgt

Dat is heel veel informatie. Hierdoor verdwijnt de centrale probleemstelling achter de horizon. In een niet-effectief (lokaal, regionaal, landelijk) functionerende politie kan de krampachtige focus op diversificatie als probleemoplossing, uitgelegd worden als zijnde een getuigenis van onkunde en onmacht. Diversiteit als afleidingsmanoeuvre?

Beste Frank,

Inderdaad, mijn artikel geeft veel informatie. Dat was onvermijdelijk, deels omdat het terrein tamelijk onontgonnen is, deels omdat het onderwerp zo gevoelig ligt dat je al snel op je kop krijgt (want tekort door de bocht etc.).

Is het diversiteitsbeleid van de Nationale Politie een afleidingsmanoeuvre? Ik heb er geen enkele aanwijzing voor gevonden. En ik denk ook dat niemand van de besluitvormende kaders ook maar een (1) seconde in die richting heeft gedacht. Nee, diversiteit is een oprecht beleefd ideaal van personen die het goed voor hebben met de samenleving. En van personen die menen slachtoffer te zijn van de verhoudingen in de huidige maatschappij dan wel namens die veronderstelde slachtoffers willen spreken.

Ik moet oppassen want voor je het weet krijg ik weer allerhande verwijten, maar diversiteit is bon ton in de spraakmakende gemeente. Iets wat erbij hoort.

Zo’n heilige overtuiging bindt en verblindt. Ik sta altijd tegenover een gesloten front van aanhangers zodra ik ook maar een (1) vraag of aarzeling op tafel leg. Laat staan als je met alleszins redelijke verwachtingen of zelfs verifieerbare feiten op de proppen komt. (Omgekeerd word ik ook niet vrolijk van mensen die mijn nuchtere vragen of rationele conclusies omzetten in een betonnen weerzin tegen diversiteit.)

Anders gezegd, ik vrees dat de politietop en de politiek zijn gevallen in het zwaard van een ‘onweersproken’ maatschappelijke opvatting en de ogen hebben gesloten voor zoiets ordinairs als effectiviteit en uitvoerbaarheid.

Het zal niet de eerste keer zijn dat mensen met zichzelf op de loop gaan.

Paul Verburgt

Beste Dolf,

Ik beschouw jouw reactie, afkomstig van een bedrijfsarts die de politie goed kent, als erg relevant. Bedankt dus voor je waarderende woorden.

Mijn artikel schuurt, zeg je, en ik begrijp dat. Niet dat het mijn bedoeling was, maar het was wel de uitkomst van mijn analyses en redeneringen. Ik heb niet gezocht naar een afwijzing van het een of het ander, maar gekeken of het diversiteitsbeleid van de politie kan werken/werkt. Ik heb ook nooit de grote woorden in de mond genomen die je wel in de politiek en bij de korpsleiding hoort: diversiteit als absolute voorwaarden om het politiewerk te kunnen doen. Maar als ze worden gebruikt en herhaald, staat het me vrij om te toetsen wat men bedoelt.

Om even een uitstap naar jouw professie als bedrijfsarts van de politie te maken: als je kijkt naar het enorme verzuim bij de politie – niet van recente datum, maar als sinds jaar en dag – , dan lijken er toch meer voorwaarden vervuld te moeten worden om te kunnen floreren dan de geforceerde aanvulling van het politieapparaat met mensen met een niet-westerse achtergrond.

Inderdaad is diversiteit een containergebied. Dat maakt het allemaal des te kwestieuzer. Iedereen kan alles in die container gooien en eisen dat het er nog mooier uitkomt. Zo werkt het niet en zo moeten politiek en korpsleiding naar mijn idee niet werken.

Bovendien – en op dat punt heb ik inmiddels een onwrikbare mening – is identiteitspolitiek waartoe ik diversiteitsbeleid reken, een maatschappelijk gif. De overheid dient zich daarvan te onthouden. Beter nog: zich ertegen te verweren.

Wat dan wel, vraag je.
Ik heb natuurlijk ook geen pasklare oplossing. Wel bepaalde ideeën. In mijn artikel en in mijn antwoord op het commentaar van Mar heb ik wat indicaties gegeven. Ondertussen denk ik verder. Jij vast ook. Zo ja, laat het ons (ManagementSite) weten.

Paul Verburgt

Rachel Knel en Nienke Feenstra, de twee critici van het artikel, vertegenwoordigen hun politieke soortgenoten mooi door geen enkele kritiek die op de inhoud van het artikel in gaat te geven. Rachel zegt dat er ‘nieuwe tijden aankomen waarin geen plaats is voor dit soort denkbeelden’. Klinkt eng. Mensen met deze denkbeelden (als gedachteloos diversiteitsbeleid is zowel principieel als praktisch vaak slecht) moeten dan de mond worden gesnoerd?

Nienke Feenstra geeft ook geen enkele inhoudelijke kritiek, zegt dat de auteur het niet snapt maar legt niet uit waarom, alleen dat er wetenschappelijke inzichten op dit terrein. Van wie? Sociaal psychologen? Meer dan twee derde van hun onderzoeken zijn niet repliceerbaar en bovendien heerst er in hun onderzoeksgebied een sterke (‘progressieve’) bias. Al lijkt zij tenminste een poging te doen om inhoudelijk tegen het verhaal van de auteur in te gaan, Rachel Knel geeft alleen politiek correcte moraliserende kritiek met een vage dreiging erbij.

Geachte heer Verburgt,

Mooi, een artikel waarin een ‘waarheid’ ontmaskerd wordt. Het blijkt slechts een aanname te zijn dat culturele diversiteit nodig is voor een goed functionerende politie. Terecht dus, om vraagtekens te zetten bij het wervingsbeleid.

