Channels

Mocht deze week weer eens een paar avonden gaan collecteren. Voor een bekend fonds met landelijke uitstraling. Je kent dat wel. Goed gemutst, gewapend met zo’n groene collectebus voorzien van indrukwekkend logo belletje trekken. Deur aan deur. Met als simpele doel om die bus zo snel mogelijk gevuld te krijgen. Het goede nieuws is dat zo’n avond je altijd weer met twee benen terug op aarde brengt. Helemaal als het regent! Goed voor je ego.

Los van de bekende smoesjes (‘wij geven nooit aan de deur’ of ‘wij maken het altijd over’) merk je dat men minder kleingeld in huis heeft. Begrijpelijk, heb ik ook nauwelijks meer. Maar lastiger is natuurlijk dat de concurrentie om de gunst van de portemonnee van de burger – die zelf als gevolg van de huidige onzekerheden ook kritischer is –steeds feller wordt. Zeker met een terugtredende overheid. De vanzelfsprekendheid dat er massaal wordt gegeven, zonder dat men een beeld heeft van waar dat geld nou allemaal aan wordt besteed, die is er gewoon niet meer. Mensen willen emotie. Ze verlangen beleving. Ze willen gewoon weten wat er met hun centen gebeurt. Wat het effect van hun besteding is. En succesvolle acties zoals die van Alpe d’HuZes of Serious Request bewijzen dat ook.

Niet zo vreemd. Want zo werkt het natuurlijk ook in ons dagelijkse werk. Niet zo raar dus dat eind vorige eeuw is bedacht om de relatie input-output-outcome inzichtelijker te maken. Destijds werd dat heel deftig onder de noemer van VBTB (Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording) gepositioneerd. En dat werd toen heel adequaat geïntroduceerd in Den Haag onder de populaire noemer ‘gehaktdag’: derde woensdag in mei als verantwoordingsdag. Om te kijken wat het effect is geweest van al die publieke middelen die zijn geïnvesteerd. In de sfeer van: ‘wat heeft het at the end nou allemaal opgeleverd’.

Lees ook:

Business cases binnen de overheid gaan over meer dan geld

Ik herinner me nog goed dat er bij die VBTB-introductie werd gesproken over ‘begrotingen nieuwe stijl’ waarbij toen de leidraad was dat begrotingen vanaf dat moment zowel getoetst zouden worden aan 3W’s (‘wat willen we bereiken?’, ‘wat gaan we daarvoor doen?’ en ‘wat mag het kosten?’) als aan de 3 H’s (‘hebben we bereikt wat we hebben beoogd?’, ‘hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?’ en ‘heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?’).

Mooi bedacht. Maar kijk eens naar de laatste verantwoordingsdag afgelopen woensdag 15 mei. Dan is er van die geweldige ambitie van beleidsverantwoording toch niet zo ontzettend veel meer over. Spijtig. Want als overheid heb je immers een geweldige voorbeeldrol om dat proces een paar stappen verder te brengen qua volwassenheid. In de sfeer van ‘zo doen we dat hier’. Want natuurlijk is het lastig om het effect van al die beleidsinspanningen te meten. En ze vervolgens ook te kwantificeren. Maar in een wereld waarin de concurrentie om de middelen steeds feller gaat worden is dit zeker geen overbodige luxe. Al was het alleen al maar om bij komende bezuinigingen jezelf voldoende te kunnen wapenen.

Want als jij aannemelijk kunt maken wat de gevolgen zijn op jouw output of outcome als jij opeens 20% minder aan inkomsten krijgt, dan sta je aanzienlijk sterker dan je buurman die alleen maar kan mopperen dat daarmee de vaste lasten niet meer te financieren zijn. En dat is nou precies waar veel van die organisaties in de sfeer van goede doelen of welzijn geweldig mee worstelen. Er wordt bij begrotingen nog veel te veel uitgegaan van onze eigen interne situatie. Zoals onze eigen kostenstructuur: wat hebben we allemaal nodig om onze vaste kosten (personeel, huisvesting) gefinancierd te krijgen.

Onderstreept dus om dat VBTB gedachtegoed van onze eeuwwisseling weer eens op de managementagenda te zetten. Zeer zeker ‘oude wijn in nieuwe zakken’, maar wel wijn die nu écht wel op dronk is.

Waar wachten we nog op?

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x