Channels

Ons nieuwe kabinet gaat voortvarend te werk. En terecht overigens. Zo is onze minister Donner actief aan de slag om de Rijksdienst te transformeren naar een compactere overheid. Met een slimme bedrijfsvoering opdat de schaalvoordelen die we als Rijk hebben maximaal worden benut.

Goede plannen!

Zo worden er een groot aantal verbetertrajecten daadwerkelijk in gang gezet waar we jaren geleden alleen maar van konden dromen. Een paar sprekende voorbeelden: het aantal datacenters (nu nog meer dan 60) wordt teruggebracht naar het aantal dat op de vingers van één hand te tellen is, het aantal inkooppunten (nu nog meer dan 350) voor de boodschappen (meer dan €10 miljard bij maar liefst bijna 70.000 leveranciers) wordt teruggebracht tot enkele tientallen, alle ambtenaren van de rijksdienst komen in algemene dienst (nu heeft men nog een dienstverband met de afzonderlijke elf ministeries), alle 27.000 Haagse rijksambtenaren worden ondersteund door één ICT dienstverlener die marktconform moet werken en er worden maatregelen genomen om de huidige vier miljoen vierkante meters aan kantoorruimte die het rijk nu gebruikt (zijnde meer dan 10% van alle kantoren in ons land) effectiever in te zetten. Flink wat laken voor de schaar dus.

Lees ook:

Huh..., veranderprincipes?

Daadwerkelijke realisatie?

Maar interessant is natuurlijk de vraag hoe we dat allemaal gaan realiseren. Daadwerkelijk implementeren met zichtbare performanceverbeteringen. Onze veranderervaring als overheid is namelijk niet op alle punten even positief. To put it mildly. De natuurlijke neiging bestaat namelijk om te denken vanuit bestaande structuren, kolommen, posities, procedures en regels. En juist dat moeten we nou net zien te doorbreken. Bekend is immers dat meer dan 70% van de veranderingen niet datgene oplevert wat vooraf was bedacht en beloofd. En ook is bekend dat er sprake is van een 20-60-20 verdeling ten aanzien van de participatie bij een verandering: 20% is enthousiast en doet actief mee, 60% kijkt de kat uit de boom en wacht rustig af en 20% is tegen en zet de hakken eens (diep) in het zand en is tegen.

Andere aanpak

Volgens mij helpt het dus echt om eens met een iets andere bril naar deze vraagstukken te kijken. Om buiten de bestaande kaders te denken en acteren. Om je de vraag te stellen ‘waarom gaat het eigenlijk zoals het gaat?’ en ‘hoe succesvol waren die eerdere aanpakken eigenlijk allemaal?’. En wat heeft het at the end of the day dan concreet opgeleverd? En wat kunnen we daar dan van leren? Dat moet dan ook de stimulans zijn om een aantal zaken fundamenteel anders aan te pakken. Om de problemen anders aan te vliegen. Om in de termen van Covey te beginnen met het einde voor ogen en om dan terug te redeneren. Om werkplezier weer een prominente plek te geven. Om het wenkende perspectief, het beloofde land, krachtig en duidelijk neer te zetten. Om die sense of excitement ook te laten landen bij alle collega’s. En dus niet alleen bij een paar early adopters! Om de eindgebruiker, afnemer of klant – wie dat dan ook mogen zijn – een dominante(re) rol te geven in het verandertraject: uiteindelijk doen we het daar toch immers allemaal voor! Om het verantwoordelijk management de eerste zichtbare stappen te laten zetten (‘see-feel-change’). Dus om ‘samen’ het werk te verdelen, ieder vanuit eigen kracht en verantwoordelijkheid.

Schaarste helpt

Kort & goed: niet meer van het zelfde, maar anders, slimmer, handiger, leniger. Dit alles volgens het motto: ‘als je doet wat je deed, krijg je wat je al kreeg’. In een totaal veranderende wereld kun je als organisatie immers niet blijven zeggen: ‘maar bij ons blijft alles hetzelfde’ of ‘zo doen we dat hier’. Dat is echt onmogelijk. Zeker als je pretendeert dat je als organisatie midden in die samenleving staat. En je dus op aarde bent als overheid om publieke waarde te creëren! En één ding is absoluut zeker: de huidige schaarste kan ons daar geweldig bij helpen.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x