Hoe een nationaal verandertraject eindelijk vruchten afwerpt

Cover stories · Cases

Wat te doen als een rigide, zelfingenomen cultuur volledig in de weerstand schiet als een nieuw idee wordt gelanceerd? Hoe kan je resultaat behalen als een hele sector harde feiten naast zich neerlegt zonder er naar te hebben gekeken? Kortom: Hoe kom je van ‘Dat is allemaal onzin!’ naar ‘Dat weten we toch al lang?’

Dit artikel is een persoonlijk verslag van een verandertraject waar ik liefst 26 jaar lang (zeer) actief bij ben betrokken. Ik heb het over een klein onderdeel binnen een sport waar enorm veel geld in omgaat. Het is een casestudy waarvoor bijna iedere Nederlander wel enige affiniteit heeft. Ik heb het over ons nationale penaltytrauma in het voetbal. Elders op deze site noemt Hans Vermaak vergelijkbare problemen een ‘traag vraagstuk’. Ik geef toe, deze case wijkt flink af van de realiteit van managers, adviseurs en veranderprofessionals die dagelijks moeten knokken om vernieuwingen in te kunnen voeren. Sport biedt niet altijd een goede vergelijking.

Deze casestudy biedt naar mijn mening echter een mooi inzicht in aspecten die iedere veranderaar zal tegenkomen in het dagelijks werk. In deze case lees je over het spel van vechten tegen weerstand en onbegrip, iets wat ik niet had volgehouden als ik hier niet een “landelijk verandertraject” voor mijzelf van had gemaakt. Ik haalde er plezier uit door alles uit mijn adviseursgereedschapskist te halen wat ik kon vinden. Doe er, net als het Oranjevoetbalteam, je voordeel mee.

Dit is mijn verhaal.

Beginfase 1974-2000

Ik ben op jonge leeftijd afgekeurd voor alle sporten. Slechte knieën, kraakbeen, dat werk. Jammer dan, geen gedroomde voetbalcarrière. Mijn hersens werden niet afgekeurd dus ik ging economie studeren. Mijn favoriete vak? Statistiek. Ondertussen zag ik Nederlandse clubs (vooral Ajax) en Oranje steeds vaker verliezen na het missen van penalty’s op belangrijke momenten. Van Ajax in 1975 (Levski Spartak Sofia) tot Oranje tegen Frankrijk in 1996. Toen in 1998 Oranje na penalty’s verloor van Brazilië besloot ik hier onderzoek naar te gaan doen. Ik kon dit goed gebruiken in mijn dagelijks werk, ik was toentertijd dagvoorzitter van de Balanced Scorecard dagen. Ik vroeg mij af: ‘Wat is de slechtste performance indicator van Nederland. Een waar iedereen direct associaties mee heeft, iets met beeld, herkenbaar.’ Ik dacht aan de strafschoppen die ik zelf nam, dat was altijd een 0 of een 1, mis of raak. Mooier wordt het niet qua indicator. En zo ging ik op zoek naar antwoord op de vraag: ‘Is wat al die trainers nu zeggen wel waar? Is het niets dan toeval als je mist? Is het een te trainen onderdeel van de voetbalsport, zijn penaltyseries écht loterijen? Of speelt er iets anders?

De Strafschop, zoektocht naar de ultieme penalty (2000-2014)

Ik wilde er een artikel op deze site aan wijden maar kwam er al snel achter dat er een boek in zat. Na ongeveer twee jaar (data-)onderzoek, interviews, analyses, het ophalen van herinneringen en doorspitten van wetenschappelijke studies bracht ik begin juni 2000 zélf de publicatie De Strafschop, zoektocht naar de ultieme penalty uit.

Er was namelijk geen uitgever voor te vinden.

Een boek over strafschoppen? De reacties die ik kreeg? ‘Wat een onzin, daar kan je toch niet op trainen?’, ‘Je gooit je goede naam als adviseur te grabbel’ en ‘Het is en blijft een loterij.’

