Channels

Als ik als adviseur hoor dat men wil gaan samenwerken, of beter samenwerken, als men een beter team wil worden, men als partners wil gaan werken, voel ik me altijd een beetje ongemakkelijk. Het klinkt goed, de intentie is goed, maar toch  ….. ‘daar gaan we weer’.

Helemaal word ik sceptisch als ik hoor praten over het (eerst) samen definiëren van het gemeenschappelijke doel. Ik zie dan eindeloze discussies voor me over woorden, formuleringen, punten en komma’s eindigend in een abstracte tekst, die dan zo algemeen is dat die nauwelijks betekenis heeft.

Mijn eerste gedachte is steeds vaker ‘mooi, maar waar gaan we aan voorbij?’ Waar hebben we het niet over, willen we het eigenlijk niet over hebben, wat vermijden we door gelijk naar de panacee van samenwerken te gaan? Wat hoeven we niet op tafel te leggen als we over het gemeenschappelijke doel gaan praten. Welke tegenstellingen worden vermeden?  Ik merkte dat ik een hekel kreeg aan die termen, dat soort oplossingen. Ik heb jaren geleden zelfs eens een workshop gehouden onder de titel ‘Ik ben tegen samenwerking en al helemaal tegen teams’. Het was een try out vooraf aan een congres, dat er overigens nooit gekomen is. Bij de nabespreking werd me gevraagd of ik bepaalde mensen kende, enkele deelnemers, die wat moeizaam omgingen met de verschillende discussiepunten. ‘Dat waren groepstrainers’ werd me verteld ‘je kwam aan hun brood’. Toen kwam die verklaring me goed uit want het legde de oorzaak van een zekere moeizaamheid bij hen en niet bij mij. Dat was uiteraard te makkelijk, want het was daarmee ook een niet terechte diskwalificatie van hun argumenten.

Maar het is natuurlijk wel vreemd. Samenwerken, werken als team, als partners, het ligt vaak voor de hand, dat kan toch niet zo moeilijk zijn. Maar er zijn wel heel veel collega’s bezig met begeleiding van samenwerking, van moeizame samenwerking, stagnerende samenwerking, van teams, van …. Noem maar op wat er op dit terrein allemaal begeleid kan worden. Kennelijk is samenwerken wel moeilijk, want moeizaamheid is troef. En als het nu alleen maar om moeizaamheid ging, vaak zien we averechtse effecten. Samenwerking wordt dan gevaarlijk.

Het gevaar van samen?

  • Verschillen worden weggedrukt en daarmee net het aardige; de haalbare meerwaarde verdwijnt.
  • Tegenstellingen worden weggemoffeld, willens en wetens vaak niet onderkend; later komen ze alsnog boven, maar dan onbeheerst.
  • Conflicten worden vermeden om de sfeer goed te houden. Ook hier geldt dat ze later toch wel naar boven komen, maar dan onbeheerst, ook qua gevolgen.
  • Managementteams worden bronnen van vertraging en juist gebrek aan samen (kent u een organisatie waar de medewerkers respect hebben voor hun MT?). Mateloos veel energie gaat verloren, negatieve energie weegt extra zwaar.
  • Teams zijn nogal eens de legitimatie dat iedereen zijn eigen gang kan gaan (en dan gaat het vaak best wel goed overigens). Onder de noemer ‘zelfsturing’ wellicht gewenst, maar anders…

Zullen we het bijna heilige beeld van samenwerking maar eens ter zijde leggen? Als nu ergens wordt voorgesteld samen te gaan werken kun je in Nederland eigenlijk al geen nee meer zeggen. Maar als nee niet mag heeft ja geen waarde. De basis voor moeizaamheid is zo direct al gelegd. Dat is echter nog tot daaraan toe, maar de gevaren liggen ook al op de loer. Moeten we niet af van het zo aaibare begrip team? Zou het niet beter zijn helemaal van het idee af te stappen dat samen op zich al iets positiefs is? Het wordt al wel vaker geroepen, maar nu eindelijk echt? Er alleen toe over gaan als het absoluut noodzakelijk is, als je zonder die ander echt niet daar kunt komen waar je toch graag wilt zijn. Dan zijn we dus in principe tegen samenwerking. We doen het alleen als we er niet onderuit kunnen.

Wat met samen wordt ontweken, gecamoufleerd, vermeden, is vaak fundamenteel voor wat je wilt organiseren. Incasseer daarom eerst de winst van het vermijden van samen: wat leg je bloot als je de deken van samen weg trekt, wat komt er dan in beeld? De voorbeelden zijn talrijk: de behoefte aan eigen ruimte, de noodzaak tegengestelde belangen onder ogen te zien, bespreekbaarheid van ongelijke afhankelijkheden.

Pas als ook de schurende vragen onder ogen worden gezien, ontstaat de kans dat samen tot iets goeds leidt.

Jan den Hollander is geassocieerd adviseur bij Van de Bunt adviseurs en docent KNAP academie

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Ha Jan,

Leuk jou onverwacht tegen te komen. En je prikkelende verhaal te lezen. Uitdagend, zelfs provocerend, stel je de grijsgedraaide gramofoonplaat over het heil van samenwerking ter discussie. Ik geef daar graag commentaar op, hieronder.
Ik ben benieuwd wat je ervan vindt.

Groet! Peter

———————-

Het gezegde ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’ zou jij heel anders formuleren? Bijvoorbeeld: ‘Alleen blijf je in beweging, samen loop je vast’?
Zelf heb ik veel gedaan in branche- en beroepsorganisaties, samenwerkingsverbanden dus. Wat mij daarin boeit is hoe ondernemers of professionals boven hun eigen bedrijf of praktijk uitstijgen en daardoor in vereniging zaken gedaan krijgen waar ze als solistische speler nooit toe in staat zijn:
– beïnvloeden van wet- en regelgeving
– ordening en ontwikkeling van een deel van de markt
– collectief ondersteunen van individuele leden.

In dat gebeuren zie ik soms wel verschijnselen die jouw zienswijze bevestigen: te intensieve samenwerking die ontaardt in een afremmend keurslijf. Bijvoorbeeld een keurmerk dat enerzijds voor alle leden verplicht is, maar anderzijds weinig voorstelt omdat de lat te laag ligt.
Dan zie ik ambitieuze ondernemers of professionals de vereniging de rug toekeren. Daarvoor kunnen ook andere aanleidingen zijn.
Maar… ook dan lopen ze vaak niet alleen weg. Een kleine, maar gedreven Gideonsbende maakt zich los uit de matige middenmoot. Zo is ooit de VBO makelaarsvereniging ontstaan uit onvrede over de gang van zaken in de NVM. Zie ook
NU 71 als protest tegen bestaande vakbonden in de zorg. Of, recent, de opstandige leraren die actie ondernemen waar hun traditionele belangenbehartigers het laten afweten.

Terug naar jouw radicale, verwerping van ‘samenwerking’ en ontmaskering van ‘teams’. Ik zet daar een meer genuanceerd beeld tegenover. Elke organisatie, hoe dynamisch ooit begonnen, is geneigd te verstarren, te bureaucratiseren. Samenwerking wordt een loze leuze. Dynamiek loopt vast. Synergie dooft uit. Tot het niet langer zo gaat. Er komt een opstand (revolutie). Of een uittocht (ontsnapping). Een nieuwe beweging, met nieuw elan, komt op gang. En ook die zal vroeger of later weer vastlopen. Waarop….. enzovoort.
———————————

x
x