Er zijn artiesten die je na één nummer kunt plaatsen. Je hoort drie akkoorden, een stemkleur, een productieformule, en je weet ongeveer waar je bent. Dat kan prettig zijn. Muziek mag herkenbaar zijn. Maar er zijn ook artiesten die iets anders doen. Zij brengen je niet naar een bekende straat, maar naar een plek waar het pad ineens ophoudt. Daar begint het pas. Aurora is zo’n artiest.
De Noorse zangeres Aurora Aksnes, beter bekend als AURORA, laat zich moeilijk in een hokje stoppen. Natuurlijk kun je namen noemen. Kate Bush. Sally Oldfield. Björk. Misschien ook Enya, Florence Welch, een snufje Scandinavische folklore, een vleugje elektronische artpop, een lichaam dat danst alsof het niet helemaal bij deze wereld hoort. Maar zodra je haar daarmee probeert vast te pinnen, glipt ze alweer weg. Aurora is herkenbaar door haar ongrijpbaarheid. Ze is een kruising van een heleboel invloeden, en tegelijk vooral zichzelf.
Dat wordt volkomen duidelijk wanneer je luistert naar het fantastische nummer 'Churchyard' vooral in de live-uitvoering die ze deed voor KEXP, opgenomen in 2018 tijdens Iceland Airwaves in Reykjavik. Die performance is voor mij een soort samenvatting van wie Aurora is. Niet omdat het alles uitlegt, maar juist omdat het niets netjes uitlegt. Het nummer is geen gewone popsong. Het is lied, ritueel, toneel, bezwering en ontlading tegelijk.
Bij Kate Bush denk ik aan het theatrale lichaam. Zingen is bij haar nooit alleen zingen. Het is gebaar, blik, beweging, personage, verhaal. De stem komt niet los van het lichaam; het lichaam zingt mee. Dat heeft Aurora ook. Wie haar ziet optreden, ziet geen zangeres die keurig achter een microfoon staat om een goed liedje af te leveren. Ze beweegt alsof de muziek door haar heen moet, alsof ze het nummer niet alleen zingt maar ook uitdrijft, oproept, wegduwt, omhelst.
Bij Björk zit de verwantschap in het vreemde, organische, bijna buitenaardse. Björk maakt muziek die soms klinkt alsof ze uit ijs, mos, elektriciteit, vulkanische grond, kinderlijke verwondering en nachtmerrie tegelijk is gemaakt. Overigens is ze dat ook vaak. Aurora heeft iets soortgelijks. Ook bij haar klinkt de natuur nooit als decor. De natuur is geen mooi plaatje op de achtergrond, maar een kracht, een wezen, een stem. Haar muziek kan zacht en breekbaar zijn, maar er zit vaak iets wilds onder. Iets dat niet helemaal getemd wil worden.
Bij Sally Oldfield hoor ik dan weer dat heldere, bijna pastorale licht. Een stem die iets Keltisch kan hebben, iets ronds, iets met watervallen. Ook dat zit soms in Aurora, vooral als ze iets meerstemmigs doet. Niet altijd, want ze kan ook donker, hoekig en elektronisch zijn. Maar in haar stem zit geregeld een helderheid die niet klinisch is. Ze klinkt niet glad. Ze klinkt alsof er adem, huid, lucht en landschap in haar zang zitten.
Toch is Aurora geen optelsom van deze namen. Dat is het gevaar van vergelijkingen. Je noemt drie voorgangers en denkt dat je iemand hebt verklaard. Maar bij Aurora begint het interessante juist nadat je de vergelijkingen hebt gemaakt. Ze heeft de theatraliteit van Kate Bush, de eigenzinnige buitenaardsheid van Björk, soms de pastorale helderheid van Sally Oldfield, maar ze maakt er iets van dat opvallend natuurlijk aanvoelt.
Ze lijkt niet te streven naar gladheid. Veel popmuziek wil overtuigen, verleiden, vasthouden, verkopen. Aurora laat eerder een deur openstaan naar een kamer waarvan je niet zeker weet of je er wel in mag. Elk nummer heeft weer een andere logica. Soms hoor je folk, soms synthpop, soms bijna koorzang, soms donkere elektronica, soms een kinderlied dat in een droom is verdwaald. En toch blijft het herkenbaar Aurora.
'Churchyard' is daarin exemplarisch. Het nummer komt van het album Infections of a Different Kind – Step 1, een plaat waarop Aurora zich beweegt tussen artpop, elektronica, koorachtige zanglijnen, ritmische spanning en thema’s die groter zijn dan de gebruikelijke poponderwerpen. Het gaat bij haar vaak over lichaam, natuur, kwetsbaarheid, geweld, liefde, verbinding, machteloosheid en kracht. Maar ze maakt er geen pamfletten van. Ze maakt er werelden van.
In “Churchyard” hoor je iets dreigends en iets heiligs tegelijk. Alleen de titel al: een kerkhof, een ommuurde plek, een plaats waar de levenden zich tot de doden verhouden. Maar het nummer is niet alleen donker. Het heeft ook iets strijdbaars, iets dat overeind komt. Dat is typisch Aurora. Ze kan kwetsbaarheid laten klinken zonder zwak te worden. Ze kan donkerte oproepen zonder erin te verdwijnen.
De KEXP-uitvoering maakt dat nog duidelijker. KEXP heeft een bijzondere kracht als podium: het is sober, direct, zonder groot circus. Geen vuurwerk, geen stadiontrucs, geen enorme showmachine. Gewoon muzikanten, camera’s, microfoons en een kleine ruimte. Dan moet een artiest het hebben van presence. En Aurora heeft presence in overvloed.
