Channels

General Electric (Domestic Appliances) en Fuji Film hebben zich de afgelopen tien jaar succesvol getransformeerd tot bedrijven die met partners nieuwe producten ontwikkelen en markten veroveren. Hoe? Door plug&play te worden en de eigen kennis en competenties via een open platform beschikbaar te stellen aan anderen. Samen met deze partners hebben ze nieuwe markten kunnen aanboren en hun eigen vaardigheden verder kunnen uitbouwen en groeien ze nu verder. Elk bedrijf kan hiervan leren hoe je succesvol nieuwe producten kunt ontwikkelen in een digitale wereld: door plug&play te zijn.

Van buiten naar binnen

“De beste ideeën komen van buiten” en “De meeste talentvolle mensen werken niet voor ons” zijn regelmatig gehoorde uitspraken van CEO’s. Toch werken de meeste bedrijven nog met eigen personeel en goede ideeën ‘van binnen’. General Electric en Fuji Film maakten een draai en werken nu van buiten naar binnen.

De noodzaak was ruim tien jaar geleden groot: de afdeling huishoudelijke apparaten van General Electric was traag en log geworden en miste innovatiekracht. De ‘dure ontwikkelafdeling’ en de eigen productiefaciliteiten waren alleen overeind te houden als er voldoende nieuwe succesvolle producten mee ontwikkeld worden. Anders zou GE in een spiraal komen waarbij de ontwikkeling van nieuwe producten en innovaties in nauwe samenhang met productie in de knel zou kunnen komen.

In antwoord op verdere bezuinigingen en reductie van de faciliteiten, koos General Electric tien jaar geleden voor de strategie om het de eigen ontwikkel- en productiefaciliteiten open te stellen voor derden als een ‘fablab’. Hierdoor kon het gebruik van de faciliteiten weer toenemen, en voldoende schaal behouden. Bovendien kon GE zo responsiever worden voor nieuwe wensen van de consument.

GE richtte daarvoor FirstBuild op. Dit bedrijfje faciliteert het gehele ontwikkelproces van idee (‘ideation’) naar een werkend prototype (‘prototyping’) naar een eerste kleinschalige productie (‘initial batch production’). Hiervoor beschikt FirstBuild over een online community voor grootschalige brainstorming en selectie van ideeën, ontwerpers (van o.a. GE) die deze ideeën kunnen omzetten in maakbare prototypes, een fablab waarmee deze gemaakt kunnen worden tot en met een kleine proeffabriek voor kleinschalige productie met o.a. 3D-printing. Firstbuild gebruikt ook crowdfunding om de ontwikkeling van nieuwe producten te financieren. Dit blijkt een goede graadmeter voor de potentie van nieuwe producten.

General Electric maakte van zijn ontwikkelafdeling een platform waarop andere gebruikersgemeenschappen gemakkelijk kunnen ‘inpluggen’. Zowel voor het bedenken van nieuwe producten, het mee ontwikkelen, het voorfinancieren van de eerste productie tot en met de marketing. De betrokken community kan zowel online als fysiek samenkomen. Net als bij een fablab kunnen de deelnemers ook zelf aan productideeën werken, samen met de ontwikkelaars van General Electric, in lokale werkplaatsen. Wie bijdraagt krijgt ook een deel van de licentie-inkomsten.

Het succes dat erna kwam spreekt voor zich. Zes nieuwe marktintroducties in drie jaar waarbij de ontwikkelkosten van het product al grotendeels of geheel zijn terugverdiend. Dát is het succes van het bedrijf FirstBuild, onderdeel van General Electric Appliances.

In 2016 werd GEA overgenomen door het Chinese Haier. Inmiddels heeft Haier het model van FirstBuild verder uitgerold binnen de organisatie wereldwijd. Zo opende het in 2017 een nieuwe locatie in Shanghai en in 2018 in India. Haier gebruikt zijn internationale kracht om wat succesvol is op te schalen (Meer over de ‘Rendanheyi’- strategie van Haier).

Haier gaat nog een stap verder in het vercommercialiseren van het FirstBuild-model en het verder uitbouwen van de community van ontwerpers: via het mobiele platform Giddy kunnen ook andere (niet-Haier) bedrijven in contact komen met ontwerpers (‘creators’) om zo nieuwe producten te bedenken en ontwerpen. Dit gebeurt aan de hand van wekelijkse nieuwe ‘challenges’. Hier past Haier dus de ervaring toe die crowdsourcing platformen als InnoCentive (een van de weinig crowdsourcingplatformen die na tien jaar nog bestaan) hebben opgedaan in hoe je actieve gebruikersgroepen aan je kunt binden en hoe je ze voortdurend motiveert om te voorkomen dat het platform stilvalt na enkele maanden.

