Kent u het prisoner’s dilemma?

Robert Axelrod wilde in 1979 uitvinden welke strategie het beste werkte bij herhaalde prisoner’s dilemma’s. Hij schreef een computertoernooi uit waarvoor wetenschappers een strategie in de vorm van een computerprogramma konden insturen. In totaal kwamen er 14 inzendingen binnen van wetenschappers uit 5 verschillende vakgebieden. Tijdens het toernooi zouden de ingezonden programma’s tegen elkaar en tegen zichzelf herhaalde prisoner’s dilemma’s spelen. In totaal vonden er 225 confrontaties plaats. Als winnaar kwam het programa Tit-for-that uit de bus van Anatol Rappoport. Tit-for-that was het eenvoudigste programma dat slechts de volgende instructie had: begin altijd met samenwerken en doe vervolgens precies wat de ander in de vorige zet deed. In de jaren tachtig organiseerde Axelrod een tweede toernooi. Er kwamen nu 62 inzendingen binnen van mensen die de uitslag van het eerste toernooi kenden. Sommige programma’s waren zeer complex en sluw maar opnieuw won het zeer eenvoudige Tit-for-that.

Axelrod’s onderzoek baarde veel opzien onder sociale wetenschappers maar ook onder een breder publiek. Het toonde aan dat samenwerking kan ontstaan op basis van wederkerigheid zelfs wanneer veel individuen egoistische strategieën volgen. Axelrod vroeg zich nu af of Tit-for-that een stabiele en weerbare strategie is die zich kan beschermen tegen een invasie van egoïstische strategieën. Om dit te onderzoeken liet hij de programma’s die aan de eerdere toernooien hadden deelgenomen zich reproduceren. Het toernooi vond nu in meerdere rondes plaats. Elke ronde stelde een generatie voor. de mate van succes van een strategie in de eerste ronden bepaalde hoe vaak die strategie voorkwam in de volgende ronde. Hiermee bootste Axelrod het principe van de natuurlijke selectie na. Door een dergelijk evolutieprincipe in te bouwen werden de strategieën uiteraard steeds sterker en de competitie dus steeds heviger. In de eerdere rondes doen sluwe uitbuitingsstrategieën het nog relatief goed omdat er ook veel over-naïeve strategieën te vinden zijn maar in latere rondes is dit niet meer zo. Axelrod deed 1000 rondes en het resultaat was dat tit-for-that nog steeds het meest succesvolle en snelsgroeiende programma was.

Lees ook:

Big Data is noodzakelijk voor een Rapid Response organisatie

Als je de Tit-for-that in menselijke termen zou moeten beschrijven dat zou je kunnen zeggen dat het een positief ingestelde strategie is (want je begint altijd positief), maar dat je bereid bent te straffen als je wordt bedonderd (als de ander bedriegt doe jij dat immers meteen ook), dat je vergevingsgezind bent (als de ander weer gaat samenwerken doe jij dat immers meteen ook weer), dat je voorspelbaar bent (mensen weten precies waar ze met jou aan toe zijn door je eenvoudige en transparante strategie).

Axelrod’s werk is baanbrekend geweest. Hij schreef er het boek The Evolution of Cooperation over. Toch is Tit-for-that niet de meest succesvolle strategie, zo bleek een aantal jaren later. In 1993 werd een nog succesvollere strategie ontdekt door Martin Nowak en Karl Sigmund genaamd Pavlov die de volgende instructie kent: Dezelfde strategie volgen als in de vorige zet wanneer die tot een gunstig resultaat leidde, wisselen wanneer dit niet het geval was. Het is jammer dat deze strategie Pavlov is gedoopt want hij had evengoed doen-wat-werkt hebben kunnen heten (werkt het ga dan door; werkt het niet doe dat wat anders). Pavlov heeft een grote zwakte: het staat machteloos tegen de strategie ‘altijd bedriegen’ (Pavlov blijft dan continu switchen). Nowak en Sigmund ontdekten dat Pavlov zich pas goed kan ontwikkelen als Tit-for-that alle ‘altijd bedriegen’ strategieën heeft uitgeroeid.

Interessant om te zien hoe de eenvoudige en pragmatische Pavlov strategie, die neerkomt op doen wat werkt, de wellicht meest succesvolle sociale strategie is.

Coert Visser

www.solutionfocusedchange.com / www.oplossingsgerichtmanagement.nl  / www.noam.nu

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Dit is inderdaad een heel interessante manier om vanuit de evolutie naar samenwerking in organisaties te kijken. Dawkins gaat hier in o.m. zijn boek the selfish gene uitgebreid op in. Natuurlijk doet hij dit vooral met voorbeelden uit samenwerkingspatronen bij dieren, maar deze zijn vaak direct door te vertalen (of te herkennen als) naar menselijke cooperatie. Voor elke organisatie-adviseur en elke manager is dit boek een echte aanrader.

Hallo Wendy, Ja, Richard Dawkins is een echte kei op evolutiegebied. Ken je ook het boek The Origins of Virtue van Matt Ridley? Hij legt in dit boek uit hoe deugdzaamheid niet op gespannen voet staat met selfish genes maar er zelfs uit volgt.

groeten,
Coert

x
x