Channels

Modellenboeken

Misschien wordt dit een zuur stukje. U moet maar niet meer verder lezen als u daar geen zin in heeft. Maar laat ik eerst eens uitleggen waarom. Een tijdje geleden werd ik door de redacteur van deze onvolprezen recensierubriek gevraagd het nieuwste modellenboek van Berenschot te beoordelen. Bij de verschijning van het eerste modellenboek een paar jaar geleden ontstond een korte polemiek tussen voor- en tegenstanders. Zoals ik het me herinner waren tegenstanders kritisch omdat de nadruk op een groot aantal modellen geen recht deed aan de state of the art van het managementvak – wat die ook moge zijn. Voorstanders benadrukten dat het een handig algemeen overzicht was, geenszins met de pretentie uitputtend te zijn. Het leek mij goed om over dit nieuwe modellenboek een eigen oordeel te vormen. Maar nog voor ik het boek in handen had, ontving ik een soortgelijk relatiegeschenk van KPMG, getiteld ‘The System’. ‘The System’ handelt in romanvorm eigenlijk over één groot model, daarom besloot ik beide boeken in een recensie te combineren.

Lees ook:

Het modelletjes-denken

Om te beginnen: het publiekmanagementmodellenboek ziet er lekker uit. Niet te dik, mooie bladspiegel, kekke kleurtjes, lekker stevige kaft, op een enkele vergeten spatie na nauwelijks typefouten. Leuk voorwoord ook, van Martin van Rijn, de DG Management & Personeelsbeleid van Binnenlandse Zaken. En maar dertig euro, wat koop je daar tegenwoordig nog voor? Daarnaast: 65 modellen om het 65-jarig jubileum te markeren, hartstikke origineel! En die modellen zijn op zich best goed beschreven. Per model zijn kanttekeningen opgenomen, en er is een (korte) praktijkillustratie. Allemaal goede zaken. Het KPMG-boek heeft daarnaast ronkende aanbevelingen van onder meer Tom Peters en Ken Blanchard. Blanchard’s samenvatting in het ‘Afterword’ is bovendien een duidelijke uiteenzetting van het managementmodel dat auteur Waghorn in ‘The System’ beschrijft. En na de legal thrillers van John Grisham vult Waghorn’s idee van een roman in de keiharde zakenwereld misschien wel een leuke niche – er zijn lezers die er mee weglopen. Maar… waarom bekruipt mij na zoveel positiefs dan toch een gevoel van ondraaglijke lichtheid???

De light snack van Berenschot

Misschien wel omdat ik het Berenschotboek vergelijkbaar vind met light snacks: na consumptie heb je nog trek terwijl de calorieën ondertussen stevig aankomen. Dit boek heeft 160 pagina’s en het kost tijd om dat te lezen, maar na afloop ben je nauwelijks wijzer. Zeker, sommige modellen zijn goed beschreven (INK-model, Zeven krachten), als je genoegen neemt met algemene uitleg tenminste. In de tekst ontbreken echter referenties om een spade dieper te graven. En achterin wordt dit slechts ten dele goedgemaakt: de originele bronnen zijn vaak niet opgenomen, wel de soms wel erg slappe Nederlandstalige aftreksels. Kun je als het over kennismanagement gaat echt voorbijgaan aan grondlegger Nonaka? Kun je als het over non-profitbestuursvormen gaat werkelijk volstaan met een verwijzing naar ‘Management & Organisatie’ van Keuning & Eppink? De Berenschotauteurs zullen me vast antwoorden dat zij een praktisch en bruikbaar boek wilden schrijven, en geen referentiegids. Een nobel streven, maar mijn minimumkwaliteitseis is dat je je nog wel hoort te baseren op de basisliteratuur. Volgende kritiekpunt: waarop is de selectie van de modellen gebaseerd? Zeker, ik zie veel relevants (ITIL voor de Overheid, VBTB etc.), maar zijn het Niet-Hier-Uitgevonden Syndroom of het Poldermodel echt niet alleen opgenomen omdat bij een 65-jarig jubileum een aantal van 65 modellen wel erg leuk zou zijn? Laatste, verwante kritiekpunt. De modellen zijn nogal ongelijksoortig. De ‘werkdrukmeter’ is toch echt van een andere orde dan ‘Het Tilburgs Model’. De 65 publiekmanagementmodellen bestrijken kennelijk het gehele spectrum, van hoog strategisch (zo u wilt conceptueel) tot bijna plat operationeel (zo u wilt: praktisch en concreet). Dat lijkt een fijne combinatie, maar roept tegelijkertijd vragen op. Want: is dit dan hét totaaloverzicht? Is elk relevant model opgenomen? Als ik al deze modellen door mijn publieke organisatie jaag, doe ik het dan goed? En hoe verhouden de modellen zich eigenlijk tot elkaar? Moet ik bijvoorbeeld alle drie modellen uit het hoofdstuk ‘Omgevingsanalyse-niveaus’ gebruiken om een juiste inschatting van de relevante partijen uit de omgeving te kunnen maken of volstaat één model? Of moet ik voor het antwoord op deze vragen een adviseur van Berenschot inhuren? Er begint me iets te dagen…

KPMG´s drietrapsraket

Marlies Martens, Kees-Jan Groen, Betram van der Wal, Publiek Management – 65 modellen, FC Klap, Utrecht: 2002.