Leven of dood

Fuji Film kreeg ruim tien jaar geleden een klap te verwerken door het instorten van de markt voor filmrolletjes en fotoafdrukken. Om te voorkomen dat het net als Kodak ten onder zou gaan, koos het bedrijf ervoor zichzelf open te stellen voor anderen: de geavanceerde technologieën waarmee Fuji fotomaterialen ontwikkelt tegen lage kosten en hoge kwaliteit, zouden ook voor andere bedrijven, in hele andere markten nuttig kunnen zijn. De grootste productievestigingen van filmrolletjes zijn omgevormd tot  Open Innovatie Hubs, zoals Fuji ze noemt. Zo ook de Tilburgse vestiging. Geïnteresseerden van groot tot klein worden uitgenodigd om te praten over de technologieën die Fuji kan leveren, wat daarmee mogelijk is welk gezamenlijk verdienmodel daarbij kan horen. Inmiddels heeft Fuji nieuwe klanten weten te vinden met name in de biotechnologie (lab on a chip) en bouwde het een nieuwe fabriek in Tilburg.

Open Innovatie 4.0

GE en Fuji laten zien hoe je als bedrijf succesvol kunt zijn door je open te stellen voor anderen en door nieuwe samenwerking verder te groeien, ook met toepassingen en in markten die je als organisatie van tevoren zelf niet hebt bedacht en voorzien.

Met name GE is een goed voorbeeld van hoe ver bedrijven kunnen gaan in het volledig ‘om-denken’ en transformeren tot een bedrijf dat van buiten naar binnen werkt. Alle principes die het bedrijf toepast zijn afgekeken van fablabs, crowdfunding- en cocreatieplatformen, maar dan beter geïntegreerd en geprofessionaliseerd. (Veel van de oude platformen zijn ter ziele of kennen een kwijnend bestaan, ze zijn in de hoek van hobbysime en doehetzelf-fablabs blijven hangen).

GE past deze aanpak ook steeds meer toe op de andere industriële divisies van het bedrijf (die niet zijn afgestoten aan Haier). Het klantgericht werken en in staat zijn goede ideeën van zowel de eigen organisatie als van buiten te kunnen faciliteren en te ‘leveragen’ is bepalend voor het toekomstige succes. Wat dit betreft kan de Europese maakindustrie nog veel leren. Hoewel het besef ook bij de Duitse industrie, onder de noemer Industrie 4.0, groeit dat klanten en consumenten belangrijk zijn, is de slag naar het volledig vanuit de klant werken, nog niet gemaakt.

Plug&play-lessen

GE en Fuji leren ons veel over hoe organisaties succesvol gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die digitale technologie en biedt om op nieuwe manieren samenwerking met anderen aan te gaan en samen nieuwe business te creëren. De belangrijkste lessen op een rij:

  1. Plug in op de ‘crowd’: je klanten hebben ook goede ideeën
    Allereerst door maximaal gebruik te maken van de vele mogelijkheden om ‘de crowd’, de klanten, de gebruikers, de consumenten, te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Bedrijven die innovatieve gemeenschappen van klanten aan zich weten te binden, kunnen daarmee concurrentievoordeel hebben in de markt. Het actief houden en motiveren van de gebruikersgroepen vraagt voortdurende aandacht. Dit kan op diverse manieren, via nieuwe ‘challenges’ en beloningen in de vorm van geld, roem en ‘punten’.
  2. Stel je open voor anderen en plug in bij anderen waar die beter zijn
    Ten tweede door jezelf als bedrijf open te stellen voor anderen. Werk van buiten naar binnen. Door van de eigen ontwikkelafdeling een ontwikkelplatform te maken (en bijbehorende gereedschappen beschikbaar te stellen) waarop anderen kunnen inpluggen, heeft General Electric toegang gekregen tot een rijke community en kan het blijven investeren in de nieuwe technologieën. Het doet zelf waar het goed in is: het ontwikkelen en marketen van producten. Dit past in een tijd waarin bedrijven zich steeds meer moeten specialiseren op waar ze echt goed in zijn, en schaal en massa zoeken op die terreinen en verder samenwerken met andere gespecialiseerde spelers. Het verschil tussen buiten en binnen vervaagt: samenwerken gebeurt via platformen die individuele organisaties overstijgt. Het onderscheid tussen buiten en binnen vervaagt: ideeën en processen kunnen van buiten komen of met buiten gedeeld worden.
  3. Maak alle processtappen modulaire ‘plug&play’-bouwstenen.
    Als derde zien we dat digitalisering de mogelijkheid biedt om flexibel in te pluggen op de platformen van anderen en daarmee snel nieuwe functies toe te kunnen voegen: zoals 3D-printing, bezorgdiensten, ook zijn koppelingen eenvoudig te maken met webwinkeldiensten als Shopify. En de producten zijn modulair opgebouwd en daarmee zijn eenvoudig nieuwe combinaties en uitbreidingen te maken, en kunnen onderdelen worden hergebruikt bij de ontwikkeling van nieuwe producten. Zo blijf je als organisatie flexibel en adaptief.

Maurits Kreijveld, auteur van De plug&play-organisatie.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Goedemorgen,

Dan moeten bedrijven me wel kunnen vinden:
Ik heb hele nieuwe producten en diensten bedacht.

Edith
http://www.getideas.nl
http://www.edithborghuis.nl

x
x