Uw waarschuwing voor identiteitsdenken en uw opmerking dat binnen groepen meer diversiteit is dan tussen groepen, lijken mij ook zeer terecht.

Wat ik mis in uw verhaal is dat dit identiteitsdenken diep verankerd is in de denkpatronen van ons allen, dus ook binnen de politie-organisatie. Daar zijn we ons echter niet of nauwelijks van bewust. Maar het beïnvloedt wel onze omgang met elkaar. Dus met ‘even een paar medewerkers die een vervelende opmerking maken ontslaan’, ben je er niet. De diepverankerde denkbeelden over hen die ‘anders’ zijn leiden niet zelden tot onprettige en onrechtvaardige bejegening van die ‘anderen’. Zo ook binnen de politie-organisatie. En in het optreden van politiemensen buiten. En dat is bijzonder kwalijk, want de politie heeft macht ten opzichte van de burger. Gelukkig is er een organisatie – Controle Alt Delete – die het etnisch profileren voortdurend aan de kaak stelt.
(een mooie ervaring met deze organisatie leest u in mijn laatste blog: http://www.karenwalthuis.nl/algemeen/vuurtorens-de-gouden-eeuw-en-het-pietje)
Het is namelijk noodzakelijk dat we ons bewust worden van die collectieve stereotype ideeën die we over elkaar hebben, zodat er ruimte komt om elkaar echt te zien. Als mens. In al onze diversiteit. Dan kunnen we profiteren en leren van de onderlinge verschillen.

Als iedereen de Ander als gelijkwaardig mens ziet, zonder stereotyperingen en etiketteringen, dan maakt het inderdaad voor niemand iets uit wat de culturele achtergrond is van die 60.000 medewerkers van de Nationale Politie.

Met vriendelijke groet,
Karen Walthuis

Beste David,

Toen ik dit artikel schreef, wist ik dat ik politiek-gemotiveerde kritiek kon verwachten. Zo liggen de zaken nu eenmaal. Tegelijkertijd had en heb ik geen politiek motief. Ik wilde slechts onderzoeken of het (straf verwoorde) diversiteitsbeleid van de politie zou kunnen werken. Mijn conclusie is dat het een doodlopende weg is.

Het is inderdaad jammer dat zelfs op een politiek-neutraal platform als Managementsite de discussie uit de weg wordt gegaan, althans wordt toegespitst op de vraag of ik wel okay ben en de tekenen van de tijd begrijp. Ook op LinkedIn werd mijn artikel (lees: mijn persoon) door een paar recensenten direct met allerhande slechtigheid geassocieerd.

Het tekent de gepolariseerde sfeer in ons land en ondersteunt mijn betoog, helaas.

Paul Verburgt

Beste Paul

Inhakend op je eerdere reactie.

Je snijdt een belangwekkend, maar complex probleem aan. In de kern gaat het over het personeelsbeleid bij de grootste werkgever van Nederland ( > 60.000 medewerkers). En nog een publieke dienst ook. Zie daar de uitdaging.

De politie heeft een grote maatschappelijke opdracht. Namelijk om over onze veiligheid en de rechtsstaat te waken. De bodem van de pizza van het functioneren van onze maatschappij en samenleving. Geen geringe opdracht. Met hoge impactfactor. Wanneer het goed gaat, maar ook als het fout loopt. Tegelijkertijd: iedereen kijkt mee. Alles ligt onder vergrootglas. Bovendien: het speelveld is niet eerlijk verdeeld. De politie moet zich (juist) aan de regels houden, de andere kant doet dat per definitie niet.

Ik heb een viertal jaren voor de Politie mogen werken en heb van dichtbij meegemaakt wat het werk van de politieman/vrouw inhoudt en welke impact het werk ook weer op hen heeft. Diep respect. Petje af en hele diepe buiging.

Het is even uitdagend als moeilijk werk. Dat het zo hoog wordt gewaardeerd door de burger ( zie het Reputatie onderzoek) wist ik niet, maar ik kan me het goed voorstellen – gezien de impact factor. Een opsteker is het wel.

Terecht vraag je in je prikkelende bijdrage aandacht voor de uitwerking in de praktijk. Je kijkt voorbij de mooie intentionele woorden en Eftelingachtige vergezichten van de diversiteit en inclusiviteit. Verfrissend vind ik dat.

Ik heb mij – in mijn functie als bedrijfsarts – meer dan 35 jaar lang opgehouden in een grote variëteit aan bedrijven en organisaties, waaronder dus de Politie. Ik heb van dichtbij gezien wat de impact is van het veranderen van de medewerkerspopulaties. Ik werk en woon in Rotterdam, waarbij traditioneel het verschil tussen Noord en Zuid en de Eilanden altijd al erg groot is geweest. Tussen Feijenoord en Sparta zal ik maar zeggen.

Maar tijden veranderden. Ik heb – bij een andere organisatie- gezien hoe moeilijk de verhoudingen kwamen te liggen in teams toen de Joegoslaven kwamen. Kroaten, Serviers, Bosniers. Samen in één team. Tien jaar na de burgeroorlog.

En: ik zie het nu weer onder de Turken. Het maakt dus alles uit of je aan de Erdogan kant staat, Koerd van afkomst of Gulen aanhanger bent. Of als zodanig ‘wordt’ ingedeeld. De onderlinge sociale druk is erg groot.

Diversiteit is/blijkt no free game.

Ik ben vooral praktisch en oplossingsgericht ingesteld en heb weinig op met beleidsrapporten en hallelujah verhalen. Daarom begrijp ik ook niet hoe je diversiteit als besturingsfilosofie (!) zou kunnen hanteren. Ik heb daar geen enkel beeld bij.

