Rutger Bregman schreef het boek ‘De meeste mensen deugen’, dat hoog in de verkooplijsten staat. Hierin staat dat de westerse cultuur al eeuwen doordrongen zou zijn van het geloof in de verdorvenheid van de mens. Bregman wil dat beeld corrigeren en stelt dat de meeste mensen deugen. Richard Engelfriet heeft zijn twijfels bij die conclusies. 

Het boek van Bregman veegt overtuigend de stelling van tafel dat de meeste mensen geneigd zouden zijn tot het slechte. Zo fileert hij op indrukwekkende wijze de cijfers van hoogleraar Steven Pinker in diens boek Enlightenment now. Daarnaast laat hij zien dat een groep kinderen die écht schipbreuk leden, een stuk vreedzamer met elkaar omgingen dan de horrorverhalen uit het wereldberoemde boek Lord of the Flies.  

Maar twijfel zaaien bij de ene stelling, betekent nog niet dat het omgekeerde waar is. Zeker niet als je daarvoor met rammelend bewijs op de proppen komt. Zo zijn een paar archeologen die wat oude botten vinden waar de hersens niet van zijn ingeslagen, voor Bregman genoeg reden om juichend vast te stellen dat de meeste holbewoners enkel in pais en vree lekker aan het koken en knuffelen waren rond een knisperend kampvuur. En hoe bewonderenswaardig Bregmans speurwerk en enthousiasme over die op drift geraakte kinderen ook is: zulke anekdotes leveren natuurlijk geen bewijs dat de hele mensheid deugt. 

Lees ook:

De meeste mensen deugen. Echt?

Bepaalt Farmers Defence Force of de meeste mensen deugen?

Wie wil bewijzen dat de meeste mensen deugen, zal grondiger te werk moeten gaan. Allereerst: wie bepaalt of iemand deugt? De rijdende rechter? Farmers Defence Force? Willem Mastenbroek? En welke criteria moeten zij daarbij hanteren? Deug je als je een liedje meezingt met het woord nigger erin in het kleedlokaal van je voetbalteam? Als je een kaars op de markt brengt met de geur van je vagina? Als je je schoonmoeder omarmt op je bruiloft?

Een vergelijkbare redeneerfout maakt Bregman bij de bespreking van de vernistheorie.

Volgens de vernistheorie veranderen mensen, zodra een dun laagje beschaving verdwijnt, in haatdragende monsters. En om dat te voorkomen, moet je ze van bovenaf en met strakke hand beteugelen. Althans, zo praten autoritaire leiders als Poetin, Xi Jinping en Erdogan hun gedrag goed.

Bregman laat overtuigend zien dat er genoeg bewijs is te vinden om de vernistheorie te ontkrachten. Macht en dwang zijn niet het enige middel om te voorkomen dat mensen elkaar de hersens inslaan. Bregman geeft in zijn boek leuke voorbeelden van leiders die hun mensen juist veel vrijheid geven en geweldige resultaten boeken. Denk maar aan Jos de Blok en zijn zelfsturende teams bij Buurtzorg Nederland.

Dat de vernistheorie de prullenbak in kan, is echter geen bewijs dat de westerse cultuur doordrongen zou zijn van de verdorvenheid van de mens. Lekker dwepen met Jos de Blok is nog geen bewijs dat alle andere managers autoritaire top-down horken zijn met een verdorven mensbeeld. En ik wil best geloven dat leiders van ondemocratische landen weinig vertrouwen hebben in hun mensen, maar waarom zou dat bewijs zijn dat de westerse cultuur met zijn democratie, humane strafrecht en medezeggenschap een verdorven mensbeeld heeft?

Hoe kunnen de meeste mensen deugen, als ze in meerderheid een verdorven mensbeeld hebben?

Bregmans boek is leuk en aanstekelijk. Maar in de kern is er met zijn redenering iets fundamenteel mis. Enerzijds gelooft Bregman dat de meeste mensen deugen. Dat is positief. Maar aan de andere kant heeft hij een uiterst negatief mensbeeld als hij stelt dat wij een verdorven mensbeeld hebben. Hoe kunnen de meeste mensen deugen, als ze in meerderheid een verdorven mensbeeld hebben? 

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Het zijn niet de mensen maar hen gedrag die hier beoordeeld worden.
Dit gedrag komt voor uit cultuur, en die is niet vergelijkbaar over de jaren heen.
Vooral in de laatste eeuw is het ego groter geworden door culturele veranderingen en individualisering die daaruit voorkomt.
Onze cultuur heeft last van angst. Veel mensen kiezen niet voor liefde uit angst.
De mens heeft geen schuld, maar machtigen beschuldigen in het verleden altijd het volk.
“Cursus in wonderen” legt dit goed uit en ook boeken die hierna geschreven werden zijn verhelderend. kies liefde in plats van angst.

Vooral die laatste zin triggert mij👌

Kijk, zelf heb ik als levensmotto sinds 10 jaar (ja, echt waar): “wie goed ontmoet, goed doet!”

Ik geloof er namelijk in dat bijna alle mensen mogelijkheden hebben tot het ‘goede’ (maar ook tot het ‘slechte’). (dit bij elke zinvolle invulling van wat ‘goed’ en ‘slecht’ dan ook precies zijn.) Volgens mij bewijst de geschiedenis der mensheid dat wel.
En daarbij staat er niet voor niets: BIJNA ALLE; want de diversiteit van de mens is misschien wel zijn meest opvallende eigenschap. Dus er zijn ook mensen, die ondanks alle mogelijke aandacht wellicht (in onze samenleving) niet tot ‘het goede’ in staat zijn. Dat zijn mensen die we moeilijk vrij in onze samenleving kunnen laten rondlopen en dat voorkomen we dan ook zoveel mogelijk.
Met de meeste mensen kun je (ook in mijn eigen ervaring) prima kersen eten, als je de omstandigheden een beetje prettig maakt.
Dus: Engelfriet heeft in dit stuk gelijk, dat het ontkrachten van iets niet het bewijs van het tegendeel is. Maar de kern van Bregman: DE MEESTE MENSEN DEUGEN, verdwijnt ook met die constatering niet.