Het KPMG-boek dan. Eén van de lezersreacties op Amazon.com is voor mij veelzeggend: ‘ik kreeg dit boek met kerst van een kennis, een kennis die blijkbaar niet erg op mij is gesteld’. KPMG-consultant Terry Waghorn schreef een thriller waarin de hoofdpersoon en passant een managementmodel uit de doeken doet. En nu valt KPMG er de wereld mee lastig: elke KPMG’er kreeg afgelopen jaarwisseling twee exemplaren, een voor zichzelf en een om aan goede relaties te geven. Nu is de voorkeur voor een roman natuurlijk een kwestie van smaak (en ‘The System’ is duidelijk niet mijn smaak), maar ik vind de combinatie van roman en ‘top-notch’-gedachten over management ongelukkig. In het geval van ‘The System’ kan ik me goed voorstellen dat de geachte lezer het boek om het treurige verhaaltje al in de hoek gooit voordat hij de verheffende managementboodschap bereikt. Ik heb me plichtsgetrouw door 240 pagina’s soapscript heengeworsteld, waarin de hoofdrolspeler levensbedreigingen overwint, het knappe meisje krijgt en de opdrachtgever om onduidelijke redenen het geïntroduceerde managementmodel omarmd. In de laatste pagina’s van het boek zet Ken Blanchard het managementmodel van Waghorn nog even op een rij (zodat je de daaraan voorafgaande roman net zo goed had kunnen overslaan, maar dat terzijde). Volgens Waghorn gaat het bij management om de drietrapsraket Focus, Fortify en Foster Futurity. Het idee wordt in het boek eigenlijk niet uitgewerkt, want de introductie is beperkt tot een uiteenzetting in het begin en aan het eind van het boek. Tussendoor gebeurt van alles, maar meer ook niet. De (beperkte) managementboodschap komt slecht uit de verf, maar de hoofdrolspelers leefden nog wel lang en gelukkig. Dat krijg je blijkbaar als je een managementroman schrijft.

Heeft u wat aan deze boeken?

Samenvattend: heeft u wat aan deze boeken? Het liefst zeg ik nee, reden waarom ik na lezing teleurgesteld ben. Als dit is hoe de aan stevige kritiek blootstaande adviesbranche op haar talloze bedreigingen denkt te kunnen antwoorden, staat de implosie van de sector écht voor de deur. Gemakzuchtig, oppervlakkig, holle woorden: wie heeft daar nog geld voor over? Toch zorgt ook nu weer mijn positiviteitsdrang voor een genuanceerd antwoord op de zojuist geformuleerde hamvraag. Want het Berenschotboek geeft inderdaad een algemeen overzicht van veelgebruikte publiekmanagementmodellen, en voldoet daarmee in al haar oppervlakkigheid aan wat ik hier maar als doelstelling afleid. En liefhebbers van driestuiverromannetjes krijgen met het boek van Waghorn (copyright KPMG) een dermate afgemeten injectie managementdenken dat niemand het er niet mee eens kan zijn. Ha, kan ik toch nog met een lichtpuntje eindigen.

Drs. R.M. (Robin) Janszen MMC, bedrijfskundig econoom, is organisatieadviseur van VDBCONSULTING. Hij werkt voor verschillende opdrachtgevers aan de ontwikkeling en uitvoering van uiteenlopende veranderingstrajecten. Daarnaast is hij als docent verbonden aan diverse MBA- en universitaire opleidingen.

RECENSIES
ManagementSite heeft een apart onderdeel met meer dan 50 recensies. Een kleine greep:

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Allereerst is het zeer verheugend dat iemand een recensie wil schrijven over een publicatie. Dat geeft – los van het oordeel van de schrijver – toch enig inzicht.
Het is echter lastig als een medewerker van het ene adviesbureau de instrumenten van medewerkers van de concurrentie gaat beoordelen. Ik proef in dit stukje toch ook een poging tot diskwalificatie van KPMG en Berenschot. ( “Nu valt KPMG de wereld ermee lastig” en ” er begint me iets te dagen” )
Voorts is het de vraag of de recensent zich heeft ingeleefd in de doelgroep, of zich simpelweg opstelt als docent?
Tot slot wil ik opmerken dat ik mij niet druk maak om taal- en spelfouten van anderen. Zolang ik maar begrijp wat er staat. Muggenziften wekt de indruk dat iemand inhoudelijk niets te melden heeft. Iemand die zich daarover WEL uitlaat, moet kritisch zijn op zijn of haar eigen spelling. Daardoor is een constructie als “de opdrachtgever omarmd” niet acceptabel (geen voltooid deelwoord, dus ‘omarmt’ ).
Natuurlijk is het denkbaar dat de resencent zich echt heeft geërgerd aan vorm en inhoud van de beide boeken. Voorlopig concludeer ik echter dat ze interessant kunnen zijn!

Beste Guus,
Een Engels gezegde luidt: ‘everyone’s a critic’. Dat geldt kennelijk voor ons allebei. Om te beoordelen of sprake is van beroepsnijd of mijn eerlijke mening over twee boeken, raad ik je aan beide boeken eens te lezen. En je hebt gelijk: muggenziften over spelling wekt de indruk dat je inhoudelijk niets te melden hebt. Ik ben benieuwd wat jij van beide boeken vindt!
Robin Janszen

x
x