Niet de beste motivatie om door te gaan met publicatie. De uitkomsten waren daarentegen eenduidig en ik meende er voetballend (en voetbal kijkend) Nederland een plezier mee te doen. Het bood een oplossing om uit een vicieuze cirkel te komen: niet trainen op penalty’s – strafschopseries verliezen – afdoen als loterij – niet trainen op penalty’s, et cetera. Waarom zouden professionele trainers en spelers hier geen voordeel uit willen halen?

De definitie van waanzin is tenslotte steeds hetzelfde doen en andere resultaten verwachten.

Zie daar de geboorte van mijn eigen uitgeverij. De voorraad boeken overziend gooide ik mijn marketinglessen in de strijd en zocht alle publiciteit die ik kon krijgen. Twee dagen later zat ik bij het toentertijd zeer populaire TV-programma Barend & Van Dorp aan tafel. Ik gaf her en der in de media aan dat op basis van mijn gegevens Frank de Boer en Patrick Kluivert NIET de meest geschikte penaltynemers van Oranje zouden zijn. Ook lanceerde ik op TV het idee van een keeperswissel. Voetbalminnend Nederland en vooral de voetbalprofessionals haalden de schouders op en gingen rustig slapen. Voor wie de herinnering heeft weggedrukt, drie weken later missen beide spelers penalty’s in de halve finale van het EK tegen Italië en Oranje wordt uitgeschakeld. De introductie van de keeperswissel werd pas 14 jaar later realiteit. De dag erop geef ik 17 interviews voor de landelijke pers en haal o.m. de voorpagina van NRC. NB het allereerste artikel verscheen op deze site en kan je HIER terugvinden.

Verkeerde inschatting (2000-2026)

Met de analyses in het boek was denk ik weinig mis, ik had best grondig werk verricht bij het schrijven van De Strafschop. Zo had ik tientallen onderzoeken van gerenommeerde wetenschappers gebruikt bij de onderbouwing van mijn adviezen en ik had zelf duizenden strafschoppen bestudeerd en topspelers geïnterviewd, waaronder Jan Mulder, Hans van Breukelen en Gerrie Mühren.

Mijn inschatting van de voetbalwereld was echter volkomen verkeerd. Spelers, noch trainers zaten op mijn werk te wachten. Sterker nog, men deed het af als onzin. Ik was klaar voor kritische vragen over de inhoud van het boek, niet op de vaak persoonlijke aanvallen die ik kreeg. Ik droeg gedegen adviezen aan maar moest het groepsdenken van de Nederlandse voetbalsector doorbreken. De opdracht bleek anders dan vooraf gedacht, een probleem dat zich vaker voordoet bij hen die zich op onontgonnen terrein begeven. Dat deze strijd meer dan een kwart eeuw zou duren, heb ik niet voor mogelijk gehouden. Het goede nieuws is, het is uiteindelijk wel grotendeels gelukt.

Hoe dan gelukt? Wat is er dan, 26 jaar later, veranderd.

Het jaar 2000 ‘Het is allemaal onzin wat u zegt, je kan er niet op trainen’. Zalen vol. Alle spelers en trainers (Advocaat/Rijkaard/Van Basten/De Boer/Cocu, et cetera) herhalen het en blijven penaltyseries ‘loterijen’ noemen.  

Het jaar 2026 ‘Dat je op strafschoppen kunt trainen weten we nu wel,’ zomaar een reactie vanuit het panel afgelopen zaterdag, Radio Noord-Holland, ondergetekende aan tafel met onder meer Guus Hiddink, Arno Vermeulen (vannacht in diens commentaar bij Brazilië - Schotland: ‘Als het maar niet op penalty’s aankomt, we zijn het slechtste land ter wereld hoorde ik dit weekend’) en Michael van Praag. En afgelopen weken kon ik mijn verhaal (deels) kwijt bij ESPN en Andere Tijden Sport.

