Channels

Als (gast)docent ben ik in binnen- en buitenland ruim twee decennia in de weer met het opleiden van (post-)doctorale en MBA studenten. In die hoedanigheid zijn ruim vijftienduizend studenten uit alle delen van de wereld cijfermatig beoordeeld. Pas een jaar of vijf geleden viel het mij op dat ik mijn (mannelijke en vrouwelijke) studenten uit verschillende delen van de wereld cijfermatig verschillend kwalificeer. Aanvankelijk sta je daar niet al te lang bij stil. Je constateert, reflecteert en relativeert. Het gevoel dat er wellicht sprake was van systematische prestatieverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke studenten en dat uit verschillende delen van de wereld liet me echter niet los en onlangs werd het tijd de spade statistisch wat dieper te zetten. Op deze plaats concentreer ik me op enkele in het oog springende verschillen. De resultaten zijn interessant in het licht van de opkomst van nieuwe economische zwaargewichten als China en India, de onderwijsdiscussie in Nederland en de verbale luchtverontreiniging inzake het debat over het (moeizaam) bereiken van topposities door vrouwen.

De vrouwen winnen het van de mannen

Als ik mijn cijfermatige beoordelingen (ruim vijftienduizend) herleid naar een tienpuntsschaal (‘1’ is erg slecht; ‘10’ is uitmuntend) dan zien mijn resultaten er voor de ‘gemiddelde’ student als volgt uit. De Aziatische student scoort gemiddeld 0,16 punt hoger dan de EU-student, 0,14 punt hoger dan de Noordamerikaanse student en 0,19 punt hoger dan de Zuidamerikaanse student. De Aziatische student scoort gemiddeld 0,15 punt hoger dan de Nederlandse student. Nederlandse vrouwelijke studenten scoren gemiddeld nota bene 0,17 punt hoger dan hun mannelijke landgenoten. Vrouwen laten overigens – ongeacht waarvandaan – mannen alle hoeken van het mondiale prestatiespeelveld zien. Ze scoren bovendien aanmerkelijk vaker dan hun mannelijke collegae de eerste keer direct een voldoende of hoger.

Een kwestie van mentaliteit

Het Aziatische smaldeel aan studenten is erg prestatiegericht. Zij zijn gemiddeld genomen gemotiveerder, werken harder en scoren mede daardoor beter. ‘Den Haag’ pruttelt door de jaren heen bij monde van een onderwijsminister van alles en nog wat over het belang van ‘goed onderwijs’ maar beseft onvoldoende dat de rugzak van studenten vooral rijkelijk moet zijn gevuld met ‘nurture’-achtige zaken als discipline, stamina en een (liefst on)gezonde hebzucht naar kennis. Met uitzondering van het cohort vrouwelijke studenten missen we in Nederland vooral de juiste ‘mentale programmering’ die bijvoorbeeld Aziatische studenten in overvloed hebben.

De concurrentie doet haar werk

De opmars van het vrouwelijke smaldeel in de top van het bedrijfsleven en overheidsorganisaties zal de komende decennia versneld doorzetten. Vrouwelijk toptalent dwingt de ruimte die ze nodig heeft om zich te profileren en positioneren versus hun veelal vooralsnog mannelijke superieuren juist vanwege hun betere studeerprestaties op termijn simpelweg af en dat op eigen kracht. Daar hebben vrouwen helemaal geen klagerige vrouwennetwerken, perverse vormen van positieve discriminatie dan wel geforceerd doorgevoerde wetswijzigingen (als in Noorwegen) voor nodig. Laat vooral het concurrentiemechanisme haar zuiverende werk doen.

Lees ook:

Topvrouwenquota: NIET doen!

De uitdaging voor getalenteerde Nederlandse vrouwen komt in 2030 vanwege de vergaande globalisering van de markt voor toptalent niet zozeer uit de hoek van Nederlandse mannen maar uit de hoek van Aziatische mannen en in toenemende mate Aziatische, Amerikaanse en Europese vrouwen. Toekomstmuziek? Geen denken aan. Het zal de zoveelste discontinuiteit zijn in een wereld die momenteel in rap tempo fundamenteel aan het veranderen is.

* Prof. dr. Pieter Klaas Jagersma is ondernemer, commissaris bij enkele internationals en hoogleraar aan zowel Nyenrode Business Universiteit als de Vrije Universiteit.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Uiteindelijk zal het besef moeten ontstaan, dat deze traditionele ‘concurrentiestrijd’ alleen zinvol is als er gezamenlijk gewerkt wordt aan duurzame waardecreatie. Het doet er in deze uiteindelijk weinig toe of Chinezen, Amerikanen of Europeanen, mannen of vrouwen de lakens uitdelen. Het gaat om mentaliteit, motivatie en innovatie. Slimmer, duurzamer en eerlijker omgaan met de verdeling en exploitatie van schaarse middelen.

Ik vertoef zelf regelmatig in het verre Oosten en kom er inderdaad een andere dynamiek, meer prestatiegerichte en gedisciplineerde mentaliteit tegen maar of dit ook per definitie tot betere resultaten leidt is daarmee niet gezegd. Het is maar net hoe je resultaten definieert.

Als we vasthouden aan het traditionele economische groeimodel, dat mag het duidelijk zijn dat Azie (niet alleen China), maar feitelijk de hele wereld heel veel talent nodig heeft om dit in goede banen te leiden. Op dit moment is in Azie (en met name China) nog (te) veel verspilling, een (te) sterke focus op zuiver materiele waarde en (te) weinig besef van kwaliteit (duurzaamheid).

Waar ik dus met name in geinteresseerd ben of deze 0.16 punt zich (straks) ook vertaalt naar meer waarde en duurzaamheid of krijgen we straks nog meer van datgene waarvan we nu al teveel en tevens te weinig hebben?

Marcel Wiedenbrugge

x
x