Vrijwel iedereen herkent het: een IT-project dat twee tot drie keer zo lang duurt als gepland. De oorzaak wordt dan gezocht in scope creep, onduidelijke requirements of complexiteit. Zelden wordt gewezen op de werkelijke boosdoener: de wachttijd die zich stap voor stap opstapelt in de overdrachten tussen mensen, wachttijd die nergens in de planning staat, maar de doorlooptijd structureel verdubbelt of verdrievoudigt.
Dit artikel beschrijft hoe vier samenhangende factoren — de projecteconomie, deeltijdwerk, multisourcing en procedurele goedkeuringscycli — samen een sluipende vertragingsmachine vormen, en wat organisaties eraan kunnen doen.
De projecteconomie: aandacht als schaars goed
Moderne organisaties zijn meestal geen stabiele structuren meer met vaste teams die aan één of beperkt aantal projecten werken. Ze zijn veranderd in dynamische netwerken van deeltijdwerkers, externe leveranciers en managementlagen die elk hun eigen ritme en prioriteiten hebben. Dit wordt ook wel de projecteconomie genoemd: een werkomgeving waarin vrijwel iedereen gelijktijdig bijdraagt aan meerdere projecten, naast reguliere lijnverantwoordelijkheden.
De klassieke projectplanning gaat ervan uit dat een toegewezen medewerker een taak als prioriteit behandelt. Die aanname klopt al jaren niet meer. Een business analist ondersteunt twee implementatietrajecten, zit in een strategische werkgroep en heeft zijn eigen portefeuille van dagelijkse taken. Een taak die technisch één werkdag kost, duurt in de praktijk drie of vier dagen, niet omdat iemand traag is, maar omdat er telkens maar een uur per dag voor beschikbaar is.
In de projecteconomie concurreert elk project om de schaarse aandacht van mensen die tegelijkertijd in meerdere projecten actief zijn. Prioriteit is niet gegeven, het wordt elke dag opnieuw onderhandeld.
Dit effect is het sterkst bij managers en specialisten. Een afdelingsmanager die akkoord moet geven, of een security-architect die in drie projecten wordt ingezet, vormt een vanzelfsprekend knelpunt. Een beslissing die vijf minuten kost, wacht twee weken op een gaatje in de agenda. Die afhankelijkheid wordt zelden expliciet gemaakt in de planning maar ze bepaalt wél de doorlooptijd.
Deeltijdwerk en sequentiële afhankelijkheid
De aandachtsfragmentatie van de projecteconomie wordt versterkt door de opkomst van deeltijdwerk. In Nederland werkt bijna de helft van de beroepsbevolking in deeltijd. Op zichzelf een verworvenheid maar in combinatie met opeenvolgende taakafhankelijkheden creëert het wachttijden die zich exponentieel opstapelen.
Een voorbeeld: persoon A werkt dinsdag, woensdag en donderdag, persoon B woensdag, donderdag en vrijdag. Rondt A zijn taak op donderdag af, dan start B vrijdag, dat is efficiënt. Maar loopt A één dag uit, dan verschuift de oplevering naar de dinsdag erna, en wacht B tot de woensdag daarna. Één dag vertraging wordt drie werkdagen extra wachttijd.
Bij deeltijdwerkers worden vertragingen niet opgeteld, maar vermenigvuldigd met de tussenliggende werkvrije periodes.
Dit is de cognitieve blindheid in projectplanning: managers denken in activiteiten, niet in overdrachten. De overdracht zelf — het moment waarop werk van de ene naar de andere persoon gaat — wordt zelden als planningsstap gezien. Bovendien verloopt kennisoverdracht vrijwel altijd asynchroon: een bericht dat dinsdag om 17:00 wordt verstuurd, leest iemand die woensdag vrij is pas op donderdag.
Multisourcing: gestapelde wachttijden
Het probleem escaleert wanneer organisaties meerdere externe leveranciers inzetten voor onderdelen van hetzelfde project. Multisourcing biedt specialisatievoordelen, maar introduceert sequentiële afhankelijkheden over organisatiegrenzen heen met elk hun eigen sprintcycli, SLA's en werkritmes. Bij externe partijen ontbreekt elke grip op beschikbaarheid.