Liepen begin deze eeuw mensen boos uit de zaal, nu zit er een andere generatie die aandachtig luistert. Wat daarbij zeker ook hielp was dat in 2003, drie jaar na De Strafschop, het boek en de film Moneyball verschenen, waarbij het gebruik van statistieken in het Amerikaans baseball uit de doeken wordt gedaan.

Voetbalfilosofie

Waar kwam al die weerstand vandaan? De Duitse filosoof Schopenhauer hielp me een handje om alle tegenwerpingen te begrijpen én aan te kunnen.  Ik heb het over zijn innovatieregel, het principe dat stelt dat alle nieuwe waarheden of innovaties drie verschillende fasen doorlopen: spot, hevige tegenstand en uiteindelijk acceptatie. Hij beschrijft de natuurlijke weerstand tegen nieuwe of baanbrekende ideeën. Vernieuwers gebruiken deze gedachte om te anticiperen op tegenstand en weerstand tegen nieuwe ideeën en veerkrachtig te blijven gedurende de volgende fasen:

Fase 1
Spot: De innovatie wordt afgedaan als onhaalbaar, onzinnig of onpraktisch. De gevestigde orde lacht om het concept in plaats van de verdiensten ervan te onderzoeken. (voor mij: 2000-2012)

Fase 2
Onderdrukking/Tegenstand: Naarmate de innovatie tekenen van succes vertoont, wordt de tegenstand agressiever. Bestaande sceptici (voetbalanalisten en trainers) vallen het idee aan als gevaarlijk of absurd om de status quo te beschermen. (voor mij: 2013-2020)

Fase 3
Acceptatie: De innovatie wordt een onmiskenbaar onderdeel van het dagelijks leven. De tegenstand verdwijnt en de maatschappij past zich aan, alsof de innovatie er "altijd al is geweest”. (2021-heden)

Ik heb deze drie fases persoonlijk mogen doorleven. Nationaal of in ieder geval sectoraal (er zijn meer dan 1 miljoen actieve voetballers in Nederland) groepsdenken moest worden doorbroken. Daarnaast was sprake van een hoge mate van confirmation bias (bevestigend vooroordeel) in de voetbalwereld: wie anders denkt dan de meerderheid (lees: ondergetekende) wordt buitengesloten. Het gaat hierbij niet of men slim of dom is. Het zijn allemaal professionals, met tientallen jaren ervaring in de praktijk. Alleen was deze praktijk inmiddels achterhaald door de realiteit; andere landen ‘dachten anders’ over dit beslissende onderdeel van het voetbal. De ‘Hollandse school’, de Nederlandse benadering van het voetbal, was stil blijven staan in de jaren zeventig.

Tegenwerpingen en contra reacties

Zoals gezegd, ik was gezegend met een gedegen onderbouwing. Ik hield vol, vooral omdat ik ook geen zin had in het hoekje te worden gezet van Schopenhauers Fase 1. Doorzetten bij weerstand, het leek mij les nummer 1. Ik bleef dus dezelfde boodschap herhalen, ook daarin zit veel kracht. Blijf herhalen: in mijn geval 'Op strafschoppen kan je uitstekend trainen om zodoende een beter resultaat te behalen.' En het helpt als je tientallen voorbeelden hebt waarmee je kan aantonen dat er voordeel te behalen is voor spelers, keepers en trainers.  

Wat waren dan die tegenwerpingen? Gingen voetbalprofessionals in op de analyses die ik had gemaakt, of kwamen er vooral meningen naar boven? Vooral het laatste.  Ik noem hier drie veel voorkomende reacties:

A. Als jij die 40 meter naar de penaltystip moet lopen dan heb je ook knikkende knieën en voel je de spanning’

Antwoord: Dat klopt. In de reguliere tijd schieten spelers tegen de 90% van de strafschoppen raak, in series rond de 78%. Er is echter één probleem met deze reactie: Duitsers en Tsjechen lopen die veertig meter óók. Die schieten daarna wél raak, Duitsers tussen de 85% en 94%, de Tsjechen zelfs 100%. Hoe kan dát dan? En waarom scoren Nederlandse spelers rond de 60% in een penaltyreeks en niet rond de 78% (en liever hoger)?

