Doet jouw organisatie aan Het Nieuwe Werken? En heb je daar soms flink de balen van? Denk je met weemoed terug aan de speciaal op jouw maten afgestelde stoel die elke ochtend plichtsgetrouw op jouw achterwerk stond te wachten? De stapel dossiers op de hoek van je bureau, die je aan het eind van de dag lekker kon laten liggen? Aan de vertrouwde collega naast je, die je op elk gewenst moment een vraag kon stellen? En aan de vergaderkamer die nergens heenging tot jij en je teamgenoten hem nodig hadden?

Werken lijkt tegenwoordig wel bijzaak. Eerst een plek vinden, je laptop aansluiten en je stoel instellen. Snel een vergaderzaal reserveren voor ze allemaal weer bezet zijn. De collega aan wie je iets wilde vragen, is offline. Kom je na een overleg terug op je vloer, ligt je verbinding eruit. De hele handel opnieuw opstarten. Voorheen kon je je op zo’n moment terugtrekken in de veilige oase die jouw eigen werkplek was. Nu heb je misschien niet eens een eigen locker.

Fijn voor je werkgever die flexplekken, want nu kunnen jullie verhuizen naar een kleiner pand. Of ze kan andere dure kantoorpanden sluiten. Met als bonus dat medewerkers die niet gebonden zijn aan een werkplek op kantoor, altijd en overal kunnen werken.

Lees ook:

Meer keurslijf graag

Hoe pluk je als medewerker de vruchten van zo’n flexwerkplek?

Hoe bazen verdeelden en heersten

Bekijk je privileges van weleer nog eens goed. Je eigen bureau mag dan praktisch en vertrouwd zijn, het is ook een plek waarop je baas vervelende klusjes kan neerleggen. Waar collega’s je kunnen insluiten als ze iets van je willen. Een vaste werkplek betekent ook dat je op andere plekken, aan andere dossiers en naast andere collega’s niet kunt werken. Sta jij bij het bureau van een collega aan de andere kant van de afdeling? In de ogen van je manager is dat kletsen, of je nou je hardloopprestatie van afgelopen weekend bespreekt of een moeilijke klant. Dat iedereen een vaste plek heeft – aan de lopende band, in een cubicle of open kantoortuin – is bovendien lekker overzichtelijk voor managers die de boel strak in de gaten willen houden (en dan doelen we niet op de kwaliteit van jouw bijdrage).

Als je het oude kantoor zo eens bekijkt als een uiterst verdeelde boel, kun je je gekoesterde domein opeens gaan zien als het resultaat van een succesvolle verdeel- en heerstactiek van je bovengeschikten. Een beetje zoals alleenheersers als Caesar en Napoleon hun vijanden verdeelden om zelf aan de macht te blijven. Door de een net iets meer land, invloed of privileges te geven dan de ander, zouden tegenstanders namelijk minder snel de handen ineenslaan en gezamenlijk, als bondgenoten, tegen de machthebber optreden. Zo verging het ook de fabrieksarbeiders eind negentiende eeuw. Om zo snel en goedkoop mogelijk te produceren, werden bedrijven opgedeeld in afdelingen, subafdelingen, teams en functies. Medewerkers eindigden aan de lopende band. Van ambachtslieden die alles zelf deden, werden zij kleine schakeltjes in het geheel, gespecialiseerd in een bepaalde taak. Zo zonder overzicht van het productieproces van A tot Z konden ze minder makkelijk voor zichzelf beginnen. En motivatie? Ontplooiing van talenten en ambities? Nergens voor nodig. Dankzij de eentonige, nauwkeurig omschreven taken hoefden managers slechts te controleren of medewerkers deden wat er gezegd werd.

Deel en heers

Nou vraagt deze tijd om medewerkers die verder kijken dan hun werkbank lang is. Om zelfstandige, verantwoordelijke, proactieve en betrokken medewerkers, die niet werken omdat ze gecontroleerd worden, maar omdat ze een bijdrage kunnen en willen leveren aan een groter geheel, aan een duurzame, rechtvaardige of financieel fitte wereld, aan gezonde, mobiele, verbonden, geïnformeerde, geëntertainde of anderszins blije klanten. Medewerkers die niet zomaar een taakje uitvoeren, maar inzicht hebben in de behoefte van de klant en hoe de organisatie daar het best op in kan spelen. Deze tijd vraagt dus om jou. Dat heeft je werkgever ook door. Daarom ben jij verlost van dat ene bureau op die ene verdieping, van controlerende mana- gers, van blokkades tussen jou en de rest van je organisatie (en de wereld daarbuiten), van onproductieve statussymbolen, van zogenaamd overbodige taken.

Er zijn dus voordelen, maar hoe ‘deel’ je je werkplek en ‘heers’ je over je werk en je leven? Om te beginnen: slijmen en je uitsloven om de organisatieladder te beklimmen en een mooier hokje te bemachtigen hoeft niet meer. In HNW heb je niet één eigen werkkamer, maar een heel kantoor om uit te kiezen (op vrijdag heb je zowat een hele verdieping voor jezelf). Je bent niet langer veroordeeld tot die luidruchtig bellende buurvrouw. Jij kunt zitten naast, samenwerken met en leren van wie je maar wilt. Voor jou geen stapel werk op de hoek van je bureau, maar een manager die een stip aan de horizon schetst en jou (mede) laat bepalen hoe je daar komt.

Ben jij niet aanwezig, dan zegt dat nog niks. Misschien ben je wel snode plannen aan het smeden met de trekker van het Jonge Ambtenaren-netwerk. Of koffie aan het drinken met een collega van de frontoffice, om te zorgen dat zij informatie handiger bij jou aanlevert. Sterker nog, je kunt de hele dag koffie drinken als jij dat wilt. Jij bent altijd op je plek, of dat nou naast je manager, in de kroeg, onderweg naar een klant of op het strand is. En jij bent altijd aan het werk, zolang je maar kunt uitleggen hoe jouw activiteit bijdraagt aan het organisatiedoel. Zeg nou zelf, ben je zonder vaste plek niet veel beter af?

Auteurs
Suze Krijnen en Floris Vrasdonk zijn gespecialiseerd in HNW. Auteurs van het boek Wie heeft mijn werkplek gepikt? Uitgeverij Haystack.

Dit artikel is toegankelijk voor Pro-abonnees

Voor € 4 per maand of € 30 per jaar ontvangt u:

  • onbeperkt toegang tot alle artikelen.
  • geen commerciële emails en geen reclame op de site.
  • de keuze of u wel of geen nieuwsbrief wilt ontvangen
  • het E-book: Negotiating as emotion management t.w.v. €8.00
Upgrade naar Pro-abonnement
 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x