“Evidence Based Werken is hot ………maar is gewoon weer een nieuwe marketinghuls geworden, de nieuwste poging van de managementindustrie om te verdoezelen dat ze maar wat uit hun nek staan te kletsen” lees ik in de column van Richard Engelfriet en Maarten Freriks van 22 augustus. De schrijvers leggen vervolgens verschillende trainingsbureaus langs hun “piramide-van-betrouwbaarheid”-meetlat om te onderbouwen dat er inderdaad wordt verdoezeld en uit-de-nek-gekletst. Evidence Based Werken (EBW) is de nieuwe norm en o wee als je je daar niet aan houdt.

Lekker scherp, lekker confronterend en daarmee een uitnodiging om ook scherp naar deze column zelf te kijken. Want alhoewel Maarten Freriks blogs heeft geschreven die helpen om deze column-soep wat minder heet te eten, waarvoor dank, neem ik graag op deze plek de gelegenheid om de column en de piramide-van-betrouwbaarheid onder de loep te nemen. Drie kritiekpunten:

  • Onderweg naar een niet bestaande plek.
    De hoogste trede in de piramide van betrouwbaarheid is “harde wetenschap”, een trede die volgens Maarten “mogelijk voor eeuwig leeg zal blijven omdat de psychologie….nooit een harde wetenschap zal zijn.” Volledig mee eens, want de mens volgt niet de logica van de natuur of van machines, maar heeft een eigenwijze vrije wil. Deze trede is dus een plek die niet bestaat. Toch vinden de schrijvers het de verantwoordelijkheid van HR-professionals om zo dicht mogelijk in de buurt te komen van deze niet bestaande plek. Vreemd. Ook vreemd: de aanname dat theorieën van gedragswetenschappers (trede 2-4) per definitie meer “waar” zijn dan de ervaringen van HR-professionals in het veld die al duizenden mensen hebben getraind (trede 5), succesvol zijn, maar hun methodes nooit hebben laten onderzoeken. En waarom zouden ze? Geen enkel onderzoek geeft garanties voor een resultaat bij de eerstvolgende klant.
  • De kliko van de geschiedenis.
    Aan de voet van de piramide staat een kliko, voor “alle theorieën en instrumenten die ooit veelbelovend leken, geen klinkklare onzin zijn, maar na deugdelijk onderzoek toch niet houdbaar bleken“. Maar de geschiedenis leert dat ons begrip van “deugdelijk onderzoek” met de tijd verandert. De theorie van Copernicus, dat de aarde om de zon draait en niet andersom, werd aanvankelijke afgedaan als wiskundig model en niet als realiteit. Pas twee eeuwen later werd zijn idee weer uit de kliko gehaald en kon zijn theorie worden gestaafd door waarnemingen en wetten van Kepler en Newton. En aan het eind van de 19e eeuw dachten vele fysici dat de natuurkunde vrijwel af was, dat er alleen maar aan wat details moest worden gesleuteld. Totdat in 1905 een jonge theoretisch natuurkundige de Newtoniaanse natuurkunde op zijn kop zette met gedachten-experimenten over de relativiteit van ruimte en tijd. Omdat de ideeën niet berustten op waarnemingen en experimenten, bleven veel onderzoekers sceptisch. Pas 14 jaar later kon Einsteins theorie bewezen worden dankzij de waarnemingen tijdens een zonsverduistering. Goddank hebben we deze ideeën niet voor altijd weg gekieperd. Wat “bewezen” lijkt, blijkt niet altijd waar en wat waar is kan nog niet altijd bewezen worden. Ik hoop dat deze geschiedenisles ons wat nederiger maakt als we de neiging hebben om ideeën in de prullenbak te gooien.
  • Voorkom verkramping.
    Dit gaat over de man die ’s nachts zijn verloren sleutels zoekt, in het schijnsel van de lantaarn. Niet omdat hij daar zijn sleutels is verloren(!), maar omdat dat de enige plek is waar hij kan zien. We hebben mensen nodig die in het donker durven zoeken en die nieuw licht durven vinden. EBW is de stem die tegen die man zegt “Weet je het wel zeker? Kan je dit wel verantwoorden?”. Als we alleen naar die stem luisteren verkrampen we. Stel dat de gebroeders Wright alleen naar deze stem hadden geluisterd? Of Christopher Columbus? Of Steve Jobs? Naming en shaming, zoals in de column gebeurde met het veroordelen van de webteksten van onze collega’s, helpt hier niet bij. Laten we voorkomen dat EBW de “helikopter-ouder” in ons vakgebied te wordt.