Je vroeg of ik nog ideeën had.
– Ik zou bij de Politie organisatie antropologen inhuren – of nog beter voor vast aannemen – om onderzoek naar cultuur verschillen en functioneren in teams te laten doen. Om meer grip op dit soort processen te krijgen. Waarbij het niet gaat om de culturele verschillen/achtergronden, maar juist met het doel: hoe je kun je beter samenwerken. Met al die verschillende achtergronden als bagage materiaal. Want het politie werk wordt bijna altijd in groeps/team verband verricht. Dus daar ligt één van de sleutels om de organisatie beter te laten functioneren.
– ik zou de teams kleiner maken. De span of control voor teamleider is/blijkt nu vaak te groot. Ik verwijs naar de laatste rapportages daarover
– ik zou een interne arbodienst oprichten. De sociaal medische begeleiding is nu uitbesteed aan grote variëteit van arbodiensten en bedrijfsartsen. Dat is niet effectief. De gehele sociaal medische begeleiding zou je moeten herstructureren. Waarbij de hoogste chefs eindverantwoordelijkheid op zich moeten nemen. Het ligt nu te laag in de organisatie
– Het hoge verzuim (7 %) wil maar niet zakken. Je merkte het al op. Ondanks de vele inspanningen in de laatste vijf jaar. Lees de rapporten er maar maar op na. Verzuim experts hanteren altijd een bovengrens van 6%. Alle het verzuim boven de 6% is een buiten categorie probleem, wat alleen maar oplost met buiten categorie maatregelen. Anders blijft verzuim verzuim genereren.

Je merkt het: het gaat nauwelijks tot niet over diversiteit. Iedereen neemt zijn eigen achtergrond mee. Ten behoeve van het uitvoeren van vakkundig en professioneel politie werk.

Geachte mevrouw Walthuis,

Bedankt voor uw reactie. Ik weet niet of ik ‘de waarheid’ zocht, laat staan heb geopenbaard. Het enige dat ik heb willen onderzoeken is of de opvatting van de politietop dat diversiteit de ‘absolute voorwaarde is om het politiewerk goed te doen’. Dat valt naar mijn oordeel nogal tegen.

U heeft absoluut een punt als u zegt dat het denken in stereotypen, eigen groepen of hoe je het ook wilt noemen bij mensen ingebakken is. Dat is overigens wel wat anders dan een diversiteitsbeleid dat door een organisatie welbewust wordt ingezet om bepaalde groepen te protegeren.

Dat denken in stereotypen kan politiemensen (net als ieder ander) in het verkeerde spoor brengen. Etnisch profileren is daarvan een voorbeeld, net zo goed als pesten en voortrekken. Je mag van iedere politiemedewerker en zeker van de politieleiding verwachten dat ze alert zijn op dit gedrag.

Daarmee is de zaak niet gedaan. We leven in een tijd waarin je al van discriminatie en racisme kan worden beschuldigd als je tot een bepaalde etnische groep hoort. Dan hoef je – in die redenering – nog niet eens zelf verkeerd gedrag te hebben vertoond; het zit van nature in je en dus ben je verdacht of zelfs fout. Een doodenge opvatting die je machteloos maakt.

Vandaar mijn ogenschijnlijk simpele stelling dat de politieleiding agenten die dat gedrag openlijk en welbewust vertonen, eruit moet gooien. Daarmee is het door u gesignaleerde denken in stereotypen niet uitgebannen, maar voorkom je wel dat alles en iedereen bij het minste of geringste (of vanwege diens etnische herkomst) in de verdachtenbank zit.

Uiteraard is er meer nodig. Zoals een open cultuur en een algeheel sensitiviteit voor veranderingen in de samenleving, zaken die ik veel belangrijker en succesrijker acht dan het simplistische diversiteitsdenken dat nu door de politietop wordt gepropageerd.

Paul Verburgt

Beste Dolf,

Erg bedankt voor je tweede en verdiepende reactie.

Mooie tekst ook: ‘de bodem van de pizza’, ‘de politie moet zich aan de regels houden, de andere kant doet dat per definitie niet’, ‘Eftelingachtige vergezichten’.

Je idee om antropologen aan te trekken, vind ik verrassend en erg slim. Dan praat je dus over het hanteerbaar maken van spanningen die je in je organisatie als het ware automatisch krijgt door het steeds pluriformer worden van onze samenleving. Dat zal, zo leid ik uit je woorden af, al een hele klus worden! Je verwijst vanuit je brede ervaring naar de perikelen rond mensen afkomstig uit het voormalige Joegoslavië.

Moet je voorstellen wat er zou gebeuren binnen het politiekorps als er grootschalig en geforceerd een paar duizend mensen met zeer uiteenlopende, nieuw-westerse achtergrond worden binnengehaald. Dat is spelen met vuur, zowel voor de (alle) politiemensen als voor de burgers die op hen willen kunnen rekenen.

Je hebt in je korte reactie de zaken nog meer op scherp gesteld dan ik al deed in mijn ‘prikkelende’ artikel. Dank!

