Channels

Banken, verzekeraars, waterbedrijven en ziekenhuizen krijgen steeds vaker te maken met de AFM, DNB, ACM of NZa. Vanuit hun rol willen de toezichthouders inzicht in de berekening van specifieke kostprijzen, die gecontroleerd moeten worden door externe accountants. Dat is voor die sectoren en accountants nog wel even wennen.

Het berekenen van kostprijzen is voor deze organisaties meestal geen dagelijkse praktijk, en accountants hebben moeite met de controle van kostprijzen.

Mijn oproep aan management teams is om de uitkomsten van kostprijsberekening veel nadrukkelijker te bespreken. En aan toezichthouders om controle door externe accountants zo licht mogelijk in te richten. Betrouwbare kostprijzen zijn van oudsher het domein van de handel en industrie. Zonder inzicht in de marge van producten kun je daar niet concurreren en ga je failliet. En voor dat inzicht heb je kostprijzen voor nodig. Dat gold altijd al voor Albert Heijn en Unilever, maar ook voor de bakker op de hoek. Veel andere sectoren maken voor hun bedrijfsvoering veel minder gebruik van kostprijzen. Financiële instellingen, zorginstellingen en nutsbedrijven sturen immers meer op capaciteit dan op marge.

Wat doen toezichthouders eigenlijk op dit gebied in Nederland?

Vier voorbeelden uit de praktijk

Per 1 januari 2013 mogen aanbieders van complexe financiële producten, zoals hypotheken, geen provisie meer in rekening brengen bij consumenten. Tussenpersonen, maar ook directe aanbieders zoals banken en verzekeraars, moeten nu voor het advieswerk apart de advieskosten bij consumenten in rekening brengen. Financiële instellingen moeten hiervoor jaarlijks de onderliggende kostprijs berekenen, en laten controleren door een externe accountant. De Autoriteit Financiële Markten, de AFM, ziet hierop toe.

Verzekeraars moeten volgens de Verordening Solvency II (2016) bij de berekening onderscheid maken tussen zogeheten eerste en doorlopende kosten. Bij de eerste kosten gaat het bijvoorbeeld om marketing en verkoopkosten. Bij de doorlopende kosten gaat het om kosten die te maken hebben met het nakomen van bestaande verzekeringsverplichtingen. De Nederlandsche Bank, DNB, ziet toe op de berekening van eerste en doorlopende kosten.

In 2011 is een nieuwe Drinkwaterwet in werking getreden. In de wet zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de tarieven die drinkwaterbedrijven mogen hanteren. In de wet staat dat ‘de eigenaar van een drinkwaterbedrijf tarieven hanteert die kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn’. Het gaat hier dan om de scheiding tussen kosten voor drinkwater en niet-drinkwateractiviteiten. De Inspectie leefomgeving en Transport (ILT) en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) zien toe op de berekening.

Ziekenhuizen en zorgverzekeraars kunnen in 2013 – voor het eerst – vrij onderhandelen en afspraken maken over prijs en volume. Voor een deel van de DBC’s (diagnose behandelcombinaties) bepaalt de Nederlandse Zorgautoriteit, de NZa, de tarieven die verzekeraars mogen vergoeden. Ieder jaar dienen alle ziekenhuizen hiervoor kostprijzen aan de NZa aan te leveren, waarmee 1 tot 2 personen in elk Nederlandse ziekenhuis full time bezig is. Een externe accountant moet deze dan al gecontroleerd hebben.

Sturende rol MT bij financiën 

Bij elk van deze voorbeelden nemen MT-leden bij de berekening een steeds belangrijkere, sturende rol in. De kostprijsberekening wordt hiermee steeds minder als een stafactiviteit gezien, die in het verleden altijd gemakkelijk in een achterkamer door een controller werd uitgevoerd. Essentiëler is de vereiste invulling van de accountantscontrole. Van oudsher richt een controlerend accountant zich op de controle van historische financiële informatie. Een goede kostprijs is echter gebaseerd op begrote of verwachte cijfers, en maakt aanvullend gebruik van deels arbitraire verdelingen en veronderstellingen. En begrotingen en veronderstellingen kun je slechts in beperkte mate controleren. Je kunt daarom vraagtekens zetten bij de toegevoegde waarde van stringente controles op dit gebied. Mijn oproep is om deze externe controle van kostprijsberekeningen, bijvoorbeeld bij ziekenhuizen en banken, te beperken en wellicht zelfs deels over te dragen aan interne accountantsdiensten van de instellingen.

Veel instellingen krijgen steeds vaker te maken met toezichthouders. Vanuit hun rol willen de toezichthouders inzicht in de berekening van specifieke kostprijzen, die gecontroleerd moeten worden door externe accountants. Dat is voor die sectoren en accountants nog wel wennen. Mijn oproep aan instellingen is om de uitkomsten van kostprijsberekeningen in MT’s nadrukkelijker te bespreken, en aan toezichthouders om de wijze van controle door externe of interne accountants zo eenvoudig mogelijk in te richten.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x