Channels

‘Ken je dat? Er staat een enorme roze olifant op tafel tijdens de vergadering en niemand benoemt hem.’
‘En wie kent deze: had ik maar…!’

Steevast steekt een meerderheid van het publiek zijn hand omhoog. Herkenning alom.
Die herkenning is niet onverdeeld positief. De meeste reacties in de pauze laten zien dat het frustreert, dat we ons soms schamen dat we zelf niet moedig genoeg zijn, dat we daar beter in zouden willen zijn. Moedig zijn is niet zo makkelijk. Maar het loont wel.

Waarom negeren we die roze olifant, hier maar even liefkozend DRO genoemd?
DRO is ongemakkelijk. Hij ruikt niet lekker, voelt niet lekker.
DRO roept angst op. Hij is groot, hij roept onzekerheid op of is potentieel gevaarlijk.
Kortom: DRO is onpopulair. Hij staat voor een werkelijkheid die we wel voelen, soms ook zien, maar liefst negeren. Want DRO past niet bij de flow waar we net in zitten. Of hij doorbreekt de consensus of bedreigt onze verwachtingen en wensen… wie zou zo’n beest nou wel graag in de ogen kijken?

Punt is: DRO gaat niet weg, ook al wordt hij massaal genegeerd. Hij is aanwezig, we zien hem uit onze ooghoek en hij roept ongemak op. En frustratie. Ergens weten we dat hij wel benoemd zou moeten worden. Want DRO heeft effect op de resultaten of op het proces. En het negeren jeukt. Omdat we de vergadering daardoor minder effectief vinden. Omdat we ons team daardoor als minder open ervaren. Omdat we onszelf verwijten niet moedig genoeg te zijn.

Lees ook:

Elkaar aanspreken?

Om die en andere redenen staat DRO wel vaak in de belangstelling bij het koffiezetapparaat.

Dat kan beter. Maar hoe?
DRO niet benoemen heeft te maken met groepsdynamiek, met bijvoorbeeld de angst om buiten de groep te vallen, met liever leven met de wenselijkheid dan met de werkelijkheid. Dat besef leidt al tot een kleine opening: jezelf en elkaar wat vragen stellen.
1. Wie is DRO precies, waarom maak ik hem niet bespreekbaar, welke belangen worden bedreigd door DRO?

Stap 2 is de constatering dat DRO geadopteerd moet worden. Door 1 of meer. Wat is het belang van DRO en wie doet er mee? Voor het antwoord op die vragen zijn informele koffiemachine of op-de-hoek-van-het-buro-zit gesprekjes uitstekend.

Stap 3 is afspreken wanneer DRO bespreekbaar wordt gemaakt en hoe. Dat kan door voor een meeting met de voorzitter te sparren. Het kan ook tijdens de vergadering. Dat hangt af van het gewicht van DRO en de aard van het team (en de voorzitter).

DRO bespreekbaar maken vraagt een beetje emotionele intelligentie. Je moet jezelf kennen en het team. Sommigen van ons zijn out-going en durven DRO in een keer in het licht te zetten. Anderen weten de spotlight subtiel op DRO te richten door gerichte vragen te (blijven) stellen. Socrates zou jaloers op ze zijn.

DRO ter sprake brengen is spannend. En niet zonder risico. Daarom is het belangrijk je angst of onzekerheid te onderkennen, maar niet de regie in handen te geven. Jezelf de vraag stellen: wat wil ik hiermee bereiken? Hoe wil ik dat we de vergadering verlaten? Is een prima richtsnoer om je aan vast te houden. Het legt de focus op waar je heen wilt en helpt koers te houden.

Iets anders vraagt ook nog om reflectie: wat is mijn motief om DRO ter sprake te brengen? En welke belangen spelen er voor anderen mee? Dit om te voorkomen dat je verkokert en een missionaris wordt die net zo impopulair wordt als DRO zelf. Met je moedige gedrag wil je tenslotte een effect bereiken en dat effect heeft integriteit en een slimme inzet nodig.

Ik verlaat de vergadering met een slaande deur. Het Kafkaiaanse tafereel achter me latend met stoom uit mijn oren. ‘Hoe is het mogelijk!’ Heb ik gelijk? Natuurlijk heb ik gelijk.. Een collega schuift later aan aan mijn buro. ‘Liet jij je even lekker in de kaart kijken!’ Nee, dat is lekker. Een beetje support was fijn geweest. ‘Heb ik het mis dan?’ vraag ik. ‘Nee’, zegt mijn collega, ‘maar je punt verdient dat je het spel beter beheerst dame. Wil je effect of eenzaam in je gelijk staan?’ ‘Damn!..’ grom ik. Ik slik. Ik leer. Volgende keer anders. Volgende keer beter!

DRO aankijken lijkt van tevoren vaak erger dan als hij eenmaal aan tafel mag zitten. Wat je vreest is meestal minder erg dan wat blijkt in de praktijk. En als het wel ernstig is, is snel handelen helemaal te verkiezen boven negeren. De wenkbrauwen van DRO staan er een beetje onschuldig van omhoog. ‘Ik ben er nou eenmaal..’.

Het is boeiend te zien, dat het aankijken van de werkelijkheid in zowel de zakelijke als persoonlijke sfeer vaak meer oplevert dan kost. DRO 9789024404711_w215verdient daarbij wel onze skills en goede motieven. Nou ja, daar zijn we zelf bij. Oefenen dus en vooral: gaan!

Marinca Lipsius, oprichter van ML&P. Met Remco Claassen auteur van Factor MOED, durven kiezen en volharden in BV Nederland, Boom, 2016.

 

 

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Mooi verwoord, en zie hier zeker een roze/rode draad van binnen de organisatie.

x
x