T.a.v. het wel gevoelde gebrek aan vertrouwen is het in de huidige bureaucratische wereld niet heel erg moeilijk om daar voorbeelden van te vinden. (De toeslagen-regeling van de Belastingdienst is een mooie uitzondering, die ik koester.) In het beleid en de politiek lijkt het wantrouwen vaak leidend en dat is waar ik aanneem, dat Bregmans schets van het ongewenste heden op is gebaseerd.

Wat jammer dat dhr Engelfriet na het lezen van dit boek niet een iets positievere mening over de mens heeft gekregen. De inhoud stemt mij namelijk wel veel positiever, onafhankelijk van het feit of alles wat er in staat nu wel of niet op feiten berust. Soms, heel soms, maakt dat ook niet uit. Dan is het effect van een boek belangrijker dan de feitelijke inhoud.

In het boek geeft Bregman, aan de hand van bestaande theorieën en uitkomsten van vele onderzoeken, redenen waarom we juist wat positiever tegenover de mens moeten staan. Hij stelt, dat de mens, in plaats van een wezen die vooral tot slechte daden geneigd is, juist geneigd is tot positief handelen. Een mooie en hoopgevende gedachte. Vond ik. Met mij vele andere anderen.
Maar Bregman’s boek leidt ook tot kritiek. En niet alleen van dhr Engelfriet. Bregman zou de slechte daden van de mens teveel negeren en de echte helden te dicht plaatsen naast de slechte mens. Een misdadiger is, volgens hen, toch niet alleen een misleidt of geïndoctrineerd mens. Het zijn niet alleen de omstandigheden die mensen tot slechte daden leidt, de mens is toch ook soms echt slecht. Denk aan de oorlogsmisdaden, dat valt toch niet alleen weg te schrijven aan slechte invloed of omstandigheden?
Naar mijn mening ontkent Bregman ook niet dat er intens slechte mensen zijn. Bregman benadrukt alleen dat de ‘meeste’ mensen deugen. En ik weet niet hoe het met jullie zit, maar dat is mijn ervaring ook wel. Natuurlijk zijn er rotte appels, maar is het niet juist fijn om hen soms even geen aandacht te geven. Is dat niet precies wat Bregman doet? Verlegt hij niet even de aandacht van de horror uit het dagelijkse nieuws, naar het goede van de mens? Misschien als wij deugende mensen eens wat vaker worden geconfronteerd met de prachtige dingen die wij met z’n allen dagelijks doen, we ook vanzelf een mooier mensbeeld krijgen. Ik kan dhr Engelfriet dan ook niet zo goed volgen in zijn reactie: Hoe kunnen de meeste mensen deugen, als ze in meerderheid een verdorven mensbeeld hebben? Dat is hetzelfde als zeggen dat de spin niet deugt, omdat de meerderheid van de mensen een hekel aan de spinnen heeft. Die gedachte maakt de spin noch degene die het denkt slecht of ondeugdzaam. Hooguit onwetend.

Daarom besluit ik Bregman te geloven. Ik wil hem geloven, omdat het me milder maakt. En daar heeft de wereld niet direct heel veel aan, maar dat is voor de mensen in mijn directe omgeving wel prettiger. En als mijn mildheid er toe leidt dat een ander ook met meer openheid kan luisteren, dan is dat mooi meegenomen. Of mijn mildheid nu wel of niet op waarheid is gebouwd doet er voor mij eigenlijk niet toe, ..het gaat soms om het effect en dat zal iedereen die er baat bij heeft beamen.

“Hoe kunnen de meeste mensen deugen, als ze in meerderheid een verdorven mensbeeld hebben?” Is dit dan zo ? Door het lezen van Rutger’s boek heb ik net handvaten gekregen (hoe los deze ook zijn vlg Richard Engelfriet) die mijn persoonlijke gedachtengoed over de mensheid (waar ik persoonlijk al jaren van overtuigd ben) meer vorm geeft.
ook helemaal eens met Daphne’s comments !

Ik krijg de indruk dat Rutger Bregman wordt verweten dat hij te kort door de bocht gaat. Doch mijns inziens is die kritiek kort door de bocht. Ten eerste stelt hij dat ons mensbeeld een self-fulfilling prophecy is. Ten tweede komt hij met veel bewijzen, dat de meeste mensen de beste intenties hebben en hun medemens graag willen helpen. Daarbij zijn het juist de beste intenties die leiden tot gedrag wat ook als ‘het kwade’ gezien kan worden. Mensen doen geen kwade dingen, we zien dan het kwade als goed. Dat is ook een teken dat we vinden dat we ons gedrag moeten verantwoorden. Dat we vervolgens vaker ondeugdelijk gedrag tegenkomen bij managers, legt hij ook uit: macht corrumpeert. Dus wat mij betreft is zijn boek zeer genuanceerd, doch komt hij wel tot de ondubbelzinnige conclusie: het is al met al de beste optie om uit te gaan van het feit dat de meeste mensen deugen, want dan wordt dat waargemaakt. Als we op basis daarvan onze systemen, organisaties en samenleving bouwen, laten mensen het beste van zichzelf zien en blijven leiders in balans.

Toon alle 6 reacties
x
x