Channels

Meesterlijk werken is altijd verbonden geweest met opleiden en leren. Steeds vaker doen zich vraagstukken voor die ‘nieuw’ zijn en waarvoor gangbare instrumenten of concepten niet meer toereikend zijn. Vraagstukken die zich niet lenen voor ‘eerste-orde-antwoorden’ in de vorm van een advies of oplossing maar een appèl doen op reflectie en verdieping, in een leercontext waarbij ‘tweede-orde-vragen’ in het geding zijn. Aandacht hiervoor zien we terug in het toenemende aanbod van leertrajecten voor diverse sectoren en beroepsgroepen, in de vorm van seminars, symposia, masterclasses en -opleidingen. Leertrajecten die ‘even’ los komen van het actie- en resultaatgerichte denken en ruimte laten voor reflectie en verdieping, een manier van doen die ik wil duiden als ‘meesterlijk’ werken.

Meesterschap heeft door de tijden heen verschillende betekenissen gehad waar ik hieronder kort op in ga. Uitmondend in wat meesterlijk werken naar mijn idee betekent in de dagelijkse werkpraktijk.

Even terug in de tijd

Lees ook:

Als je doet wat je deed.....

Opleiden en leren kennen we nu in vele verschijningsvormen. In de Middeleeuwen vond het opleiden vooral plaats in zogenoemde gilden. In tal van beroepsgroepen werden leerlingen opgeleid in het betreffende ambacht. Op een bepaald moment volgde de bevordering tot gezel en vervolgens werd de meesterproef afgelegd om blijk te geven van je vakmanschap. Opleiden was een lineaire en instrumentele optelsom van eigengemaakte kennis en vaardigheden waarmee je uiteindelijk de ‘meestertitel’ kon verwerven. Opleiden beperkte zich tot de genoemde ‘eerste-orde-vragen’. Reflectie op leren of ‘leren leren’ was geen gemeengoed zoals we dat nu kennen.

De term meesterschap komen we ook tegen in een hele andere discipline, de klassieke filosofie. Dit betrof de kunst het goede leven ‘voor te leven’, door mensen bepaalde dingen te laten ervaren, te laten proeven. Meesters lieten in hun denken en doen zien hoe het leven in elkaar steekt, wat goed is, wat deugt en wat niet. De vergelijking met tweede-orde-vragen, gericht op reflectief onderzoek, dringt zich hier op.

Het trainersgilde

Inmiddels maak ik ruim 20 jaar deel uit van het ‘trainersgilde’ als trainer en ontwikkelaar. In die periode heb ik vele modellen, theorieën, kleuren, concepten en kwadranten de revue zien passeren. En van dit ‘instrumentarium’ veelvuldig gebruik gemaakt in mijn helpende rol als buitenstaander. Een rol waarbij het risico op de loer ligt om me te laten verleiden in te gaan op de eerste-orde-vraag en een oplossing, aanpak of advies voor te leggen. Een interventie waarmee het gezamenlijk onderzoek (te) snel naar de achtergrond verschuift. Naast dit risico roept het eerder genoemde instrumentarium een vraag bij me op, gevoed door de alom aanwezige vernieuwingsdrang binnen organisaties. In hoeverre worden we ‘verleid’ door de aangereikte instrumenten van buitenaf, met als gevolg dat we onszelf als instrument buitenspel zetten?

Zelf aan het stuur

Ik ben ervan overtuigd dat mensen, functionarissen zo u wilt, heel goed weten wat ze willen, een visie hebben, maar om uiteenlopende redenen moeite hebben om die visie voor het voetlicht te brengen en/of zichzelf verstaanbaar te maken. Stroeve werkverhoudingen zijn daar vaak debet aan. Dit belemmert om samen met anderen na te denken over onderliggende visies, over wat niet zo vanzelfsprekend is als het lijkt of over keuzes die je impliciet maakt. Een frisse deskundige kijk van buiten biedt dan een uitweg om de zaak vlot te trekken. Dat kan al door een simpele vraag als ‘luisteren we écht naar elkaar?’
Luisteren veronderstelt respect voor de eigenheid van de ander met zijn of haar opvattingen, interesses, verlangens en talenten. Pas dan kan je oog en oor krijgen voor wat er aan iemands eigenheid wezenlijk anders is. Door het perspectief van de ander in dat van jezelf mee te nemen, krijg je een breder beeld van de gezamenlijke realiteit en kost het minder moeite jezelf verstaanbaar te maken. Luisteren gaat zo ongemerkt over in leren, een kleine maar betekenisvolle stap in de goede richting!

Openhartig en vrijmoedig spreken

Meesterlijk werken binnen hedendaagse organisaties begint voor mij met openhartig en vrijmoedig spreken. De durf om jezelf te laten zien en jezelf als instrument in het spel te brengen. Dat kan door een tweede-orde-vraag te stellen, door stelling te nemen, door niet-weten, door af te wijken van het gangbare, door je eigen toegevoegde waarde ter discussie te stellen(!), et cetera.
Meesterschap is niet voorbehouden aan enkelingen, op ieder organisatieniveau wordt nagedacht over kwesties die zich daar afspelen en/of af en toe de kop op steken. Soms is daar de helpende hand van een buitenstaander bij nodig om mensen te verleiden hun verhaal, opvatting of visie te laten horen. En zo van en met elkaar te leren op een meesterlijke wijze!

Thomas Langemeijer
GASSHO training & consultancy

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x