B. Er kijken miljoenen mensen, dat geeft extra druk.

Antwoord: Zeker. Er zijn 18 miljoen Nederlanders. Er zijn echter 85 miljoen Duitsers. Er zijn 11 miljoen Tsjechen en 65 miljoen Engelsen. Toch scoren juist de Engelsen en Nederlanders erg slecht (in beide landen geloofden voetbalprofessionals decennia lang niet in het trainen op penalty’s) en de Duitsers en Tsjechen (die geloven er zeker wél in, de Duitse bond DFB gaf een groot geldbedrag aan Dr. Elfmeter, mijn Duitse tegenhanger in 2012; ik heb nooit iets gehoord van de KNVB)  juist erg goed op penalty’s. Zouden we dát niet moeten verklaren in plaats van alles toeval te noemen?

C. Je kan op stress niet trainen!

Zeg dat maar eens tegen piloten, chirurgen, militairen, politieagenten et cetera, alsof die niet onder druk komen te staan als de motoren uitvallen en er 250 mensen gillend in de kist zitten. ‘Hier is uw piloot, ik heb afgelopen week flink geoefend op opstijgen maar vandaag wordt het mijn eerste landing, wij wensen u een fijne vlucht…overigens, de rechtervleugel staat niet in brand, ik herhaal…’ Leve de vluchtsimulator! Of uw chirurg, 'Goedemorgen, welkom bij mijn eerste open hart operatie, geen idee, succes is toeval!' U kunt nog doneren! Stress is niet altijd slecht, te weinig én teveel stress wel. Hoe haal je die druk dan deels weg bij spelers? Hierover valt veel te schrijven, ik verwijs graag naar mijn boeken hierover.

Lessen

De afgelopen 26 jaar heb ik met enige regelmaat op deze site geschreven over het penaltyfenomeen. Ik kan nu eindelijk zeggen, de ban is gebroken. Spelers van Ajax willen én gaan zélf op strafschoppen trainen, terwijl de ouderwetse trainer (Garcia) daar het nut niet van inziet (Europees voetbal finale shootout tegen FC Utrecht). Oranje traint, al is het naar mijn mening nog steeds niet afdoende, in ieder geval ‘een beetje’ op penalty’s. Belangrijker, waar ik ook kom, de mening dat het een loterij is heeft de prullenbak inmiddels wel bereikt.

Wat zijn mijn veranderlessen?

1) Zorg dat de gewenste verandering stevig is onderbouwd. Dat helpt weerstand, die zonder twijfel komt, met kracht tegemoet te treden. Schrijf een script (Q & A) hiervoor. Wat de ‘bedoeling’ hiervan allemaal is? Winnen, niet kansloos verliezen.  

2) Gebruik álle momenten om jouw boodschap te zenden. Gebruik tegenwerpingen om je eigen storyline, je eigen verhaal krachtiger te maken. Frappez-toujours!

3) Feiten veranderen de mening van mensen niet, de tijd wel. De jeugd heeft daadwerkelijk de toekomst, juist zij zijn degenen die nieuwe lessen en ideeën oppakken. Ik heb mij nadrukkelijk altijd óók gericht op de jeugd met interviews voor schooltelevisie, Zapp, websites, et cetera.

4) Richt je nadrukkelijk op de top. Bondscoaches en KNVB, dáár moet het vandaan komen. Druk van buiten helpt, zie:  Open brief aan de Ronald Koeman Bondscoach (2024).