Paul Verburgt

Geachte heer Verburgt. Ik ben het helemaal met u eens. Diversiteitsbeleid werkt eerder contraproductief op de effectiviteit van de politie dan andersom.
Ik had hier een heel lang commentaar geschreven, maar dat verdween plotseling in cyberspace. daarom zet ik hier nu mijn commentaar op een groot stuk in de Vkrant van 8 september, waar de politie de eigen organisatie verweet dat ze zich ‘veiliger willen voelen’ op straat. Mijns inziens zit de crux van het politie optreden in het Nederlandse karakter ervan (ik ben je wijkagent en denk met je mee). Dat werkt niet tegen pakweg 85 nationaliteiten die zich hier kapot lachen om de tolerantie van onze agenten. je kan ze bespugen, uitschelden van de motor trekken en gewoon aanvallen, want je kom ermee weg. Al heel lang…

en dan nu mijn commentaar op de VK:
‘De politiek wordt er door de politieorganisatie op aangesproken dat de agent zich nu echt eens veilig moet voelen op straat. Maar is dat niet de omgekeerde wereld?
Altijd gedacht dat de politie – namens de overheid met zijn monopolie op geweld – moet zorgen dat de burger zich juist veilig voelt op straat.
Inmiddels geeft ruim 90% van de burgers aan dat de politie geen respect geniet – en de politie dat dat komt omdat er veel meer agressie is tegenwoordig. Respect is trouwens wat anders dan gezag…
Maar de laatste keer dat diezelfde politie nog een weldadig lik-op-stuk beleid voerde, tijdens het Europese kampioenschap voetbal 2000, waren er nauwelijks incidenten en was er helemaal geen vraag naar extra ‘verdedigingsmiddelen’. Dat was namelijk het gezag van de politie zelf. Sindsdien is dat totaal losgelaten. Niet alleen door de opkomst van de wijkagent, maar mijns inziens mede door de politie zelf. Die laat zich ongestraft beledigen, wegzetten, omduwen en meer. Overigens flink gehinderd door protocollen, richtlijnen, minieme sancties en steeds mondiger burgers. Is de agressie toegenomen? Volgens de cijfers van de politie wel. Maar in hoeverre vult de boze burger hier de ruimte op die het bewust afnemend gezag van de politie liet ontstaan? Door zelf niet transparant te zijn, etnisch te profileren, geweldshulpmiddelen niet conform in te zetten?
Natuurlijk moeten politie en burger zich veilig kunnen voelen op straat. Maar dat gaat mi. niet lukken doordat ‘politie en burger elkaar met meer respect moeten behandelen’. Of door meer verdedigingsmiddelen. Want er is helemaal geen sprake van een gelijkwaardige positie. De politie moet dus zijn gezag als handhaver terugveroveren, ondersteund door de overheid en de rechterlijke macht. Dat zou de agressie op straat zomaar een stuk beheersbaarder kunnen maken. Misschien eens wat beter internationaal gaan shoppen waarom een buitenlander het niet in zijn hoofd zal halen om daar een agent aan te vallen?’

Dank, heer Verburgt, voor uw genuanceerde antwoord op mijn reactie op uw prikkelende artikel. We zijn het grotendeels met elkaar eens. Eén aspect van het denken in stereotypen wil ik u graag nog onder de aandacht brengen. Ik heb seksistische, racistische en culturele stereotype gedachten verstopt zitten in mijn brein, u ook en al die andere mensen ook. We kunnen die collectieve denkpatronen pas onschadelijk maken als we dit bij onszelf erkennen. Dus niet in de verdediging gaan als iemand dit benoemt, maar even je blik naar binnen richten en je eigen gedachten observeren is dan de adequate reactie. Zo verras ik mijzelf nog steeds met ideeën dat vrouwen iets minder goed zouden kunnen dan mannen, terwijl dat onzin is. Bijvoorbeeld toen een kleine, tengere vrouw piloot bleek te zijn: ‘Oef, kan zo’n vrouwtje wel zo’n groot vliegtuig besturen’, ging er even door mijn hoofd. Door het te observeren kan ik dit soort seksistische gedachten onschadelijk maken. En was het niet Desmund Tutu die ons hier ook op wees met het verhaal dat hij even aarzelde in de bus te stappen toen er een zwarte man aan het stuur bleek te zitten? Kortom, omarm uw eigen stereotype denkpatronen, dan kunt u ze pas onschadelijk maken.

Heeft de auteur wel goed gelezen? Er is niet alleen kwalitatief onderzoek gedaan, ook kwantitatief. In Secondant (hyperlink in dit artikel van auteur) sttat nl. dit: “Uit de resultaten van het kwantitatieve onderdeel van dit onderzoek – uitgevoerd door Broekhuizen, Van Kapel, Steketee en Roetman – blijkt dat 4 op de 10 jongeren vinden dat slachtoffers zonder een Nederlandse etnische achtergrond slechter worden behandeld door de politie bij het aangeven van een misdaad dan slachtoffers met een Nederlandse achtergrond.”

Ik verbaas mij zeer over deze discussie, dat er discussie over is.Het zou vanzelfsprekend moeten zijn onder leidinggevenden van de politie dat het goed is voor de politietaak als de organisatie, van hoog tot laag, een afspiegeling vormt van de Nederlandse multiculturele samenleving (al gaat het alleen al om het begrijpen van bepaalde culturen en bepaalde talen). Dat dit artikel nogal wat likes mocht ontvangen van politiemensen, zoals ik las in NRC, spreekt boekdelen en geeft te denken. Het bevestigt m.i. dat er sprake is van een probleem bij de politie, daarom blijven veel ‘allochtone’dienders ook niet bij de politie. Blanke Nederlanders weten vaak niet wat discriminatie is, maar als je wordt gezien als allochtoon (en de auteur van deze reactie wordt zo beschouwd door de Nederlandse overheid en ook wel eens door dienders, merk ik, al beschouw ik mezelf helemaal niet als allochtoon) dan begrijp je dan een stuk beter.

Geachte heer Van Velzen,

Vreselijk als je je document ziet vervliegen in de cyberspace! Fijn dat u toch nog een reactie hebt kunnen formuleren.

Ik wil er voor waken als een oude man te roepen dat het vroeger allemaal beter was, maar het zou wel eens kunnen zijn dat we het gezellige profiel van de agent als je-beste-vriend hebben vastgehouden terwijl de wereld ingrijpend is veranderd. Je ziet ook wel tekenen dat de overheid haar positie terugpakt, b.v. door extra zware straffen op te leggen aan personen die officials als agenten en hulpverleners aanvallen.

