Channels

In de zomer van 2000 ging ik weer aan het werk na een rouwverlof. Ik kwam uit een wereld waar de tijd had stil gestaan. De dood heeft dat effect nu eenmaal op mensen. Het leven vertraagt. Daardoor viel het veelvuldig gebruik van het woord versnelling, tijdens de lezingen en workshops die collega’s gaven over de nieuwste ontwikkelingen, extra op. Het versnellen van veranderingsprocessen, versnelling in het opbouwen van vertrouwen, snellere en kortere opleidingen etc.

Het leek wel een toverwoord, waar de markt mee verleid kon worden. Aan het eind van die zomer in 2000 vroeg ik mij af of er misschien niet evenzeer vraagstukken waren die juist gebaat waren bij vertraging. Als alle aandacht uitgaat naar versnelling hebben we binnen de kortste keren hyperventilerende organisaties. Veel is gebeurd sinds die eerste zomer van het nieuwe millennium. Er is onder meer een tijdschrift ontstaan ‘Slow Management’ en er is veel onderzoek gedaan naar ‘trage vragen’ in organisaties. Kortom er is meer aandacht voor welke processen en besluiten versnelling behoeven en welke beter getackeld kunnen worden door te vertragen. En als ik zelf niet zo traag was geweest de afgelopen dertien jaar had u natuurlijk al veel eerder van mij gehoord hierover…..

Versnelling
– als de tijd rijp is –

En als de timing klopt, of anders gezegd als de tijd rijp is, dan kunnen processen zo snel gaan, dat je er bijna duizelig van wordt. Het afgelopen jaar was ik gefascineerd door de versnelling die plaatsvond in een aantal ontwikkelingsprocessen. Zo was er Karel.

Karel werd eigenlijk zijn hele leven al gepest. Het was op school ooit begonnen. En op het werk was het op een of andere wijze ‘gewoon’ verder gegaan. Karel kreeg van zijn leidinggevende vijf gesprekken om iets met zijn weerbaarheid te doen. Vijf gesprekken is niet veel en de problematiek was weerbarstig, dus ik was voorzichtig met wat we in die tijdspanne zouden kunnen bereiken. In de intake kwam naar voren dat hij voortdurend bezig was zich aan te passen aan wat hij dacht dat het team van hem verwachtte. Zijn eigen spontane reacties slikte hij in, hij durfde niet. Als ik hem vroeg wat hij in een bepaalde situatie had willen doen of zeggen, kwam hij echter onmiddellijk met een reactie. Hij wist dus wel wat hij wilde, maar ondervond een drempel. Zijn leerfocus was om zich zelf meer te laten zien in plaats van zich aan te passen. Nou dat hadden we dus mooi helder gekregen!
In het volgende gesprek kwam Karel binnen met de mededeling dat hij er niets meer aan vond en dat hij naar een andere baan uit ging kijken. Hij had geen zin meer om in zijn collega’s te investeren. Na enige tijd vroeg ik hem of hij zich zijn leervraag uit de intake herinnerde. Dat bleek hij nog precies te weten. ‘Nou dan heb je bij deze een perfecte leeromgeving gecreëerd. Je hebt hier niets meer te verliezen, want slechter dan dit kan het niet worden. De ideale omstandigheden om te gaan durven waar je tot nog toe voor de drempel bleef staan.’ Zijn zwaarmoedigheid leek te verdampen en maakte plaats voor een soort vrolijke nieuwsgierigheid. ‘Dus je bedoelt dat ik mijn collega’s kan gebruiken voor mijn eigen ontwikkeling?’ grijnsde hij bij het vooruitzicht van de rollen die hij om ging draaien.

Lees ook:

Druk zijn als statussymbool, waar zijn we mee bezig?

In ieder gesprek dat volgde maakte Karel melding van nieuwe wapenfeiten. Hij liet zich zelf zien, zei wat hij ergens van vond, leerde te focussen op wat hij in de interactie zelf wilde en begon daardoor zichzelf serieus te nemen. Zijn omgeving bespeurde ook de verandering en als ‘vanzelf’ veranderde de houding van de collega’s. Zo was er een collega die eerder tegen hem had gezegd dat hij het eerst maar moest verdienen om bij het team te mogen horen. Deze vertelde nu in een teamvergadering dat hij het eigenlijk lastig vond dat er nieuwe mensen bijgekomen waren en dat hij bang was dat daardoor de oude sfeer zou verdwijnen.
In het evaluatiegesprek constateerde ik hoe ongelofelijk snel zijn ontwikkeling gegaan was. ‘Ja’ antwoordde hij, ‘maar ik vraag me eigenlijk af of dat wel goed is, dat het zo snel gaat allemaal?’

‘Ja maar volgens mij was de tijd gewoon rijp, alles lag klaar. Je had al zoveel dingen gedaan (hij had namelijk een grote openheid, had goed naar zich zelf leren kijken en naar de groepsdynamiek binnen het team en had ondanks zijn pestgeschiedenis een constructieve kijk op het leven behouden) en die vielen nu allemaal op zijn plek en gingen voor je werken. En dan kan het allemaal snel gaan.’ Gerustgesteld nam hij afscheid. Enkele weken later kreeg ik een mailtje met een foto van hem in Parijs genomen met de mededeling: ik heb nu iets gedaan wat ik al heel lang wilde, maar nooit durfde…. Nieuwsgierig klikte ik op de foto en zag een prachtig flonkerende oorbel in zijn linkeroor.

Deze column is de derde in een serie “Effectiever omgaan met de tijd”.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x