5) Zorg voor een supportgroep die je wél steunt. Ga alleen door als je merkt dat deze groep groeit, noem het zoals Vermaak ‘een zwerm’.  Het proces moet gaan van roepende in de woestijn naar megafoon in het land. In het begin gaat dit langzaam, als je een kritische massa bereikt, kan het snel gaan.

6) Mensen veranderen niet of nauwelijks, de populatie wel. Zorg dat jouw boodschap steeds nieuwe doelgroepen weet te bereiken.  

7) Vind plezier in de veranderopdracht! Geef niet op, blijf trouw aan jezelf. Wees je bewust wat het kan kosten, accepteer dat er geen (financiële) beloning kan zijn.

NB Als uitsmijter: Ja, de keeperswissel van 2014 (Oranje - Costa Rica) stelde ik al op TV voor in…..2000 bij Barend & Van Dorp (wissel Van der Sar vlak voor tijd voor Westerveld). Een idioot idee volgens de gehele voetbalwereld. Na de keeperswissel van Van Gaal in 2014 is ook dát toch echt veranderd!

Gyuri Vergouw is ruim 25 jaar hoofdredacteur van ManagementSite geweest en staat in de voetbalwereld bekend als Professor Penalty. In zijn adviespraktijk adviseert hij publieke en private organisaties bij grote reorganisaties en vernieuwingsslagen.

Noot
Meer lezen over de achtergronden van de penaltyseries, de herkomst van de keeperswissel, de sociale en psychologische aspecten hiervan? De Strafschop, Kraak de penalty code is afgelopen week verschenen in een geheel herziene editie. Verkrijgbaar bij de betere boekhandels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Strafschop, kraak de penalty code

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Rudi Darson
Pro-lid
Mooi en herkenbaar verhaal/case, Gyuri. Dit is een schoolvoorbeeld van wat ik in mijn artikel Kwartiermaken: de functie die niemand ziet (https://www.managementsite.nl/kwartiermaker-de-functie-die-niemand-ziet) autonoom kwartiermaken noem, en wel om een paar precieze redenen.

Ten eerste ontbrak bij jou alles wat een traject normaal legitimeert: geen opdrachtgever, geen budget, geen erkend probleem. De KNVB had je niets gevraagd; je begon vanuit een eigen waarneming, niet vanuit een mandaat.

Ten tweede leverde je zelf het bewijs, jarenlang, voordat er ook maar enige erkenning was: eigen onderzoek, eigen uitgeverij, omdat er geen uitgever voor je boek te vinden was. Dat is precies de paradox van de initiatieffase die ik in mijn artikel beschrijf — je hebt bewijs nodig om gehoord te worden, maar niemand geeft je de kans om dat bewijs te leveren voordat je gehoord wordt.

Ten derde, en dat maakt jouw casus bijzonder: er kwam geen instituut dat het overnam. Bij de meeste voorbeelden van autonoom kwartiermaken die ik beschrijf is er een gemeente, stichting of bedrijf die op enig moment het stokje overneemt. Bij jou kantelde er geen organisatie, maar een hele sector — clubs, bondscoaches, analisten — die na 26 jaar zelf erkende wat eerder als onzin was afgedaan. Dat is een andere, en eigenlijk indrukwekkendere vorm van hetzelfde mechanisme.

En tot slot: je kreeg voor dat werk geen erkenning of beloning, vooral persoonlijke aanvallen. Dat is precies het patroon dat autonome kwartiermakers vaak treft, ook als ze achteraf gelijk blijken te hebben — een patroon dat ik in mijn artikel ook benoem.

De actualiteit illustreert dat helaas opnieuw: Nederland verloor vandaag, 30 juni 2026 in Mexico, opnieuw een strafschoppenserie op het WK, nu van Marokko, drie van de vijf gemist. Koeman zei na afloop niet meer dat penalty's onbespreekbaar toeval zijn — integendeel: ‘We weten allemaal hoe moeilijk penalty's zijn op dit soort momenten... Blijkbaar blijft het een zwarte bladzijde.’ Dat is geen ontkenning meer dat het te trainen is, maar de erkenning dat trainen alléén onvoldoende is gebleken.

