Channels

Veel managers hebben het drukker dan de mensen die ze rechtstreeks aansturen. Daarom hebben ze ook vaak een eigen kantoor (zo’n plek om even alle klachten en al ’t medewerkers-gezeur te ontvluchten). Met een beetje geluk mag je zo’n gevluchte manager alleen nog storen als er iets in brand staat. Alleen het bordje ‘Niet voeren!’ ontbreekt nog.

Deze beschrijving van een manager’s werkplek staat wat mij betreft synoniem voor de stress die de manager ervaart voor de opstapelende problemen. Zelf ben ik een tijdje werkzaam geweest als filiaalmanager van een keuken- en badkamerspecialist. Ik merkte dat ik alle klachten op me nam (en geloof me: dat zijn er in die branche wel wat meer dan gemiddeld…). Ik verkocht ook nog eens een keuken of badkamer wanneer de cijfers daarom vroegen en ik maakte me druk om hoe de klant behandeld werd door ons verkoop-legioen. In alle stress keek ik dan af en toe om me heen en zag relaxte verkopers: de weekendplannen werden op woensdag al besproken en liters koffie gingen door de kelen van de heren en dames.

Totdat mij ineens een beeld voor ogen kwam van Hans Brinker, de jongen met zijn vinger in de dijk. Zo wist hij een heel dorp te redden van een overstroming. Ik was het filiaal van de overstroming aan het redden. Het verschil met Brinker was dat ik met 10 vingers, 10 tenen en 1 neus alle gaten aan het dichten was. Ik schrok me dood: wat moest er gebeuren bij gaatje nr. 22? Ik besloot rigoureus in te grijpen en mijn vingers, tenen en neus de vrijheid te gunnen. Ik dacht: als een overstroming je tegemoet golft, snapt iedereen ineens de urgentie en gaat samenwerken. Er MOET simpelweg wat gebeuren, niemand kan zich meer verstoppen. Hoe zou jij het vinden als je buurman niet zou helpen met de zandzakken? Je zou hem toch bijna op zijn gezicht timmeren?

Lees ook:

Waarom nemen we genoegen met zwakke managers?

Vanaf dat moment behandelde ik geen enkele klacht meer (écht geen enkele), ik maakte me niet meer druk om de cijfers, ik maakte me niet meer druk om hoe de klant begroet werd. Toegegeven: mijn handen jeukten en ik vond het best spannend. Maar consequent “nee” verkopen aan mijn verkopers zorgde ervoor dat er een sfeer kwam van zelfregulering en zelfdiscipline. Op mij konden ze niet meer bouwen als het om “gedonder” ging. Gewoon, zelf oplossen en als je de targets niet haalt: zelf uitleggen aan Nan’s baas. Ik werd de brandweercommandant die leiding gaf aan het zandzakken vullen. En ja, af en toe sjouwde ik ook een zandzak maar alleen als iedereen zijn handen vol had. Snap je de vergelijking?

Een fantastisch team met dito cijfers was in de maak. En wat hebben we gelachen met elkaar en wat wilde alle verkopers in Nederland graag bij ons horen… Maar belangrijker: mijn agenda was weer leeg, ik kon leuke dingen doen in plaats van ‘moet’-dingen, ik kreeg lol in leidinggeven. En vanaf toen wist ik: manager-zijn is een super baan wanneer je echt loslaat. Maar dus ECHT hè? Niet alleen wanneer je succes hebt maar misschien wel juist wanneer je dat nìet hebt.

Bedenk jij je ook wanneer je je vingers, tenen en neus weer aan het misbruiken bent? Laat het me weten als je tips nodig hebt. Of -nog leuker- wanneer je successen boekt.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Tja managers, heb je ze eigenlijk wel nodig? ;-)

x
x