Channels

Wij zijn nog van de generatie die graag bladert. Wij, dat zijn mijn vrouw Julia, ik en veel van onze generatiegenoten. Dat zit zo. Volgens onderzoek van Forrester Research geven mensen van onder de dertig bij hun speurtocht naar nieuws de voorkeur aan zoeken boven bladeren. Sommigen van hen lezen nog wel kranten, alleen steeds minder op papier. Ik behoor tot het uitstervend ras dat graag bladert.
Die trend van zoeken in plaats van bladeren is natuurlijk funest voor dagbladuitgevers. Met het kleiner worden van de groep bladeraars, dalen ook de oplages. De jongere generatie zoekt bij voorkeur naar nieuws op het internet.

Op het gevaar af uitgelachen te worden, leg ik hier voor de lezers onder de dertig even uit hoe een bladeraar als ik met zijn krant omgaat. Het vaste ritueel is om ’s ochtends bij het ontbijt (dat is eten voor 9.00 uur, zittend aan een tafel) de krant open te slaan en die van voor naar achter door te bladeren, op zoek naar oud nieuws. Het is namelijk het nieuws van de vorige dag.
Indien het, door wat voor omstandigheden dan ook, niet lukt om die ochtend de krant door te nemen, dan blader je diezelfde avond nog door het nieuws, dat dan inmiddels bijna twee dagen oud is. Er zijn zelfs bladeraars die (niet lachen, ik ben er ook één) na hun vakantie alle oude, ongelezen kranten nog even snel doornemen. Nieuws dus dat inmiddels vijf, tien of vijftien dagen oud is.
Voor de echte diehards onder de bladeraars, waartoe ik mezelf ook reken, is zelfs dat niet voldoende. Wij kopen tijdens vakanties losse kranten, om, na thuiskomst, dan ook nog eens de ‘eigen’ oude dagbladen door te nemen. Wij bladeren dus tweemaal door oud nieuws, want de kranten die je op je vakantieadres koopt, zijn van de vorige dag. Herstel: waren van de vorige dag!

Daarom stonden wij tijdens een vakantie op een Grieks eiland voor een dilemma. Bij de kleine supermarkt aan de haven konden we doorgaans kiezen tussen De Telegraaf en de Volkskrant. Wij kozen dan meestal voor die laatste. Tot die bewuste dag. Wat bleek? We konden kiezen tussen de Volkskrant van de vorige dag en De Telegraaf van diezelfde ochtend. De Telegraaf had besloten om haar uitgave ’s nachts in Griekenland te laten drukken. Dat leverde een dag tijdwinst op. De verleiding om voor De Telegraaf te kiezen werd zo wel heel erg groot. ‘Dit is nu een mooi voorbeeld van een boor met een hoog gatengehalte’, zei ik tegen Julia. Juist die ochtend had ik haar verteld van mijn plannen voor een boek over boren en gaten.

Als nieuwsgierigheid het gat is, is een krant een boor. En als je altijd en overal op de hoogte wilt zijn van het laatste nieuws, is de krant van vandaag aantrekkelijker dan die van gisteren. Zo bood De Telegraaf, dankzij haar nieuwe distributiestrategie, een boor met een hoog gatengehalte. Zij reikte ons een oplossing aan die dichter in de buurt kwam van de behoefte (het gat) die we als klant hadden. Slimme oplossingen bieden voor het probleem van je klant, oplossingen die de pijn van je klant (deels) wegnemen en/of plezier brengen: dat is de kern van klantgerichtheid. Dat is de klant centraal stellen.

Lees ook:

Hoe gaan uw gesprekken met klanten?

Praktijkvoorbeelden van boren met een hoog gatengehalte zijn er te over. Stel dat u de behoefte heeft om ergens op een bepaalde tijd te zijn (het gat) en u besluit de trein te nemen in plaats van zelf te rijden, een taxi te nemen of met iemand anders mee te rijden (allemaal boren). Zou het dan niet geweldig zijn als uw trein er al staat als u het perron op komt en vertrekt zodra u bent ingestapt? Nu hoor ik u weer denken: dat wil iedereen wel! Wel, u weet inmiddels, dan hebben we een gat te pakken. De NS probeert samen met spoorbeheerder ProRail dat gat zo dicht mogelijk te benaderen, door middel van een boor met een hoog gatengehalte: het spoorboekloos rijden. Tijdens de ochtend- en avondspits kunnen reizigers op bepaalde stations elke tien minuten instappen, hetgeen de wachttijd tot een minimum beperkt. Zo bekeken is het gatengehalte van de metro hoger dan dat van de trein.

Een totaal ander voorbeeld van een boor met een hoog gatengehalte is de wasmachine zonder waspoeder. In Japan is deze droom van elke huisman en huisvrouw inmiddels een regelrechte hit. De waspoederloze machine, die werkt met ultrasonische golven in combinatie met het elektrolyseren van kraanwater, lost het vuil in het wasgoed op, desinfecteert, is milieuvriendelijk en zorgt voor een aangenaam frisse geur.
Minstens zo praktisch is de aanhangwagen die nauwelijks ruimte inneemt wanneer je ’m niet nodig hebt. De zogenaamde CarryMate is zo’n vinding. De inklapbare aanhangwagen is in een handomdraai nog maar 65 centimeter breed en kan zo via een gewone deur worden opgeslagen. Een garage of andere ruimtevragende opbergplaats is dan niet meer noodzakelijk. Opnieuw een mooi voorbeeld van een boor met een hoog gatengehalte.

Bron:

Bron: Van Duuren Media

Voorbeelden van boren met een extreem laag gatengehalte zijn er natuurlijk ook. Neem nu de Kermit-telefoon van het toenmalige PTT Telecom. Begin jaren negentig kon je met zo’n toestel draadloos bellen (gebeld worden ging niet) bij een van de vijfduizend zogenaamde Greenpoints. Dat waren plekken met een telefooncel, zoals postkantoren en benzinestations. Daar kon je dus al bellen. Wat was dan de noodzaak van een eigen draadloos toestel? Dankzij het geringe gatengehalte werd die boor allesbehalve een succes. Want zeg nou zelf: wie wil er nu een boor waarmee je geen gaten kunt maken?

Wat is trouwens het gatengehalte van de boren die u uw (interne) klanten levert?

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x