En dan een detail dat jouw analyse extra kracht bijzet: Koeman nam volgens KNVB-bronnen zelf acht strafschoppen in het shirt van Oranje en miste er niet één. Hij is, met andere woorden, precies het type uitzonderlijke uitvoerder waarvan je in je boek laat zien dat de rest van de selectie het juist niet is. Zijn eigen ervaring met de ‘niet-trainbare marge’ is dus geen representatieve ervaring — hij hoorde nooit bij de groep die hij nu probeert te begrijpen.

Kortom: een sterke illustratie van wat er nodig is om vol te houden tegen een sector die liever bij het oude bleef, en een mooie, helaas actuele aanvulling op het stuk over kwartiermaken.
Gyuri George Vergouw
Auteur
Dank Rudi voor jouw uitvoerige reactie. Het begrip kwartiermaker kende ik natuurlijk uit mijn dagelijkse advieswerk, heb alleen nooit beseft dat ik er zelf een blijk te zijn! En inderdaad, geen mandaat, volledig eigen initiatief, eigen geld erin gestoken. Ik wilde niet aan de zijlijn blijven staan, maar een poging wagen de 'loterijcultuur' binnen de voetbalwereld te doorbreken. Juist de weerstand zorgde er voor dat ik doorging, ik had natuurlijk nooit kunnen bevroeden dat ik hier 26 jaar later nog mee bezig zou zijn. Mijn inschatting in 2000 was...3 tot 6 maanden, de feiten logen er toen namelijk óók al niet om. Echter, de tegenreactie, zoals ik ook beschrijf mijn het artikel, was uitermate fel en soms zeer onprettig. Ik ging door omdat ik daar niet zo van gediend was, ik discussieer graag op basis van argumenten, niet op meningen van mensen die mijn werk niet eens hadden gelezen. Mijn beloning is dat mijn boek nog steeds wordt herdrukt en in de media blijft komen. Dat Oranje op strafschoppen heeft getraind betwijfel ik ten zeerste, de keepers wel, de spelers naar mijn mening zeker niet. De missende spelers stonden zelfs niet in mijn top 12 spelers om een penalty te nemen, waar bleven De Roon, Dumfries, Verbruggen? Nu ja, ik zou er een boek over kunnen schrijven, oh nee, dat héb ik gedaan;-) Collegiale groet, Gyuri
Rudi Darson
Pro-lid
Beste Gyuri,

Mooi. Dat boek heb je al geschreven. En voor mij is het het ultieme beeld van autonoom kwartiermaken en ondanks alle weerstand — en je zegt zelfs dat die weerstand jou juist heeft gesterkt om door te gaan: 26 jaar, terwijl je dacht aan 3 tot 6 maanden.

En je hebt het onderwerp op de agenda gezet op een manier die niemand anders zo heeft gedaan. Specifiek, gedetailleerd, ondersteund door data en toch die hardnekkigheid van de andere kant om te blijven vasthouden aan iets dat zoveel nadelen laat zien en die bij het anders aanpakken tot een verbetering of oplossing zou kunnen leiden.

Het is bijna een paradigmatisch conflict geworden waarbij de ervaringsdeskundigen aan de ene kant staan en laten zien dat het niet lukt wat ze doen, en jij aan de andere kant met het bewijs dat het wel zou kunnen lukken — dat strafschoppen voorspelbare patronen heeft en dat je er iets aan kan doen. Ook weer onthutsend te zien dat zelfs tijdens de wedstrijd met Marokko, spelers strafschoppen hebben genomen die geen topstrafschopnemers zijn. Wat is hier toch aan de hand?