Tegelijkertijd zie je ook hoe de politie jan en alleman te vriend probeert te houden terwijl een normaal mens zou zeggen: pak de lange lat.

Het diversiteitsbeleid zou in dit ontwikkelingsproces wel eens een heel dubieuze rol kunnen spelen. Is het een min of meer neutraal streven naar afspiegeling of een behendige methode om binnen te dringen in gesloten etnische groepen of een vorm van appeasement. Of alle drie? Kies maar.

Het maakt – en dat was mijn beweegreden – het des te noodzakelijker om het diversiteitsbeleid aan de orde te stellen.

Paul Verburgt

Geachte mevrouw Walthuis,

U geeft stof tot overdenking!

Ik ben ook niet vrij van vooringenomenheden en stereotypische denkbeelden. Hoe zou ik! Ik noem maar geen voorbeelden want het internet onthoudt alles, zoals u weet.

De term stereotypie is een vox mala. Ook dat is een stereotypie! Want er kleeft ook wel enig voordeel aan vaste opvattingen, ook al zijn ze niet helemaal waar. Het is een soort geruststellend geurspoor waarmee je je sociale kring afbakent en prettig maakt. Zolang die stereotypieën niet nadelig voor anderen zijn, vind ik ze eigenlijk wel aanvaardbaar.

U vindt dat vast een idiote gedachte. Zeg het en ik zal niet antwoorden dat het een vooringenomenheid van u is!

Paul Verburgt

Geachte heer Boekhout van Solinge,

Bedankt voor uw reactie.

Om direct antwoord te geven op uw vraag: ja zeker ik ken het onderzoek waarnaar u verwijst. En ik denk ook wel dat ik het goed heb gelezen. Zo ingewikkeld is het ook allemaal weer niet.

Het onderzoek is gehouden onder twee jaargangen middelbare scholieren. Dat levert kortweg het beeld op dat u schetst, zij het dat ook de kanttekening wordt gemaakt dat problematische integratie mede debet is aan het lagere vertrouwen in de politie in bepaalde etnische groepen.

Is dit het doorslaggevende argument voor het diversiteitsbeleid van de politietop en de politiek? U zegt ja en vindt het raar dat er überhaupt nog over gediscussieerd wordt. Ik zeg nee en vindt juist dat er wel gediscussieerd moet worden.

Ik verzet me helemaal niet tegen het diverser maken van het politiekorps. Men wil me dat wel graag in de schoenen schuiven, maar dat is kletskoek.

Ik heb wel bezwaar tegen de geforceerde, vooringenomen doorvoering van dit diversiteitsbeleid en bovenal tegen de compleet overspannen en op geen feit gebaseerde pretentie dat diversiteit de absolute voorwaarde is om de politie haar taken naar behoren te laten doen.

Gegeven die besturingsfilosofie heb ik niets anders gedaan dan eens heel praktisch en onbevooroordeeld beredeneren hoe dat diversiteitsbeleid zou moeten werken, in de dagelijkse wereld van politiemensen. Dan kom ik tot een reeks van vragen en vooral ook onthutsende conclusies. Die bevallen sommige aanhangers niet en dus weet ik niks van het politiewerk en ben ik een racist o.i.d. Een inhoudelijk verweer ontbreekt, behalve een lofzang op diversiteit.

U verwijst naar onderzoek, ik doe dat uiteraard ook. Zo noem ik het reputatieonderzoek dat in 2018 is gehouden. Ook hier hoor ik nooit wat over, maar het is een tien met een griffel voor de politie, zeker als je bedenkt in wat voor ongelooflijk onaangename interne wereld deze mensen moeten leven (bezuinigingen, gesol met de cao, reorganisatie etc.). Ik bagatelliseer het onderzoek van Broekhuizen c.s. niet, maar het is wel zo eerlijk om dat reputatieonderzoek ook serieus te nemen. Te meer omdat er toch wel enig verschil is in de beleving van pubers en die van volwassenen.

Of moet ik aannemen dat dit reputatieonderzoek doordrenkt is van onbewust en institutioneel racisme onder de respondenten? En dat het dus negeert hoe erg de blanke politieorganisatie de niet-westerse landgenoten discrimineert? Als u consequent bent zegt u ja, immers u stelt ook dat de witte politiemensen niet weten hoe ze mensen van kleur discrimineren.

Waarmee we aanbelanden bij de catch 22 van de diversiteits- en identiteitspolitiek: als een onderzoek negatief is, klopt het; als een onderzoek positief is, klopt het niet.

En zo wordt het diversiteitsbeleid nog erger dan ik het al vond: een dwanginstrument om een niet openlijk geuite beschuldiging van discriminatie door blanke Nederlanders te bestrijden met behulp van etnische groepen die geacht worden hun slachtoffer te zijn. En dan nog beweren dat identiteitspolitiek niet een gif voor de samenleving is!

U zegt dat mijn artikel nogal wat likes mocht ontvangen van dienders. Ik weet van niks. U kennelijk wel, inclusief de blanke herkomst van de supporters, en u ziet het als een bevestiging dat er iets mis is bij de politie. Misschien ben ik het met u eens, maar dan omgekeerd. Op LinkedIn ben ik onder handen genomen door politiemensen op de manier zoals ik hierboven schetste. Doet u even wat moeite en zie hoe de mensen zichzelf positioneren. Een man die dertig jaar bij de politie werkt, heeft als pay off onder zijn profielnaam en -foto de tekst: ‘het leiderschap is bij de politie moreel en ethisch ontspoord.’ Inderdaad er is wat mis, bij sommigen. En die hebben groot belang bij het doorvoeren van het polariserende diversiteitsbeleid. Dat ze hun gehate baas bijvallen in zijn beleid, moeten we in al zijn opportunisme maar niet zwaar nemen. Het doel heiligt de middelen.

