Sinds enige tijd is er vanuit de Nederlandse politiek opmerkelijk veel interesse in het verschijnsel private equity. Enkele maanden geleden is een aantal organisaties en deskundigen (waaronder schrijver dezes) door de Tweede Kamercommissie Financiën uitgenodigd om deel te nemen aan een rondetafelgesprek over ‘private equity in Nederland’.

Aanvankelijk vooral actief in de VS en vanuit Londen krijgt private equity vanaf 2000 ook in Nederland door de rap wassende fusie- en overnamegolven en mondiaal historisch lage interestniveaus een steeds prominentere rol. Private equity bedrijven bepalen vanaf 2005 in toenemende mate de snelheid, dynamiek, modus en richting van het ondernemen buiten en binnen Nederland. Dat is ook de redacties van Nederlandse kranten als het FD en de Volkskrant, gezien de veelvuldige berichtgeving, niet ontgaan. Politici, journalisten en anderen, die private equity bedrijven wegzetten als ‘sprinkhanen’, slaan echter de plank opmerkelijk mis, want ondermijnen met dergelijke holle kreten een steeds belangrijker wordende pijler van de BV Nederland en dus ook onze welzijnsstaat.

Private equity, de feiten

Het fenomeen private equity is inmiddels alomtegenwoordig. In de USA is ongeveer een kwart van alle bedrijvigheid reeds in handen van private equity, in het Verenigd Koninkrijk gaat het om ongeveer 20 procent en in Nederland laten cijfers van onder meer EY en PwC zien dat circa 13% van het Nederlandse bedrijfsleven gecontroleerd wordt door private equity. De totale omzet van al deze door private equity gecontroleerde bedrijven bedroeg in 2014 [in NL] ongeveer 90 miljard euro waarvoor maar liefst 400.000 doorgaans Nederlandse medewerkers verantwoordelijk zijn. Overigens neemt het aandeel van door private equity gecontroleerde bedrijvigheid in Nederland sinds 2010 jaarlijks met ongeveer 0,6 tot 1,3 procent toe. Ik verwacht dat in 2020 ongeveer 17 procent en in 2025 een kwart van de BV Nederland gecontroleerd wordt door private equity bedrijven waarbij het smaldeel buitenlandse (Amerikaanse, Britse en Aziatische) private equity bedrijven allengs belangrijker gaat worden.

De effecten

Volgens onderzoek van Kaplan en Schoar, EY, Bain & Co. en McKinsey & Co. neemt bij ongeveer 75 procent van de buy-outs waar private equity bij betrokken is de werkgelegenheid na de buy-out toe en de gemiddelde jaarlijkse uitgaven uitgedrukt als percentage van de omzet aan opleidingen, R&D en marketing stijgen na de buy-out door private equity bedrijven met meer dan 30 procent. Een ruime meerderheid van de buy-outs investeert na de transactie in nieuwe vestigingen en het productassortiment wordt vaak verbreed in plaats van versmald. De meeste ondernemingen welke na de buy-out te maken krijgen met een private equity eigenaar hebben actievere aandeelhouders, een gemotiveerder management en meer betrokken medewerkers. En ondernemingen die in het bezit zijn van private equity bedrijven hebben door de jaren heen betere algehele bedrijfsprestaties in termen van omzetgroei, groei van de winstgevendheid, marktaandeelgroei en absolute nettowinstniveaus behaald dan beursgenoteerde ondernemingen die niet in handen zijn van private equity-ondernemingen, dus ongeacht of er nu sprake is van een macro-economische hausse of baisse.

Succes creëert navolgers

Private equity bedrijven bieden veel meer dan louter een [bancair] ‘vermogensinfuus’. Men biedt financiering, ondernemerschap, een netwerk – en dus klankbord – en vele operationele verbeterimpulsen. En dat alles nota bene in een relatief kort tijdsbestek. Het is dan ook niet verrassend dat veel beursgenoteerde ondernemingen inmiddels de succesvolle financiële en operationele verbeterstrategieën van private equity bedrijven en masse proberen te kopiëren. Mijn Amerikaanse collegae Gadiesh en MacArthur hebben daar overigens (al) een jaar of tien geleden een interessant boekwerkje over geschreven. Het is dan ook niet verrassend dat de leiding van steeds meer middelgrote en grote Nederlandse ondernemingen in toenemende mate gebruik maakt van deze vorm van financiering [en begeleiding], temeer ook daar de banken – mede gevoed door wet- en regelgeving – zich als participant terug [moeten] trekken in deze financiële tak van sport. Private equity bedrijven bieden dan uitkomst. Zij kunnen de ondernemingsfinanciering veilig stellen en hebben daarmee een positief effect op de macro-economische groei en werkgelegenheid in de BV Nederland. Dat is goed voor het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse samenleving. Ik kan op basis van de feiten helemaal niets met de populistische kreet ‘sprinkhanengedrag’. Er wordt op macro-economisch niveau juist waarde toegevoegd in plaats van vernietigd. Uiteenlopend wetenschappelijk onderzoek valideert dit keer op keer.

Geen manna wel evidente meerwaarde

Is private equity synoniem met ‘economisch manna’? Welnee, maar een meer genuanceerde kijk op de evidente meerwaarde van dit verschijnsel voor de BV Nederland wordt geadviseerd. De publicitaire bazooka vanuit de politiek en uiteenlopende media richten op de enkele zeperd is kwestieus en doet de waarheid ronduit geweld aan. Overeenkomstig de Nederlandse dichter en architect van het Wilhelmus, Adriaen Valerius [ca. 1575 – 1625]: ‘O Nederland, let op u saeck’!

* Prof. dr. Pieter Klaas Jagersma (USA) is ondernemer, verbonden aan verschillende universiteiten en business schools en toezichthouder bij diverse ondernemingen.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x