Channels

Hoe vaak maak je het niet mee? Je mailt iemand, je krijgt een out-of-office reply terug, maar twee minuten later toch ook een mailtje met een antwoord. Al dan niet begeleid met het zinnetje “Verstuurd vanaf mijn iPhone”. Welk dilemma ontpopt zich in deze tijd van Het Nieuwe Werken?

In zijn recente boek “The Shallows” maakt Nicholas Carr zich grote zorgen over de overload aan digitale informatie die momenteel op ons af komt. De totale hoeveelheid informatie die we op elektronische apparaten produceren, gaat nog dit jaar de zettabyte (een 1 met 21 nullen) overtreffen, zo zijn de schattingen. Door de veelheid aan informatie scannen we teksten nog hooguit vluchtig. Daardoor verliezen we het vermogen om langer onze aandacht bij één onderwerp te houden, zijn we minder in staat om diep te reflecteren, en vergeten we eerder en vaker wat we geleerd hebben.

Ik geloof hier niet in. Er zijn al eeuwen lang gevulde bibliotheken, er zijn al anderhalve generatie lang veel meer kanalen op tv dan je zou kunnen bekijken: allemaal voorbeelden van information overload die niet tot massale vervlakking of veranderde mentale capaciteiten hebben geleid. Zoals Clay Shirky het in 2008 reeds formuleerde: Het draait niet om information overload, maar om filter failure.

Maar er is wel iets anders aan de hand met betrekking tot de informatie die op ons af komt. Dat betreft de 24 uurs-bereikbaarheid. Kennis kun je makkelijk filteren, maar een claim op een antwoord, op je mening, op een eerste reactie is een stuk lastiger. Deze ban van bereikbaarheid zie ik als steeds groter probleem in mijn praktijk als managementcoach. Hoe hoger de positie van de manager, hoe vaster de Blackberry in zijn handpalm geplakt is. Met zijn vingertoppen beroert hij vaker zijn iPad dan zijn partner. Hij bedient zijn smartphone veelvuldiger dan dat hij zijn klanten bedient. ‘Zij’ mag overigens ook, maar meestal is het ‘hij’. Des te belangrijker zijn positie, des te bereikbaarder moet deze leider zijn.

Lees ook:

Teveel aan uw hoofd?

Vakantie is geen reden om geen reactie te geven op een rapport, een congres bijwonen geen reden om de mail van die dag niet te beantwoorden. Sterker nog: out-of-office zijn we allemaal steeds vaker, maar daarmee zijn we nog niet out-of-reach. Out-of-reach is het nieuwe managementtaboe. We staan op onze achterste benen als een manager na twee dagen nog niet gereageerd heeft op een dringend mailtje of een ingesproken voicemail.

Nicholas Carr heeft het over een “flood of digital information”. Dat roept bij mij het beeld op van een nieuw soort tsunami. In termen van bereikbaarheid gaat het dan om een “flood of digital claim”. Maar wat wordt in deze zondvloed – of moet ik zeggen zendvloed – de reddende ark? Hoe gaan we in de toekomst om met deze überbereikbaarheid? Mogelijk zien we een nieuwe vorm van sabbatical ontstaan, waarin we gedurende een periode een Social media Leave hebben in plaats van een Sabbatical Leave. Lassen we jaarlijks massaal een “no tech ramadan” van 40 dagen zonder internet in, zoals TED-organisator Jim Stolze dat deed. Ik denk dat de ban der bereikbaarheid niet alleen huwelijken kost, maar ook de volksgezondheid op het spel zet: de constante bereikbaarheid levert een stress op die we constant toelaten in ons bestaan. Of we nu op een berg zitten, in de file staan of met het gezin op weg zijn naar de Efteling. Mooi dat nieuwe werken, maar met een en hetzelfde mobiele nummer zijn werk en privé niet langer te scheiden. En een mobiel van het werk niet meenemen lijkt een contradictio in terminis. Het apparaat heet niet voor niets ‘mobiel’.
Ik voorzie dat we in de nabije toekomst steeds meer last gaan krijgen van deze communicatieclaimcultuur. Het is de keerzijde van het Nieuwe Werken.

We zullen virtueel gerelateerde verslavingen ontwikkelen, van App Addiction tot Twitter Tirannie, van het social-network-syndroom tot SMS-stress.

