Channels

Tip vooraf: wie feministisch gesproken een zwakke maag heeft, kan dit stukje beter niet lezen.

Van alle problemen die vrouwen kunnen meemaken, vind ik hun veronderstelde geringe aanwezigheid in topfuncties verreweg de minst belangrijke. Preciezer, ik vind het een non-probleem. Dat het toch zo’n aandacht krijgt, geeft slechts aan dat het een elitair dingetje is: ‘daders’ en ‘slachtoffers’ verkeren in dezelfde kringen en bestoken elkaar met rapporten en columns: Topvrouwen… houdt het getob dan nooit op?   En ik doe er nu ook aan mee.

We praten over een handjevol banen dat volgens sommige vrouwen (en al dan niet spontaan volgens wat mannen) genderkundig niet eerlijk verdeeld is. Tjonge! Er zijn heel wat meer banen die gewoon worden geschrapt of die alleen op flexbasis worden ingevuld. Ik kan me zo maar indenken dat een normaal mens dit een belangrijker probleem vindt dan de vraag of dames die het toch al goed geschoten hebben, nog meer aan hun trekken kunnen komen.

Lees ook:

Topvrouwen... houdt het getob dan nooit op?

Los daarvan valt het met die oneerlijkheid heel erg mee. De meeste topbanen worden vervuld door hoogopgeleide mensen die ouder zijn dan 45. Bij dit soort banen hoort dat je full time beschikbaar bent (waarbij full time beschikbaar niet gelijk is aan 36 uur op kantoor zitten). Ik vind dat doodnormaal en wie twijfelt, moet even naar de loonstrookjes van toppers kijken en naar het verreikende effect van hun functie op medewerkers en omgeving. Hoogopgeleiden vrouwen van boven de 45 maken 18% van het totaal uit. Laat dit nu overeenkomen met de 19% vrouwen in topfuncties! Bel anders even met het CBS.

Het klopt dat vrouwen het zich moeilijk maken door weinig technische en cijfermatige studies te volgen en dus niet snel op topbanen in de maakindustrie terecht komen, maar daar staat hun ‘oververtegenwoordiging’ in de zachte sectoren weer tegenover.

O wacht, zou dat ook de vaak wat lagere beloning kunnen verklaren? Goed geraden. De zachte sectoren zijn doorgaans van de overheid en daar wordt minder betaald dan in het zakenleven.

Komt bij dat steeds meer vrouwen dan mannen gaan studeren (ik kom daar later op terug) en dus mag je verwachten dat er nog heel wat aspirant-toppers in de pijplijn zitten. Just give it a time, zou ik zeggen.

Time? Dat had ik niet moeten zeggen, want volgens geharnaste voorstanders van meer vrouwen in topfuncties gaat het om méér dan rekenkundige gelijkwaardigheid. ‘Vrouwen resp. gemengde managementteams zijn veel beter voor de besluitvorming, de sfeer en winstgevendheid van organisaties dan eenzijdig door mannen gedomineerde teams.’ Anders gezegd, er is een maatschappelijk belang gemoeid met het vergroten van de aantallen vrouwelijke bazen. En dat rechtvaardigt een bij wet afgedwongen vrouwenquotum, vinden sommigen die op de koop toenemen dat zo’n wettelijk rantsoen elke benoeming suspect zal maken (‘quotumkipjes’).

Het gekke is dat ik over de heilzame invloed van vrouwen in de top weinig wetenschappelijk materiaal heb gevonden. Eén onderzoek waar een lichte relatie werd gezien met een beter eigen vermogen van de onderneming en een droogzwemproef met studenten die bedrijfje mochten spelen. Ik zal onvolledig zijn, maar ik laat me niet snel overtuigen. Als de causale relatie tussen de samenstelling van een managementteam en bedrijfsmatig succes zo simpel en eenduidig is, dan zou zelfs het verguisde mannenbolwerk allang overstag zijn gegaan, want geld en winst.

Ik geloof er geen snars van. Evenmin van die veel geprezen verbindende kracht van topvrouwen.

Kennelijk vergeten de gelovigen dat je pas hoog wordt als je goede eigenschappen combineert met een paar minder fraaie.

Dat geldt ook voor vrouwen, leuk of niet, taboe of niet. Noem het ‘der Wille zur Macht’, dat klinkt wat chiquer. Ik laat aan de lezers over om daar een paar praktische verschijningsvormen bij te denken.

Komt bij dat er een paar (ook door vrouwen erkende) typische vrouweneigenschappen zijn die in de top zeker niet minder manifest zijn. Integendeel. Het olifantengeheugen om gebeurtenissen tot in de kleinste details te memoriseren en – tweede ding – de onversneden wraaklust om die herinneringen op te halen en bot te vieren. Over mannen valt ook veel naars te zeggen, maar op dit punt ontbreekt zelfs de schijn van deze erfzonde.

Kortom, wie als vrouw de top wil bereiken, moet gewoon haar best doen en niet zeuren. Ik ben totaal ongevoelig voor allerhande sociaal-culturele analyses over zorg en privé. Ik ontken ze niet, maar wie een grote/hoge meid wil zijn, moet toch minstens in staat zijn dit te regelen, zonder dat er een heel parlement aan te pas hoeft te komen.

Laat ik het nog gekker maken. Als er ergens noodzaak van een quotum is, dan is dat wel in het onderwijs, met name het basisonderwijs.