Paul Verburgt

Extra dwarse input voor het lopende debat

Liep in de regen
in Rotterdamse multi culti stadsjungle
en keek bij pleintje recht omhoog
om te peilen van welke kant
de wind vandaag waait

Mijn oog viel op het gedicht van Jules Deelder
dat ze op het vijfhoge 1930 huis hadden geplakt

Deze wil ik U niet onthouden gezien het lopende debat
het is per slot van rekening zondag vandaag
zeg ik als niet gelovige

Het gaat al volgt:

Lotgenoten

Ons gaan is een komen
ons komen een gaan

De zin van het leven
is dat we vergaan

De wereld van iedereen
Niemand de baas

Het heden is eeuwig
Alles is waar

God of Jehova
Allah Jahweh

De één is de ander
De ander de één

Ontsteekt uw geweten
Kijkt om u heen

Het lot dat we delen
laat niemand alleen

Beste Paul,

Mijn inziens sla je de spijker op z’n kop met je breder kijkende artikel. Aan de reacties van enkelen te lezen, ben ik bang dat, net als in de politiek, tunnelvisie overheerst.
Je hebt alles netjes en verhelderend beschreven. Geen spoortje van racisme, of aanzet tot polarisatie is mij opgevallen. Slechts een verhelderende invalshoek van iemand die de vinger op de zere plek durft te leggen.

Beste Alex,

Je begrijpt vast dat ik reacties als van jou graag ontvang!

Tegelijkertijd ben ik niet naïef: wie een stukje schrijft over zoiets gevoeligs als diversiteit, krijgt met heftige reacties te maken. En die hebben we dus gezien. Op LinkedIn werd ik zonder enige remming beschuldigd van racisme en vooroordelen, door een politieman nog wel. Humor mocht ook niet, schreef een ander. Ook sommige commentatoren op ManagementSite weten van wanten. Iemand verheugt zich op de tijd die volgens haar gaat komen, waarin artikelen als die van mij niet meer gepubliceerd mogen worden. De ‘andere kant’ lust er trouwens ook pap van. De redactie die niet enghartig is, heeft een commentaar vol racistische taal tegengehouden. Aan dit soort agitatie doen wij niet mee.

Dat er veel emoties zijn rond het onderwerp diversiteit, is duidelijk en misschien ook wel begrijpelijk. Wat ik echter totaal niet begrijp is dat lieden die wij brave burgers rekenen tot de autoriteiten zich laten verleiden tot allerhande dogmatisch en activistische taal en daden op dit terrein. Zijn ze verblind? Zijn ze bang? Willen ze een wit voetje (geen woordspeling, zeg ik er haastig bij) halen?

Het lijkt wel of de vrije onafhankelijke geest verboden is. In dit klimaat kijkt men er al van op als je een keer een weinig spectaculaire redenering opzet over de slaagkansen van de besturingsfilosofie die de Nationale Politie heeft bedacht. Oei, als dat maar goed gaat! ‘Ben je niet bang?’ vroeg iemand me.

Hoe zeer ik je warme woorden ook waardeer, er zit ook een zeer wrange bijsmaak voor me aan.

Paul Verburgt

Geachte heer Verburgt,

Dank weer voor uw reactie. Fijn dat ik stof heb gegeven tot nadenken. Dat is namelijk de bedoeling van mijn aardse bestaan: mensen prikkelen om hun geest en hart net even wat verder open te zetten. Dat maakt het (samen)leven zoveel prettiger, is mijn aanname. Daarom vind ik het zo verdrietig en zorgwekkend dat de polarisatie aan het ontsporen is en mensen elkaar niet meer willen/kunnen horen. Ik las dat dit ook in deze discussie aan het gebeuren is. Jammer, want dan kunnen we niet meer van elkaar leren.

En weer geef ik u gelijk, alles heeft twee kanten, een voordeel en een nadeel. Stereotyperen heeft zijn functie, zoals alle snelle interpretaties van onze waarneming dat hebben. Anders zou ons het leven onmogelijk zijn. Wanneer onze cognitieve short-cuts echter schade toebrengen, kunnen we stellen dat het tijd is om ze te ontmaskeren.

Dus… uw aanname dat ik uw gedachte idioot zou vinden, is een onterecht vooroordeel. Ik beantwoord niet helemaal aan het stereotype concept van een gutmensch (i.e. een knettergek theeslurpend lid van de linkse elite die andersdenkenden de mond snoert, volgens Wim van Rooy). In mijn TED talk kunt u hier meer over horen: https://youtu.be/TflDayt6Xtk

Hartelijke groeten,
Karen Walthuis

Lijkt mij een goed verhaal ( altijd even een slag om de arm, het is wel geschreven vanuit de positie van de blanke man, nietwaar)
Het zou de politie in ieder geval richting kunnen geven om te ontkomen aan de kramp waarin zij nu lijkt te zitten.

Beste Leo,

Inderdaad, je zou willen dat de politieleiding eens rustig kijkt naar mijn artikel. Het is geschreven door een volbloed supporter van de rechtsstaat en dus de politie, weliswaar een ‘witman’, maar dat mag in de minstens zo witte politietop toch geen afdoend obstakel zijn.

Ik vrees dat we het niet gaan meemaken. Zoals gebruikelijk bij ideologische keuzes zit men muurvast en kan men geen kant meer op. Je mag hopen dat de politiek, gedrongen door de publieke opinie, de politie op een andere koers zet. En niet alleen de politie!

