Geliefd onder consultants en managementgoeroes: De Best Practice. Kijk naar Google, leer van Semler en doe als Nike. Hoe inspirerend die best practices ook mogen zijn, ze kunnen nooit dienen als bewijs dat iets werkt.

Voorbeeld

“Welkom op dit tweedejaars college Geneeskunde. Graag wil ik jullie laten kennismaken met Henk. Henk is 83 en kerngezond. Hij eet iedere dag een boterham met pindakaas als ontbijt, gaat op zondag naar de kerk en rookt eens per maand een sigaartje. Mochten jullie later als arts aan het werk gaan, vertel jullie patiënten dan dat ze met een boterham met pindakaas, een gang naar de kerk en een heerlijk sigaartje op zijn tijd ook heel gezond oud zullen worden!”

De wereld zou te klein zijn als blijkt dat studenten Geneeskunde op deze manier hun vak als arts zouden leren. We weten maar al te goed dat één voorbeeld helemaal niets hoeft te zeggen over de relatie tussen die boterham, kerkgang, een sigaar en gezondheid. Helaas ontbreekt deze wijsheid volledig bij de gemiddelde managementconsultant. Bij hen is het gebruik van best practices (of succesvoorbeelden) een veelvoorkomende methode om hun gelijk te onderbouwen. Een doodzonde, en daarom is de best practice managementmythe van deze maand.

Een best practice is anekdotisch bewijsmateriaal

Een best practice is niets meer dan een anekdote die toevallig goed uitkomt in het verhaal van een consultant of goeroe. U leest bijvoorbeeld in het artikel ‘Moeite met het stimuleren van innovatie?’ van Ton Verbeek : ‘’Zo liet men zich onlangs bij een Engels ziekenhuis inspireren, door de ‘pit-crew’ van de Ferrari renstal. Een aantal standaardprocedures van de Italianen, werden door het personeel van de operatiekamer overgenomen. Door het kopieergedrag, wist men het aantal technische fouten op de intensive care met 42% terug te dringen!”.

Nu gun ik natuurlijk ieder ziekenhuis 42% minder technische fouten. Maar voordat iedere ziekenhuisdirecteur nu enthousiast een uitje naar Ferrari gaat organiseren, lijkt het me verstandig om even kritisch na te denken. De redenering in dit voorbeeld berust op de beroemde drogreden ‘post hoc ergo propter hoc’: na dit, dus vanwege dit. Verbeek suggereert dat die afname van 42% komt door het bezoek aan Ferrari. Maar waarom zouden we daar zo zeker van zijn? Als het ziekenhuis in het ene jaar 100 fouten maakte en het jaar erop maar 58, neemt het aantal fouten inderdaad af met 42%. Maar als blijkt dat er in het jaar ervoor ook maar 58 fouten werden gemaakt, kan er ook sprake zijn van een normaal fluctuerend patroon. Of misschien kwamen er wel minder mensen op de intensive care, waardoor het aantal fouten ook afnam. Een andere verklaring is de komst van een nieuwe collega die met zijn frisse blik allerlei technische fouten wist te herkennen en had die afname niets met Ferrari te maken. Of misschien was dit wel het slechtst presterende ziekenhuis van Engeland, en had een middagje brainstormen met een krat pils en een flipover net zulke goede resultaten gegeven.

Wat heb je dan wel aan een best practice?

Een best practice is ongeschikt om causaliteit aan te tonen. Eén zwaluw maakt immers nog geen zomer. Een anekdote zoals de ‘pit-crew’-interventie staat mijlenver af van een gecontroleerd experiment met controlegroepen, representatieve ziekenhuizen en onafhankelijke onderzoekers. Er zitten zoveel mogelijke haken en ogen aan de generaliseerbaarheid van zo’n voorbeeld dat je het nooit mag gebruiken om causaliteit (‘een bezoek aan Ferrari leidt tot afname van het aantal technische fouten’) te suggereren. Wie dat wel doet, doet aan pure misleiding.

Waar u een best practice wel voor kunt gebruiken, is om uw mening te illustreren. Als Verbeek had gezegd dat hij het leuk vindt dat bedrijven eens wat vaker bij een ander bedrijf moeten kijken, is het gebruik van het Ferrari-voorbeeld geen enkel probleem: ‘Beste mensen, er is een ziekenhuis in Engeland waar ze bij Ferrari op bezoek zijn geweest. Ik vind dat erg leuk’.

Richard Engelfriet, auteur van De Succesillusie. Hoe trainers, goeroes en consultants u dagelijks bedriegen.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Uiteraard ben ik ook al jaren nieuwsgierig geweest naar het succes van bol.com, dus ik ben nu aan het lezen “Het geheim van bol.com”, echt heel spannend geschreven door Michel Schaeffer die het allemaal van heel dichtbij heeft meegemaakt. En ik was dus wel een beetje bang dat hij in de verleiding zou zijn gekomen om van zijn succes de zoveelste managementmythe te maken en die dan te gaan verzilveren. Maar dat is mij echt reuze meegevallen. Hij is niet vergeten om ook Vrouwe Fortuna te bedanken. Natuurlijk hebben ze bij bol.com méér dan hun alleruiterste best gedaan, maar Michel Schaeffer geeft zonder meer toe dat ze herhaaldelijk langs de rand van de afgrond zijn gegaan, en dus ook geluk hebben gehad. Als hier al een succesformule inzit, dan is het wel dat je bestand moet zijn tegen heel wat slapeloze nachten zodra je, ondanks al je inspanningen, met al je dromen een poos langs de rand van de afgrond scheert. En dat ze fouten maakten? Ja, maar daar kwamen ze pas later achter dat dat fouten waren, maar ze waren dus wel een lerende organisatie, maar dus zonder a priori succesformule. Zoals de filosoof Kierkegaard al zei: het leven moet voorwaarts geleefd worden, maar kan pas achteraf begrepen worden. Daar kan geen managementmythe tegenop.

P.S., ik lees op de achterflap over Michel Schaeffer dat momenteel: “is hij commissaris bij diverse bedrijven en adviseert hij organisaties over digitale en groeistrategieën”. En het zal me dus niet verbazen als hij daar iedereen zegt dat hij helemaal geen succesformule heeft, maar dat men natuurlijk wel van zijn ervaringen kan leren, vooral dat het altijd weer anders kan lopen dan je van te voren had gedacht. Het zal me zelfs niet verbazen als hij ronduit durft te beweren dat NIEMAND een succesformule heeft.

Iedereen die anders beweert, slaat baarlijke nonsense uit ;-)

Als bij-herhaling-lijdend-voorwerp ben ik in deze contreien al heel erg opgelucht als ik daar een vooraanstaand iemand aantref die eens geen baarlijke nonsens uitslaat. Ook heel interessant in het boek is trouwens die passage over een collega die naar Amerika was geweest en het toen flink te pakken kreeg qua wildeplannenmakerij, maar die hebben ze toen toch gelijk weer met twee benen op de grond gezet. Ik heb u lief mijn bol.com. Ik heb u lief mij nuchter nederlandje.

Heerlijk artikel. Er is zoveel quick and dirty onzin op de markt. Helaas ook in flinke mate in ons vakgebied.

Toon alle 5 reacties
x
x