Een omgekeerd quotum om precies te zijn. Bijna geen man meer te bekennen! Het onderwijs is vrijwel volledig gefeminiseerd. De vrouwelijke moraal domineert en drukt alles wat jongens eigen is weg. Competitie, cijfers, zelfs wilde spelletjes, het geeft maar onrust, dus jongens, stil zitten! Lees eens wat columns van Aleid Truijens en je bent bijgepraat.

Het gevolg van deze feminisering is dat jongens in toenemende mate school als een wezensvreemd element in hun leven beschouwen. Ze mijden school of vallen vervroegd uit.

De veronderstelde inhaalslag van meisjes in het hoger onderwijs is niets anders dan een uitstotingsverschijnsel.

Maar zelfs dat is niet genoeg, want minister Bussemaker gooit er op de valreep nog wat miljoenen tegenaan om meer vrouwelijke professoren benoemd te krijgen. ‘Ja maar, we staan op de zeshonderdendertigste plaats, net boven Sierra Leone en Tsjaad!’. Ik zou zeggen: zie hierboven de ongekende overdaad aan parttimers. En lees ook het artikel dat prof. Steven Verhelst, hoogleraar chemische biologie in Leuven, in De Volkskrant van een tijdje geleden schreef.

En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik vrees dat ik me al voldoende mikpunt heb gemaakt.

Ik beperk me daarom tot slot met een tip aan degenen die me het liefst met de grond gelijk zouden maken:

Kijk eens naar de echte vrouwenonderdrukking in Nederland en maak daar een punt van.

Bussemaker die gelukkig vertrekt, kwam niet verder dan de mededeling dat de achterstelling van vrouwen een kwestie van een andere cultuur is en wellicht een faseverschil. Hoe durf je als minister van emancipatiezaken!

Paul Verburgt

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Een bijzonder zwakke column. Getuigt van te weinig kennis van zaken en een typisch voorbeeld van:” dit probleem is niet erg, kijk eens, deze groep heeft het nog veel zwaarder”. De schrijver lijkt de aansluiting met de huidige generaties te hebben verloren. Dat er te weinig vrouwen werken in de top (ja dat is zo) is dezelfde kant van de medaille als de oververtegenwoordiging van vrouwen in het onderwijs.
Alice Vellinga, bestuurder Zienn en Het Kopland én moeder van twee zonen.

Ik had me graag laten overtuigen met inhoudelijke en cijfermatige weerleggingen van mijn argumenten (want dat is de bedoeling van Managementsite), maar ik lees ze niet in de reactie van mevrouw Vellinga. Wel lees ik dat ze me dom en oud vindt. Geloof duldt geen twijfel.

Paul Verburgt

Wat was uw gedachte toen u dit schreef?
Wat is de expliciete boodschap die u uw lezersgroep wilt meegeven? (Zijn dat dan overigens overwegend mannen?)

Welke doel had u voor ogen bij deze publicatie?
Denkt u hiermee dat het doel bereikt is?

Martha,

Een schrijver wil gelezen worden, ook al is het twee jaar na publicatie. En zo oud is mijn column.

Er is sprake van een lichte opleving van de belangstelling voor mijn stukje, want op twitter werd ik er deze week ook op aangesproken. Nou ja, gesproken? Zeg maar aangevallen. Ik was (ben) zuur, gefrustreerd, sneu en stuitend. Kortom het gebruikelijke ad hominem repertoire als je kritische kanttekeningen plaatst bij een dogma.

Wat was mijn motivatie? vroeg de twitteraarster. En u doet dat nu ook.

Ik vind het een opmerkelijke vraag. In plaats van in te gaan op mijn argumenten wordt gevraagd naar mijn geestestoestand tijdens het schrijven. Ik kan u verzekeren dat die prima was en nog steeds is, maar het doet er niet toe.

Ik heb naar aanleiding van uw commentaar nog eens mijn column doorgelezen. Ik neem er geen woord van terug, integendeel, hij is nog steeds actueel. En alle al dan niet impliciete veronderstellingen dat ik een misogyne reactionair zonder dochters ben, leg ik fluitend naast me neer. Of nee, inspireren me tot nog meer van dit soort columns.

Dat de avatar in de kantlijn van uw commentaar een mannetje is, is natuurlijk wel een punt in mijn nadeel.

Paul Verburgt

Respect voor de auteur die een onpopulair standpunt durft in te nemen.
Zelf merk ik opstandigheid als het gaat over een ‘quotom voor vrouwen in de top’,
ik zie juist dat vrouwen meer kansen krijgen (het is zelfs ‘mode’ om vrouwen in de top te benoemen).

Mijn oplossing, als het quotom voor vrouwen in de top dreigt te komen ga ik de barricaden op voor een quotom voor mannen in het lager onderwijs, en voor mannen in de zorg.

Benieuwd wat voor tegenargumenten er dan gaan komen……

De auteur verdient respect voor een onpopulair tegen-de-stroom in geluid.
Hier een voorbeeld uit eerste hand van een vrouwelijke voorzitter van de Raad van Bestuur van een grote not for profit organisatie. Ze had een vacature voor CFO en wilde perse een vrouw. Ze huurt een vrouwelijke head hunter in, gespecialiseerd in,. . je raad het al: vrouweijke kandidaten. De oogst was volgens de vrouwelijke voorzitter zeer mager, slechts enkele kandidaten en geen enkele voldeed aan de geschiktheidseisen. En nu de uitsmijter: een van de afgewezen dames belde de voorzitster, en melde:” ik weet wel een geschikte kandidaat, mijn man.”
Haar en mijn conclusie: ‘ze zijn er niet’.

Toon alle 6 reacties
x
x