Dat die publieke opinie begint op te spelen, denk ik op te maken uit een column vanochtend in de Volkskrant, toch niet een natuurlijke tegenstander van diversiteitsbeleid. De titel: Hoe diversiteitsstreven ontaardt in terreur. Auteur: Daniela Hooghiemstra. https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/759/articles/979983/24/2

Paul Verburgt

Beste Dolf,

Je bent de eerste -vermoed ik – die zijn reactie vervat in een gedicht. Ik houd van ‘vreemd’, dus bedankt.

Minder origineel, maar wel passend antwoord ik je met een gedicht van een van mijn favorieten, J.B. Charles, pseudoniem van W.H. Nagel, Leids criminoloog en verzetsman.

‘Twee soorten oorlog zijn er:
om macht één, één voor recht.
Ik zou dus graag eens weten
waar jij nou wel voor vecht.’

‘Ach, als ik eenmaal de macht heb
bepaal ik ook het recht.
Mijn oorlog is dus goed,
de jouwe die is slecht.’

Paul Verburgt

Geachte mevrouw Walthuis, beste Karen,

Mijn laatste zin was natuurlijk een grapje.
Ik heb met plezier je TEDx-speech beluisterd!

Overigens, las ik met plezier het interview met de nieuwe politiechef in Utrecht eo, Sitalsingh. Professionaliteit, kwaliteit, neutraliteit, dat zijn zijn uitgangspunten. En hij relativeerde de zogenaamde discriminatie-incidenten. Soms begint op onverwachte momenten de zon even te schijnen.

Paul Verburgt

Het risico van een eenzijdig verhaal is dat de lezer deze voor waar aanziet. Laten wij nou een keer een analyse maken waarom het maar niet wil lukken om een diverser personeelsbestand te realiseren! Simpelweg, omdat er inderdaad gediscrimineerd wordt. Feit is dat daarbij witte mannen een voorkeursbehandeling genieten. Zij komen daardoor makkelijker binnen tov hun gekleurde medeburgers.

Uit zeer betrouwbare bron weet ik namelijk dat al sinds jaar en dag ook witte mannen achter de schermen “geholpen” worden om de toelating te kunnen passeren.

In uw artikel wekt u de suggestie dat dit vooral bij migranten het geval zou zijn. Helaas gebeurt het dus niet alleen bij migranten.

Verder valt op dat witte agenten /marechaussee qua profiel ook redelijk veel op elkaar lijken. Is dat toeval?
Dus blijkbaar wordt er bij de selectie een soort van onbewust profiel gecreëerd? Als je dus niet in dat plaatje past, kom je dus niet zo makkelijk binnen.

Wat verder opvalt is dat er in general als het op situaties aankomt, met twee maten gemeten wordt. Witte agenten lopen hangjongeren die op hen lijken voorbij, of maken zelfs een babbeltje en fietsen of lopen gewoon verder.

Het tafereel wordt anders als het om jongeneren met een migranten achtergrond gaat. Mischien gaat het onbewust , maar wat opvalt is dat de toon verandert en de white supremacy ten toon gesteld wordt. Op dominante, bijna onbeschofte wijze wordt hen te kennen gegeven dat zij moeten verkassen. Heb daar legio voorbeelden van uit mijn woonplaats Almere. De politie die met honden voor de deur stonden te wachten als de TIENERDISCO was afgelopen. Het gevolg was regelmatige escalatie, omdat het gedrag van de agenten buitenproportioneel was. Heeft zelfs geleid tot inspraak van ouders in de raad.

Of de witte jongeman die in het OV met zijn voeten op de bank tegenover hem zit die wegkomt met de mededeling dat dat niet is toegestaan en de migranten jongeman die voor hetzelfde feit gelijk op de bon geslingerd wordt!

Wat krijg je dan? Of beter gezegd, wat kweek je dan?
Jongeren die haat ontwikkelen tegen wat onze beste kameraden zouden moeten zijn, wat in feite vreemd is want in de landen van herkomst geniet een politieman gezag en autoriteit.

Maar dat verdienen ze daar, omdat ze de skills bezitten om deëscalerend op te treden. Waarom? Zij komen vaker uit complexe milieu’s, waar Rust, Reinheid en Regelmaat niet altijd de standaard norm zijn. Er gebeurt een heleboel, zoals bv toeterende trouwstoeten, emotionele uitspattingen, eerwraak, familieruzies etc etc

Ooit ben zelf ik staande gehouden op de snelweg. De agent stelde zich netjes voor en gaf gelijk te kennen waarom hij mij aan de kant had gezet. Het was een conversatie op gelijk niveau. Het bleef bij een waarschuwing.

Anders dan dat ik op niet al te prettige wijze bejegend ben geworden toen ik in de wijk aangehouden werd, omdat ik mijn gordel had afgedaan nog voordat ik stil was komen te staan. De skills van deze agent op het gebied van communicatie zouden sterk verbeterd moeten worden. Zijn vrouwelijke collega vond zijn gedrag ook niet prettig. Haar lichaamstaal sprak boekdelen.

Zo ken ik ook veel hardwerkende mannen van kleur die staande werden gehouden met de vraag of mededeling of de auto waarin zij reden gestolen zou zijn of met drugsgeld zijn gekocht.

De beelden die wij op Social media voorbij zien komen waarbij buitenproportioneel gedrag ten overstaan van migranten gehanteerd wordt liegen er niet om.

Dus aan elk verhaal zijn er meerdere kanten.

Als men dus de migrant naar waarde begint te schatten en hen gelijke kansen biedt, ben ik ervan overtuigd dat er niet veel meer blauw op straat erbij hoeft. Laat voor mijn part de agenten in tweetallen (wit en migrant) surveilleren en van elkaar leren. Ik ben ervan overtuigd dat dit rust zal brengen in wijken die als probleemwijk ervaren worden.