Maar ik denk dat de scheepvaart met het bouwen van moderne boten die zoveel vracht kunnen verstouwen, of de vliegtuigindustrie om zoveel vracht te vervoeren in de lucht, en degenen die verklaarden dat de wereld rond was en niet vierkant, ook vergelijkbare weerstanden hebben gehad en hebben volgehouden. Sommigen zijn zelfs misschien voor minder op de brandstapel beland. Dus pas maar op. En dan zo lang volhouden — dat is bewonderingswaardig.

Het heeft bij mij zelfs ertoe geleid dat ik een 'open brief' hier op ManagmentSite, niet verzonden, aan de directeur topvoetbal KNVB, Nigel de Jong, heb geschreven om een kwartiermaker aan te stellen om het probleem aan te pakken.

Een voortzetting van wat jij gestart hebt. Een gesprek met Nigel de Jong of met de KNVB zou prachtig zijn om dat wat je gestart hebt voort te zetten.

Maar voor mij is jouw initiatief, het boek, de activiteiten, de volharding, zonder aanstelling, zonder middelen (eigen middelen), het ultieme beeld van de kwartiermaker. Je bent het. Haha.

Groet,
Rudi
Gyuri George Vergouw
Auteur
Beste Rudi, wederom dank voor jouw, en ja, wat je schrijft is heel herkenbaar voor me. Ik zeg vaak 'ik mag blij zijn dat ik nu leef, in de Middeleeuwen was ik in de vergeetput of op de brandstapel beland.' Dus ja, je slaat de spijker op zijn kop. Ik gebruik ook wel Galileo Galilei als voorbeeld, dat is overdreven maar in essentie wel vergelijkbaar.
In interviews gebruik ik niet voor niets deze zin regelmatig 'De KNVB is conservatiever dan het Vaticaan'.

Jouw initiatief van een open brief heb ik overigens ook al twee jaar geleden op deze site gezet, toen naar Koeman. Geen reactie vanuit de KNVB natuurlijk, stil- (of dood)zwijgen bleef het parool, net zoals bij de vijf brieven die ik naar de bondscoaches in de periode 2000-2012 heb gezonden. Ik kreeg iets wat ik absoluut niet zocht. In plaats van het omarmen van wat in feite gewoon feiten en prima tips zijn (denk aan de keeperswissel, in 2000 gelanceerd, in 2014 eindelijk gebruikt) werd ik gecancelled door de voetbalwereld. Het is fijn nu eindelijk (deels) erkenning te krijgen, en ik voel mij gesterkt door jouw verhaal over de kwartiermaker. ook wel beetje trots dat dit een rol is die ik grotendeels onbewust decennia heb vervuld, al wist ik wel dat ik een aparte rol had. Zoals gezegd, dacht er na 6 maanden echt wel vanaf te zijn, mijn ervaring tart helaas alle beschrijvingen. het is zeker nog niet overgenomen door instituten of stichtingen, maar wél door een generatie 'opvolgers'. Zie Linkedin en er verschijnen her en der trainers en andere professionals die strafschop specialist zijn. Prima. Ik sta er niet meer alleen in. In de nieuwe druk van De Strafschop ga ik ook in op die weerstand vanuit het voetbal, want feiten veranderen mensen niet of nauwelijks, ik hoop ze met een het voorhouden van een spiegel toch verder te brengen..benieuwd waar ik over 26 jaar sta (als ik dat dan nog kan!).

Nogmaals veel dank voor jouw artikelen en reacties, ze zijn absoluut een steun in de rug voor me!

Hartelijke groet, Gyuri
Rudi Darson
Pro-lid
Beste Gyuri,

Dank voor je warme en persoonlijke reactie. En ja, het Vaticaan-citaat is prachtig, het zegt alles over de weerstand die jij hebt meegemaakt, en over waarom jouw rol als autonoom kwartiermaker zo lang heeft moeten duren en vooral ook in zo’n open systeem als waar de discussie in plaatsvindt.