Wat “bewezen” lijkt, blijkt niet altijd waar en wat waar is kan nog niet altijd bewezen worden.

It’s not the critic who counts

Evidence Based Werken is verleden tijd. Niet omdat er geen toekomst is voor EBW, want gedragswetenschap is een fantastische inspiratiebron. Maar het is wel een inspiratiebron die slechts put uit het verleden, geen garanties geeft en ons onnodig verkrampt als we niet oppassen. Soms is het in ons vak belangrijker om de sprong te wagen, te zien waar het schip strandt en er voor te gaan. Dit doen we niet omdat we onvoorzichtig zijn. Dit doen we omdat we betrokken en begaan zijn, bezig zijn met wat kan werken in de toekomst, niet ons indekken met wat heeft gewerkt in het verleden. En bovendien, it’s not the critic who counts…..the credit belongs to the man who is actually in the arena.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Goed verhaal,Daan!
Ga je vanuit angst en indekken of vanuit kans en ontdekken….het laatste vraagt een andere mindset. De mindset die we tegenwoordig hard nodig hebben.
Het hanteren van modellen en prestaties uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst….

Dank Jacqueline, inderdaad een mindset die tegenwoordig meer nodig is. Alan Seale maakt in zijn boek “Transformational Presence” een belangrijk onderscheid hierbij tussen gecompliceerde situaties en complexe situaties. Bij gecompliceerde situaties kan je “erdoorheen” denken, het analyseren en doorgronden, zoals het ontwarren van een ingewikkelde knoop. Maar veel organsiatie-vraagstukken zijn niet gecompliceerd maar complex, dit wil zeggen dat er weinig voorspelbaar is en er geen logische opeenvolging is van oorzaak en gevolg. Ervaringen uit het verleden zijn daarmee minder relevant en het beste dat je kan doen is een eerste stap zetten en dan te zien wat er gebeurt.

Evidence based blijft volgens zeer belangrijk als principe om relatief harde kennis te verwerven. Dit verhaal is teveel of/of ipv en/en. We hebben beide benaderingen nodig.

Beste Daan,

je schrijft: “Wat ‘bewezen’ lijkt, blijkt niet altijd waar en wat waar is kan nog niet altijd bewezen worden. Ik hoop dat deze geschiedenisles ons wat nederiger maakt als we de neiging hebben om ideeën in de prullenbak te gooien.” Ik vind dat een verrassende gedachte, omdat je hier precies het tegenovergestelde zegt van wat ik zelf zou willen meenemen uit deze geschiedenisles. Namelijk: laten we hopen dat dit ons wat nederiger maakt als we de neiging hebben weer een halfbakken idee te introduceren als het nieuwe duizend-dingen-doekje op HR-gebied. En laat ons die nederigheid dan onder andere tonen door open te staan voor een grondige wetenschappelijke toetsing (en de bereidheid te accepteren dat onze briljante ideeën toch niet zo briljant blijken wanneer ze deze toets niet kunnen doorstaan). Die nederigheid mis ik nogal eens.

Ook verrassend vind ik dat je de voorbeelden van Galileï en Einstein gebruikt als argument tegen… ja, waartegen eigenlijk? Tegen evidence based? Tegen de kwaliteit van de wetenschappelijke methode? Terwijl jouw voorbeelden juist aantonen dat de we zonder die nadruk op wetenschappelijke onderbouwing vandaag de dag nog vrolijk een geocentrisch wereldbeeld zouden koesteren. Wetenschap afdoen met “inspiratiebron die slechts put uit het verleden” vind ik dan ook volstrekt misplaatst.

En als we het dan tóch hebben over de man die zijn sleutels kwijt is: evidence based betekent niet dat je alleen daar kijkt waar het licht schijnt, maar dat je je licht laat schijnen op de plek waar je wil zoeken – en dat je vervolgens, als je daar niets vindt, je lamp een stuk opschuift. Dat is wat ontbreekt bij veel van de ‘oplossingen’ waar Richard en Maarten naar verwijzen.