Een organisatie laat een klantenportaal bouwen door drie partijen: een UX-bureau, een offshore ontwikkelpartner en een security-auditor. De interne projectmanager werkt vier dagen per week. Het UX-bureau levert op vrijdag, de projectmanager stuurt door op dinsdag, de ontwikkelpartner pakt het op in de volgende sprint, over acht dagen. Na de sprint volgt een audit met twee weken wachtrij. De audit signaleert een UX-probleem, en de cyclus begint opnieuw. Gepland op vier maanden, gerealiseerd in zeven tot negen maanden is dan geen zeldzaamheid. Elke partij heeft zijn deel op tijd geleverd. er is met herstelwerk rekening gehouden. De vertraging zit voor een groot deel in de overdrachten.
De overdracht tussen leveranciers is formeel niemands verantwoordelijkheid. In de praktijk belandt die bij de interne projectmanager die beschikbaarheid niet kan afdwingen omdat er geen mandaat voor is. Capaciteit en beschikbaarheid bij leveranciers dient geregeld te worden via de contractmanagers of externe projectleiders van de leveranciers.
De procedurele laag: management als bottleneck
Wanneer professionals hun werk hebben afgerond, moet het in veel grote organisaties nog door één of meerdere managers worden goedgekeurd, soms door een vergadercommissie die tweewekelijks bijeenkomt. Dit systeem dient een legitiem doel, maar werkt in combinatie met deeltijdwerk als vermenigvuldiger: elke manager in de keten heeft zijn eigen rooster, agenda en prioriteiten.
De professional is klaar. Het werk is goed. Toch ligt het project stil — wachtend op een paraaf van iemand die morgen niet werkt, overmorgen vergadert en de dag erna op reis is.
Meerdere managers in een sequentiële goedkeuringsketen die elk gemiddeld een tot twee uren nodig hebben — niet door complexiteit, maar door concurrerende prioriteiten — kosten al gauw een tot twee extra kalenderweken. Voor werk dat inhoudelijk al af is.
Technische integratie: de configuratiepuzzel
Bij multisourcing levert elke leverancier een deelcomponent maar niemand is verantwoordelijk voor het geheel. De interfaces tussen componenten, de API's, dataformaten en authenticatieprotocollen, zijn de plekken waar configuratieconflicten ontstaan die individueel klein lijken maar gezamenlijk grote vertragingen veroorzaken.
Een aanpassing bij leverancier A breekt iets bij B, waarop C aanpast en daarmee een regressieprobleem introduceert bij A. Elke stap in die spiraal vereist overleg, testcycli en herbevestiging door mensen die parttime werken, in verschillende tijdzones zitten en communiceren via tickets en sporadische videocalls. Testomgevingen zijn bovendien vaak niet continu beschikbaar, waardoor een simpele configuratiecheck al gauw een week of meerdere weken wachttijd oplevert.
De kern van het probleem: er is geen integratieregisseur met technisch gezag én mandaat over alle componenten. Zonder die rol verzandt integratie in overleg zonder besluitvorming.
De impact
Projecten duren in de praktijk al snel twee tot drie keer langer dan gepland. Dit wordt zelden toegeschreven aan deeltijdwerk of multisourcing maar aan complexiteit, scope creep of onduidelijke requirements. Die factoren spelen zeker een rol. De wachttijd door parttimepuzzels, aandachtsfragmentatie en technische versnippering is echter een even grote, systematische én vrijwel nooit geadresseerde oorzaak.
De financiële gevolgen zijn aanzienlijk: langere time-to-market, hogere kosten door langere bezetting van professionals, gemiste kansen. Maar het menselijke effect is minstens zo groot: medewerkers en managers die het gevoel hebben altijd te wachten, altijd te schakelen en nooit echt ergens klaar mee te zijn. Irritatie en frustratie zijn dan groot bij alle betrokkenen.