In die uitvoering van “Churchyard” zie je hoe haar lichaam onderdeel is van de muziek. Haar handen bewegen alsof ze als een witte heks magie uit de lucht haalt. Haar ogen lijken soms naar binnen gekeerd, dan weer naar iets buiten de ruimte. Ze staat daar niet als iemand die een lied voordraagt. Ze staat daar als iemand die een kleine ceremonie opent. Dat klinkt misschien groot, maar bij Aurora is dat niet overdreven. Haar beste optredens hebben iets ceremonieels. Omdat ze de muziek serieus neemt op een manier die ouder lijkt dan entertainment.
En tegelijk neemt ze zichzelf niet altijd serieus. Dat is ook mooi. In interviews zie je vaak dat ze niet meedoet aan de gewone conventies van het gesprek. Alsof ze denkt: moet ik werkelijk op elke vraag een net antwoord geven? Waarom eigenlijk? Ze speelt met taal, met stilte, met verwarring, met ontwijking. Soms lijkt ze oprecht verbaasd over de ernst waarmee anderen de popwereld benaderen. Ze weet hoe het spel werkt, maar ze lijkt er niet volledig door opgeslokt te willen worden.
Dat maakt haar verwant aan Björk. Ook Björk is niet alleen een zangeres, maar een eigen ecosysteem. Bij haar horen klank, beeld, kleding, lichaam, natuur, techniek en mythologie bij elkaar. Aurora beweegt in een vergelijkbare richting, maar dan met een andere temperatuur. Björk is vaak vulkanisch, experimenteel, architectonisch. Aurora is vloeibaarder, bosachtiger, soms kinderlijker, maar daardoor niet minder krachtig. Haar wereld is minder laboratorium en meer open plek in het woud.
Dat Aurora door Björk is beïnvloed, is dan ook niet moeilijk te geloven. De verwantschap is hoorbaar en zichtbaar. In de zin dat ze van hetzelfde artistieke recht als Björk gebruikmaakt: het recht om vreemd te zijn. Het recht om niet uitsluitend mooi, aantrekkelijk, verkoopbaar of begrijpelijk te zijn. Het recht om een lied niet alleen als product te behandelen, maar als wezen.
Dat is zeldzaam in een tijd waarin veel muziek steeds sneller consumeerbaar moet zijn. Aurora vraagt niet om snelle consumptie. Ze vraagt om overgave. Je moet je een beetje aan haar wereld toevertrouwen. Wie alleen luistert op zoek naar een refrein dat meteen in het hoofd blijft hangen, mist misschien de helft. Wie luistert naar textuur, adem, ritme, gebaar en sfeer, hoort veel meer.
Ook haar samenwerking met Brian Eno past in dat beeld. Eno is een van die figuren in de popmuziek die altijd begrepen heeft dat muziek niet alleen melodie en tekst is, maar ook ruimte, atmosfeer, omgeving, aandacht. Hij is de man van ambient, van klanklandschappen, van productie als denken. Dat Aurora in verband komt met Eno is dus logisch. Beiden hebben iets met muziek als omgeving. Niet alleen een lied dat je hoort, maar een ruimte waarin je terechtkomt.
In 2024 verscheen 'A Soul With No King' in een versie waarin Aurora, Nature en Brian Eno samenkwamen binnen de context van EarthPercent en het project Sounds Right, waarin de natuur als mede-artiest wordt opgevoerd. Alleen dat idee past al bij Aurora: de natuur niet als romantische ansichtkaart, maar als stem, als rechtspersoon bijna, als aanwezigheid. Bij haar voelt dat niet als een marketingconcept. Het sluit aan bij wat ze al jaren doet: de grens tussen mens, lichaam, aarde, droom en geluid poreus maken.
Daarom raakt Aurora mij. Niet omdat elk nummer onmiddellijk even toegankelijk is, en ook niet omdat ze altijd de kortste route kiest. Juist niet. Ik ben dol op artiesten die alle paden bewandelen behalve de geëffende. Artiesten bij wie je niet bij voorbaat weet wat het volgende nummer gaat doen. Artiesten die een beetje weird zijn, omdat ze niet volledig zijn gladgestreken door de verwachtingen van publiek, industrie en media.
Aurora is zo’n artiest. Ze kan breekbaar zijn, maar ook wild. Ze kan meisjesachtig lijken en tegelijk oeroud. Ze kan dansen alsof ze door iets wordt voortbewogen. Ze kan in interviews ontwijkend en speels zijn, maar op het podium ineens volkomen aanwezig. Daar hoeft ze niet uit te leggen wie ze is. Daar is ze het gewoon.
'Churchyard' is voor mij daarom geen toevallig goed nummer. Het is een van de sleutels tot haar persoonlijkheid, zoals meer nummers op het genoemde, alweer 8 jaar oude album. Wie Aurora wil ontmoeten, moet toch even deze uitvoering zien.
Deze dame maakt muziek alsof ze nog gelooft dat een lied iets kan oproepen. Niet alleen applaus, niet alleen herkenning, niet alleen streams, maar iets dat ouder is dan de popindustrie. Een herinnering aan het feit dat muziek ooit begon als bezwering, als dans, als rouw, als troost, als vuur in de nacht. In 'Churchyard' hoor je dat allemaal.
En dan weet je weer waarom sommige artiesten nodig zijn. Niet omdat ze netjes passen in wat er al is, maar omdat ze ons eraan herinneren dat er buiten de gebaande paden nog altijd gezongen wordt. Heeft dat iets met 'gek op klanten' te maken? Ik weet het niet. We worden in elk geval niet bedrogen. Het is authentiek. En dat is ook een vorm van respect voor je publiek.
bertoverbeek.com
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--