Tip voor de feestdagen: begin een social media dieet om de RSS-feeds tegen te werken. Een goed voornemen, waarvan de hoop op 3 januari alweer vervlogen is, vanwege een volle inbox en een alles opslokkende twitterstream…

Nog een gedachte over bereikbaarheid en leiderschap. Hoe zat het ook al weer met God? De ultieme leider toch. Is God niet juist onbereikbaar? En als dat de hoogste positie is, waarom streven wij Zijn ideaal dan niet na?

Of moeten we het beeld van God bijstellen? Als in: “Ik zag God en zij was zwart”, maar dan anders. Waarom durven we niet out-of-reach te zijn? Omdat we nu eenmaal echt nodig zijn? Omdat we zogenaamd nodig zijn? Omdat we ons onvervangbaar achten? Omdat we ons onmisbaar maken? En als dat zo is, is dan het structureel invoeren van een out-of-reach beleid voor managers niet gewoon de ultieme test om te zien of deze managers hun organisatie goed op poten hebben staan? De test om te kijken of een manager gewoon hier kan zijn. Waar hij ook is. Zodat hij kan zeggen: ‘Ik ben Out-Of-Reach. Ik ben een en al O.O.R.”

Guido van de Wiel

Bronnen
Clay Shirky: www.web2expo.com/webexny2008/public/schedule/detail/4817
www.boston.com/bostonglobe/ideas/articles/2010/11/28/information_overload_the_early_years/?page=full
www.theshallowsbook.com/nicholascarr/Nicholas_Carrs_The_Shallows.html

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Ècht niet . . .

Ik heb nog nóóit in mijn hele commerciële leven een pieper of een mobieltje gehad. Gewoon, omdat ik niet onder het autorijden wil worden afgeleid. Ook niet op het toilet of ’s avonds na 19:00 uur. Nog nóóit een order gemist of een ramp veroorzaakt omdat ik nèt even niet bereikbaar was. Soms, als ik naar iets belangrijks moet en er mensen op mij wachten, dan leen ik het mobieltje van mijn vriendin. Is eigenlijk óók onzin: als ik wat later kom weet ieder zinnig mens waar ik ben: in de Filé Hollandaise. Waar anders?

Het komt voornamelijk omdat mensen steeds maar iets van me willen. Reclame komt als Multi dimensionale yoghurt van alle kanten op mij af en men sluipt zelfs in de telefoon menuutjes als ik zelf iemand bel. Sterker nog: het eerste wat ik hoor is wat het me gaat kosten. Dat staat super krenterig en als je van dat dubbeltje per minuut rijk moet worden . . .

Het is ook de verloedering die explosief doorwoekert. Op je gemak gaan zitten bellen in een restaurant of onder een presentatie. Hoe háál je het in je hoofd!!! Gesprekken die ontaarden in “biljarten over de band”, waarbij ik steeds het gevoel krijg dat de beller het óók tegen mij heeft. Of als ik word geparkeerd: “Even een gesprekje op de andere lijn”. Dan gooi ik gewoon de haak (ècht wel) erop, wie het ook is.

Evolutie
Mannen werden door vrouwen beoordeeld (en geapprecieerd) op hun vermogen om de soort te laten voortbestaan. Dat wàs ooit zo en is nog stééds zo. Alleen de communicatiesymbolen veranderden in de loop van de tijd. Ooit betrof dat het vermogen om veel beren te vangen, vijanden te verdrijven of invloed in het plaggendorp. Mannen snappen dat natuurlijk en pasten onmiddelloos hun gedrag dienovereenkomstig aan. Stekeldiertjes doen nu eenmaal van alles om een (of liefst véél) gleufdiertjes te mogen beklimmen.

Dat veranderde niet. Wel de behoeften van den vrouwelijke kunne en dus ook de herkenningssymbolen daarvoor. Tenminste: wat mannen DÀCHTEN dat vrouwen . . . Denk aan sportauto’s, roken, alcoholgebruik, pretsigatetjes en nu dan het aantal “connecties”. Of je wel verbonden bent met deze spannende tijden. Dus worden laptops meegesjouwd in de rugzak, palmtops en iPod’s aangeschaft en natuurlijk het meest zichtbare (hoorbare) connectiegereedschap: de mobile. Moet je natuurlijk wèl gebeld worden, anders sta je voor Wi-Fi-paal. Geen nood: we kenden al de ingehuurde ontmoetingen met meer-of-minder beroemde BN-ers (jaren 80) en het zal m.i. niet lang duren voordat we een telefoontje kunnen bestellen op een tevoren bepaald tijdstip. Om je weg te bellen uit een seminar, onderhandeling of gewoon aan tafel met een zakenrelatie. Staat goed. Kan je trots vertellen over je zichtbare aanwezigheid op Hyves, Facebook of LinkedIn, het aantal clicks op je webpage of . . . even hoor, ja, hallo, met . . .