Wat je eraan kunt doen
a. Plan wachttijd expliciet in
Voeg overdrachtstijden toe als aparte planningsactiviteiten. Vuistregel: tel per overdracht tussen twee deeltijdwerkers drie extra werkdagen op. Dit maakt vertragingen vooraf inzichtelijk in plaats van achteraf verklaarbaar.
b. Synchroniseer werkdagen bij kritieke afhankelijkheden
Zorg dat mensen met kritieke afhankelijkheden minimaal twee overlappende werkdagen per week hebben. Vervang asynchrone e-mailrondes op beslismomenten door een kort synchroon overleg. Een halfuur bellen vervangt soms een week wachten.
c. Beperk parallelle projectbetrokkenheid
De grootste vijand in de projecteconomie is niet het gebrek aan mensen, maar het gebrek aan focus. Beperk het aantal projecten waaraan een medewerker of manager gelijktijdig actief bijdraagt tot maximaal twee of drie, met expliciete prioriteitsvolgorde. Maak de projectportefeuille van sleutelpersonen zichtbaar in de planning en urenverantwoording.
d. Kies voor parallelle uitvoering en goedkeuring
Vraag per project kritisch: móet dit sequentieel? Elke stap die je parallel kunt uitvoeren, elimineert ook de bijbehorende wachttijd. Laat managers tegelijk accorderen in plaats van na elkaar, met een maximale reactietermijn. Geen reactie binnen de termijn geldt als akkoord of leidt tot escalatie.
e. Benoem een integratieregisseur bij multisourcing
Leg een integratieontwerp — inclusief alle interfaces, dataformaten en versie-afspraken — contractueel vast vóór de opdrachtverlening. Richt een gedeelde testomgeving in met geautomatiseerde integratietests na elke wijziging. Benoem een technisch integratieregisseur met mandaat: iemand die verantwoordelijk is voor het geheel, niet voor één component.
Kunstmatige intelligentie (AI) als aanvullende oplossing
AI biedt op al deze fronten concrete mogelijkheden, niet door mensen te vervangen, maar door de stilstand tussen mensen op te vullen. In de projecteconomie, waar aandacht een schaars goed is, kan AI fungeren als continue aanwezigheid die nooit wacht en nooit wordt weggeroepen voor een andere vergadering.
Bij afwezigheid van een medewerker interpreteert een AI-assistent inkomende vragen, haalt context op uit eerdere documenten en formuleert een eerste reactie, waardoor wachttijden van dagen worden teruggebracht naar uren. Bij goedkeuringsprocessen analyseert AI documenten vooraf en levert een gestructureerde samenvatting aan de beoordelaar. Routinematige goedkeuringen die aan vooraf vastgestelde criteria voldoen, worden automatisch verleend met logging en auditrail; alleen uitzonderingen vereisen menselijk oordeel.
Voor projectplanning berekenen AI-systemen realistische doorlooptijden op basis van individuele beschikbaarheid én gelijktijdige projectbetrokkenheid. Ze signaleren proactief wanneer een sleutelpersoon te versnipperd is en adviseren over herprioritering. Bij overdrachten vat AI automatisch de impliciete kennis samen die anders verloren gaat. Bij multisourcing aggregeert AI data uit alle leverancierssystemen tot één projectbeeld, voorspelt vertragingen in de keten en bewaakt SLA-naleving continu. Voor technische integratie monitort AI realtime of interfaces correct functioneren, signaleert afwijkingen en stelt voor bekende foutpatronen automatisch een herstelactie voor.
AI is zo goed als de randvoorwaarden: data op één toegankelijke plek, heldere kaders voor autonome besluitvorming en de bereidheid processen te herontwerpen in plaats van AI als extra laag bovenop het bestaande te leggen.
Conclusie
De projecteconomie heeft de manier van werken fundamenteel veranderd maar de projectplanning heeft die verandering niet bijgehouden. Deeltijdwerk, aandachtsfragmentatie, multisourcing en goedkeuringscycli stapelen wachttijden op die nergens worden ingecalculeerd. De oplossing begint bij bewustwording: behandel deze factoren als reële planningsvariabelen. Projecten duren niet twee tot drie keer zo lang omdat mensen te langzaam werken. Ze duren zo lang omdat de planning de werkelijkheid niet weerspiegelt. Dat is iets wat organisaties zelf kunnen veranderen en wat irritatie en frustratie bij management en professionals doet afnemen.
Gerelateerde artikelen
Informatiegestuurd projectmanagement in de projecteconomie
Leon Dohmen
Chaordische projecten leren managen met Value-based Projectmanagement
Eric Alkemade
8 Tips voor succesvol projectmanagement
Actueel MNGMNTST
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--