Diversiteit gaat pas werken als je erin gelooft en iedereen, ongeacht… gelijke kansen biedt. Dat betekent dat je geen kleur ziet, maar een individu die een toegevoegde waarde voor het team heeft.

Aan die toegevoegde waarde, wordt mijns inziens dus voorbijgegaan.

Geachte mevrouw Abendanon,

Hartelijk dank voor uw uitgebreide commentaar.

Samengevat zegt u dat het politiekorps naar binnen en naar buiten mensen van kleur discrimineert. U spreekt van een interne voorkeursbehandeling voor witte mannen en van white suppremacy buiten de deur. U beroept zich daarbij op eigen waarnemingen in Almere en een ‘zeer betrouwbare bron’ binnen de politie. Uw stelling is dat een diverser personeelsbestand van de politie de oplossing van dit probleem is.

Of er sprake is van stelselmatige discriminatie, weet ik niet. Want met alle respect voor uw bron en observatie, een wetenschappelijk onderbouwd onderzoek op dit terrein ontbreekt. De onderzoeken die wel gedaan zijn, laten een heel ander beeld zien. Ik heb ze beschreven in mijn artikel en later op onderdelen nog nader toegelicht in een antwoord op een commentaar op deze site.

Belangrijker is naar mijn idee dit: in mijn artikel heb ik niets anders gedaan dan logisch nadenken over de werkbaarheid van de stelling dat diversiteitsbeleid de absolute voorwaarde is om het politiewerk goed te kunnen doen. Tja, dan blijkt die filosofie een luchtkasteel. Onwerkbaar, niet doordacht en uiteindelijk verkerend in haar tegendeel.

Die conclusie valt bij sommige mensen verkeerd. Zo werd me – natuurlijk – racisme verweten. Een politieman vond zelfs dat ik een relatie legde tussen etniciteit en criminaliteit. Pardon? Lees de betogen van je eigen chef en politieke baas nog even door en meld je met je kritiek bij hen!
Ook zijn er critici die in de overtuiging dat zij aan de goede kant staan, zich nu al verheugen op de tijd dat publicaties als die van mij niet meer mogelijk zijn. Censuur als bijproduct van diversiteit, een geheel nieuwe invalshoek.

Ik hoor niemand over de zeer selectieve invulling van het diversiteitsbeleid van de politie: van de vier miljoen mensen met een migratieachtergrond wordt 2,7 miljoen genegeerd. Het diversiteitsbeleid is eigenlijk alleen gericht op Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse Nederlanders. Voor hetzelfde geld had u dat stigmatiserend kunnen vinden.

Ik hoor ook nooit iemand over hoe dat diverse politiekorps dan gaat werken. U zegt ergens ‘laat voor mijn part de agenten in tweetallen (wit en migrant) surveilleren’. Dat betekent dat u de teams in de grote steden zult moeten verdubbelen of de helft van de ‘witte agenten’ zult moeten ontslaan en vervangen door ‘migranten’. En dan? Is in uw beeld de realiteit dat een stel Marokkaanse kliertjes zich wel wat gelegen laat liggen aan een Surinaamse agente en niet aan een blanke diender? Waar baseert u dat op? Toch niet alleen maar op de kleur van de betrokkenen?

Daarmee kom ik op de kern van mijn kritiek. Het diversiteitsbeleid introduceert identiteitspolitiek in een organisatie die het bij uitstek moet hebben van neutraliteit en professionaliteit. Ik vind dat niet alleen dom, maar vooral levensgevaarlijk. Kijk naar uw eigen redenering. U ziet gemengde teams voor zich: wit en migrant. Kun je ‘wit’ misschien nog wel definiëren als autochtoon, maar denken en handelen alle autochtonen op dezelfde manier? En wat is een migrant? Is dat een (1) homogene groep waarin gelijk wordt gedacht en gehandeld? Kom nou toch! Het is een gevaarlijk cliché dat kleuren tegenover elkaar stelt. U weet als intercultureel expert toch ook dat de pluriformiteit in etnische groepen minstens zo groot als tussen die groepen en dan druk ik me gematigd uit.

Je ziet ook aan de discussie over mijn artikel hoe de schijntegenstelling tussen wit en gekleurd het zicht op de werkelijkheid verduistert. Aan beide kanten van het spectrum!

Je ziet ook hoe die verfoeide identiteitspolitiek de normaalste zaken herdefinieert in termen van kleur. U beschrijft hoe u onbeschoft werd toegesproken toen u uw veiligheidsgordel niet vast had zitten en verbindt dat aan uw huidskleur. Toevallig maakte ik een paar jaar geleden hetzelfde mee, bij het inparkeren van mijn auto. Ik kreeg behalve een boete ook de volle laag. Ik vond die agent een hufter, maar geen moment heb ik de relatie gelegd met mijn kleur, gender of leeftijd. Of is deze argeloosheid een vorm van white suppremacy?

Ongetwijfeld zitten er ook in het politiekorps nare mensen, die onfrisse ideeën hebben over etnische groepen, politiek, vrouwen en babyboomers als ik. De remedie is echter niet een diversiteitsbeleid, want u denkt toch niet dat alle mensen van kleur per definitie brandschone opvattingen hebben? De remedie is een gerichte persoonsgebonden aanpak, zo nodig met ontslag op de koop toe. En nog meer aandacht voor de kwaliteit en professionaliteit van het korps als geheel.

Met de een na laatste zin van uw commentaar ben ik het overigens roerend eens: ‘Dat betekent dat je geen kleur ziet, maar een individu die een toegevoegde waarde voor het team heeft.’ Het individu, niet de groep. Dat is ware vrijheid en de beste garantie tegen discriminatie.

Paul Verburgt

Toon alle 32 reacties
x
x