Nee, ik Twitter niet, ben allergisch voor Chatten, beppen of kleppen en gebruik Skype voor grote data transporten (!!!!) en ja, ik ontvang berichten van een paar geselecteerde websites die ik volg met RSS . Ik bekèn. Maar ik zeg: Als mensen ècht iets van me nodig hebben, dan bellen ze nòg wel een keer. Ik doe niet mee aan communicatie diarree. En dat bevalt me uitstekend.

Jos Steynebrugh
Marketing & Innovatie Consulent

Goh, dat zat je hoog of niet, Jos. Geeft niet hoor… Maar hoe weet je eigenlijk of je niet een order gemist hebt… Kern is dat je dat niet weet als je onbereikbaar bent… Daar drijft de ban van bereikbaarheid op: de angst dat je wel eens iets zou kunnen missen (en daarnaast in ieder geval drijft deze ban ook op oa: plichtsgevoel en profileringsdrang). Goed voor jou dat je uit de ban der bereikbaarheid blijft. Maar gezien de voorbeelden die je noemt blijkt deze manier van omgaan met de nieuwe media dus wel herkenbaar voor jou. Je omgeving is in de ban van bereikbaarheid: zoveel is mij wel duidelijk na het lezen van je stuk. Overigens wel charmant dat je het hebt over “de haak er op gooien”. En dat voor een marketing en innovatieconsulent. Ik denk dat je bedoelt “de hoorn op de haak gooien”, maar ik heb die beiden ook al vijfentwintig jaar niet meer gezien. Je geeft wel de indruk dat je nog belt met zo’n beige PTT-toestel. Is dat zo? Dat zou wel weer gaaf zijn. Retro is in. Maar dat hoef ik jou niet uit te leggen als innovatieconsulent ;-). Nee joh, ik zit maar wat te plagen. Leuk joh, dat je zo geanimeerd reageert! Dank! Guido

Guido, bingo!
die antieke telefoon heb je goed geraden. Was ik ook zéér aan verknocht. Het ding bleef tenminste stáán als je een nummertje deed. Bij de lichte moderne plastic troep moet er eerst, net als bij pleeborstels, een baksteen onder gelijmd worden willen ze blijven staan. Later kwam de Biarritz, een seniorentoestel met knoppen die je niet kan missen zo groot. Ik wacht op een versie met verlichte knoppen zodat je ook ’s nachts een nummer kan kiezen.

Nee, er is een modern Primafoon basisstation met drie satellieten. Die oude toestellen hadden wel een leuk karaktertrekje gemeenschappelijk: ze déden het, altijd. Met die nieuwe is telkens wat:: ze raken in de war, batterij leeg dus terug naar fabrieksspecificaties of ordinair kwijt (ergens onder een kussen of zo).

Ik heb niets tegen techniek: in tegendeel. Maar ik koop geen Tom-Tom in m’n Volvo zolang het ding mijn spraak niet vlekkeloos verstaat ipv levensgevaarlijk gepiel (oude Volvo Navigator waarvan een schijfje van 2-3 jaar oud bijna een Tom-Tom kost) onder het rijden.

En die gemiste order? Ik zal het nooit weten. Wat ik wèl weet is dat iemand die ECHT geïnteresseerd is nog een keer belt. Niet bereikbaar zijn scheelt dan al gauw een karrenvracht onnodige kilometers, zinloze offertes en vooral ergernis.

Groet,
Jos Steynebrugh

Briljant en herkenbaar Guido!

Heb zelf mijn voicemail afgeschaft, in navolging van een hoop Gen Y’ers.

Wat mij trouwens heel goed helpt in dealen met informatieoverload is vertrouwen op mijn onbewuste. Daar waar mijn oog op valt lees ik en vertrouw ik erop dat dat het juiste is voor mij om te lezen. De rest niet.

Ik heb al een paar jaar geleden afgeschaft dat ik het journaal kijk en kranten lees. Ik kijk af en toe DWDD en Pauw en Witteman. Als er verder dingen gebeuren die ik echt zou moeten weten, vertelt iemand ze me wel, of zie ik het op twitter in de populairste hashtags.

Zo wandel ik redelijk fluitend het informatietijdperk door. Moet dan wel op de koop toenemen dat ik anderen hoor klagen over mijn slechte bereikbaarheid :-)

Gr Kim

Toon alle 4 reacties
x
x