Het zijn dus juist de aanhangers van dergelijke instrumenten en technieken die onverstoorbaar blijven kijken op de plek waar hun (wetenschappelijk gezien uiterst zwakke) lampje schijnt. En dan verrukt uitroepen: “mijn sleutel heb ik weliswaar niet gevonden, maar kijk eens wat een mooie steen hier ligt!”

@Goffried, helemaal eens met de noodzaak dat het niet of/of is, maar en/en. Een column leent zich voor wat minder nuance dan een artikel en in een uitgebreider pleidooi zou ik pleiten voor een reframing van het verhaal van Maarten en Richard. “Evidence Based Werken” zou wat mij betreft kunnen evolueren in “Future Based Werken”, waarbij je de auto niet alleen bestuurt door door de achteruitkijkspiegel te kijken. De piramide, die de nadrukt legt op resultaten uit het verleden, zou dan veranderen in een figuur met gelijkwaardige “zuilen”. 1 zuil zou bestaan uit wetenschappelijk onderzoek, oftewel gedocumenteerde en gevalideerde ervaringen van anderen aangaande een bepaalde aanpak (uit het verleden). 1 zuil zou bestaan uit eigen ervaringen uit het verleden, heel relevant omdat elke HR-professional die interventies pleegt zelf een uniek onderdeel is van die interventie (en deze eigen interventies dus unieke, niet-eerder-wetenschappelijk -gedocumenteerde ervaringen opleveren.) En 1 zuil zou ruimte maken voor intuitie, het getrainde vermogen van de HR-pfofesional om aan te voelen wat er NU gebeurt in een groep/organisatie en wat er staat te gebeuren, wat zich aandient. Otto Scharmer omschrijft dit proces (“Leiding vanuit de toekomst die zich aandient”) in Theory U, waarbij wetenschappelijke kennis (IQ, “seeing”) een tussenstap is, gevolgd door “sensing” en “presencing”.

@Paul, ik lees in je bijdrage je zorgen over het introduceren van nieuwe duizend-dingen-doekjes op HR-gebied en ik deel die zorgen met je, absoluut. Met het verheerlijken van een methode vergeet je om objectief te blijven kijken naar het resultaat van je methode en creeer je blinde vlekken.

Waar we denk ik van mening over verschillen is over de toepasbaarheid van wetenschappelijk onderzoek uit het verleden voor de organisatie-vraagstuken van de toekomst. Ook de organisatie-psychlogische wetenschap, hoe grondig het onderzoek ook was, kan geen duizend-dingen-doekjes produceren. Omdat organisatie-psychologie geen harde wetenschap is en geen garanties levert op resultaten voor de toekomst.

Bovendien is deze wetenschap een aantal jaar geleden (2015) flink van haar voetstuk gevallen toen wetenschappers een poging deden om de resultaten uit bekende psychlogische onderzoeken te reproduceren. De meerderheid van die resultaten bleek niet reproduceerbaar en daarmee dus niet bewezen. Terwijl we wel jarenlang hadden gebouwd op diezelfde conclusies. Deze wetenschappelijke conclusies bleken zelf ineens half-bakken-ideeen te zijn.

Wel ben ik het weer met je eens dat het goed is om methodes die in de praktijk goed lijken te werken ook onder een wetenschappelijk vergrootglas te leggen. Niet om de methode een definitief stempel van geschikt/ongeschikt te geven (nogmaals, dat kan niet want geen harde wetenschap), maar om vanuit een ander perspectief meer informatie en inspiratie te verzamelen over de methode.

Over je Copernicus-reactie, geen zorgen, ik ben geen lid van de flat-earth-society:-). Ik ben wel begaan met wat de geschiedenis ons kan leren over hoe onze inzichten in de loop van de tijd kunnen veranderen. Wat nu waar/bewezen/feit lijkt kan over honderd jaar, met nieuwe inzichten, weer anders blijken te zijn. En wie weet of wat we nu als “half-bakken” bestempelen over 100 jaar de nieuwe waarheid is? De tijd zal het leren, mits we een open geest houden voor meer dan alleen de conclusies uit wetenschappelijk onderzoek.

Toon alle 6 reacties
x
x