Maar laten we het nu hebben over wat er de komende weken nog te zien is op dit WK, want het bewijs blijft zich opstapelen. Niet alleen Oranje miste strafschoppen, ook Messi en Mbappé deden dat, twee van de beste voetballers van hun generatie. En wat zij erover zeiden, is precies het argument voor wat ik nu wil voorstellen.

Messi miste op dit WK twee strafschoppen, beide keren op exact dezelfde manier: naar dezelfde kant van de keeper, gekruist, zonder voldoende kracht of richting. Geen pech, maar een herhaalbaar, voorspelbaar patroon, precies wat jij al 26 jaar beschrijft. Zijn eigen woorden: ‘Ik voelde intense woede vanwege de penalty die ik verspilde, en vanwege de manier waarop ik hem nam.’ Niet ‘het was pech’ of ‘de keeper was goed’, hij wist dat hij het fout had gedaan. En toch herhaalde hij het.

Mbappé miste tegen Marokko na meer dan drie minuten wachten door een VAR-check en een wisselvallige scheidsrechter. Zijn eigen woorden: ‘De scheidsrechter vertelt me dat er een penalty is. Ik maak me klaar. Dan komt hij me zeggen dat het misschien toch geen penalty is. Ik liet me afleiden. Ik was niet vertrouwd met dat scenario.’ Drie minuten onzekerheid, en zelfs de beste speler van zijn generatie verliest zijn focus volledig.

‘Ik was niet vertrouwd met dat scenario.’ Dat is de sleutelzin. Want dat scenario - wachten, onduidelijkheid van de scheidsrechter, VAR-vertraging, heroriënteren - is volledig trainbaar. Het is precies het soort situatie dat je in een simulator kunt nabootsen. En kennelijk heeft geen enkele topclub of bond dat ooit gedaan, want de beste speler van zijn generatie kende het niet.

Voetballers houden niet van theorie en van mensen van buiten het veld die komen vertellen hoe het moet. Dat weet jij als geen ander, 26 jaar lang ben je precies dat geweest in de ogen van de sector. Maar voetballers houden wel van resultaten. Precies daarom moet dit geen academisch project worden, maar een praktijkinstituut waar spelers en clubs de keuze hebben om te komen en aantoonbaar beter te worden.

Dat brengt mij tot een concreet voorstel, als vervolg op wat jij gestart hebt en op de open brief die ik aan Nigel de Jong heb geschreven: de oprichting van een Penalty Institute, gebaseerd op sociomimicry. Een plek waar spelers, clubs en bondscoaches kunnen trainen onder omstandigheden die de wedstrijdrealiteit zo dicht mogelijk benaderen: vermoeidheid, lawaai, vijandigheid, een wisselvallige scheidsrechter, een VAR-check die minuten duurt, wisseling van keepers. Alle variabelen die bepalen of een speler scoort of mist, maar die nu nooit worden nagebootst in training.

Het publieke debat zul je altijd als buitenstaander verliezen, maar het bewijs kan worden geleverd in de praktijk, door spelers die er gebruik van maken en vervolgens scoren waar anderen missen. Zie al die trainers en professionals op LinkedIn die zich nu strafschopspecialist noemen: dat is de markt die er al is, maar nog geen instituut heeft om naar toe te gaan voor praktische training.

Jij hebt als autonoom kwartiermaker 26 jaar het fundament gelegd. De overtuiging is gekanteld. Nu is het moment voor de volgende fase: een aangestelde kwartiermaker die het Penalty Institute bouwt, met jouw kennis als vertrekpunt. Een gesprek met Nigel de Jong of de KNVB zou daarvoor een mooie eerste stap zijn — maar het instituut zelf hoeft niet te wachten op de KNVB. Clubs, spelers, bonden wereldwijd kunnen ervan profiteren.

Een eigen initiatief.

Zou jij daar iets in zien? Ik denk graag mee. Je hebt al een boek, kennis opgebouwd over een periode van 26 jaar en dat instituut, ach, dat zou er kunnen komen?

Met vriendelijke groet,
Rudi

Meer over Performance management